Category Archives: Varia

‘Der Spiegel’ over Wilders’ werkwijze

Kantoor van Der Spiegel in de Hamburgse 'HafenCity'

Kantoor van Der Spiegel in de Hamburgse ‘HafenCity’

De Nederlandse socioloog Paul Schnabel legde zes jaar geleden op de website van weekblad Der Spiegel uit hoe het komt dat de rechtspopulisten in Nederland zo succesvol zijn. Economisch gezien gaat het met Nederland nog beter dan met Duitsland. “We behoren tot de rijkste landen ter wereld, de staatsschulden dalen, net als de werkloosheid. En toch heerst er een irrationele ontevredenheid onder het motto: met mij gaat het goed maar met ons gaat het slecht”, legt Schnabel uit.

Hoe wordt die ontevredenheid dan gevoed? Dat wil interviewer Christoph Titz van Der Spiegel graag weten. Schnabel legt uit dat het belangrijk is een scheiding te maken tussen echte en ingebeelde zorgen. “Een vijfde deel van de bevolking voelt zich blijkbaar in goede handen bij Wilders, omdat dit deel gelooft dat hij toch maar uitspreekt wat dit deel van de bevolking in het geheim denkt. Daartoe behoort de dwaalleer dat de Nederlandse identiteit wordt bedreigd door globalisering en de islam. Wilders wakkert die negatieve emoties aan en maakt daar volop gebruik van. Hij vermengt ze met realistische problemen. Onroerend goed en de huren zijn bijvoorbeeld zeer duur geworden. Vandaag de dag zijn er meer gezinnen die twee inkomens nodig hebben om een aangenaam leven te leiden, en de verzorgingsstaat krimpt”, aldus Schnabel.

De interviewer vraagt waarom juist jonge mensen Wilders kiezen. Schnabel geeft aan dat de genoemde echte problemen, dus de huren en de hachelijke arbeidsverhoudingen, vooral de jeugd aangaan. De socioloog noemt Wilders een kameleontische, ondoorzichtige figuur. “Hij zegt op grove en meedogenloze wijze wat hij denkt en is daarbij zeer krachtig en luid – een soort proto Trump. En zoals alle rechtspopulisten scheldt hij op de elite en het establishment. Door continue herhaling blaast hij in video’s op Facebook en Twitter kleinigheden op, omdat hij hoopt dat ze dan een deel worden van het collectieve bewustzijn en misschien zelfs als feitelijk correct worden beschouwd”, aldus Schnabel.

De Nederlandse socioloog is afgevaardigde van D66. Wat hebben de liberale politieke krachten dan verkeerd gedaan in de omgang met Wilders? Schnabel zegt dat veel mensen dachten dat het fenomeen Wilders wel weer voorbij zou gaan. Andere populistische partijen zoals die van de vermoorde rechtspopulist Pim Fortuyn vielen door interne ruzies vanzelf uit elkaar. “Wilders heeft echter nooit een partij opgericht”, legt Schnabel uit. “Hij is het enige lid van de PVV. Als er al conflicten zijn, dan zijn die alleen in zijn parlementsfractie.”

Schnabel vertelt verder dat de mensen die voor Wilders in het parlement zitten niets anders hebben dan de beweging van Wilders. “Eentje heeft mij persoonlijk verteld dat hij buiten het parlement en zonder Wilders kansloos zou zijn. Hij en anderen zijn financieel afhankelijk van de PVV geworden”.

De interviewer begrijpt niet waarom er in Nederland niemand is die zegt dat er een politicus aan de winnende hand is die de grondvesten van Nederland wil vernietigen. Schnabel zegt dat D66 leider Alexander Pechtold zich altijd zeer duidelijk tegen Wilders heeft opgesteld. “Ook om die reden maakte Wilders onlangs gebruik van “alternatieve feiten” door een nepfoto te gebruiken waarop Pechtold als sympathisant te zien is bij een demonstratie die voor de Sharia opkomt. Die foto is ronduit een leugen”, aldus Schnabel. “En we leggen de mensen ook uit dat we geen kans hebben als we de EU verlaten”, voegt hij eraan toe. “Wilders zegt dat hij Nederland niet vernietigt maar dat hij het land weer zichzelf laat zijn. Zwitserland is bij hem en de andere populisten een geliefd voorbeeld. Uitgerekend Zwitserland! Een land dat zonder echt lidmaatschap bijna alles moet doen wat de EU verlangt. Maar dat wil men gewoon niet geloven.”

Tot slot gaat de interviewer in op het plan Wilders te isoleren. Op de 50 Plus Partij na wil er volgens hem niemand met hem een coalitie aangaan. Zou dat plan kunnen lukken? Als Wilder de grootste partij wordt, dan heeft hij volgens Schnabel de kans een regering samen te stellen. Hij voegt er meteen aan toe dat dit vervolgens zal mislukken. “Ook de sociaaldemocraten van de PvdA hebben vroeger al een keer meegemaakt de sterkste partij te zijn maar niet te kunnen regeren. Een linkse coalitie zal het nu waarschijnlijk niet halen. De meeste waarnemers rekenen op een coalitie van vier of vijf partijen onder de huidige premier Rutte.”

Bron
Der Spiegel, vrijdag 17.02.2017 , 09:44 uur: Phänomen Geert Wilders “Alle dachten, das geht vorbei”

Wat is een column?

Hugo Brandt Corstius (Eindhoven, 29 augustus 1935) is een Nederlands schrijver en wetenschapper die zowel in de alfa- als in de bètawetenschappen zijn sporen heeft verdiend. Hij is onder andere als columnist bekend geworden onder zijn pseudoniemen Piet Grijs, Stoker, Raoul Chapkis en Battus. — Foto genomen tijdens Het Voorwoord in Den Haag. Oorspronkelijke beeld is geplaatst op http://www.haagsuitburo.nl. (Foto: Wikipedia)

Vandaag besteedde ik mijn vrije tijd aan het opruimen van een flinke hoeveel cd’s met muziek en met oeroude tekstbestanden. Zo nu en dan keek ik even wat erop stond en onderstaand stukje vond ik wel aardig om op mijn blog te zetten. Ik vond de bijdrage op een schijf vol met teksten die ik tijdens mijn opleiding Tekstschrijven (1992-1996) schreef. Hier was het waarschijnlijk de bedoeling iets zinnigs over de column en de columnist op papier te zetten.

Hofland in NRC/Handelsblad (31 december 1982):
1. Het stukje moet kort zijn zijn, niet langer dan één kolom in de lengte. Het kan iets langer zijn als het over twee of drie-kolommen staat afgedrukt, maar, zegt Hofland, de moerassen van drukinkt over een halve pagina of meer zijn geen columns, het zijn ontboezemingen; een heel ander genre.
2. Het moet goed geschreven zijn. De zinnen moeten allemaal iets betekenen, mogen geen vulsel zijn en de schrijver moet er met zijn ‘muziekje’ in aanwezig zijn. Je moet onmiddellijk kunnen horen dat dit Blokker is, of Spaan, of Komrij.
3. Een column moet altijd een mening hebben die op één of andere manier verpakt is. Een opeenhoping van andermans meningen is geen column.
4. Het bevat nieuws, althans iets nieuws. Een feit door de schrijver persoonlijk opgediept of een waarneming vanuit een onverwachte hoek. De lezer moet verrast worden met iets wat hij nog niet wist.
5. De polemiek, iemand uitschelden, te lijf gaan, kabaal maken, schreeuwen etc., alhoewel dat niet noodzakelijk is. Te veel schelden is gevaarlijk, het wordt dan al gauw gekijf en dat is een ramp. Beter is iets bizars, een krankzinnige wending in een redenering, zoals Piet Grijs dat kan.
6. De beste stukjes moeten zo goed zijn dat ze gebundeld kunnen worden. Het moet de lezer dan duizelen van de variaties in onderwerpen en vondsten. Het boek moet propvol met stukjes zitten waardoor de lezer de ene keer ontroerd wordt, dan weer hard moet lachen. Zijn blik wordt verhelderd, op zo’n manier had hij het nog noot bekeken, en na lezing blijkt het boek opeens een klein universum te zijn.

Gerrit Krol in de Haagse Post van 27 oktober 1979:
De columnist is de enige schrijver die nooit faalt. Nooit zal een columnist zich voor een slecht geschreven stukje verontschuldigen. Het belangrijkste is dat hij present is. Als op maandagochtend zijn huis afbrandt en hij heeft zijn stukje nog niet geschreven, dan schrijft hij eerst zijn stukje.
Niet weten waarover hij schrijven zal is voor een schrijver geen excuus, maar voor een columnist helemaal niet. Desnoods jat hij iets uit een onbekend buitenlands boek, maar zijn stukje zal op de afgesproken tijd op de redactie liggen.
Een columnist is nooit met vakantie. Columnisten die hun lezers laten weten dat ze ‘met vakantie’ zijn, tonen daarmee hun zwakke en al te menselijke kant; in mijn ogen zijn ze geen echte columnisten. Een columnist is een machine die, invariant onder de wisselingen van de seizoenen, de humeuren die hem omgeven of zijn eigen humeur, zijn stukjes schrijft. (Een echte columnist noemt zijn werk ‘stukjes’. ‘Ik moet mijn stukje nog schrijven.’)

Piet Grijs op de achterflap van Piet Grijs is gek:
Niets is eenvoudiger dan columnist te zijn van een weekblad. Je moet elke maandag een stukje inleveren. Je moet niet eerder dan die maandag aan dat stukje gaan denken. De tekst loopt van de duim die verzint naar de vinger die tikt, zonder hart of hersens te passeren. De enige vereiste is lef.

Komrij in speciaal polemiekennnummer van Maatstaf in 1983:
De pamflettist gaat uitbundig tekeer – uit wanhoop. Hij vernietigt – uit idealisme. Hij vloekt – bij wijze van preek. Redders en idealisten. En toch vindt men haast onder geen groep zo’n afkeer van boodschappen en zo’n verlangen naar ontnuchtering als onder polemisten. De boodschap is ze een gruwel, en ze vertellen ons dat in een genre dat bij uitstek een boodschap is. Want wat wil directer overtuigen dan de polemiek? Zèlfs didactisch, haat ze de steile, humorloze didactiek. De humor van de polemiek ligt niet zelden in het feit dat de vijand zo onverstoorbaar serieus wordt aangevallen.

Al lijkt de aanval serieus, bij het helse af, de eigenlijke vijand interesseert de polemist soms maar matig. Hij is voortdurend in de weer zijn tegenstander op te blazen om hem vervolgens leeg te laten lopen. Hij maakt zijn vijand groter om meer schietoppervlak te hebben. Wat hem belang inboezemt is de polemiek zelf. Hij lijkt bezeten van een heilig vuur omwille van een goeie zaak, maar wat hem uiteindelijk drijft is niets anders dan zijn polemische aard. Zijn tegenstander kleinerend streelt hij zichzelf. (…)
De kwaliteit van een polemiek is niet afhankelijk van de aanleiding: we behoren er niet aan af te lezen of die heel miniem is of berust op een obsessie. Gekwetste ijdelheid, een onwaardige zaak kan tot groter resultaten leiden dan een krankzinnige betrokkenheid. Wereldvraagstukken leiden vaak tot pijnlijke, infantiele discussies. Een ruzie om een knikker kan, eenmaal geformuleerd, de wereldbol verlichten.
De polemist doodt om in leven te blijven, ontkent uit zelfbehoud. Alles heel nobel. Meestal is het een kwestie van maagzuur.

Als columnist hanteert Nico Scheepmaker vijf onwrikbare principes:
1. Een columnist moet altijd bereikbaar zijn voor zijn lezer. Scheepmaker zegt dat hij de kranten altijd de opdracht geeft zijn adres en telefoonnummer door te geven. Een geheim nummer vindt hij in strijd met het wezen van de columnist. Wie bij honderden of duizenden thuis komt, kan niet aan de andere kant de deur dicht houden.
2. Elke ingezonden brief tegen een column moet in principe worden geplaatst. En zonder naschrift, behalve wanneer de briefschrijver met nog leugenachtiger beschuldigingen komt dan waarmee de schrijver zelf is gekomen. De columnist heeft zijn column en het is onjuist, aldus Scheepmaker, als hij zich ook nog eens de ingezonden brievenrubriek toe-eigent.
3. Alles wat in de column staat, moet waar zijn. Een columnist moet de werkelijkheid niet verdraaien, hij moet eerlijk blijven. Deze stelregel staat dus diametraal tegenover die van polemische columnisten. Scheepmaker zegt over zijn polemische vakbroeders dat die vaak dingen beweren die helemaal niet waar zijn; ze doen dat met opzet, ze verzinnen vaak iets om het effect te versterken. Zo zou Hugo Brandt Corstius, overigens zijn favoriete columnist, eens in een stukje hebben geschreven dat Renate Rubinstein, zoals bekend een aartsvijandin van Brandt Corstius, jaloers op hem was, omdat hij een baan in Amerika had aangeboden gekregen.

« Oudere berichten Recent Entries »