Ontspannen

Ontspannen. Dat was mijn doel op deze zondag. Met een oranje tafelkleedje bedekte ik de w.c.-pot die nu op een modern salontafeltje voor badkamergebruik leek. Er stonden twee glazen waxinelichtjeshouders op, gevuld met brandende kaarsjes. Daarnaast stond de kleine radio uit de keuken waaruit meditatieve muziek klonk. Het bad vulde zich met warm water en de door mij toegevoegde Relaxing Lavendel Badkristallen.

Ik luisterde naar de klanken van Meditation van Mendelssohn-Bartholdy en zag beelden opdoemen van fladderende vlinders boven kleurrijke weidelandschappen, ik zag picknicktaferelen zoals op het schilderij The Picnic van Thomas Cole, ik zag beekjes met helder stromend water en rook de geur van lavendel uit het bad. Alles om me heen stond in het teken van ontspanning: het dansende licht van de kaarsen, de rustgevende klanken van Mendelssohn-Bartholdy, de beelden van de weides, de picknick en de pittoreske beekjes.

Alleen de persoon in bad was nog steeds niet zo ontspannen als ik wenste. Ik had weliswaar alle voorbereidingen getroffen, maar was niet verder gekomen dan deze voorbereidingen telkens te controleren en me af te vragen of er niets iets ontbrak. Ik was niet aan het ontspannen, ik was aan het opsommen. Het water koelde langzaam af, de radiozender begon te ruisen en de waxinelichtjes hadden hun langste tijd gehad.
Gedesillusioneerd stapte ik uit bad en knipte het grote licht aan. Ik was weer terug in de realiteit en voelde me verre van ontspannen. Ik droogde me af, trok losse, makkelijk zittende kleding aan, zette een kop thee en smeet de computer aan.

O ja, dat was ik nog vergeten te vertellen. In bad dacht ik er al aan deze scène op papier te zetten in de hoop dat het schrijven mij de nodige ontspanning zou brengen. Wel, ik zit momenteel met de geur van lavendel nog in mijn neus met een glimlach op mijn gezicht aan mijn bureau. Ik moet bekennen dat ik mijn ontspanning op deze rusteloze zondag eindelijk heb gevonden. Deze lag niet in de badkamer met een warm bad vol Relaxing Lavendel Badkristallen, omgeven door kaarslicht en meditatieve muziek. Nee, hij lag hier, op de plek waar ik nu zit, met een kop thee achter het bureau.

Een goede les voor de volgende keer: ontspannen schrijven weegt ruimschoots op tegen een bad vol Relaxing Lavendel Badkristallen, muziek van Mendelssohn-Bartholdy, vlinders boven kleurrijke weidelandschappen, picknicks en kabbelende beekjes.

Deze column verscheen ook op metronieuws.nl

Dreigend gevaar: wat deden de mensen toen en wat doen wij nu?

Soms bekruipt me het gevoel dat we opnieuw in een periode van dreiging leven. Het is niet één duidelijk aanwijsbaar gevaar, maar eerder een sluimerende onrust. De opkomst van autoritaire leiders, het normaliseren van haatdragende taal, het wantrouwen tegenover wetenschap en media — het doet me denken aan verhalen uit de jaren dertig van de vorige eeuw.

In 1933 kwam Hitler aan de macht. Wat volgde, weten we: Joden werden uitgesloten, opgejaagd, vermoord. Intellectuelen sloegen op de vlucht, velen pleegden zelfmoord. Maar wat deden de mensen vóór het te laat was? Hoe gingen ze om met de dreiging die op hen afkwam?

De jaren twintig en dertig in Duitsland

In de jaren twintig was Duitsland een jonge, kwetsbare democratie. De Eerste Wereldoorlog lag nog vers in het geheugen. Er was inflatie, werkloosheid, politieke chaos. In die context verlangden veel mensen naar stabiliteit, naar een “sterke man” die de orde zou herstellen.

Sommigen waarschuwden. Denk aan de journalist Kurt Tucholsky of de dagboekschrijver Victor Klemperer. Ze zagen het gevaar, ze benoemden het. Maar ze werden weggehoond of genegeerd. De meeste mensen keken weg. Ze wilden hun leven leiden, hun baan behouden, hun rust bewaren.

Toen Hitler in 1933 de macht greep, gebeurde dat grotendeels langs legale weg. Veel mensen vonden dat hij tenminste iets deed. Ze lazen over geweld tegen politieke tegenstanders en Joden, maar haalden hun schouders op — of geloofden het niet.

Sommigen waarschuwden. Denk aan de journalist Kurt Tucholsky of de dagboekschrijver Victor Klemperer. Ze zagen het gevaar, ze benoemden het. Maar ze werden weggehoond of genegeerd. De meeste mensen keken weg. Ze wilden hun leven leiden, hun baan behouden, hun rust bewaren.

De stille waarschuwing van de geschiedenis

Achteraf is het makkelijk oordelen. Maar in die tijd was het niet altijd duidelijk wat er zou komen — of beter gezegd: mensen wilden het niet zien. Ze hoopten dat het wel zou meevallen. En voor sommigen viel het inderdaad even mee, tot het te laat was.

Brieven, krantenartikelen en dagboeken uit die periode laten zien dat er wel degelijk stemmen van twijfel en angst waren. Maar ze werden overstemd door gemakzucht, zelfbehoud en soms ook moedwillige onverschilligheid.

En nu?

In 2025 zie ik parallellen. Niet omdat ik denk dat de geschiedenis zich letterlijk herhaalt — maar wel omdat ik dezelfde neigingen herken: het wegkijken, het sussen, het zeggen dat het allemaal wel meevalt. Terwijl extremistische partijen groeien, de democratische rechtsstaat onder druk staat en haat opnieuw salonfähig wordt.

Tegelijk zijn er ook nu mensen die waarschuwen. Schrijvers, denkers, wetenschappers, burgers die hun stem laten horen. Maar ze worden niet altijd gehoord. Soms zelfs bedreigd of weggezet als paniekzaaiers.

Wat doen wij? Doen we alsof het allemaal wel zal overwaaien? Of kijken we bewust? Spreken we ons uit — ook als het ongemakkelijk is?

Tot slot

De geschiedenis herhaalt zich nooit exact, maar ze rijmt wel. Daarom stel ik mezelf deze vraag: Wat deed ik toen het erop aankwam? Dit stuk schrijven is mijn manier om niet weg te kijken.

Deze tekst verscheen ook op Joop (BNNVARA)

De sollicitant

Niet iedereen solliciteert om werk te vinden. Sommige mensen solliciteren om te ontdekken hoe gewild ze zijn. Neem Paul, de man die ik regelmatig in mijn stamcafé spreek. Diploma’s? Check. Werkervaring? Ruim voldoende. Een uitstekende kandidaat, zouden werkgevers zeggen. En toch bleef hij nergens langer dan een maand.
Zijn vorige baan had hij verlaten omdat hij elders zwart werkte. Wat hij precies deed, bleef onduidelijk, maar vast stond dat hij financieel onafhankelijk was. Hij had genoeg geld om meerdere luxe levens te leiden. Geen uitkering, geen belastingaangifte, geen administratieve rompslomp. Hij had het niet nodig. Toch solliciteerde hij. Niet omdat hij moest, maar omdat hij wilde.
Hij genoot van het ritueel: de eerste e-mailuitnodiging, de formele handdruk bij binnenkomst, de obligate vraag naar zijn motivatie. Het kopje koffie, soms met een koekje. De recruiters die knikten, onder de indruk van zijn cv. “U bent precies de kandidaat die we zoeken!”
En daarna het échte plezier: de eerste dagen op een nieuwe werkplek. Alles was vers. Nieuwe namen, nieuwe systemen, nieuwe gewoontes. Hij schudde handen, leerde de weg naar het koffieapparaat, maakte smalltalk bij de waterkoeler. Met een beetje geluk vielen er verjaardagen in zijn proeftijd, zodat er iets lekkers in de keuken klaarstond.
Hij hield ervan zijn fantasie in het echte leven om te zetten. Als het ter sprake kwam, en dat kwam het vaak, dan noemde hij Karin. Ze was ook rond de dertig en ze kenden elkaar al sinds de kleuterschool. “We denken aan kinderen,” zei hij dan. “Want je moet er niet te lang mee wachten.”
Karin bestond niet. Ze was zijn verzonnen vriendin, gebaseerd op zijn fascinatie voor inspecteur Columbo – de rechercheur die altijd over zijn vrouw sprak, maar die de kijker nooit te zien kreeg. Zijn eigen Columbo-vrouw, een personage dat perfect in zijn rol paste: de ideale kandidaat, de betrouwbare toekomstige vader, de collega die je graag in het team had.
Maar dan, net voordat de proeftijd van een maand verstreek, kwam zijn grote finale.
Hij diende zijn ontslag in.
Verbijstering alom. Hij was toch een topcollega? Een snelle leerling, een harde werker? Wat was het probleem? Te weinig salaris? Slechte werksfeer?
Nee, niets van dat alles.
“Ik weet het niet,” zei hij simpelweg, met een geheimzinnige glimlach.
En hij vertrok, met achter zich een team vol vraagtekens en een verse kop koffie in het vooruitzicht bij zijn volgende sollicitatiegesprek.

Deze column staat ook op metronieuws.nl

« Oudere berichten Recent Entries »