Tag Archives: Sons and Lovers

Kerst bij de familie Morel

Eén van mijn favoriete boeken is Sons and Lovers van D.H. Lawrence. Ik herinner me dat sommige passages zich rondom de kerstdagen afspelen, bijvoorbeeld die op pagina 88 van de Nederlandse vertaling. Na zijn vertrek naar Londen zou William met kerstmis vijf dagen thuis komen. Zijn moeder miste hem en zond hem iedere week een “een van haar openhartige, vaak geestige brieven”.

“Met kerstmis zou hij vijf dagen thuis komen. Nooit had ze zulke voorbereidingen getroffen. Paul en Annie stroopten het land af om hulst en groene takken te zoeken. Annie maakte op de ouderwetse manier mooie kleurige slingers. De provisiekast getuigde van een ongehoorde verspilling. Mevrouw Morel bakte een grote, schitterende cake. Trots leerde ze Paul hoe hij amandelen moest blancheren. Hij ontdeed de langwerpige noten eerbiedig van de velletjes en telde ze zorgvuldig om te voorkomen dat er een verloren zou gaan. Iemand vertelde dat eiwit op een koude plek eerder stijf werd. En dus stond de jongen in de bijkeuken, waar de temperatuur het vriespunt naderde, te klutsen en te klutsen tot hij opgewonden naar zijn moeder rende om haar te laten zien hoe het eiwit steeds witter en stijver werd.
‘Kijk toch eens, moeder! Schitterend hè?’
En hij balanceerde een vlokje op zijn neus en blies het toen in de lucht.
‘Verknoei het niet’, zei zijn moeder.
Iedereen was dol van opwinding. William zou op kerstavond komen. Mevrouw Morel keek haar provisiekast na. Daar stond de grote pruimentaart, dan nog een rijstcake en verder jamtaartjes, citroentaartjes, kerstgebakjes – twee enorme schalen vol. Met het bakken was ze klaar – ze had ook nog Spaanse taartjes en kaasgebakjes gemaakt. Het hele huis was versierd. De met glinsterende ballen versierde kroon van hulst en mistletoe draaide langzaam boven mevrouw Morels hoofd rond, terwijl ze in de keuken haar taartjes garneerde. In de haard loeide een machtig vuur. Er hing een geur van vers gebak. Hij kon er om zeven uur zijn maar hij zou wel te laat komen. De drie kinderen waren naar het station gegaan. Zij was alleen. Om kwart voor zeven kwam Morel. Man en vrouw spraken niet met elkaar. Hij ging in zijn leunstoel zitten, verlegen van opwinding, terwijl zij rustig verder ging met haar werk. Alleen haar zorgvuldige bewegingen verrieden hoe ontroerd ze was. De klok tikte verder.”