“Altijd op zoek naar woorden”

kongo02Afgelopen woensdagavond 26 juni bezocht ik in een interessante omgeving een interessante lezing. In de kelder van een galerie in Berlijn Schöneberg beantwoordde vertaalster Waltraud Hüsmert de vragen van de leden en vrienden van “Belgier in Berlin“, de club die deze avond organiseerde. Het overgrote deel van de vragen had betrekking op het vak  literair vertaler, maar er bleef voldoende ruimte over om iets te vertellen over haar vertaling van het boek „Congo“ van  de Vlaamse schrijver David Van Reybrouck. Dat boek werd in Nederland in 2010 onderscheiden met de Jan Greshoffprijs, de Libris Geschiedenis prijs en de AKO-literatuurprijs.

Hugo Claus, Willem Elsschot, Thomas Rosenboom, Hella Haasse,Willem Frederik Hermans. Dat zijn slechts enkele namen van schrijvers, wiens werken door toedoen van Waltraud Hüsmert (1951, Werdohl) ook in de Duitse taal verschenen. Sinds 1980 werkt zij als freelance vertaalster. In 2001 won zij de Vlaamse cultuurprijs voor haar volledige vertaaloeuvre en in het bijzonder voor de vertalingen van “De gruchten” en “Gedichten” van Hugo Claus. In hetzelfde jaar reikte de stad Münster haar de prijs voor Europese poëzie uit. Drie jaar later mocht ze de Martinus Nijhoff-prijs voor haar vertalingen van Nederlandse literatuur in het Duits in ontvangst nemen.

Vanavond staat Congo centraal. Congo, waar denk je dan aan? Die vraag stelt Pieter Smessaert, de presentator van deze avond, als inleiding aan het publiek. Zelf denk ik „dat was van de Belgen, wij hadden Indonesië“. Dat antwoord geef ik niet, maar ik luister naar de reacties van de Vlaamse bezoekers. „Het zwarte mannetje op de toonbank bij de bakker”. “En dat mannetje knikte ‘ja’”, vult iemand anders aan. “Inzamelen van zilverpapier” hoor ik. Het is duidelijk dat alleen al de naam van het Afrikaanse land de nodige nostalgische momenten oproept bij enkele Vlaamse bezoekers.

Nadat Waltraud Hüsmert een stukje uit het Duitse “Kongo” heeft voorgelezen, geeft de in Berlijn wonende vertaalster antwoorden op de vragen van de circa 25 gasten in deze  gemoedelijke ruimte onder de grond. Allereerst vertelt ze iets over haar voorbereidingen. Een vriendin van haar, die bij Artsen zonder Grenzen werkt, kon haar al het één en ander over het leven in Congo vertellen. Ze noemt ook een aantal  boeken die een belangrijke rol speelden bij het vooronderzoek zoals bijvoorbeeld “Kongo: Kriege, Korruption und die Kunst des Überlebens” van Dominic Johnson.
“Hij is Afrika-correspondent bij de TAZ (die tageszeitung) en schrijft ook uitvoerig op zijn blog over Congo (http://blogs.taz.de/kongo-echo/)”, aldus Waltraud Hüsmert. Daarnaast raadpleegde ze “Gott und die Krokodile: Eine Reise durch den Kongo” van Andrea Böhm. “Ook een zeer behulpzaam boek”. Böhm werkt voor het Duitse weekblad die Zeit en houdt op haar blog (http://blog.zeit.de/kongo/) de huidige ontwikkelingen in Congo bij. Ook “Der Kampf ” (The Fight, 1975 ) van Norman Mailer over het beroemde boksgevecht tussen Muhammad Ali en George Foreman in Kinshasa, las ze om zich een beeld te verschaffen. Het gevecht bekeek ze vervolgens ook op YouTube.  Zowel vóór als tijdens de vertaling las ze alle relevante teksten over Congo. Ze bestudeerde vooral boeken over dezelfde tijdsperiode als het te vertalen boek en boeken met dezelfde thema’s. “Soms ontbreekt voor een woord de passende Duitse vertaling. Dan helpt ook een woordenboek niet. En vaak stuit je dan opeens op het woord waarnaar je op zoek was. Soms vind je het ook plotseling in een krantenartikel. Eigenlijk ben ik altijd in arbeidsmodus. Altijd op zoek naar woorden”, aldus de succesvolle vertaalster.

Hoe functioneert tijdmanagement bij een boek van 800 pagina’s? Die vraag stelde Pieter Smessaert, die het hele gesprek zeer competent leidde en de vertaalster uitgebreid aan het woord liet. Waltraud Hüsmert lacht en vertelt dat dit lastig is om precies uit te drukken. Aan “Kongo” werkte ze een jaar, de vertaling van “Het verdriet van België” van Hugo Claus nam drieënhalf jaar in beslag. Eén jaar tijd voor de vertaling van “Congo”, dat is volgens zowel de presentator als veel mensen in het publiek erg kort.

In de zaal zitten veel mensen die zich met het vak vertalen bezighouden en dus regent het vragen over dit beroep. Vraag uit de zaal; heeft u dat boek aan de uitgeverij aangeboden of hoe gaat dat? Antwoord van de vertaalster; de opdracht komt van de uitgeverij en vaak loopt zoiets via literaire agenten. Het boek is gekocht en dan wordt er naar een vertaler gezocht. Nog een vertaalvraag; hoe ze zo goed Nederlands heeft geleerd. Antwoord van de vertaalster; ik heb Neerlandistiek aan de Universiteit van Berlijn gestudeerd en ik studeerde aan de universiteit van Leiden. “En ik heb heel veel gelezen natuurlijk”, voegt ze eraan toe. De vragen worden specifieker. Bijvoorbeeld, hoeveel woorden telde het boek? De vertaalster had veel vragen al van tevoren toegespeeld gekregen en kon antwoorden dat het er 245.000 waren.

Hoeveel boeken worden er per jaar vanuit het Nederlands naar het Duits vertaald? Waltraud Hüsmert spreekt over 25 boeken van Belgische auteurs en 35 van Nederlandse schrijvers, maar weet dit niet honderd procent zeker. Het lijkt nogal weinig. Het zouden er in ieder geval heel veel meer kunnen worden als Nederland en Vlaanderen in 2016 als gastland voor de Frankfurter Buchmesse optreden, laat de vertaalster weten. Beide landen hebben zich reeds kandidaat gesteld. De uitslag, die voor de Nederlandse en Belgische uitgeverijen natuurlijk van essentieel belang is, valt in oktober van dit jaar. In 1993 traden Nederland en Vlaanderen voor de laatste keer als gastland op van de beurs, die zich de grootste boekenbeurs ter wereld mag noemen. Zodra de uitslag bekend is, zal ik hiervan uiteraard op dit blog berichten*.

Terug naar de vragen. Wie controleert eigenlijk of een vertaling wel goed is, wil iemand weten. Waltraud Hüsmert:”Een vertaling wordt altijd gelezen door een lector van de uitgeverij. Deze persoon zet strepen bij passages die in zijn of haar ogen onduidelijk zijn en bij zinnen die niet goed lopen, zonder de brontekst te kennen.” Ook over het contact met de auteur van het te vertalen boek wordt kort gesproken. Net als bij al haar andere literaire vertalingen verliep dit ook bij David Van Reybrouck vlekkeloos en stond hij de vertaalster graag per email terzijde. Weer een vraag uit de zaal. Of ze momenteel al aan een ander boek werkt?  Een goede vraag, want ze is inderdaad al druk in de weer met de vertaling van het boek “Europa, Europa!” van Geert Buelens, een Vlaams dichter, essayist, columnist en hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Dat is weer hele andere koek dan “Congo”, omdat in “Europa, Europa!” de poëzie op de voorgrond staat. De ondertitel van het boek luidt “Over de dichters van de Grote Oorlog”.  Die Eerste Wereldoorlog speelt ook een belangrijke rol. Om die reden moet de vertaling namelijk in november al op tafel van de uitgeverij liggen. In het voorjaar van 2014, het jaar waarin de herdenkingsperiode van 100 jaar Eerste Wereldoorlog van start gaat, moet het boek immers verkrijgbaar zijn.

Bedrijven ontwikkelen steeds geavanceerdere vertaalprogramma’s. De Europese Unie in Brussel wil vaker gebruik maken van geautomatiseerde vertalingen en minder van vertalers. Voelt Waltraud Hüsmert  zich hierdoor bedreigd, vraagt iemand uit de zaal. “Voor vakboeken en vakteksten kan ik me voorstellen dat dergelijke automatische programma’s teksten vertalen, die later alleen nog gecontroleerd moeten worden. Maar ik ben überhaupt niet bang dat dit ook voor literaire teksten gaat gelden. Ik heb daar ook nog geen vooruitgang gezien bij de ontwikkelaars van dergelijke programma’s”, aldus Waltraud Hüsmert.

Tot slot vraagt iemand uit het publiek of de vertaalster een favoriete Nederlandstalige schrijver heeft, wiens werk ze zou willen vertalen? Ze heeft niet direct een lijstje paraat maar eentje kan ze wel noemen: “Theo Thijssen. Het mag misschien heel ouderwets klinken maar hij heeft vele Nederlandse schrijvers op één of andere manier beïnvloed. ‘Het grijze kind’, ‘Kees de jongen’ of ‘Het taaie ongerief’. Dat zijn prachtige boeken, die ik ook nog graag lees en die zou ik wel graag willen vertalen”. Wie weet.

Waltraud Hüsmert op Wikipedia

“Kongo” komt goed aan in Duitsland. Het eerste half jaar vlogen er al 22.000 exemplaren over de toonbank. De Duitse pers liet zich positief over het boek uit. Hieronder enkele recensies:

FAZ: Rohstoff für eine neue Weltordnung
Der Spiegel:  Jahrhundertbuch “Kongo”: Zerrspiegel der Weltgeschichte
NDR-Fernsehen: Kongo – Das Herz der Finsternis?
David Van Reybrouck won de “NDR Kultur Sachbuchpreis 2012”: bekijk de video met de toespraak van de auteur

Verwant onderwerp: Prijs voor Duitse vertaling van ‘Godenslaap’

* Nederland en Vlaanderen zullen in 2016 als gastland voor de Frankfurter Buchmesse optreden.

Advertenties

Prijs voor Duitse vertaling van ‘Godenslaap’

Erwin Mortier

Erwin Mortier

„U moet om dit gebouw heen lopen. Dan komt u bij de hoofdingang. Aan de linkerkant gaat het naar de rode salon, aan de rechterkant gaat het naar de groene salon“.

Dat vertelde de portier mij gisteravond, nadat ik de artiesteningang van de Volksbühne was binnengelopen, op weg naar de prijsuitreiking van de Else-Otten-Übersetzerpreis 2012 voor de beste vertaling vanuit het Nederlands naar het Duits. De winnaar was al bekend, namelijk Christiane Kuby, voor haar vertaling van Godenslaap, de roman van de Belgische schrijver Erwin Mortier, die in 2009 in Nederland met de AKO-literatuurprijs werd bekroond.

De portier had gelijk. Aan de rechterkant van het imposante theater, dat tussen 1915 en 1918 onder leiding stond van de beroemde regisseur Max Reinhardt, vond ik de ingang naar de groene salon, waar ik me door de entourage in het Berlijn uit de jaren 20 waande.

Volksbuehne

Theater de Volksbühne in Berlijn.

Rond half acht zwijgen de Duitse, Vlaamse en Nederlandse stemmen van het publiek om te luisteren naar presentator Jürgen Jakob Becker van het LCB (Das Literarische Colloquium Berlin). Hij kondigt als eerste spreker de heer Walter Moens aan, “Repräsentant der Flämischen Regierung”.

Volgens Becker is Walter Moens al goed op de hoogte van vertalingen, omdat hij hem een paar maanden eerder een lofrede over Waltraud Hüsmert hoorde afsteken, die destijds een prijs voor de vertaling van een boek van David Van Reybrouck won. Walter Moens begint zijn rede met enkele Nederlandse zinnen maar schakelt rap over naar het Duits, de voertaal van deze avond. Hij bedankt het Nederlandse Letterenfonds en het Vlaamse Fonds voor de Letteren voor het wederom uitreiken van de tweejaarlijkse Else-Otten-Übersetzerpreis.

Christiane Kuby

Christiane Kuby neemt de prijs in ontvangst (excuses voor de slechte kwaliteit van de foto)

Daarna legt hijals literatuurliefhebber uit dat het tien jaar geleden was dat hij voor de eerste keer een boek van Erwin Mortier in de Duitse taal kon lezen. Destijds stelde de schrijver in het Literaturhaus in Wenen zijn romandebuut Marcel in de Duitse vertaling voor. Een vertaling die Waltraud Hüsmert voor haar rekening nam. Moens vertelt verder dat hij als gepassioneerd lezer van Mortiers boeken blij is met de keuze van Godenslaap.

“Zijn fijngevoeligheid, zijn nuancering, de afstand maar ook de diepe verbondenheid, de rijkdom aan klanken, de drang naar schoonheid, het zeer persoonlijke maar ook maatschappelijke en historische in zijn werk. Met name in Godenslaap komt deze rijkdom volop tot zijn recht. De komende jaren herdenken we veelvuldig de Eerste Wereldoorlog. Ook Godenslaap is daarbij een belangrijk boek,” aldus Walter Moens.

Walter Moens

Walter Moens, “Repräsentant der Flämischen Regierung”

Vervolgens betreedt vertaalster Waltraud Hüsmert in de hoedanigheid van jurylid het podium. In 2008 won zij de Else-Otten-Übersetzerpreis voor haar vertaling van de roman Het verdriet van België (Der Kummer von Belgien) van Hugo Claus. De vertaalster leest het juryrapport voor en spreekt de hoop uit, dat het niet te saai overkomt. Saai is het allerminst, het is bijzonder informatief. Ik weet nu bijvoorbeeld dat alle in 2010 en 2011 verschenen vertalingen van romans, verhalen, literair – wetenschappelijke boeken en essays voor de prijs in aanmerking kwamen. Er waren meer dan 110 titels, waarmee de aanwezigheid van Nederlandse en Belgische literatuur op de Duitse markt nog eens werd onderstreept. Het aantal vertalers en vertaalsters bedroeg 51.

Na een aantal schiftingen kwam de jury uit op 10 titels en 6 vertalers en vertaalsters. Zowel de taalkundige kwaliteit als de kwaliteit van het vertalen werd intensief en kritisch beoordeeld. Uiteindelijk was de jury het er unaniem over eens om Christiane Kuby met de Else-Otten-Übersetzerpreis te onderscheiden voor de vertaling van Godenslaap van Erwin Mortier. De winnares is geen onbekende in de literaire vertalerswereld. In ruim 20 jaar tijd vertaalde zij onder andere boeken van bekende schrijvers zoals Jeroen Brouwers, Carl Friedman, Kader Abdolah,  Leo Pleysier en P.F. Thomese, om er maar een paar te noemen

Dan is het woord aan de Duitse schrijfster/journalist/literatuurcriticus Elke Schmitter, van wie ook al boeken naar het Nederlands zijn vertaald. Als jurylid van het Duitse vertaalfonds heeft zij de moeilijke opgave om de vele vertalingen te beoordelen. Dat kan ze echter bijzonder goed. Schmitter was ook onder de indruk van de boeken van Mortier. Toen de organisatie daar weet van kreeg, lag het voor de hand haar uit te nodigen om het laudatio uit te spreken. Dat doet ze dan ook op een prachtige, literaire wijze.

Elke Schmitter

Elke Schmitter spreekt het laudatio uit.

Na de mooie woorden van Elke Schmitter is het de Belgische schrijver Erwin Mortier zelf die de circa 60 aanwezigen toespreekt, in het Engels. ‘Ik hoop niet dat ik klink als een Engelsman die probeert een Duitse toerist te imiteren, die probeert Engels te spreken’, begint hij zijn betoog. Vervolgens spreekt hij vol lof over het vak van literair vertalen en over ‘zijn’ vertaalsters. Vóór hij zich geheel aan het schrijven wijdde, vertaalde hij ook en dus kent hij het klappen van de zweep.

Hij vertelt verder dat hij zijn vertaalster Christiane Kuby deze avond voor de eerste keer in levende lijve ontmoet. Natuurlijk hebben zij wel al erg veel e-mails met elkaar uitgewisseld, zodat de vertaalster precies wist wat hij in zijn roman bedoelde. Na het optreden van Erwin Mortier wordt het publiek door Christiane Kuby getrakteerd op een passage uit Götterschlaf. Tot slot mag de in Amsterdam wonende vertaalster onder een hartelijk applaus haar welverdiende prijs in ontvangst nemen, waarvoor de jury € 5.000 beschikbaar had gesteld.