Zomeravond

In Berlijn komt vandaag een bonte groep mensen bij elkaar om het einde van de coronapandemie te vieren, terwijl het aantal corona-besmettingen in Duitsland dagelijks toeneemt. De idiotie viert hoogtij, schreef ik op Twitter, want het is natuurlijke een bizarre vertoning.

De situatie doet denken aan de man die van zijn zomeravond geniet en niet wil inzien dat het regent. Dat ontkent hij gewoon. Het is droog, basta. Over die man schreef ik ooit het volgende stukje:

A- Een echte zomeravond, hè?
B- Ja, lekker warm, biertje erbij, hééérlijk.
A- Zal ik er dan nog één voor je halen, schat?
B- Hééérlijk
A- IK dacht dat ik net wat voelde.
B- Wat dan?
A- Nou, een druppel. Voel maar.
B- Kan niet. Het blijft vanavond droog.
A- En die lucht dan? Kijk, het wordt ook al benauwder.
B- Hypnose. Het is heerlijk weer, kijk maar in de krant.
A- Oh ja, je hebt gelijk. Ik dacht echt dat ik iets voelde.  Stom hè?
B- Ach, heb ik ook wel eens.
A- Hee, nu voelde ik toch echt iets.
B- Ja natuurlijk, het giet.
A- Kijk dan naar die stenen. Moet je zien!
B- Wel ja, de krant zegt zomaar wat. Nee, verbeelding.
A- Maar kijk dan naar die krant! Helemaal doorweekt!
B- Ach. Hier, zie je, ik kan nog gewoon de krant lezen.
A- Ik ben kletsnat. Het begint zelfs te onweren. Kom, snel naar binnen.
B- De kracht van de verbeelding.
A- Jezus, doe even normaal man. Je bent zeiknat en morgen  doodziek..
B- Heerlijke avond hè?
A- Toe nou. Kom nou binnen!
B- Zullen we dansen?
A- Wat?!
B- Allemaal verbeelding schat. De wereld van de verbeelding.
A- Je bent gek.
B- Naar binnen vluchten is vluchten voor de werkelijkheid. Kom, gaan we dansen.
A- Maar de buren. Die denken dat…
B- Gevlucht komen ze tot een erectie,  loerend, achter het raam dat bevestigend tikt.
A- Wááát?!
B- Kom nou maar.
A- Is het normaal dat ik denk tot m’n enkels in het water te staan?
B- Precies! Je voelt ’t alleen.
A- M’n schoenen soppen.
B- Mijne ook. Heerlijk hè? I’m sopping in the rain, I’m…
A- Hé, niet zo hard. De buren.
B- Waar?
A- Volgens mij achter dat kleine gordijn.
B- Maar de buren denken dat ’t regent.
A- Nou?
B- Het regent niet. De verbeelding is voelen en ik voel  de regen. Jij ook?
A- Ja, ik ook.
B- Oké. We are sopping in the rain.
A- We are sopping in the rain.
B- La la la la la la
A- La la la la ……