Für einen Kuss von Dir

De postbode had gisteren geen zin om aan te bellen en te wachten. Hij lag al een halve dag achter op zijn schema en dus vond ik gisteren een kaartje in mijn brievenbus. Op dit afhaalbericht las ik dat ik de volgende dag vanaf 11:00 uur een voor mij bestemde aangetekende brief kon ophalen. Ik schrok. Aangetekende brieven betekenen doorgaans niets goeds. Ik zag incassobureaus, de belastingdienst en andere verschrikkelijke  instanties die geld van mij wilden hebben.

Vandaag liep ik om 11:00 uur naar het Postbank filiaal bij mij om de hoek, volgens Google Maps op 300 meter afstand. De rij was klein en na vijf minuten wachten was ik aan de beurt. De dame van de Postbank nam het afhaalbericht in ontvangst en liep naar achteren. Na wederom vijf minuten keerde ze hoofdschuddend terug, met mijn kaartje nog steeds in haar hand. Dat beloofde niet veel goeds.
“Ik dacht het wel”, zei ze.
Ik keek haar verbaasd aan en haalde mijn schouders op.
“De aangetekende brief?”, vroeg ik.
“Kijk”, zei ze en wees op het op de kaart vermelde adres.
“Hallesches Uffer 60, daar moet u zijn.”
Dus toch, dacht ik. Dat adres had ik natuurlijk ook al gelezen, maar er stond ook, dat de brief “in mijn filiaal” klaar zou liggen. Het filiaal aan de Hallesches Ufer ligt 2,5 kilometer van mijn woning verwijderd (leve Google Maps) en beschouwde ik niet als mijn filiaal.
“Dat is op 2,5 kilometer van mijn woning, ik woon hier om de hoek”, vertelde ik de dame van de Postbank.
“Uw brief ligt hier niet, u moet naar Hallesches Ufer gaan, ”, zei ze nu lichtelijk geïrriteerd.
“Maar ik woon hier om de hoek. Is dat niet raar?”
“Hallesches Ufer mijnheer, begrepen?”
Ze wilde me niet vertellen waarom mijn brief hier niet lag. Tegenover de klant die voor mij aan de beurt was gedroeg ze zich ook al als een bitch. Ze had duidelijk geen zin om vandaag te werken, om wat voor reden dan ook.
“Problemen thuis?”, vroeg ik niet. Ik vroeg niets meer en besloot richting Hallesches Ufer te vertrekken. De planning van mijn zaterdag viel hierdoor weliswaar in duigen, maar ik wilde nu ook weten van wie die brief afkomstig was.  Twee U-Bahnstations verderop, bij Möckernbrücke, verliet ik een kwartier later de metro en zag het enorme Postbank gebouw al opdoemen. Ik was vastbesloten om hier niet alleen mijn brief op te halen maar ook om opheldering te vragen.
“De volgende, alstublieft”.
“Goedemorgen. Ik kom om……kijk. Op deze kaart staat dat ik hier een brief kan ophalen. Ik woon aan de Gneisenaustrasse, met om de hoek een Postbank filiaal.
“Ja, bij de Bergmannstrasse, klopt”, zei de man. Hij bleek goed op de hoogte van de locaties van de andere Postbank filialen.
“Daar was ik ook en nu blijkt mijn brief hier te liggen, althans, dat vertelde een enorme chagrijnige dame mij. Een collega van u.”
De man lachte. Hij was in een zeer goed humeur.
“Dat klopt’, zei hij lachend.
“Maar..uh…dat is toch raar?”
“Ja, dat is niet alleen raar, eigenlijk ook belachelijk”, zei de man. “Maar dat komt door de postcode. Het systeem bij de Postbank bepaalt dat een brief met uw postcode, hier afgehaald moet worden.”
“Maar ik heb wel eens een pakje opgehaald, ook met zo’n kaart, en dat was bij mij om de hoek. Hier ben ik nog nooit geweest.”
“Ook dat klopt, mijnheer. Dat gaat dan via DHL en dat bedrijf werkt weer met een ander systeem. Dan kan het goed zijn dat uw pakjes bij u om de hoek worden afgeleverd en sommige brieven hier.”
Ik was sprakeloos. De Postbank-man gebruikte dat moment om mijn brief te zoeken. Waarom wordt zo’n systeem dan niet aangepast, vroeg ik me af, maar behield de vraag voor mezelf. De man achter het loket had wel wat anders te doen dan samen met mij een gesprek te voeren over de mankementen van het systeem bij de Postbank in Berlijn. Ik legde mijn paspoort klaar en zag dat de man terugkeerde. Hij had een enveloppe in zijn hand en gelukkig geen bekende blauwe enveloppe uit Nederland.
“En dan hier even een krabbeltje. En dan een prettig weekend”.

Ik wenste hem ook een prettig weekend en besloot om snel die enveloppe open te maken. De planning van de dag lag al in duigen, zou de inhoud van de brief nog meer kapot maken?
“Für einen Kuss von Dir”, las ik als eerste. Het was mijn toegangskaart voor de voorstelling van Herman van Veen, volgende week donderdag. Ik haalde opgelucht adem. Geen schuldeisers maar “Für einen Kuss von Dir”. Deze dag kon niet meer kapot.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s