Underground met “Klaus der Zeitungsmann”

De afgelopen dagen keken ze me al smekend aan. Ik schudde iedere keer mijn hoofd als ik ze zag liggen, de nog naar waspoeder ruikende joggingbroek en de sportieve joggingschoenen met opgedroogde stukjes aarde van enkele weken oud. Ze hadden gelijk, ze moesten maar weer eens in beweging komen, net als ik. Maar het was gewoon te koud de afgelopen dagen.  Vanochtend zag ik broek en schoenen er weer zo keurig maar treurig bij liggen, dat ik zwichtte en dacht „oké, dan gaan we maar“. Een beetje beweging is ook niet slecht. En dus hees mijn lichaam zich in de broek, zochten mijn voeten de schoenen en volgde ik om de boel in beweging te zetten. We zetten koers richting het oude vliegveld Tempelhof, dat hier op steenworp afstand vandaag ligt. De start-en landingsbanen waren sneeuwvrij, de rest van het enorme terrein was bedekt met een dun laagje sneeuw. Het eerste wat me opviel, was dat de twee vliegtuigen bij het hoofdgebouw niet meer op hun vaste plek stonden. Al sinds ik hier loop, dat is ruim een half jaar, stonden die vliegtuigen op dezelfde plaats en al sinds ik hier loop vroeg ik me iedere keer af, zouden die vliegtuigen ooit worden verplaatst of zelfs nog een keer opstijgen? Opgestegen waren ze volgens mij niet, want ik zag ze honderd meter verderop staan. “Ze zijn verplaatst”, riep ik tegen een andere jogger en wees naar de plek waar de vliegtuigen eens stonden. De andere jogger, eentje met een baard en een zwarte capuchon over zijn hoofd getrokken, wees met zijn wijsvinger op zijn voorhoofd en liep snel verder. Ik liep ook verder en behield het nieuws voor mezelf.

Na de grote bocht blies opeens een ijskoude wind in mijn gezicht. M’n neus leek langzaam te bevriezen en het zicht nam met de minuut af. Zo moet iemand zich voelen als hij in een strenge winter de laatste meters van de Elfstedentocht aflegt, ging het door me heen. Ook dacht ik, het was beter geweest een muts mee te nemen en afstand te nemen van de gedachte, dat joggen met een muts een teken van zwakte is. Gelukkig naderde de volgende bocht en had ik de wind weer in de rug. Wat een verschil! Ik kwam op adem en dacht opeens aan gisteravond. Dat gebeurt wel vaker tijdens het joggen, dat opeens herinneringen of gedachten aan de toekomst opdoemen. Geen idee waarom. Gisteravond maakte ik kennis met “Klaus der Zeitungsmann”. Hier in de buurt van de Bergmannstrasse bezoek ik vaker dezelfde cafetaria, omdat je er alle actuele Duitse tijdschriften kunt lezen en de eigenaar buitengewoon sympathiek is. Bovendien kun je er voor weinig geld goed eten. Kortom, redenen genoeg om hier vaker te komen. Gisteren stelde de eigenaar mij voor aan Klaus der Zeitungsmann. Klaus zat in een hoek. Hij droeg een baard en een hoed, iets wat bij mij direct de nodige weerstand opwekt. Mensen met hoeden en baarden zijn in negen van de tien gevallen artistieke egotrippers,waarbij het woord artistiek enkel en alleen betrekking heeft op de manier van egotrippen. In Nederland was ooit een minister met een hoed, herinner ik me nog. Hij droeg die hoed, omdat hij cultuur in zijn portefeuille had en op die manier de wereld der kunsten wilde binnensluipen, een wereld waar politici net zo weinig te zoeken hebben als eekhoorns in een aquarium of,waarom ook niet, speedboten in een woestijn. Waarom verruilde hij die hoed niet voor een zware rugzak met gekafte schoolboeken? Hij had toch ook Onderwijs in zijn portefeuille? Genoeg over deze minister en zijn hoed, terug naar Klaus.

“Hij verkoopt illegaal nieuws”, vertelde de eigenaar van de bar me. Ik keek hem verbaasd aan en herhaalde zijn woorden, om er zeker van te zijn dat ik hem wel goed had verstaan. Ja, Klaus was één van de bekendste journalisten van underground Berlijn en had een ware cultstatus.
“Hij is het antwoord op internet”, ging de barman verder. “Hij verkoopt echt goed. Iedereen wil het nieuws van Klaus hebben. Niemand weet precies waar hij het nieuws vandaan haalt. Google biedt in ieder geval geen uitkomst. En toch blijkt zijn nieuws altijd weer waar te zijn en ook waardevol.”
Ik liet mijn vooroordeel over baarden en hoeden vallen en liep naar de hoek van het restaurantgedeelte, naar  Klaus. Dat klonk goed. Een journalistieke undergound cultuur in Berlijn. En het was waar, Klaus was bezig met iets unieks, ik was getuige van een kleine revolutie.
“Maar ik kan je pas inwijden als we elkaar beter kennen.”  Ja, dat had Klaus gezegd. Dat herinnerde ik me nog.  Vanavond zouden we verder praten. Raar dat dit me allemaal te binnenschoot,  terwijl mijn lichaam zich door de ijzige kou op een voormalig vliegveld voortbewoog. Een half uur later stond het lichaam onder een dampende hete douche en was tevreden over gedane zaken. Ik ook. Je voelt je opeens weer fitter. Ik voelde me zelfs zo fit, dat ik het niet kon laten deze column te schrijven. Voor wie? Voor Allard van Gent, kan ie op zijn blog zetten. Oh ja, wat Klaus betreft, dat verhaal wordt natuurlijk vervolgd.  Alleen niet op dit blog. Underground is underground en dat is ook goed zo.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s