Toeval of niet

De vraag of iets, dat toevallig gebeurt, wel toeval is, wordt vaker gesteld dan ooit. Ik kan het niet laten om,hoe flauw het ook moge klinken, me dan af te vragen of dat ook geen toeval is. Voor mij was het een gelukkig toeval dat ik in een Duitse bibliotheek een boekje vond, dat voor mij tot de persoonlijke categorie bijzondere mooie boekjes behoort. Mijn verzameling bijzonder mooie boekjes is beperkt en ik was dan ook meer dan verrast om in Berlijn een bijzonder mooi Nederlandstalig boekje te vinden. Eerder vond ik al een Nederlandstalig boek van Remco Campert in deze Amerika Gedenk Bibliothek. Dat was ook een vorm van toeval maar niet echt toevallig. Ik wist namelijk al dat de bibliotheek Nederlandstalige boeken in de schappen had staan.  Evenmin was dat het geval bij een boek van Cees Nooteboom, wiens werk ik net zo bewonder als het werk van Remco Campert. Je kunt zeggen, beide schrijvers behoren tot mijn categorie favoriete schrijvers, hoewel het eigenlijk dichters zijn. Toevallig, daar gaat ie weer, ga ik in februari naar een lezing van Cees Nooteboom en toevallig vond ik laatst zijn allereerste dichtbundel „De doden zoeken een huis“ in mijn papieren chaos.

Dit stukje gaat erg op een column lijken en dus zie me nu genoodzaakt om to the point te komen, om bekend te maken welk bijzonder mooi boekje ik in de bibliotheek vond. Het boekje, dat zo licht is als een veertje en kleiner is dan een normale enveloppe, heeft in de uitgave van de bibliotheek een spierwitte omslag met twee klein geschreven namen erop, waartussen een pijltje in twee richtingen staat. Dat ziet er dan zo uit: Remco Campert ↔ Cees Nooteboom. Sla je het boekje open, dan staat op een mat witte bladzijde precies hetzelfde. De volgende twee pagina’s zijn blanco. Ik weet niet of dit met opzet is gedaan,maar ik vind het wel passen. De stilte voor de poëzie. Misschien is het ook toeval.

Ik sla om en nu wordt het spannend. Wederom beide namen, maar nu staat er een titel onder, in het Nederlands én in het Duits: Over en weer / Hin & Her. Ook de ondertitel is tweetalig: Gedichten als brieven /Gedichte als Briefe. En dan tot slot: gedichten tussen Iviers, Amsterdam en San Luis en Gedichte zwischen Iviers, Amsterdam und San Luis. Helemaal onderaan staat „Kleinheinrich“. Eerlijk gezegd wis ik niet waarom dat daar stond. Een kort Google-moment leerde  me dat dit de naam van de uitgeverij is. Heerlijk om te zien dat de uitgeverij zich enkel en alleen bescheiden met de naam onderaan op de pagina ophoudt. Toeval?

En dan sla ik weer een pagina om en beland midden in het eerste gedicht van Remco Campert aan Cees Nooteboom. Ik lees het nog niet, omdat ik nu al zie dat het erg mooi is. Ik wacht op een mooi moment om volop te genieten van een briefwisseling in gedichten tussen twee grootmeesters. Daarna kan ik het boekje nog eens helemaal in het Duits lezen, want van ieder gedicht staat op de rechterbladzijde een vertaling naar het Duits, gemaakt door Ard Posthuma. Dit is wederom een grootmeester op het gebied van vertalen. Hij vertaalde niet alleen veel gedichten van Cees Nooteboom naar het Duits, ook werken van onder andere Martinus Nijhoff, Gerrit Kouwenaar en Jan Jacob Slauerhoff verschenen door zijn toedoen in de Duitse taal. Dat juist hij de briefwisseling tussen de dichters vertaalde, dat lijkt me geen toeval.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s