Theater op het water

Zaterdag 9 maart. Rond 16:00 uur dalen de eerste sneeuwvlokken neer op Berlijn. Het aantal sneeuwvlokken neemt snel toe. Twee uur later rij ik in een spookachtige sfeer richting Potsdam. Onderweg zie ik oranje strooiauto’s, blauw licht van nauwelijks zichtbare politiewagens en alarmlichten van auto’s die om wat voor reden dan ook aan de kant staan. Een nieuwslezer op de radio vertelt me dat het ’s nachts gaat vriezen en de wegen verraderlijk glad kunnen worden. Kortom, de minst ideale weersomstandigheden voor een avondje theater in het theaterschip in Potsdam. Op het programma staat de theateruitvoering van Woody Allens film “Play it again, Sam“, bewerkt door regisseuse Paula E. Paul. Tot overmaat van ramp besluit de dame van mijn navigatieapparaat er ook mee op te houden en blijft in de buurt van Potsdam herhalen “Neuberechnung im Gang”. Toch parkeer ik tegen 19:00 uur heelhuids mijn wagen in de parkeergarage van supermarkt Kaufland, onderdeel van de stationspassage, die mij aan Hoog-Catharijne in Utrecht doet denken. Bij een drogisterij koop ik nog snel een paraplu voor € 2,99  en loop dan het gebouw uit.

Opeens twijfel. Hoe laat sluit die supermarkt? Kan ik mijn auto dan nog wel ophalen? Ik loop een andere ingang van de parkeergarage in en stoor een bewaker bij het bekijken van de beelden van de bewakingscamera’s. Theoretisch kan ik mijn auto nog wel bereiken, vertelt hij mij. Dat  klinkt niet echt overtuigend.
“Maar dat is vrij ingewikkeld. U moet dan onder de passage door, vervolgens over een soort brug en dan door een aantal deuren.”
Ik knik.
“Ik neem aan dat die weg gewoon is aangegeven?”, vraag ik nog.
Hij lacht.
”Nee, mijnheer, die is niet aangegeven.”
Ik twijfel. ’s Nachts mijn auto niet kunnen vinden, daar heb ik geen zin in en ik besluit snel terug te lopen om een andere parkeerplaats te zoeken. Ik stap in mijn auto en rij een soort koker in, richting  “-1”, precies zoals de bewaker vertelde. Daarna sla ik links af en sta weer op de plek waar ik net vertrok. Ik probeer het opnieuw maar sla niet links maar rechts af. Ik kijk om me heen en zie dat ik me op een soort snelweg in een enorme parkeergage bevind, een ondergronds parkeerdorp. Links, rechts, voor en achter, overal witte strepen van de parkeervakken en nauwelijks auto’.s Ik rij over kruispunten, neem een rotonde en heb geen idee waar ik ben. Ik zie dat ik het supermarkt gedeelte inmiddels heb verlaten. In de buurt van een betaalautomaat parkeer ik mijn auto en loop door een zij-uitgang naar buiten, de sneeuw tegemoet. De helft van mijn net aangeschafte paraplu waait bij het openklappen in een boom. “Goedkoop is duurkoop”, hoor ik niemand zeggen. Ik zie de lampjes in de mast van de theaterboot en loop in een stevige pas met een halve paraplu naar mijn doel, een leuk avondje theater op het water. Eenmaal bij de boot aangekomen neem ik de trap naar boven, dan de trap naar beneden en sta opeens in een gezellig, bruin scheepscafé. Ik ben nog op tijd, drink een kop koffie en als beloning voor gedane zaken een glas rode wijn. Precies om acht uur klinkt de scheepsbel en gaan de deuren naar de theaterzaal open. Het spel kan beginnen.

Aan de linkerkant van deze langwerpige ruimte onder in het schip staan twee lange rijen met stoelen. Aan de rechterkant zijn de 2 acteurs en 2 actrices op de onverhoogde podiumdelen met drie draaistoelen in de weer. Uit de luidsprekers klinkt “Just the two of us”. De toneelspelers draaien aan de stoelen, kijken in spiegels die voor de patrijspoorten hangen en vouwen steeds weer keurig handdoeken, die ze om de leuning van de stoelen hangen en er dan af slaan. Vervolgens beginnen ze weer met vouwen. Het geheel oogt als een kapperssalon, maar ik heb geen idee waarom ze dit doen en wat een kapperssalon met het theaterstuk te maken heeft. Later lees ik in een recensie dat ik niet de enige ben die deze scene niet begrijpt. Ik neem plaats op de voorste rij, op nog geen halve meter afstand van het podium. Door de geringe afstand lijkt het of je als publiek ook deel uitmaakt van de voorstelling. Een intieme sfeer in een bijzondere ruimte.

Na de scenes in de kapperssalon begint het het theaterstuk net als bij Woody Allen met een stukje uit de film Casablanca. Rudiger Braun alias Humphrey Bogart  neemt ook de rol van Allans beste vriend Dick voor zijn rekening. Stefan Reschke, de acteur die Woody Allen speelt, lijkt in de verste verte niet op Woody Allen. Dat hoeft natuurlijk ook niet. Hij oogt wel wat onhandig met zijn professor-brilletje en platgestreken haren. Hij is tekstvast maar het ontbreekt aan mimiek, aan de typische Woody Allen bewegingen. Die mis ik. Daardoor wordt er maar weinig gelachen tijdens de voorstelling. Opvallend is dat vrijwel alle dialogen letterlijk uit de film stammen. Enkele scenes worden door een gitaar spelende actrice van muziek voorzien. Aangezien ik de film een dag eerder nog had bekeken, valt het mij op dat enkele teksten zijn aangepast. Bijvoorbeeld als er over een mogelijke vrouw voor Allan wordt gesproken, eentje met een mooi figuur, een flinke boezem en blond haar. De persoon die ze voor ogen hebben is echter niet zo intelligent. Wat ze doet, vraagt Allan. In de film luidt het antwoord dat ze astrologe is, vanavond op de boot is ze danseres in een kooi. Zou de regisseuse gevreesd hebben dat er een astrologe in de zaal zou zitten? Het zou zo maar kunnen, zou Youp van ’t Hek schrijven.

De beste acteerprestatie leverde in mijn ogen Karen Schneeweiß in de rol van Linda. Ze straalde de Linda uit die we uit de Woody Allen film kennen. Actrice Anke Orschinack speelde meerdere rollen zoals een danseres in glitterjurk, Sharon, de assistente van de fotograaf en ook de rol van de ex-vrouw van Allan viel haar ten deel. Ze zette de personages duidelijk neer, maar ze “leefden” niet, de vonk kwam niet over. Dat neemt niet weg dat het een leuke avond was met een gezellig publiek en acteurs die toch in hun vrije tijd repeteerden en veel tijd en energie in het theaterstuk hebben gestopt. Dat vind ik altijd al lovenswaardig. Op weg naar de parkeergarage loop ik door een koude sneeuwregen en realiseer me dat mijn halve paraplu nog op de boot ligt. In de parkeergarage vind ik na drie keer in de verkeerde lift te hebben gestaan eindelijk mijn auto. Op de radio hoor ik berichten over ongelukken door gladheid. Heel voorzichtig verlaat ik Potsdam en rij vervolgens nog voorzichtiger een wit Berlijn tegemoet. Een prachtig slot.

Foto’s van de (eerdere) voorstelling

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s