‘Een literaire sensatie’

Erwin Strittmatter (1992). Bron Wikipedia via www..foto-prust.de

Erwin Strittmatter (1992). Bron Wikipedia via http://www..foto-prust.de

De dagboekaantekeningen uit de laatste 20 levensjaren van Erwin Strittmatter zijn een literaire sensatie. Zo luidt de eerste zin van een artikel dat gisteren in de Märkische Allgemeine (MAZ) verscheen. De kop ‘Een literaire sensatie’ trok mijn aandacht.

Eerst naar Wikipedia surfen om te zien wie Erwin Strittmatter (14/08/1912 – 31/12/1994) eigenlijk is. De man was een Sorbisch-Duitse schrijver die in het Duits schreef. In de DDR behoorde hij tot de bekendste schrijvers. De Sorben zijn een West-Slavisch minderheidsvolk in het oosten van Duitsland in de deelstaat Saksen en Brandenburg. Ze leven in een gebied dat 80 kilometer ten zuidoosten van Berlijn ligt.

Na de bovenstaande Wikipedia-alinea ter introductie is het tijd het artikel verder onder de loep te nemen. Waarom gaf de redactie van de MAZ het stuk de titel ‘Literaire sensatie’ mee? Die vraag zou ik graag beantwoord willen zien. Allereerst lees ik dat de dagboekaantekeningen betrekking hebben op de innerlijke vrijheid van een persoon die zich tot het einde van de DDR-tijd naar buiten toe uitgaf als partijaanhanger van de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED). De aantekeningen vormen volgens het artikel echter ook een diep aangrijpend document, omdat hier een woordvoerder schrijft wat hij dacht maar wat hij tijdens de dictatuur niet durfde te zeggen.

Erwin Strittmatter woonde in een bescheiden huis in het merenlandschap van Mark Brandenburg. Tijdens eenzame dialogen wisselde hij van gedachten over moeilijke thema’s die hij als politiek correcte identificatiefiguur in het openbaar onverzettelijk uit de weg ging. Volgens het artikel zou in een vrij land iedere journalist precies deze vragen hebben gesteld, die hij met de hand geschreven in 249 schriftjes (A-6 formaat) zelf beantwoordde. Over de mate van ideologische verblinding, die zijn werken tot in de late jaren zestig als agitator, schrijver en functionaris bepaalde, was hij bij nader inzien zelf geschokt. Uitgeefster Almut Giesecke leverde de teksten en de talrijke opmerkingen met informatie en achtergronden.

Om deze ‘literaire sensatie’ te kunnen lezen is enige kennis over de DDR onontbeerlijk. Het is bijvoorbeeld niet toevallig dat juist de Märkische Zeitung veel aandacht aan de dagboekaantekeningen besteedt. Immers, de MAZ is ontstaan uit de Märkische Volksstimme, een krant die fungeerde als SED-orgaan van het district Potsdam. Pas in 1989, na de val van de muur, werd de krant steeds onafhankelijker van de SED. Daarom geef ik in deze bijdrage zo nu en dan een noodzakelijke toelichting.

Bijvoorbeeld bij de West-Duitse dichter en zanger Wolf Biermann, die ook in het artikel ten tonele wordt gevoerd. Hij verhuisde in 1953 vanuit Hamburg naar de DDR en richtte zich zeven jaar later in zijn optredens meer en meer tegen de partijdictatuur. In 1976 werd Biermann uiteindelijk uit de DDR verbannen. En nu pak ik het artikel weer op, waarin staat dat na die verbanning van Wolf Biermann, die door Strittmatter een ‘domme schreeuwlelijk’ werd genoemd, veel DDR-kunstenaars hun kritiek naar buiten brachten. Ze namen daarbij de consequenties op de koop toe.

Strittmatter bracht zijn breuk met de DDR niet in het openbaar naar buiten. Zijn terughoudendheid legde hij uit als wijsheid en discipline. Daarbij beriep hij zich op mystici, Hermann Hesse en het taoïsme maar gaf hij ook aan dat hij persoonlijke nadelen vreesde. Hij meende dat hij op die manier zijn eigen ‘werk’ moest dienen. De politiek actieve samenleving, zo verachtelijk hij deze ook vond, hoopte hij met zijn autobiografische proza ‘te poëtiseren’. Zijn uitgesproken voorliefde voor meren, jaargetijden, vogels en de vergankelijkheid van de natuur diende voor hem als een bron waar hij veel kracht uit putte.

Strittmatter ligt in 1975 min of meer met zichzelf overhoop vanwege het feit dat hij zich na de Tweede Wereldoorlog ‘uit boetvaardigheid’ door de ideologie van het communisme liet meenemen. Dat kostte hem dertig waardevolle jaren. Het liefste wil hij uit de SED, die hij vaak alleen ‘de sekte’ noemt, stappen. Die stap waagde hij pas in 1990, als de partij geen staatspartij meer is.

Dat Strittmatter vóór 1945 als politie-opperwachtmeester bij een onder de SS vallend politieregiment een andere ideologie diende en tot politie-opperwachtmeester werd gepromoveerd, daartegen weert hij zich in zijn dagboeken niet. Of en hoe hij hierover schrijft, dat doet de redacteur van het artikel niet uit de doeken. Wel vermeldt hij dat in 2008, 14 jaar na zijn dood, een verhitte discussie ontstond over in hoeverre de romancier zelf bij oorlogshandelingen betrokken was en of hij zijn kennis over concrete moordpartijen onder de bevolking, die hij gehad moet hebben, niet in de doofpot had  gestopt en verdrongen had.

Had Strittmatter zich echter kritisch tegen de SED-leiding opgesteld, dan zou zijn gedocumenteerde carrière vóór 1945 wellicht propagandistisch zijn misbruikt. Zou hij daarom zich naar buiten toe altijd hebben aangepast? Dat is een interessante vraag die de lezer hier krijgt voorgeschoteld.

Op 27 november bezoekt de populaire schrijver het Deutsche Theater in Berlijn waar het stuk ‘Das Schitzbad’ van Vladimir Majekowski wordt opgevoerd. Hier dringt zich een persoonlijke herinnering bij Strittmatter op: “Het stuk speelde rond 1960 al op de Volksbühne. Destijds was ik secretaris bij het verband voor schrijvers. Ik achtte het stuk politiek gezien voor gevaarlijk en verliet voor het slotapplaus mijn loge. In een andere loge zat Lotte Ulbricht. Ze volgde mijn voorbeeld. In de foyer sprak ze mij aan. Ze wilde weten wat ik van het stuk vond.  ‘Het richt zich tegen ons’, zei ik.” Nu, bijna 20 jaar later, argumenteert Strittmatter als een dissident. Hij geloofde niet in het kunnen wegwerken van zwakke punten binnen het socialisme, spreekt over inherent “ingekankerd kwaad dat tot de ondergang van de maatschappelijke vreugde leidt, dat zich marxisme noemt.”

Eind jaren zeventig rondde Strittmatter vol trots het laatste deel van zijn “Wundertäter”-trilogie af. “De roman is afgegeven, maar ik loop rond als een moordenaar die bang is dat men zijn daad snel zal ontdekken”, meldt hij op 4 april 1978. Er volgen nog angstige maanden voordat de lectoren, adviseurs en functionarissen de omwerking van precaire tekstfragmenten hebben afgerond en er vanaf de hoogste kaders toestemming tot drukken wordt gegeven.

“Alle partijvrienden die het gevoel voor recht en rechtvaardigheid niet hebben verloren zullen de roman begroeten”, hoopt Strittmatter. Waarschijnlijk had hij bij het schrijven vooral zijn partijgenoten op het oog – Stalinisten en leden van de geheime dienst alsook de mensen die het goed voorhadden en het zwaar teleurgestelde deel. De bevolking die zich op relatief grote afstand van de partij bevond en onder de slechte verzorging leed, die van een beter leven in het westen droomde en ontevreden was over de muur, die komt in het dagboek nauwelijks voor.

Volgens het artikel putte Strittmatter ook uit het aantreden van Michail Gorbatsjov in 1985 geen hoop. Dat lag ook aan zijn politiek nogal dogmatisch ingestelde vrouw, de dichteres Eva Strittmatter, die in de Sovjet-Russische perestrojka-politiek Amerikaanse doelen vervuld zag worden. Het echtpaar is het met elkaar eens de westelijke democratie als politiek alternatief af te wijzen. De 18 jaar oudere Erwin Strittmatter beriep zich daarbij op zijn levenservaring. Hij noemde het “mijn (bijna aangeboren te noemen) afwijzing van het kapitalisme, dat mij in zijn machtsperiode niet als mens gelden liet.”

In het artikel lees ik dat de lezers in de DDR in zijn boeken vooral troost en oriëntatie zochten. De ellendige kloof tussen het gepropageerde maatschappij-ideaal en de werkelijkheid moest men immers dagelijks doorstaan. Zou men het wagen eerlijk zijn mening te zeggen of vasthouden aan de ingestudeerde huichelarij? Strittmatter pleitte ook in de kleine familiekring nooit voor civil courage. Ooit adviseerde hij één van zijn zonen in een huiswerkopgave een dogmatische toon aan te slaan om zo te kunnen slagen voor het het vak Marxisme/Leninisme en zijn toneelstudie. Hijzelf bewees immers ook moed als hij bij conferenties van de SED moest aanzitten en tegen zijn wil moest applaudisseren. Of dat er weer eens een vervelend uitreiking van een orde van verdienste ophanden was. Dat aan die vaderlandse orden van verdienste ook geld, een hoog aantal herdrukken en privileges hingen, dat legde hij de lezer van de 21e eeuw, met wie hij steeds rekening hield, niet uit. Maar een onbeholpen uitroep van zijn eigen wroeging werd op 5 december 1989 duidelijk merkbaar: “Hoe kan ik, die er rekening mee moet houden dat hij bespioneerd wordt, omdat ik mij door de nu afbladderende staatsleiding liet eren, helpen?’

Na de val van de muur twijfelde Strittmatter waarschijnlijk of hij niet als politieke draaikont neergezet zou worden. Op het gebied van politieke uitspraken hield hij zich op de achtergrond. Hij vertrouwde op de lange adem van zijn dagboeken, die nu 20 jaar na zijn dood vertellen dat hij de verkiezingen in de DDR altijd al als farce zag. Ook de arbeidersopstand van 17 juni 1953 zag hij als belangrijk keerpunt. Hij sympathiseerde vooral met de stakersbeweging in Polen. Zijn dagboekaantekening hierover op 5 september 1980 eindigt abrupt: Mijn ruggengraat onveranderd pijn.”

De persoonlijke aantekeningen van Erwin Strittmatter in de laatste 20 jaar van zijn leven geven een kijkje in zijn bestaan achter de coulissen. Daarom zijn ze waardevoller dan zijn proza, dat met het idee van socialistisch realisme was besmet, aldus redacteur Karim Saab in de Märkische Allgemeine van 18 augustus 2024.

Tot slot is mijn vraag waarom de redactie van de MAZ  het stuk de titel ‘Literaire sensatie’ meegaf ook beantwoord. Het boek is vooral voor de mensen uit de voormalige DDR een literaire sensatie. En de MAZ verschijnt nu eenmaal in het voormalige Oost-Duitsland. Toch hebben de “voormalige West-Duitse” media het nieuws ook opgepakt. Focus schrijft vandaag bijvoorbeeld dat Bertold Brecht op 17 juni 1953, direct na de arbeidersopstand in de DDR, spontaan tot de SED wilde toetreden. Dat staat ook in de dagboeken van Erwin Strittmatter.

In Focus lees ik overigens ook dat het zojuist verschenen en beschreven boek ‘Der Zustand meiner Welt: Aus den Tagebüchern 1974-1994‘ het tweede en laatste deel is van de dagboeken van Strittmatter. Twee jaar eerder kwam het eerste deel ‘Nachrichten aus meinem Leben: Aus den Tagebüchern 1954-1973‘ al op de markt. De MAZ gaat er misschien gemakshalve vanuit dat de lezer dit weet. Of de redacteur was het gewoon vergeten te vermelden. Dat kan natuurlijk ook, want zoiets dergelijks overkwam mij zojuist ook..bijna.

Bron: Die letzten Tagebücher von Erwin Strittmatter _ Eine literarische Sensation

Erwin Strittmatter. Der Zustand meiner Welt. Aus den Tagebüchern 1974–1994. Aufbau, 628 Seiten, 24,95 Euro

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s