“Mijn Turkije is zo dood als mijn grootmoeder”

foto ©Fethi Karaduman

Elif Shafak (foto © Fethi Karaduman)

Op 11 januari 2017 zette SPIEGEL ONLINE, de Duitse nieuwssite van opinieweekblad Der Spiegel, een interessante tekst van de schrijfster Elif Shafak (45) online. Shafak werd in Straatsburg geboren als dochter van een diplomate en een professor in de sociologie. In Ankara promoveerde ze in de politicologie. Vandaag de dag leeft en werkt ze in Londen. Haar literaire debuut verscheen in de jaren 90 nog in Turkije. Ze schrijft in het Turks en het Engels. Haar laatste roman Three Daughters of Eve verscheen in oktober 2016 in Duitsland onder de titel Der Geruch des Paradieses.

Onder de titel Mijn Turkije is zo dood als mijn grootmoeder schreef ze onderstaande gastbijdrage voor SPIEGEL ONLINE. De subtitel luidt: “Er was een tijd waarin Turkije als model gold voor een moderne islam. Lang geleden. Vandaag is de maatschappij gespleten, het alledaagse leven gepolitiseerd, de atmosfeer vergiftigd.”

“Op de dag dat ik dit artikel heb geschreven is mijn grootmoeder gestorven, de vrouw die mij heeft opgevoed en die mij sprookjes, magie, medeleven en inlevingsvermogen bijbracht. Haar persoonlijkheid was een interessant mengsel: zwaar spiritueel maar vastbesloten laïcistisch; oosters maar in harmonie met de westerse leefstijl; zelf niet zeer geleerd maar een grote pleitbezorgster van onderwijs en vrijheid voor haar dochter en haar kleindochter. Voor mij symboliseerde ze een Turkije dat een unieke synthese van verschillende culturen en tradities bevat. En zoals mijn grootmoeder vandaag, zo is ook dit Turkije gestorven.

Toen ik in Ankara in een burgerlijke, islamitische wijk opgroeide was het in de Turkse gezinnen gebruikelijk op Oudejaarsavond speciale amusementsprogramma’s op televisie te bekijken. Zangers en komedianten wisselden elkaar op het beeldscherm af, er was vuurwerk en glitterversiering. Het hoogtepunt van het programma was de buikdanseres die kort voor middernacht in een nauw pakje optrad. We keken en applaudisseerden erbij en aten gepofte kastanjes en mandarijnen. Om middernacht juichten we allemaal en omarmden elkaar. Dan ging mijn grootmoeder naar haar kamer en bad tot Allah om een vredig, succesvol jaar. Het was destijds een hybride wereld – een mix van oosterse en westerse culturele elementen.

Helaas verdween dit mengsel. Vandaag leven de meeste mensen in onzichtbare, culturele getto’s. Turkije is nationalistischer en religieuzer geworden, terwijl het regime steeds autoritairder werd. Nuances en mengelingen verdwijnen op dat moment als sneeuwvlokken onder de felle zon. Alles wordt zwart-wit. De maatschappij is verdeeld in een “wij” tegen “zij”. Er is geen plaats meer voor individualiteit. Als een land dusdanig is gepolariseerd, is alles over-gepolariseerd. Zelfs iets vrolijks, gemeenschappelijks, traditioneels als een nieuwjaarsfeest.

Het jaar 2016 was een annus horribilis voor Turkije. In het afgelopen anderhalf jaar waren er verdeeld over het hele land 35 terroristische aanslagen. Bijna 500 mensen verloren hun leven. Er waren openbare rouwplechtigheden in iedere Anatolische stad maar zelfs rouw en leed konden een land dat dermate diep verdeeld is niet verenigen. Angst, verdriet, achtervolgingswaanzin, spanning – we hadden van al dat te veel. Geen wonder dat veel Turkse burgers reikhalzend uitzagen naar 2017, het nieuwe jaar. De mensen hadden een nieuw begin nodig, een vleugje hoop, een lege bladzijde. Maar in dit jaar, zo zeer als nog niet tevoren, probeerden de Islamisten en ultra-nationalisten de nieuwjaarsfeestelijkheden te verwoesten. Vaak verwisselden ze kerstmis met oudjaar en bestempelden alles als ‘christelijk gebruik’. Hun stemmen waren luid. Luid en bedreigend.

elifbook

Three Daughters of Eve verscheen in 2016

In de weken voor oudjaar hadden extremistische groepen meerdere pamfletten op de straten uitgedeeld waarop werd beweerd: “Moslims vieren geen christelijke feesten.” Hun brochures stonden vol met grammaticale fouten, spelfouten en een met haat vervuld taalgebruik. Tegelijkertijd zette in de stad Aydin een groep mensen een protest tegen kerstmis in scène. Ze verkleedden zich in traditionele vechtuitrustingen en jaagden op degenen die zich als kerstman hadden verkleed. Als ze de kerstman dan eindelijk hadden gevangen hielden ze een pistool tegen zijn hoofd en poseerden zo voor de nationale pers.

In verschillende steden hingen met haat vervulde plakkaten en spandoeken. Op een ervan, in de stad Van, stond: “Hebben jullie ooit een christen het Offerfeest Id al-Adha zien vieren? Waarom vieren wij hun feest?” Op een ander plakkaat zag je een vreesaanjagende, hatelijke, blowende kerstman met daarnaast in grote letters: “Kerst is een klap tegen ons islamitische geloof.” Op de campus van de Technische Universiteit van Istanboel kwam een groep islamistische studenten bij elkaar met borden waarop stond: “Laat jullie niet door satan verleiden! Vier geen feest met oudjaar!”, “Er bestaat GEEN kerstmis binnen de islam”, “In islamitische landen proberen de mensen te overleven, in hun landen gaat het alleen maar om feesten en plezier.” Toen haalden ze een opblaasbare, levensgrote kerstman tevoorschijn, omsingelden hem voor het publiek en staken hem meermaals.

Altijd weer waren er kwade publicaties in de islamitische krant “Milat”. In een column heette het dat de mantel van de kerstman zo rood was, omdat hij met het bloed van de bevolking uit Aleppo was gekleurd. Hij geeft de mensen in het westen cadeaus maar die in Aleppo bommen, kwellingen en de dood: “Mooie kleren voor kinderen in Europa, bloederige lijkenhemden voor de kinderen in Aleppo.” Een andere islamitische krant, “Yenia Akit”, deed een oproep aan de natie en adviseerde de mensen het nieuwjaarsfeest niet te vieren, het feest waarvan ze zeiden dat het verbonden is met kansspelen, drinken en losbandigheid: “Dat is niet jullie traditie. De islam verbiedt dit.” Bovendien waren er plakkaten in de straten van de Istanboelse wijk Ikitelli met daarop een islamitische man die een kerstman slaat.

Al deze publicaties, posters en demonstraties waren uiterst intimiderend voor de secularisten, de progressieven en democraten van Turkije die het nieuwe jaar zoals altijd wilden begroeten. In deze gespannen en gepolariseerde toestand zond het presidium voor religieuze aangelegenheden een zeer problematische preek (khutbah) die in 80.000 moskeeën in het hele land werd gehouden. In deze preek werden nieuwjaarsfeesten als “in strijd met de wet” aangeduid. Dergelijke festiviteiten hoorden “bij andere culturen”.

In het verleden waren we er als land trots op dat de heilige Nicolaas, de oorspronkelijke bisschop die het voorbeeld voor de kerstman is, oorspronkelijk uit Patara stamde, een stad aan de Turkse Middellandse Zeekust. Maar vandaag wordt de arme Sint-Nicolaas gepolariseerd en als schietschijf behandeld.

In mijn nieuwste roman Three Daughters voelt het hoofdpersonage Peri zich verscheurd tussen haar seculiere, moderne, onbevooroordeelde, westerse vader en haar extreem religieuze moeder die een nikab draagt. Op een dag brengt de vader een kerstboom van plastic mee naar huis. De moeder wijst dit heftig af. De ruzie tussen de ouders maakt het kind verdrietig en het zoekt naar een weg om ze weer vrede met elkaar te laten sluiten. ’s Nachts, als de ouders al in bed liggen, decoreert Peri de boom met gebedskettingen van haar moeder en de hoofddoeken voor de moskee in de hoop hem ‘oosterser’ te maken, in de hoop de scheur te overbruggen.

Helaas is de scheur ondertussen te diep. De laïcisten en de liberalen voelen zich onder druk gezet, verslagen en in de steek gelaten. Ondertussen gooien de isolationisten, nationalisten en islamisten alle remmen los. In deze atmosfeer van bedreiging voorspelde een prominente journalist, Ahmet Sik, enkele weken geleden dat islamisten de nieuwjaarsfeesten als doel zouden kunnen gebruiken. Vandaag zit Sik in de gevangenis, bestraft voor zijn openheid, samen met 140 andere Turkse journalisten en intellectuelen.

Toen, in oudejaarsnacht, kwam de verschrikkelijke terroristische aanslag op de nachtclub Reina in Istanboel. Een IS-terrorist uit Oezbekistan liep de beroemde nachtclub binnen en schoot koelbloedig 39 mensen dood. In de dagen daarna was het verdriet, de pijn en de schrik overal in het land verspreid. Maar zelfs toen voelden de hardliners in Turkije geen schaamte, er waren uitingen in de sociale media die kritiek uitoefenden op de slachtoffers. Een islamistische commentator zei op televisie: “Wij zijn tegen oudjaar. We zijn tegen het drinken van alcohol en dat soort festiviteiten. Wie dan ook in wat voor zaak in de lucht geblazen wil worden moet dat zelf weten.”

Vanzelfsprekend vormen de extremisten in Turkije slechts een zeer kleine minderheid. Maar het probleem is dat ze zich aangemoedigd voelen door de nieuwe binnenlandse en internationale atmosfeer. Turkije verandert dramatisch. Dit is een land waarin iedereen die zich kritisch over de AKP-regering en president Erdogan uitlaat of er kritisch over schrijft meteen wordt aangeklaagd, voor de rechtbank verschijnt en zelfs opgesloten kan worden.

De regering gebruikt haar meeste tijd en energie met het onderdrukken van de civiele samenleving en het vervolgen van journalisten, intellectuelen en schrijvers. Maar zelden wordt er iets belangrijks ondernomen tegen islamisten en ultranationalistische fanatici die door het verspreiden van haatredes indirect betrokken zijn bij het geweld. Hoewel de AKP na de Reina aanslag aankondigde tegen 37 gebruikers van sociale media een gerechtelijk onderzoek in te stellen, omdat ze extremistische uitspraken hadden gepost: in z’n totaliteit was de politieke elite te langzaam het gevaar van de IS te herkennen en duidelijk te incompetent om dat gevaar het hoofd te bieden. Hun herhaaldelijke fouten in Syrië, de zigzagkoers van de Turkse buitenlandse politiek en hun neo-ottomanistische dromen van een grootmacht hebben alles veel erger gemaakt.

Onze grote steden zijn een nieuw front geworden voor terroristen, zowel van de IS als van de PKK. De reactie die op iedere verschrikkelijke tragedie volgt heeft telkens hetzelfde model: zodra een bom explodeert of er een aanslag plaatsvindt roept de regering een verbod op nieuwsverspreiding uit, het internet wordt beperkt, functionarissen herhalen telkens dezelfde zinnen, de slachtoffers van het terrorisme worden tot “martelaars” verklaard. Stadswijken worden hernoemd in ‘Bloedgetuigeberg’ of ‘Bloedgetuigestraat’. De regering probeert haar incompetente binnenlandse en buitenlandse politiek te verbergen met een hoera-patriottische taal. Degenen die de officiële uitleg in twijfel trekken worden als “verrader” of “speelfiguur van de westerse macht” bestempeld. De vrijheid van meningsuiting is volkomen onderdrukt.

Er was een tijd waarin men Turkije als een lichtend voorbeeld voor de hele islamitische wereld zag, een unieke synthese van oosterse culturen en westerse, liberale democratie. Vandaag vrezen we dat ons land liever probeert enkele van de ergste voorbeelden in het Midden-Oosten te evenaren.”

Op de originele tekst van Elif Shafak berust ©copyright.

Elif Şafak zal op 6 september 2017 in Berlijn de openingsrede houden van het 17e “Internationales Literarfestival Berlin

Bron: SPIEGEL
Star-Autorin Elif Shafak
Meine Türkei ist so tot wie meine Großmutter

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s