Overval op een postkoets

Het jaar is 1822, veertig jaar na het verschijnen van de allereerste Nederlandse roman met de titel ‘Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart “. Willem Barends werkt als koetsier bij de postwagenonderneming Veldhorst & Koppen in Rotterdam. Dagelijks rijdt hij met de diligence van Rotterdam naar Amsterdam en weer terug. Willem is trots op zijn eigen rijtuig, één van de eerste koetsen met vering en portieren voorzien van vensterglas.

Het is zeven uur ’s ochtends, tien graden en nog behoorlijk fris voor midden mei. Willem zit zoals zo vaak alleen in het wachthuisje van de standplaats en rookt een sigaret. Slechts twee personen hebben zich voor de rit van vandaag aangemeld. Daardoor heeft hij meer dan voldoende ruimte voor wat poststukken. Hij kijkt op de Franse tafelklok. Kwart over zeven, tijd om in actie te komen.

‘Mag ik weer een steen vervoeren, Albert?’ roept Willem lachend, terwijl hij het pakje van de jonge dienstbode in ontvangst neemt. Albert hijgt nog even na. Hij moest rennen om de brief van zijn baas, baron Von Weimar, op tijd te kunnen afgeven.
‘Je weet dat meneer zijn brieven liever aan jou meegeeft dan aan de postdienst. Daar heeft hij wel een steen voor over.’
Willem knikt begrijpend.

De baron is één van de eerste mensen die ontevreden is over het reguliere postvervoer. De post beschikt namelijk niet over voldoende eigen middelen om alle post te versturen. Op sommige trajecten zijn er gewoonweg te veel brieven voor een postiljon te paard. Maar er zijn intussen genoeg postwagenondernemingen die nu ook brieven mogen vervoeren. Volgens de wet mogen dat alleen brieven zijn die zwaarder wegen dan 1 kilogram. De baron kent de wet en zorgt er altijd voor dat zijn brieven aan het juiste gewicht voldoen.

Om vijf voor half acht stapt Willem op de bok van zijn wagen. In de wagenbak achter hem zitten de heer Overschie, een 20-jarige jongeman die zijn vriendin in Amsterdam wil bezoeken en mevrouw Jagersveld. Zij reist vanwege het overlijden van een goede vriendin naar de hoofdstad. De wagenbak biedt ruimte voor maximaal zes mensen. Willem heeft nu plek voor alle postpakketjes die in het wachthuisje op verzending naar Amsterdam liggen te wachten. Om precies half acht, hij rijdt volgens een officiële dienstregeling, slaat de koetsier routineus met zijn zweep op de paarden en zetten zijn trouwe viervoeters het rijtuig in beweging.

Door de laaghangende nevel is het zicht slecht. Willem rijdt in een regelmatig ritme over de brede zandweg door het bos. Tevreden steekt hij een sigaret op en kijkt achterom naar zijn passagiers. Zo te zien hebben mijnheer Overschie en mevrouw Jagersveld elkaar niet veel te vertellen. Mevrouw Jagersveld kijkt een beetje versuft door haar zwarte sluier naar buiten. Ze lijkt weg te dromen bij het mistige weer. Meneer Overschie zit kaarsrecht in zijn keurige, zwarte kostuum. Zijn grijze hoge hoed ligt naast hem op het bankje. Hij leest zonder enige emotie te tonen de brieven die hij van zijn vriendin uit Amsterdam heeft ontvangen.

Willem schrikt op. De paarden stoppen en staan op hun achterste benen. Midden op de weg ligt een barricade van boomstammen, takken en stenen. Hij kijkt om zich heen en luistert. Is dit een truc om een koets te overvallen? Hij zet zijn hoge zwarte hoed op zijn hoofd en verlaat de bok. Mijnheer Overschie heeft de brieven terzijde gelegd en kijkt nieuwsgierig naar buiten. Mevrouw Jagersveld is uit haar dromerij ontwaakt en kijkt verschrikt om zich heen. Meneer Overschie opent de deur.
“Waarom stoppen we, Willem?”, vraagt hij nieuwsgierig.
Willem staat met z’n handen in z’n zij.
“Ik weet ’t niet. De weg ligt vol met takken en stenen. We kunnen niet verder.”
“Als je me even helpt kom ik eruit. Misschien kunnen we samen de weg vrijmaken”, roept meneer Overschie en hij zet al voorzichtig een voet op het hoge achterwiel. Mevrouw Jagersveld houdt zijn arm vast.
“Past u op, mijnheer.”
Willem staat klaar om meneer Overschie op te vangen.
“Houdt u zich maar aan mijn schouders vast, dan moet het lukken.”
Meneer Overschie laat het rijtuig los en steunt op Willems schouders. Het is gelukt, hij staat naast het rijtuig.
“Mevrouw Jagersveld, blijft u rustig zitten. Meneer Overschie en ik gaan proberen de weg weer vrij te maken.”
Willem duwt het deurtje van het rijtuig dicht en loopt naar meneer Overschie die al enige grote takken heeft opgeraapt.
“Wie doet er nu zoiets?”, vraagt hij aan Willem.
Willem haalt zijn schouders op.
“Ik weet ’t niet.” Hij durft zijn gedachte aan een eventuele overval niet uit te spreken.
“Zullen we die stam met z’n tweeën oppakken?” vraagt Willem. Meneer Overschie knikt. Samen tillen ze de stam op en leggen het gevaarte aan de kant van de weg.

“Terug naar die boom!”, klinkt het opeens. Willem kijkt om. Zijn vrees wordt bewaarheid. Voor hem staan drie mannen met elk een zwarte doek voor het gezicht. De man met de cowboyhoed is duidelijk de leider van de drie. Hij draagt ook als enige een pistool, de andere twee rovers hebben een mes in hun hand.
“Tegen die boom zitten”, zegt de man met het pistool. Hij geeft Willem een harde duw.
“Wat moet dat?”, roept meneer Overschie heldhaftig en pakt een stuk hout uit de barricade. Eén van de rovers stapt naar voren en slaat met één slag het hout uit meneer Overschies handen.
“Nou, tegen die boom zitten en snel!”, brult de man met het pistool.
Ze doen wat ze gezegd wordt. De twee rovers met het mes binden Willem en meneer Overschie met hun handen op hun rug vast aan de stam die ze net uit de barricade hadden opgevist. De man met het pistool loopt naar het rijtuig. Hij ziet de verschrikte dame zitten. Bruut trekt hij het deurtje van het rijtuig open.
“Oh, kijk eens, een vrouwtje. Dag mevrouwtje, u ziet er nogal rouwig uit. Maar wat een mooie ketting draagt u. Die wil ik wel hebben. Hier met die ketting!!”
Mevrouw Jagersveld is sprakeloos. Ze snikt zachtjes terwijl ze haar ketting afdoet.
“Die is van een vriendin…. stamelt ze. “Een vriendin die…die is overleden.”
Ze laat haar tranen de vrije loop. De man met het pistool staat in de deuropening en grist de ketting uit haar handen.
“Post, jongens, veel postpakketten”. De bendeleider smijt alle pakketjes naar buiten. Mevrouw Jagersveld zit in elkaar gedoken in een hoekje en huilt.
“En wat zullen we met dit mevrouwtje doen?”, schreeuwt de hoofdrover naar buiten.
“Een vrouw, hoor je dat”, zegt een van de rovers.
“Als jullie haar maar met een vinger aanraken”, roept Willem, “dan hangen jullie”.
“Bek houden”, schreeuwt de rover en trapt Willem in z’n gezicht.
“Ze is familie van de vorst, dus jullie zijn gewaarschuwd”, roept meneer Overschie. Ook hij krijgt een trap.
“Snoer hun monden dicht”, schreeuwt de rover met het pistool en de twee rovers doen meteen wat hun leider ze opdraagt.

Als de bendeleider alles uit het rijtuig heeft gesmeten springt hij weer naar buiten.
“Mannen, we gaan eens kijken wat we hier allemaal hebben.”
Met z’n drieën snijden ze wat pakketjes open en bekijken de inhoud.
“Een steen. Wat moet je nou met een steen?” “Hier, kijk. Een doos sigaren.”
“Een stuk hout. Wat moet je nou met een stuk hout?”
“Alweer een steen. Jongens, dit is niets. Een koets met stenen en hout. Wat een slechte dag.” Teleurgesteld lopen de mannen naar het rijtuig.
“Maak die paarden los”, beveelt de rover met pistool. “Paarden zijn altijd welkom.”
“Willem”, fluistert meneer Overschie. Willem kijkt verbaasd om.
“Ik ben losgemaakt door een soldaat.”
“Ssst”, hoort Willem fluisteren en hij voelt hoe iemand achter hem het touw doorsnijdt.
“Als ik tot drie heb geteld stormen we op ze af en slaan en trappen we zo hard als we kunnen”, fluistert de soldaat die achter de dikke stam verscholen ligt.
“Hé, jongens, een fles drank.” De bendeleider heeft een fles in een van de pakketjes gevonden en triomfantelijk loopt hij met de fles naar het rijtuig.
“Proost, mevrouwtje, op de vorst”, roept hij en houdt de fles omhoog.
“Een, twee, drie, nu!!” De bendeleider heeft niet in de gaten dat hij wordt bestormd door een gewapende soldaat die bliksemsnel met z’n zwaard de fles uit de rover z’n handen slaat. De bendeleider schreeuwt het uit. Zijn hand bloedt en gillend van de pijn rent hij het bos in. Willem en meneer Overschie hebben inmiddels de andere twee rovers te pakken. De soldaat helpt ze met het vastbinden van de twee bandieten.
“Ik krijg zo versterking”, zegt de soldaat. “Als het goed is passeert straks een groep soldaten die op weg is naar Alfen.”
Willem is opgelucht.
“Daar moeten wij ook naar toe. In Alfen is onze tussenstop.”
In de verte klinkt het geluid van paardenhoeven.
“Daar zul je de soldaten hebben”, roept meneer Overschie.

De soldatenleider stapt als eerste van zijn paard.
“Wat is hier gebeurd?”, vraagt hij streng aan de soldaat die het bloed van zijn zwaard veegt. Hij legt uit wat er precies gebeurd is. De soldatenleider begrijpt de situatie en laat enkele soldaten de barricade opruimen. Zelf helpt hij mee met het opruimen van de opengescheurde postpakketten. “Brieven met stenen”, zegt hij en verzamelt de brieven.
Als de barricade is opgeheven kan het rijtuig weer verder rijden. De soldatenleider besluit bij Willem op de bok plaats te nemen. Zijn soldaten zullen het rijtuig tot aan Alfen bescherming bieden. Meneer Overschie doet pogingen om mevrouw Jagersveld te troosten. De arme vrouw is zo geschrokken van de overvallers dat ze niet stoppen kan met huilen.

“Je zult wel geschrokken zijn, Willem. Sommige rovers denken nog steeds dat er waardevolle pakketten door jullie worden verzonden”, zegt de soldatenleider en biedt Willem een sigaret aan.
“Ik heb trouwens de post voor je bij elkaar geraapt”.
Willem glimlacht.
“Dank u wel, ik dacht dat er niets meer van over was.”
“Eigenlijk moeten die brieven met de postdienst mee, Willem”, zegt de soldatenleider. Hij is een vertegenwoordiger van de vorst en Willem weet dat.
“Niet als ze zwaarder zijn dan een kilo”, antwoordt Willem. De soldatenleider wappert met een brief voor Willems gezicht.”
“Wat denk je, Willem. Hoe zwaar zal deze brief wegen? Meer dan een kilo?”
Willem lacht.
“Volgens de wet ben ik nu in overtreding”, geeft hij toe. De soldatenleider lacht.
“In Alfen zijn genoeg stenen, Willem. Maak je maar geen zorgen.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s