Author Archives: AvG

De goed geluimde dichter

Het was de eerste keer dat de goed geluimde dichter werd uitgenodigd voor een optreden in het Donkere Hol der Poëzie. In dit theatertje treden de zogenoemde grote dichters op zoals Alex Vechter, Gerrit Afgrond en Herman Zwartkijker. Laatstgenoemde begon deze avond met zijn beroemde gedicht “De afgrond en ik”. Zwartkijker leunde zwaar op de lessenaar, alsof hij elk moment zelf in de afgrond kon verdwijnen.

De goed geluimde dichter kende de tekst. Hij luisterde met een half oor, want het raakte hem niet.

Na Zwartkijker volgden nog meer zwaarmoedige gedichten, voorgedragen door heren en dames in zwarte kleding, met wallen onder hun ogen en een ongeïnteresseerde houding. Het leek alsof al deze dichters een zware nacht achter de rug hadden. De goed geluimde dichter voelde zich al bij binnenkomst een vreemde eend in de bijt. Hij zat vooraan, tussen de andere dichters die die avond op het toneel hun teksten zouden voordragen.

De teksten van zijn collega’s waren in zijn ogen niet meer dan poëtisch verpakt geklaag dat je dagelijks op straat, in de treinen, op sociale media en in de rest van het nieuws tegenkwam. Niets deugde, het einde naderde, en alleen de kunst zou ons redden van de ondergang. Dat was zo’n beetje de strekking van de avond.

Hij kende dit soort teksten maar al te goed. In het verleden schreef hij ze zelf ook, maar hij had de bodem bereikt. Verder zakken kon niet meer. Dus klom hij omhoog. De afgrond was een keuze, ontdekte hij.

Na dit inzicht besloot hij de in melancholie gedrenkte zwarte teksten geen bestaansrecht meer te geven. En zo werd de goed geluimde dichter nog maar zelden gevraagd voor poëzieavonden als deze.

Hij was als laatste aan de beurt om uit zijn bundel Laat mij maar luimen voor te lezen. Het gedicht Bye bye ballast was zo vrolijk dat het bij de collega-dichters op de eerste rij lichte paniek veroorzaakte.

In wat voor een wereld leefde die goed geluimde dichter? Waar haalde hij die onzin vandaan?

Na een lauw applaus verliet hij het podium en wandelde, goed geluimd als altijd, het theatertje uit – de zon tegemoet.

Deze column staat ook op metronieuws.nl

De wereld draait door

Het slechte nieuws over de gedode kinderen en de vele andere slachtoffers, maakte hem op slag ziek. Hij had ademnood, buikpijn en zijn stem klonk opeens hees. Tientallen jaren kon hij het vrijwel dagelijkse slechte nieuws verdragen, maar nu knapte er iets.

Zijn vrouw Esther, die net als hij binnenkort met pensioen gaat, begeleidde haar man naar de huisarts. Onderweg kondigde de autoradio het journaal aan. Ze schrok en draaide meteen de knop om.

„Genoeg ellende”, zei ze.

Haar man lachte verdrietig. Hij voelde zich zwak en besefte niet wat er met hem aan de hand was. Hij was wel vaker geraakt door slecht nieuws, maar nog nooit zo hevig als nu. Was er wel een verband met het nieuws? Zouden de dokters hem niet uitlachen? Die gedachten flitsten door zijn hoofd.

Tien minuten later stonden ze voor de artsenpraktijk.

„Ik weet niet of een bezoek aan de arts wel nodig is”, stamelde Fred.

„Je ziet lijkbleek en trilt. En heb je nog buikpijn?”

„Ja, dat is waar, maar het was toch niet meer dan een spontane reactie op wéér zoveel ellende. Daar heeft de dokter toch geen boodschap aan.”

Zijn vrouw zei niets, maar ze wist dat haar man veel te veel opging in het nieuws. Zelf kon ze veel beter afstand nemen van de dagelijkse ellende dan hij. Ze hield het wereldgebeuren wel in de gaten, maar liet zich niet gek maken. Het was háár leven en zij bepaalde zelf of het wereldgebeuren daarin een rol mocht spelen – en hoe groot die rol dan mocht zijn. Fred zat anders in elkaar. Hij was een gevoelig type, en daar hield ze juist van. Al meer dan veertig jaar. Maar nu waren zware tijden aangebroken voor mensen zoals Fred.

Esther vertelde aan dokter Steenbergen hoe haar man reageerde op het verschrikkelijke nieuws over de gestorven kinderen en dat de drama’s in de wereld hem te veel werden. De arts knikte. Hij kende Fred goed en wist precies wat er aan de hand was. Sterker nog, hij dreigde als arts zelf ook slachtoffer van het wereldgebeuren te worden. Dat inzicht noopte hem tot een snelle behandeling – voor zichzelf en patiënten zoals Fred.

„Het was op Mallorca”, zei de arts. Esther keek naar Fred. Hij haalde zijn schouders op. De dokter glimlachte en sprak verder:

„Op Mallorca leerde ik van een wijze vrouw om het leven om je heen op te nemen, maar ook weer los te laten. Fred, als jij het wereldnieuws opneemt, laat het dan als een ademhaling weer los. Alleen dan is er ruimte om ook de mooie dingen van het leven op te nemen.”

„Zo luidt dan ook mijn advies: maak na het journaal ruimte vrij voor de zonsondergang of het gezang van vogels. Wees je bewust van elk moment. Dat is niet makkelijk. Over twee weken zien we elkaar weer en dan kijken we hoe de vlag erbij hangt.”

Fred glimlachte, Esther glimlachte en de arts glimlachte.

„Tot over twee weken.”

„Tot over twee weken.”

Deze column staat ook op metronieuws.nl

Kafka’s nalatenschap onder de hamer in Parijs

Een unieke privécollectie met honderden Kafka-objecten wordt geveild

“Toen ik ooit Hebreeuws leerde… In Parijs gaan binnenkort bijzondere handschriften en eerste drukken van Franz Kafka onder de hamer. Ze zijn de afgelopen halve eeuw verzameld door een gepassioneerde Franse lezer.”

Zo begint FAZ-redacteur Andreas Platthaus zijn bijdrage over een opmerkelijke verkoop tijdens de jaarlijkse Salon du livre rare & des arts graphiques in Parijs. Deze beurs voor antiquarische boeken en grafische kunst is altijd goed voor een verrassing, maar dit jaar is er iets uitzonderlijks aan de hand: een hele Kafka-collectie, met maar liefst 427 objecten, afkomstig uit de privéverzameling van één man: Thierry Bouchet.

Bouchet is geen bekende naam in de Kafka-wereld. Toch begon hij al in de jaren zeventig, als jonge geneeskundestudent, met verzamelen nadat hij voor het eerst naar Praag was gereisd. Zijn fascinatie voor Kafka groeide uit tot een levenslange passie, waarbij hij erin slaagde indrukwekkende stukken bijeen te brengen.

Het meest tot de verbeelding sprekende object in de collectie is zonder twijfel een set aantekeningen die Kafka maakte tijdens Hebreeuwse taallessen, die hij na de Eerste Wereldoorlog volgde. Kafka koesterde namelijk serieuze plannen om te emigreren naar Palestina, toen nog een Brits mandaatgebied. De grammaticaoefeningen die hij maakte zijn des te opmerkelijker doordat hij als kladpapier de drukproef gebruikte van zijn in 1919 gepubliceerde verhaal Bericht an eine Akademie (Verslag aan een Academie). Voor deze dubbele getuigenis van leven en literatuur wordt 90.000 euro gevraagd, aldus Platthaus.

De collectie bevat verder handgeschreven brieven van Kafka aan onder anderen zijn vriend Robert Klopstock en aan de acteur Ludwig Hardt — de laatste brief dateert uit 1924, Kafkas sterfjaar. Ook zijn er eerste drukken van klassiekers als In der Strafkolonie (In de strafkolonie, met een handgeschreven opdracht aan Oskar Baum), Der Heizer, Die Verwandlung en Ein Hungerkünstler.

Een ander opvallend onderdeel zijn documenten uit de nalatenschap van de invloedrijke Franse Kafka-vertaler Alexandre Vialatte. Daarin zit onder meer correspondentie met Kafka’s vriendin Milena Jesenská, die in 1944 door de nazi’s werd vermoord.

Samen vormen deze stukken een literatuurhistorisch ensemble van grote waarde. Platthaus schrijft terecht dat je zou wensen dat deze verzameling zijn weg vindt naar Marbach — het Duitse mekka van Kafka-verering.

Bron:
Frankfurter Allgemeine Zeitung, 3 juni 2025 – “Echter Kafka zu verkaufen” door Andreas Platthaus

« Oudere berichten Recent Entries »