Category Archives: Varia

Excusez le mot

Foto: Wikipedia

Foto: Wikipedia

“Wild hadden ze elkaars uniform uitgetrokken, nee, van elkaars lijf gescheurd, elkaar bijna opgevreten, zo’n trek hadden ze in elkaar”

De aanleiding voor een column kan een leuke ergernis zijn die de columnist een beetje opblaast en aanpast. Natuurlijk maakt de columnist in de regel niet bekend wat de aanleiding voor het schrijven van de column is, want dat interesseert de lezer geen ene, excusez le mot, reet. De lezer wil een column lezen, niet meer en niet minder. Hij of zij wil niet weten hoe de columnist op het idee komt, in welke ruimte hij of zij werkt of hoeveel tijd het schrijven in beslag neemt. Het zijn allemaal zaken waar de lezer geen boodschap aan heeft. Ik heb er geen moeite mee de bron bekend te maken. Mijn bewegingen worden toch al door allerlei geheime diensten op de wereld geregistreerd en vastgelegd. De aanleiding was een doodgewone, kleine ergernis. Oké, laat ik het niet mooier maken dan het is, gisteren vond ik het nog een grote ergernis.

Ik hou van reizen met de trein en ben zelfs van plan mijn auto van de hand te doen. Afgelopen zaterdag moest ik naar Münster. De website van de Deutsche Bahn (DB) biedt de mogelijkheid ruim van tevoren een ticket te kopen en voor 4 euro extra een zitplaats te reserveren. Aangezien ik altijd denk dat treinen propvol zitten, dat heb ik ook bij restaurants die achteraf vrijwel leeg blijken te zijn maar daarover een andere keer meer, maakte ik van die mogelijkheid gebruik. Een andere service van de DB is het sturen van een alarm-mailtje voor het geval er veranderingen in de geplande treinreis optreden. Een dergelijk bericht ontving ik gisteren, een paar uur voor vertrek. Ik lees de tekst drie keer, vier keer en na de vijfde keer lezen grijp ik naar de telefoon. Dit kan toch niet waar zijn!

“Stempel holen,” klinkt de stem van een slaperige jongeman ergens in de telefooncentrale van de Deutsche Bahn. Het lijkt hem echt geen ene, excusez le mot, reet te interesseren dat mijn trein is uitgevallen. Die dingen gebeuren, zegt hij. Mijn treinverbinding bestaat enkel nog op mijn uitgeprinte ticket en volgens dat ticket zou ik om 11:08 in de trein naar Hannover moeten zitten. Aangezien er in de realiteit geen trein om 11:08 vanaf Berlijn naar naar Hannover vertrekt, kan ik mijn ticket net zo goed, excusez le mot, in mijn reet steken. De jongeman van de DB vertelt me echter dat dit geen goed idee is. Hij raadt mij aan een stempel te halen, terwijl ik in gedachten de bestuursraad van de DB in een spoedberaad bij elkaar zie komen om de acute situatie te bespreken. “Heren, de trein van mijnheer van Gent rijdt niet, ” leidt de DB-president Rüdiger Grube de spoedvergadering in. “Hoe kan dit?! Die man schrijft alles op z’n blog, dit mag nooit meer gebeuren!”

Ik verlaat de gedachte, keer terug naar de realiteit en vraag waar ik zo’n stempel kan halen. Aan de andere kant van de lijn hoor ik nu een ontevreden zucht. De jongeman heeft al honderden keren in zijn leven uitgelegd waar je een stempel haalt en nu, op deze zaterdagochtend dat zijn koffiezetapparaat er de brui aan gaf, zijn vriendin niet langer zijn vriendin wilde zijn en ook het koffiezetapparaat van de telefooncentrale van de Deutsche Bahn kapot is, vraagt zo’n idioot met z’n Rudi Carrell accent waar je een stempel moet halen. Het liefst zegt hij dat hij Nederlanders maar gekke mensen vindt die niet kunnen autorijden en al helemaal niet als er een caravan achter de auto hangt. Maar hij houdt zich in.
“Bij het reiscentrum van de Deutsche Bahn, mijnheer”, klinkt het noch vriendelijk, noch onvriendelijk. Het klinkt enkel.

“Alles klar,” zeg ik en leg de hoorn op de haak, ook al kan dat niet. Het kan vandaag de dag met vrijwel geen enkel telefoontoestel meer. Tijd voor een nieuwe uitdrukking, dunkt me. Wie legt vandaag de dag nog de hoorn op de haak? Of wie gooit woedend de hoorn op de haak? Een telefoon heeft geen haak meer. Het is een op zichzelf staand apparaat dat je in een oplader zet. Oké, er zijn nog wel telefoontoestellen met haken maar het aantal neemt met de dag af. Dus zet ik de telefoon krachtig in de lader.

Inmiddels heb ik mijn woning verlaten en loop vanaf U-Bahnstation Französische Strasse naar Friedrichstrasse. Dit stukje U-Bahn tussen beide stations  is al enkele jaren door bouwwerkzaamheden onderbroken en het ziet er niet naar uit dat het ooit nog goed komt. Ik loop de stationshal binnen, rechtdoor, linea recta naar het reiscentrum van de DB. Eenmaal binnen zie ik de drukte. Ik stop, draai me om en spring 10 seconden later in de S-Bahn richting Hauptbahnhof,  het huidige Centraal Station van de Duitse hoofdstad. Ik hoop dat hier wel meer dan één medewerker aan het werk is en er minder dan 30 personen wachten. Het eerste deel van mijn wens wordt realiteit, want er zijn maar liefst zes loketten open. Daarvoor moet deel twee het echter laten afweten. De rij met wachtenden staat zelfs buiten de toegangsdeuren van het reiscentrum. Snel sluit ik me aan, want er is geen tijd voor overleg. Immers, over een half uur vertrekt de trein die ik als alternatief heb uitgezocht. Die rijdt niet via Hannover maar via Hamburg naar Münster. Ik heb alleen een stempel nodig.

Ik voel de onrust van de wachtende mensen achter mij en realiseer me dat je onrust niet hoort maar voelt. Inmiddels ben ik langs de openstaande glasdeuren geschuifeld en sta nu in het reiscentrum zelf. Direct rechts van mij bevindt zich de ontvangstbalie in de vorm van een moderne katheder. “Empfang (Ontvangst)” lees ik boven het hoofd van de dame die erachter staat. Het is een dame in DB-uniform. Op het bordje naast haar staat dat je hier voor informatie terecht kunt, maar dat je voor het omboeken of voor het kopen van zitplaatsreserveringen niet bij haar moet zijn maar bij de mensen achter de loketten. De ontvangstdame loopt nu richting de rij wachtenden en vraagt of iemand informatie nodig heeft. Zij is de informatieverstrekster van de Deutsche Bahn.
“Stempel?”, probeer ik. “Gaat u ook over de stempels?”
Ze kijkt gemaakt ernstig en wil verder lopen. Ze is duidelijk in de veronderstelling dat dit een grapje is en ze is vandaag niet in de stemming voor grapjes. Vanochtend heeft ze het namelijk uitgemaakt met haar vriend, die ook bij de DB werkt, ergens in een telefooncentrale. Bovendien was het koffiezetapparaat in zijn woning kapot. “Je kunt m’n”, excusez le mot, “reet likken,” dacht ze vanochtend vroeg en trok boos de deur van zijn woning achter zich dicht.

“Ik heb een stempel nodig, omdat mijn reisplan door toedoen van de DB is veranderd,” roep ik nu met een verdomd serieuze stem in de richting van de ontvangstdame. Dat kan ik, verdomd serieuze stemmen opzetten. Dat is altijd handig, omdat sommige mensen dan opeens het gevoel hebben dat ze met één of andere directeur te maken hebben. Het is eigenlijk een directeursstem.
De informatieverstrekster reageert op mijn stemgeluid. Ze schrikt.
“U moet voor een stempel aangaande een verandering van uw reisschema bij een loket van de Deutsche Bahn zijn. U staat momenteel in de juiste rij, mijnheer,”
Ik knik voorzichtig, om aan te geven dat haar antwoord ermee door kan.

Iemand achterin de rij vraagt op welk perron hij moet overstappen in Hamburg. De ontvangstdame kijkt op haar beeldscherm en biedt uitkomst.
“Wat een baan,” denk ik. Dat kan ik ook. Ze kijkt op dezelfde website van de DB die ik vanochtend ook raadpleegde. Voor de rest stuurt ze iedereen naar de loketten.
“Ik ben voor de informatie,” roept ze weer, nu op een toon alsof ze ijsjes verkoopt in een voetbalstadion of popcorn in een bioscoop. “Wil er iemand informatie?”
“Ik wil een stempel,” zeg ik en vergeet mijn directeursstem op te zetten. Nu reageert ze niet. Ze denkt, excusez le mot, je kunt m’n reet likken, met je idiote Rudi Carrell accent. Het liefst zegt ze dat ze Nederlanders maar gekke mensen vindt die niet kunnen autorijden en al helemaal niet als er een caravan achter de auto hangt. Dat vindt haar ex-vriend ook. Maar ze houdt zich in. Eindelijk ben ik aan de beurt.

“Ik heb een probleem,” vertel ik de dame van de DB en wijs op mijn ticket.
“Iedereen die hier staat heeft een probleem,” lacht ze. Gelukkig, eindelijk een medewerkster die goed geluimd is. Dat kan ook bijna niet anders, nadat ze een nacht vol passie en erotiek achter de rug heeft. Gisteren, na een romantisch etentje in de stationsrestauratie, was het er dan eindelijk van gekomen. Vol overgave gaf ze zich die nacht over aan een conducteur, waar ze al weken verliefd op is.
“De trein bestaat niet. Hij is uitgevallen, zomaar,” leg ik haar uit.
“Uw collega van de telefoondienst vertelde me dat ik hier een stempel moest halen,” voeg ik er nog aan toe.
“Helemaal juist,” roept ze enthousiast. Ze heeft blosjes op haar wangen.
“Mijn nieuwe trein vertrekt over 9 minuten,” zeg ik.
“Dat gaat zeker lukken”, lacht ze nu extreem opgewekt en typt vliegensvlug op haar toetsenbord. Uit een printer rolt een stuk papier, dat ze er razendsnel uittrekt. Ondertussen trekt ze met haar rechterhand een stempel uit een la.
“Gaat ie,” roept ze en “bam”,  ik heb mijn stempel te pakken.
“Gute Reise,” roept ze. Ik zwaai met mijn ticket in de lucht, bedank haar nogmaals hartelijk en spurt richting perron 8, waar de trein naar Hamburg gereed staat voor vertrek.

Ik ben al op het perron en schrik me opeens helemaal het apelazarus. Naast me staat een conducteur die zo hard op zijn fluit blaast, dat zelfs de duiven op het dak van de stationshal verschrikt opvliegen en koers zetten richting de Brandenburger Tor, dat zelfs bij een dame in een rolstoel het pacemaker-alarm afgaat en dat zelfs een Chinese toerist zijn kartonnen beker met koffie uit zijn hand laat vallen. De conducteur merkt niets van dat alles. Hij barst van de energie. Vannacht lag hij namelijk in bed met een collega van het reiscentrum van de Deutsche Bahn, een vrouw waar hij al maanden enorm verliefd op is. De nacht was lang en vooral heel erg vurig. Wild hadden ze elkaars uniform uitgetrokken, nee, van elkaars lijf gescheurd, elkaar bijna opgevreten, zo’n trek hadden ze in elkaar. Na deze hartstochtelijke nacht met in zijn ogen de allermooiste medewerkster van de Deutsche Bahn op de hele wereld kan hij niet anders dan vol overgave op zijn fluit blazen. Het is zijn uiting van liefde, zijn uiting van levensvreugde. En als hij zijn levensvreugde wil uiten, dan interesseert het hem helemaal geen ene reet wat andere mensen daar van vinden. Excusez le mot.

De man en het ongeduldige volk

OLYMPUS DIGITAL CAMERADe man begon zijn loopbaan in de politiek, bij een conservatief-liberale partij. Al snel kreeg de man het daar benauwd, want zijn ideeën werden niet snel genoeg omgezet. Snelheid was vereist, want er dreigde acuut gevaar. Dat dacht hij en dus begon hij een eigen partij. Waarom niet? Wat bleek? Er waren heel veel mensen die ook voelden dat ze acuut werden bedreigd en dus sloten ze zich bij zijn partij aan. Lid worden kon niet, want hij had geen zin om weer allerlei mensen om zich heen te hebben, daar komt alleen maar gedoe van. Hij had zijn lesje wel geleerd.

De man schopte het ver met zijn partij, die zich voorbereidde op het acute gevaar. Alleen waar bleef het gevaar? Die vraag had hij niet verwacht. Zijn aanhangers wilden ten strijde trekken, alleen wisten ze nog niet precies tegen wie en waarom. Sommige collega’s van de man vonden het welletjes en vertrokken. Ze hadden wel wat beters te doen dan te wachten op het acute gevaar. In media kreeg de man veel aandacht, omdat de media dol zijn op acuut gevaar en helemaal op het ongeduldige volk dat dan ten strijde wil trekken. In andere Europese landen loopt ook ongeduldig volk rond dat ten strijde wil trekken tegen het acute gevaar. Die mensen hebben hetzelfde probleem en weten ook niet precies tegen wie en waarom.

Ondertussen wordt het ongeduldige volk onrustig. De messen zijn allang geslepen en iedereen is er klaar voor. Daarom besloot de man toenadering te zoeken tot de mensen in de buurlanden, die ook waarschuwen tegen het acute gevaar. Ook zij willen ten strijde trekken. Het ongeduldige volk wordt weer wakker en denkt dat er nu eindelijk acuut gevaar dreigt. Veel ongeduldige mensen wrijven nu in hun handen, eindelijk actie! Want daar wachten ze al zo lang op. Ze willen oorlog, ook al noemen ze het natuurlijk niet zo. Maar ze willen geen gezeik meer, ze willen de beuk erin, de jacht openen op al die slapjanussen, hun onvrede eruit laten. Ze zijn er helemaal klaar mee en vinden dat er nu maar eens spijkers met koppen geslagen moeten worden. Vandaag zag je op veel opinie- en krantenpagina’s in de reacties op het besluit van de man dat de adrenaline zich tussen de regels nogal agressief en onrustig een weg baande. Het ongeduldige volk is het zat, zo kan het niet langer. De moraal van dit verhaal? Ongeduld kan leiden tot acuut gevaar.

“Altijd op zoek naar woorden”

kongo02Afgelopen woensdagavond 26 juni bezocht ik in een interessante omgeving een interessante lezing. In de kelder van een galerie in Berlijn Schöneberg beantwoordde vertaalster Waltraud Hüsmert de vragen van de leden en vrienden van “Belgier in Berlin“, de club die deze avond organiseerde. Het overgrote deel van de vragen had betrekking op het vak  literair vertaler, maar er bleef voldoende ruimte over om iets te vertellen over haar vertaling van het boek „Congo“ van  de Vlaamse schrijver David Van Reybrouck. Dat boek werd in Nederland in 2010 onderscheiden met de Jan Greshoffprijs, de Libris Geschiedenis prijs en de AKO-literatuurprijs.

Hugo Claus, Willem Elsschot, Thomas Rosenboom, Hella Haasse,Willem Frederik Hermans. Dat zijn slechts enkele namen van schrijvers, wiens werken door toedoen van Waltraud Hüsmert (1951, Werdohl) ook in de Duitse taal verschenen. Sinds 1980 werkt zij als freelance vertaalster. In 2001 won zij de Vlaamse cultuurprijs voor haar volledige vertaaloeuvre en in het bijzonder voor de vertalingen van “De gruchten” en “Gedichten” van Hugo Claus. In hetzelfde jaar reikte de stad Münster haar de prijs voor Europese poëzie uit. Drie jaar later mocht ze de Martinus Nijhoff-prijs voor haar vertalingen van Nederlandse literatuur in het Duits in ontvangst nemen.

Vanavond staat Congo centraal. Congo, waar denk je dan aan? Die vraag stelt Pieter Smessaert, de presentator van deze avond, als inleiding aan het publiek. Zelf denk ik „dat was van de Belgen, wij hadden Indonesië“. Dat antwoord geef ik niet, maar ik luister naar de reacties van de Vlaamse bezoekers. „Het zwarte mannetje op de toonbank bij de bakker”. “En dat mannetje knikte ‘ja’”, vult iemand anders aan. “Inzamelen van zilverpapier” hoor ik. Het is duidelijk dat alleen al de naam van het Afrikaanse land de nodige nostalgische momenten oproept bij enkele Vlaamse bezoekers.

Nadat Waltraud Hüsmert een stukje uit het Duitse “Kongo” heeft voorgelezen, geeft de in Berlijn wonende vertaalster antwoorden op de vragen van de circa 25 gasten in deze  gemoedelijke ruimte onder de grond. Allereerst vertelt ze iets over haar voorbereidingen. Een vriendin van haar, die bij Artsen zonder Grenzen werkt, kon haar al het één en ander over het leven in Congo vertellen. Ze noemt ook een aantal  boeken die een belangrijke rol speelden bij het vooronderzoek zoals bijvoorbeeld “Kongo: Kriege, Korruption und die Kunst des Überlebens” van Dominic Johnson.
“Hij is Afrika-correspondent bij de TAZ (die tageszeitung) en schrijft ook uitvoerig op zijn blog over Congo (http://blogs.taz.de/kongo-echo/)”, aldus Waltraud Hüsmert. Daarnaast raadpleegde ze “Gott und die Krokodile: Eine Reise durch den Kongo” van Andrea Böhm. “Ook een zeer behulpzaam boek”. Böhm werkt voor het Duitse weekblad die Zeit en houdt op haar blog (http://blog.zeit.de/kongo/) de huidige ontwikkelingen in Congo bij. Ook “Der Kampf ” (The Fight, 1975 ) van Norman Mailer over het beroemde boksgevecht tussen Muhammad Ali en George Foreman in Kinshasa, las ze om zich een beeld te verschaffen. Het gevecht bekeek ze vervolgens ook op YouTube.  Zowel vóór als tijdens de vertaling las ze alle relevante teksten over Congo. Ze bestudeerde vooral boeken over dezelfde tijdsperiode als het te vertalen boek en boeken met dezelfde thema’s. “Soms ontbreekt voor een woord de passende Duitse vertaling. Dan helpt ook een woordenboek niet. En vaak stuit je dan opeens op het woord waarnaar je op zoek was. Soms vind je het ook plotseling in een krantenartikel. Eigenlijk ben ik altijd in arbeidsmodus. Altijd op zoek naar woorden”, aldus de succesvolle vertaalster.

Hoe functioneert tijdmanagement bij een boek van 800 pagina’s? Die vraag stelde Pieter Smessaert, die het hele gesprek zeer competent leidde en de vertaalster uitgebreid aan het woord liet. Waltraud Hüsmert lacht en vertelt dat dit lastig is om precies uit te drukken. Aan “Kongo” werkte ze een jaar, de vertaling van “Het verdriet van België” van Hugo Claus nam drieënhalf jaar in beslag. Eén jaar tijd voor de vertaling van “Congo”, dat is volgens zowel de presentator als veel mensen in het publiek erg kort.

In de zaal zitten veel mensen die zich met het vak vertalen bezighouden en dus regent het vragen over dit beroep. Vraag uit de zaal; heeft u dat boek aan de uitgeverij aangeboden of hoe gaat dat? Antwoord van de vertaalster; de opdracht komt van de uitgeverij en vaak loopt zoiets via literaire agenten. Het boek is gekocht en dan wordt er naar een vertaler gezocht. Nog een vertaalvraag; hoe ze zo goed Nederlands heeft geleerd. Antwoord van de vertaalster; ik heb Neerlandistiek aan de Universiteit van Berlijn gestudeerd en ik studeerde aan de universiteit van Leiden. “En ik heb heel veel gelezen natuurlijk”, voegt ze eraan toe. De vragen worden specifieker. Bijvoorbeeld, hoeveel woorden telde het boek? De vertaalster had veel vragen al van tevoren toegespeeld gekregen en kon antwoorden dat het er 245.000 waren.

Hoeveel boeken worden er per jaar vanuit het Nederlands naar het Duits vertaald? Waltraud Hüsmert spreekt over 25 boeken van Belgische auteurs en 35 van Nederlandse schrijvers, maar weet dit niet honderd procent zeker. Het lijkt nogal weinig. Het zouden er in ieder geval heel veel meer kunnen worden als Nederland en Vlaanderen in 2016 als gastland voor de Frankfurter Buchmesse optreden, laat de vertaalster weten. Beide landen hebben zich reeds kandidaat gesteld. De uitslag, die voor de Nederlandse en Belgische uitgeverijen natuurlijk van essentieel belang is, valt in oktober van dit jaar. In 1993 traden Nederland en Vlaanderen voor de laatste keer als gastland op van de beurs, die zich de grootste boekenbeurs ter wereld mag noemen. Zodra de uitslag bekend is, zal ik hiervan uiteraard op dit blog berichten*.

Terug naar de vragen. Wie controleert eigenlijk of een vertaling wel goed is, wil iemand weten. Waltraud Hüsmert:”Een vertaling wordt altijd gelezen door een lector van de uitgeverij. Deze persoon zet strepen bij passages die in zijn of haar ogen onduidelijk zijn en bij zinnen die niet goed lopen, zonder de brontekst te kennen.” Ook over het contact met de auteur van het te vertalen boek wordt kort gesproken. Net als bij al haar andere literaire vertalingen verliep dit ook bij David Van Reybrouck vlekkeloos en stond hij de vertaalster graag per email terzijde. Weer een vraag uit de zaal. Of ze momenteel al aan een ander boek werkt?  Een goede vraag, want ze is inderdaad al druk in de weer met de vertaling van het boek “Europa, Europa!” van Geert Buelens, een Vlaams dichter, essayist, columnist en hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Dat is weer hele andere koek dan “Congo”, omdat in “Europa, Europa!” de poëzie op de voorgrond staat. De ondertitel van het boek luidt “Over de dichters van de Grote Oorlog”.  Die Eerste Wereldoorlog speelt ook een belangrijke rol. Om die reden moet de vertaling namelijk in november al op tafel van de uitgeverij liggen. In het voorjaar van 2014, het jaar waarin de herdenkingsperiode van 100 jaar Eerste Wereldoorlog van start gaat, moet het boek immers verkrijgbaar zijn.

Bedrijven ontwikkelen steeds geavanceerdere vertaalprogramma’s. De Europese Unie in Brussel wil vaker gebruik maken van geautomatiseerde vertalingen en minder van vertalers. Voelt Waltraud Hüsmert  zich hierdoor bedreigd, vraagt iemand uit de zaal. “Voor vakboeken en vakteksten kan ik me voorstellen dat dergelijke automatische programma’s teksten vertalen, die later alleen nog gecontroleerd moeten worden. Maar ik ben überhaupt niet bang dat dit ook voor literaire teksten gaat gelden. Ik heb daar ook nog geen vooruitgang gezien bij de ontwikkelaars van dergelijke programma’s”, aldus Waltraud Hüsmert.

Tot slot vraagt iemand uit het publiek of de vertaalster een favoriete Nederlandstalige schrijver heeft, wiens werk ze zou willen vertalen? Ze heeft niet direct een lijstje paraat maar eentje kan ze wel noemen: “Theo Thijssen. Het mag misschien heel ouderwets klinken maar hij heeft vele Nederlandse schrijvers op één of andere manier beïnvloed. ‘Het grijze kind’, ‘Kees de jongen’ of ‘Het taaie ongerief’. Dat zijn prachtige boeken, die ik ook nog graag lees en die zou ik wel graag willen vertalen”. Wie weet.

Waltraud Hüsmert op Wikipedia

“Kongo” komt goed aan in Duitsland. Het eerste half jaar vlogen er al 22.000 exemplaren over de toonbank. De Duitse pers liet zich positief over het boek uit. Hieronder enkele recensies:

FAZ: Rohstoff für eine neue Weltordnung
Der Spiegel:  Jahrhundertbuch “Kongo”: Zerrspiegel der Weltgeschichte
NDR-Fernsehen: Kongo – Das Herz der Finsternis?
David Van Reybrouck won de “NDR Kultur Sachbuchpreis 2012”: bekijk de video met de toespraak van de auteur

Verwant onderwerp: Prijs voor Duitse vertaling van ‘Godenslaap’

* Nederland en Vlaanderen zullen in 2016 als gastland voor de Frankfurter Buchmesse optreden.

« Oudere berichten Recent Entries »