Category Archives: Varia

Onderzoek naar gevolgen sociale media

Foto: ©Allard van Gent

Facebook is volwassen geworden, althans, als je dit sociale netwerk als mens zou beschouwen. Het is precies 18 jaar geleden dat Facebook voor de eerste keer online was. Veel onderzoek naar de gevolgen op lange termijn van Facebookgebruik in de samenleving is nauwelijks voorhanden, omdat de sociale media elkaar razendsnel opvolgen en de tijd voor onderzoek ontbreekt. Daarom ben ik zelf een klein onderzoek gestart dat ik nu graag openbaar maak.

De coronapandemie komt hierbij als vergelijkingsmateriaal bijzonder goed van pas. Hoe zou de samenleving eruit zien zonder Facebook, bijvoorbeeld 18 jaar vóór de oprichting van het sociale netwerk? Dat was in 1986. Stel, er brak in dat jaar een pandemie uit. Dat stond dan iedere dag in de krant, op de televisie werden extra uitzendingen ingelast en er volgde een lockdown. Na de autoloze zondag weer eens iets anders, zei iemand in een talkshow. Na een jaar lockdown verscheen een vertwijfelde dansleraar in een actualiteitenrubriek. De man, gehuld in balletpakje, stond dagelijks de pers te woord vanuit zijn boerderij in Drenthe. Hij riep het hele land op zich niet aan de lockdown te houden. Volgens hem was het geen echte pandemie, maar een truc van de regering om een dictatuur op te richten. Hij werd als typetje opgevoerd in de oudejaarsconference en daarna is er nooit meer iets van hem vernomen.

Ondertussen werd er wereldwijd gezocht naar een vaccin om de pandemie een halt toe te roepen en te voorkomen dat er varianten van het virus zouden opduiken. De samenleving keek reikhalzend uit naar het vaccin en iedereen was razendsnel ingeënt. Een half jaar later werd de pandemie officieel als beëindigd verklaard. De media berichtten over de betoging in Amsterdam waarbij meer dan 100.000 mensen de bevrijding van de pandemie vierden en hun medeleven met de slachtoffers uitdrukten. De politiek reageerde door een officiële pandemieherdenkings- en bevrijdingsdag in het leven te roepen.

Dat was 18 jaar voordat Facebook werd geboren. Nu, op de 18e verjaardag van Facebook, zitten we alweer twee jaar in de coronapandemie. Dat staat iedere dag in de krant, op de televisie worden extra inzendingen ingelast en het staat op de sociale media zoals Facebook. Veelzeggend is de carrière van een gefrustreerde arts uit Zoetermeer die nooit door de media wordt uitgenodigd als het om belangrijke maatschappelijke zaken op medisch gebied gaat. Door de enorme media-aandacht voor corona is de man het spuugzat. Hij besluit de pandemie een leugen te noemen en corona een verzinsel. Zo heeft zijn artsenbestaan nog een beetje zin, vindt hij.

Naarmate de maatregelen van de overheid drastischer worden, stijgt de populariteit van deze arts die op Facebook actief is en op die plek meer en meer aanhangers krijgt. Facebook is echter 18 geworden en lijkt nu volwassen gedrag te vertonen. Immers, er worden door het netwerk zelf feiten over COVID-19 getoond en zelfs algemene tips ter preventie gegeven. De arts is inmiddels weg bij Facebook, want hij houdt niet van dit volwassen gedrag. Hij bivakkeert nu op een netwerk dat pas negen jaar is en Telegram heet. Het staat niet alleen nog in de kinderschoenen, het trekt sinds de coronapandemie ook duizenden personen aan die kinderlijk blijven reageren op gebeurtenissen in de realiteit.

In 1986 was er niemand die twijfelde dat er drastische maatregelen nodig waren om uit een pandemie te komen. Door de komst van Facebook en Telegram vinden personen die het gevaar van het coronavirus ontkennen hun eigen realiteit op de display van hun smartphone of tablet, dat in overdaad nieuws naar buiten brengt om de realiteit buiten de sociale media in twijfel te trekken. Sterker nog, om de realiteit buiten de sociale media te ontkennen. De traditionele media berichten nu over betogingen die op sociale netwerken zoals Facebook en Telegram worden georganiseerd en waarbij tienduizenden mensen de pandemie en de bijbehorende noodzakelijke maatregelen, zoals het vaccineren, in twijfel trekken.

Hier eindigt mijn korte onderzoek. Wordt vervolgd.

Deze bijdrage staat ook op joop.nl

David Bowie in Berlijn

David Bowie gedenkplaat aan de Hauptstraße 155 in Schöneberg

Voor wie het nog niet wist: vandaag zou David Bowie 75 jaar zijn geworden. Een reden voor de stadsbeiaardier Malgosia Fiebig om vanaf 11.40 uur vijf bekende nummers van David Bowie op het Dom-Carillon in Utrecht spelen. De Deutsche Post bracht David Bowie postzegels op de markt en ik besloot nog even aandacht te besteden aan een oud stukje op mijn blog over David Bowie in Berlijn.

Na een excessieve fase in Los Angeles was Bowie lichamelijk kapot en artistiek uitgeput. Zijn verlangen naar rust en zijn fascinatie voor de Weimarer Republik en zijn kunstenaars, vooral Bertolt Brecht en de Brücke-schilders, deden hem aan Berlijn denken. In 1976 trok hij in een Altbauwohnung in Schöneberg en was te vinden in de nabijgelegen discotheken, bars en cafés. Hij sloot vriendschappen met Berlijners en bleef tot 1978 in de Duitse metropool. In die tijd ontstonden drie albums: HeroesLow en Lodger, die samen als Berlin Trilogie de muziekgeschiedenis ingingen.

Bowie woonde aan de Hauptstraße 155 in Schöneberg. De grote woning was nauwelijks ingericht, gegeten werd meestal buiten de deur. Hij had een tijdje een beroemde huisgenoot, te weten Iggy Pop. Die mocht niet al te lang blijven, omdat hij levensmiddelen uit de koelkast jatte. Echter, de zanger van de Stooges en The Godfather of Punk huurde een kleinere ruimte in het achterhuis.

In de beroemde Hansa Studio’s nam Bowie zijn Berlijn-albums op. Ook U2, Depeche Mode, Nick Cave, Jack White, Nina Hagen en Eartha Kitt bezochten deze studio’s voor hun belangrijke platen. Hoewel Bowie over een internationaal netwerk van kennissen, medewerkers en coöpererende musici beschikte, sloot hij in Berlijn ook nieuwe vriendschappen. Hij bezocht vaak de in de scene beroemde en van Nederlandse afkomst Romy Haag en was een graag geziene gast in Chez Romy. Ook de Berlijnse modeontwerpster Claudia Skoda en haar kennissen behoorden tot Bowies nieuwe vriendenkring.

Bowie bezocht regelmatig het queercafé Anderes Ufer dat vandaag de dag Neues Ufer heet, maar was ook in de Paris Bar aan de Kantstraße in Charlottenburg te gast. Hij danste in Dschungel aan de Nürnberger Straße (minuut 00:50 van zijn “Where Are We Now” videoclip onderaan) en at bij restaurant Exil in Kreuzberg (nu sterrenrestaurant Horváth). Zijn lievelingsplek was echter het Brücke-Museum. Hij was erg onder de indruk van de expressionistische schilderijen van de Brücke-kunstenaars Ernst Ludwig Kirchner en Erich Heckel.

Van de Nederlandse journalist Leo Blokhuis verscheen vorig jaar het boek Berlijn – Muzikale revolutie . Hierin grijpt hij terug op de jaren van David Bowie in Berlijn, “een tijd waarin hij zichzelf als artiest hervond, en met ‘Heroes’ een van zijn allergrootste hits schreef”. Leo Blokhuis neemt de lezer mee naar de jaren twintig van de vorige eeuw – de jaren van Marlene Dietrich, Kurt Weill en Bertolt Brecht, maar ook de tijd van de eerste experimenten met elektronische muziek, aldus uitgeverij De Bezige Bij.

Bron: David Bowies Leben in Berlin: Die wichtigsten Ereignisse und Orte (tip Berlin)

Oost-Fries schrijft boek over Elfstedentocht

Vandaag las ik her en der dat het 25 jaar geleden is dat de Elfstedentocht werd verreden. Wellicht lukt het me dit jaar om een uitgeverij te vinden die het boek Frostfieber in Friesland – Roman zur Elfstedentocht in het Nederlands op de markt wil brengen. Zes jaar geleden lukte het bijna, daarna heb ik de handdoek in de ring gegooid. Vandaag heb ik de handdoek weer opgepakt.

Het boek verscheen in 1999 en is geschreven door Erhard Brüchert (Schlönwitz Pommern, 1941). Zijn familie vluchtte naar Norden in het Duitse Oost-Friesland. Hij groeide daar op, studeerde van 1962 tot 1968 in Marburg, Berkeley (Californië) en Göttingen germanistiek en geschiedenis. Tot 2004 was hij leraars Duits en geschiedenis aan het gymnasium Eversten.

Frostfieber in Friesland bestaat uit 11 hoofdstukken, genoemd naar de elf steden van de Elfstedentocht. De schrijver is er met dit boek in geslaagd om meerdere interessante verhaallijnen met elkaar te verbinden.

De hoofdpersoon is de sportjournalist Erik Mattern. Hij neemt samen met zijn broer deel aan de Tocht der Tochten in 1997. De auteur en tevens schaatsliefhebber heeft de Elfstedentocht zelf ook daadwerkelijk met een vriend gereden. In een aantrekkelijke stijl schrijft hij hoe ze aan de begeerde startkaarten zijn gekomen, over hun gastgezin in Leeuwarden en vooral over de warme en gastvriendelijke sfeer waarin ze zich als “Oost-Friezen” in West-Friesland begeven.

Parallel schrijft Brüchert over het leven van Erik Mattern die als kind tijdens de Tweede Wereldoorlog samen met zijn moeder, broertje en zusje vanuit Oost-Pruisen naar Oost-Friesland vluchtte. Deze vlucht in een huifkar over het bevroren Wislahaf is allesbehalve gemakkelijk. De moeder en haar kinderen worden van begin af aan geholpen door de Nederlander Jacobus Scheerstra. Citaat (mijn vertaling): ‘Dat een Nederlander uit Harlingen door de nazi’s juist hierheen werd gedeporteerd, dat was zeker een smakeloze ironie van de wereldgeschiedenis’. Deze Nederlandse Fries Jacobus Scheerstra weet alles over ijs en het lukt hem om de familie heelhuids naar Oost-Friesland te brengen. Het is een spannend beschreven tocht, omdat de Russen inmiddels jacht maken op de nazi’s.

Hieronder een door mij vertaald fragment:

Onder de brug over de snelweg, kort voor Sneek, waar het water meestal niet bevroren is, hebben de vindingrijke Friesen een ‘ijstransplantatie’ uitgevoerd, dat betekent, ze hebben uit het Sneekermeer dikke ijsplaten gezaagd, met een vrachtwagen hier naartoe gereden, met een zware takelwagen afgeladen, onder de snelwegbrug over een afstand van twintig tot dertig meter met pontons aangevoerd en in de ijzige nachten vooraf aan elkaar laten vriezen. Wij schaatsers glijden er in seconden overheen, zodat de sporters een lange kluunafstand bespaard blijft. In Sneek moeten ze voor de tweede keer “klunen”, dus een afstand van circa honderd meter over het land lopen. Dit gebeurt in de regel op die plekken waar men langs te smalle of gevaarlijke stukken onder bruggen door moet schaatsen of op andere plekken, waar het ijs niet dik genoeg is.

De uitstekend functionerende ‘Vereniging Elfsteden’ en de lokale ijssportverenigingen hebben daarvoor houten trappen geprepareerd en zelfs vloerkleden uitgerold. Het klunen wordt zo iedere keer een kleine triomftocht door een erehaag van enthousiaste mensen. De mensen schreeuwen enthousiast, kloppen de rijders op hun schouders, houden borden en plakkaten omhoog, waarop ze hun vrienden of kennissen begroeten en aanmoedigen. De stad bevindt zich in een roes van enthousiasme voor de schaatsers. Als in een droom laten Erik en Arno zich midden in Sneek, op een lang kluuntraject van meer dan 100 meter, naar voren pushen door een twee meter brede, euforische haag. Het is niet te geloven hoe de mensen op dit tijdstip, om zeven uur ’s ochtends – alles is nog donker – al zo uitgelaten kunnen feestvieren. Wat hebben de schaatsers dan tot nu toe voor grote prestatie geleverd? Of zou dat alles een voorschot zijn op de te verwachten, grote inspanningen? Erik frommelt zijn kleine fototoestel heen en weer om snel een foto te schieten. Dan passeren ze de prachtige binnenstad van Sneek en de Waterpoort. Ze vliegen langs het heerlijke, fel belichte en door mensen omringde herkenningssymbool van Sneek, dat Erik goed kent van zijn bootuitstapjes met Kea en de kinderen: en hij heeft er veel spijt van dat ze er zo snel voorbij zijn en weer wegglijden in het donker van de Geeuw.
Maar hier begint het in ieder geval al langzaamaan te schemeren. De Geeuw breidt zich uit tot een brede rivier waarvan de beide oevers zeker honderdvijftig meter uit elkaar liggen. Erik en Arno maken op het gladde, schone marmer gekleurde ijs gelijkmatige en wijde slagen en laten zich dankbaar en geduldig door de wind in de rug naar voren schuiven.
“Ik verheug me op het daglicht”, zegt Erik en voelt zijn sportieve kracht en uithoudingsvermogen in bijna iedere vezel van zijn lichaam.

Frostfieber in Friesland
Uitgeverij: SKN-Verlag
Prijs: 4,55 €

Auf Kufen durch die Nachkriegsgeschichte: interview met Erhard Brüchert

Website van Erhard Brüchert

« Oudere berichten Recent Entries »