Van pandemie tot polarisatie

Op 15 maart is het vijf jaar geleden dat in Nederland de eerste lockdown inging. Er braken onzekere tijden aan. Het dagelijks leven werd abrupt onderbroken, straten raakten leeg en winkels sloten hun deuren. Wat hebben we eruit geleerd?

Niet veel, vind ik. We hadden destijds de kans meer in onszelf te keren om te ontdekken wie we werkelijk zijn, om het maar even psychologisch uit te drukken. Het was belangrijk je niet door de buitenwereld te laten intimideren, want daar vlogen de complottheorieën je om de oren. De samenleving dreigde te splijten in groepen met of zonder mondkapjes, met of zonder vaccinaties. De onzekerheid creëerde angst en onmacht. Lontjes werden korter. Aan de andere kant zag je ook positieve effecten. Mensen kwamen bij elkaar. In Italië zongen de mensen zich vanaf het balkon door de coronacrisis heen en in huizen hingen briefjes van studenten die boodschappen aanboden voor mensen in quarantaine. 

Hebben we iets geleerd uit deze recente geschiedenis? Die vraag stel ik me vandaag de dag. Na de pandemie hoopten velen op een periode van rust en bezinning. Maar nu zitten we in een wereld vol conflicten en oorlogszuchtige leiders, die we nota bene zelf hebben gekozen. Waarom? Ik vrees dat we niet veel hebben geleerd uit het recente verleden. Volgens mij biedt het bestaan ons nog één keer de mogelijkheid de ogen te openen en ons niet door de buitenwereld te laten intimideren. Dat is nu belangrijker dan ooit.

Wie eerlijk is, wil geen oorlog, wil geen bloedvergieten, wil niks anders dan leven. Zo zie ik dat. Het is de hoogste tijd eerlijk te zijn. Niet eerlijk in reacties op social media, niet tegenover anderen, maar eerlijk tegenover jezelf. Als niemand zich laat meeslepen door machtswellustige leiders, dan hebben zij niemand om over te heersen. Dan staan ze er alleen voor. En dan moeten ook zij eerlijk zijn—niet op social media, niet tegenover anderen, maar tegenover zichzelf.

Deze tekst staat ook op metronieuws.nl.

Nieuwe carrière

Mijn nieuwe carrière begon vorige week geheel onverwacht in het café van een luxe warenhuis in Berlijn. Vraag me niet waarom, maar ik had zin in een kop koffie en gunde mezelf er een stuk gebak bij. Ik genoot van de luxe, de warme atmosfeer en de mensen die, net als ik, zichzelf iets lekkers gunden.

“Het gaat erom dat ik die vermogensbeheerder niet vertrouw,” hoorde ik een dame aan het tafeltje naast me zeggen. Ze was alleen en telefoneerde met iemand. “Ja, professionele beleggers,” lachte ze cynisch.

In gedachten zag ik een ploeg professionals honderden boterhammen met kaas beleggen, omdat ik van dit soort zaken niet echt kaas heb gegeten.

“En bij ons is uw geld in goede handen,” riep ze nu wat luider, waarna ze schuddebuikte van het lachen. Ze keek mij kort aan. Ik knikte vriendelijk.

“Ach, mijnheer,” zei ze en drukte de telefoon uit. “Iedereen wil geld van anderen.”

Ik lachte, maar wist niet wat te antwoorden.

“Vermogensbeheerders noemen ze zich,” voegde ze eraan toe.

“Ik ben vermogensbeheer old school,” floepte ik eruit. “Geen transacties via internet met versleutelde wachtwoorden en digitale documenten. Ik heb zakken met geld, kasten vol ordners, maar leef als een bescheiden man die zichzelf hier zo nu en dan een kop koffie met een gebakje gunt.”

De vrouw schoof haar stoel iets naar achteren en vroeg of ik tijd had om met haar over vermogensbeheer te praten. Ik verklapte dat dit slechts mijn gedachte was bij een eerlijke vermogensbeheerder.

Ze vertelde me dat ze de banken niet vertrouwde. Om het kort te houden: ze wilde me meer dan 100.000 euro toevertrouwen. Cash. Of ik dat aankon?

Ik vertelde haar dat in mijn kledingkast al ruim tien jaar kleren liggen die ik niet meer draag. Ze glunderde. “In die zakken had ook geld kunnen zitten,” zei ze.

De volgende dag gingen we samen naar haar bank. Net als in een film kregen we toegang tot een kluis. De filiaalbeheerder keek me telkens wantrouwend aan. Ik genoot ervan, net als Marie-Louise, de 92-jarige dame die ik in een café in een luxe warenhuis ontmoette en die aan de start stond van mijn nieuwe carrière.

Deze tekst staat ook op metronieuws.nl

De bovenbuurvrouw

Het is de zesde nacht op rij dat ik uit mijn slaap opschrik. Weer laat mijn buurvrouw iets op de grond vallen, verschuift ze iets en staat op. Ik heb haar een paar dagen geleden op de nachtelijke geluidsoverlast aangesproken. „Dan moet je maar niet in een stad gaan wonen”, zei ze. „Oude huizen zijn nu eenmaal gehorig, geluiden horen erbij.”

Ik knikte. „Maar ‘s nachts kun je ook rekening houden met de andere bewoners”, opperde ik vriendelijk. „Ik ga niet op mijn tenen door mijn woning lopen”, blafte ze me toe. „Ik leef en ik leef wanneer ik dat wil”, ging ze verder. Dat was duidelijke taal. Met deze vrouw was geen land te bezeilen.

Gele kaart

In het verleden hadden we al een keer een aanvaring en noemde ik haar in een door mij ondertekende brief asociaal. Dat moest ik bekopen met een officiële aanmaning van de verhuurder, die beweerde ik de huisvrede verstoorde en het ontoelaatbaar was medebewoners tot op het bot te beledigen. Zo eentje was zij dus, de buurvrouw. Ik heb de verhuurder netjes geantwoord dat ik niet de intentie heb mensen te beledigen en dat ik de dame in kwestie al meermaals persoonlijk op de geluidsoverlast had aangesproken. Nu had ik dus een soort gele kaart gekregen en bij rood vlieg je eruit.

De zevende nacht was het weer raak. Ik schrok wakker, omdat in de woning boven mij iets zwaars luid op de grond viel. Vervolgens hoorde ik haar weer ijsberen. Dat kun je in dit geval horen, omdat de dame in kwestie ook de omvang van een ijsbeer heeft.

Geoefende Kungfu

Ik sprong uit mijn bed, dacht niet meer aan de gele kaart en verliet vastberaden mijn woning, liep door het trappenhuis omhoog en beukte met beide vuisten op de voordeur van mijn bovenbuurvrouw. Ik realiseerde me niet dat ik op blote voeten stond en slechts een onderbroek en een t-shirt droeg. Buiten mezelf van woede trapte ik als een geoefende Kungfu meester tegen de deur. „He, wat moet dat, wat is hier aan de hand?”, hoorde ik andere huisbewoners roepen. Mijn buurvrouw opende de deur. Ik begon te schreeuwen en schold haar de huid vol. Ze viel in onmacht. Ik sprong op het logge lichaam en bleef springen totdat ik uitgeput naast haar op de grond belandde.

Dat was het advies dat ik kreeg van vrienden: maak er een verhaaltje van. Dat heb ik nu gedaan. Mijn vrienden vonden het wel aardig, maar er ontbrak een spannende ontknoping. Daar hadden ze gelijk in. Ik zou op het eind opnieuw wakker kunnen schrikken en suggereren dat het een nachtmerrie was. Of ik maak er een column van die ik afsluit met de woorden dat ik er een column van maak die ik met de woorden afsluit dat ik er een column van maak. En zo geschiedde.

Deze tekst staat ook op metronieuws.nl

« Oudere berichten Recent Entries »