Tag Archives: Berlijn

Franz Kafka in Berlijn Steglitz

Als inwoner van Berlijn viel mij gisteren een advertentie over de expositie Kafka in Steglitz op. De Praagse schrijver woonde van 24 september 1923 tot 17 maart 1924 in dit Berlijnse stadsdeel. Zes maanden later overleed hij in een Oostenrijks sanatorium. Waarom kwam hij naar Berlijn, wat deed hij hier en waarom vertrok hij weer? Gistermiddag ging ik op zoek naar antwoorden.

Franz Kafka, het lijkt soms wel een begrip of een slogan om publiek mee te trekken. Er is al zo veel over hem geschreven dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Het lijkt erop alsof de boeken over zijn leven meer lezers trekken dan de boeken die hij zelf schreef. Maar dat weerhoudt mij er niet van hier ook een bijdrage te leveren. De tentoonstelling Kafka in Steglitz ging op 15 februari van dit jaar officieel van start. Volgende week, op vrijdag 11 juli, is de expositie voor het laatst te zien.

Het Steglitz-Museum is gehuisvest in een oude, grote Berlijnse villa en biedt in enkele voormalige woonvertrekken informatie over het voormalige culturele leven in deze chique en vooral groene Berlijnse wijk. De Kafka-expositie blijkt niet al te groot; enkele transparante plastic panelen met daarachter teksten over periodes uit zijn leven en her en der hangen fraaie tekeningen van Carl-Otto Bartning, een beroemde Duitse ‘filmcutter’ die in de jaren ’50 begon met het maken van tekeningen bij Kafka’s verhalen.

Dat is natuurlijk leuk, interessant, maar niet heel erg bijzonder. Datzelfde geldt voor de vitrine met daarin een typemachine en diverse opengeslagen boeken van Kafka. Ik kom voor Kafka in Berlijn, in Steglitz. Een beetje teleurgesteld neem ik plaats in de salon en bekijk de antieke tafel met het chique servies, de moderne thermoskan met koffie en een half aangebroken chocoladetaart onder een glazen stol. Het museum heeft een stijlvolle ambiance, dat wel. Echter, waar vind ik iets over Kafka en Steglitz, die vraag zit mij dwars en daarmee wil ik de eerste de beste museummedewerker straks confronteren. Maar dan kijk ik opzij en zie, net als in de andere ruimtes, enkele syllabi waarvan eentje de titel Franz Kafka in Steglitz draagt. Mijn teleurstelling is op slag verdwenen.

Waarom komt Kafka naar Berlijn en vestigt hij zich in een wijk buiten het bruisende, artistieke leven? Wel, allereerst wil hij naar Berlijn, omdat hier zijn vriendin Dora Diamant woont.  Hij leerde haar in juli 1923 in een pension in Müritz kennen. In september 1923 haalt zij hem op bij het station Anhalter Bahnhof. Voor Kafka voelt het vertrek naar Berlijn als een een soort genoegdoening, want het toont zijn afkeer van Praag en van zijn familie, die duidelijk op dit vertrek tegen was. Kafka ziet zichzelf in de rol van de landmeter uit zijn roman Het slot: ‘Ik ben naar een vreemde streek vertrokken en heb me bij een vreemd volk ingekwartierd. Men duldt mij, men weet, dat er van mij geen gevaar uitgaat.’

Kafka betrekt een erkerkamer in een Steglitzer villa aan de Miquelstraße 8 (nu Muthesiusstraße 20/22). Hij woont als onderhuurder bij het echtpaar Hermann. Kafka wilde in een rustige buurt wonen. Dat liet hij zijn vriendin Dora weten, die deze kamer voor hem vond. Hoewel ze overdag samenleven, behoudt Dora haar kamer in het Scheunenviertel (Berlin-Mitte). Sinds begin januari 1924 overnacht Dora ook bij Kafka op de kamer. Ze trouwen niet, want Dora’s orthodox-joodse vader is hier fel tegen. Hij vindt Kafka niet religieus genoeg.

Berlijn verkeert net als de rest van de Weimarrepubliek in een grote politieke crisis. Het is de tijd van de hyperinflatie. Eind oktober 1923 betaal je voor een dollar bijna 2,2 miljoen mark. Kafka ruilt noodgedwongen zijn Tsjechische geld in tegen waardeloze Duitse valuta. Mede daarom leven Dora en hij in bittere armoede. De Praagse schrijver en Kafka’s vriend Max Brod bezoekt het paar geregeld. Later neemt hij ook zijn geliefde Emmy Salveter mee, met wie Kafka een geheime, dubbelzinnige vriendschap aanknoopt, die tot begin november duurt.

Wat doet Kafka de hele dag? Vaak wandelt hij door de Botanischer Garten, dat is zijn geliefde plek. Hij rijdt niet graag met de S-Bahn naar het centrum van Berlijn, omdat hij gewoonweg onvoldoende geld heeft om de theaters of restaurants te bezoeken. In het warenhuis Wertheim aan de Leipziger Platz laat hij een pasfoto maken. Hij denkt er namelijk over na met Dora naar Palestina te vertrekken maar het blijft bij een gedachte. Af en toe bezoekt Kafka de Hochschule für die Wissenschaft des Judentum in de Artilleriestraße (nu de Tucholskystraße), waar hij lezingen over de Talmoed bijwoont.

De tekst in de syllabus schept een mooi beeld van Kafka’s leven in de Berlijnse villawijk, waar Dora op een klein kookplaatje eten voor hun tweeën kookt. Geld voor kolen en gas is niet voorhanden. De verhuurster van de woning maakt het leven voor Kafka en zijn vriendin extra zwaar door steeds de huur te verhogen. Door toedoen van deze kleine vrouw ontstaat Kafka’s verhaal Eine kleine Frau (een klein vrouwtje).

Het zit Kafka allemaal niet mee. Geen geld en dan krijgt hij in oktober 1923 ook nog te horen dat uitgever Kurt Wolff de samenwerking met Kafka wil stopzetten omdat zijn publicaties nauwelijks verkopen. Kafka houdt ondertussen het nieuws in de gaten door voor het stadhuis van Steglitz de krantenkoppen van de ‘Steglitzer Anzeiger’ te bestuderen.

Om van de verschrikkelijke verhuurster af te komen verhuizen Dora en Franz op 14 november naar een nabij gelegen villa aan de Grunewaldstraße 13 (bij mevrouw Rethmann). Hier bewonen ze twee kamers met centrale verwarming. Het verblijf is van korte duur, omdat de eigenaresse meer kamers wil verhuren. Eind januari 1924 vinden ze nieuwe woonruimte aan de Zehlendorfer Heidenstraße 25/26 (nu Busseallee 7/9) bij de weduwe van de dichter Carl Busse. Hier huren ze twee dure kamers.

Eind maart 1924 voltooit Franz Kafka zijn laatste literaire werk Josefine, die Sängerin oder das Volk der Mäuse (Josefine, de zangeres of Het muizenvolk). Eerder die maand komt Kafka met de Berlijnse uitgeverij ‘De Schmiede’ overeen de bundel Ein Hungerkünstler (een hongerkunstenaar) uit te geven. Dit boek bevat ook Eine kleine Frau, het verhaal Josefine werd naderhand opgenomen.

Ook in maart 1924, de zeventiende, verlaat Kafka Berlijn. Zijn gezondheidstoestand is dramatisch slecht. Kafka ervaart de terugreis uit Berlijn als een nederlaag, de zoveelste in zijn leven. Nadat in april tuberculose van het strottenhoofd is vastgesteld sterft de veertigjarige Franz Kafka op 3 juni 1924 in het sanatorium Kierling bij Wenen.

Eén anekdote uit Kafka’s leven in Berlijn-Steglitz heb ik voor het laatst bewaard. Ik kende het verhaal niet en het beroerde me. In 1923-1924 loopt Franz Kafka niet alleen graag door de Botanischer Garten, maar ook het Steglitzer Park behoort tot zijn favoriete wandelplekjes. Op een dag wandelt hij er met Dora en ontmoet een klein meisje dat huilt en vertwijfeld om zich heen kijkt. Kafka vraagt wat er aan de hand is. Het meisje vertelt dat ze haar pop heeft verloren. Kafka komt meteen met een plausibel verhaal op de proppen en vertelt dat de pop slechts op reis is. “Ik weet dat, want jouw pop heeft mij een brief gestuurd”, vertelt hij. Het kleine meisje is eerst wat achterdochtig. “Heb je de brief bij je?”, vraagt ze. “Nee, ik heb hem thuis laten liggen maar ik neem hem morgen mee.” Het nieuwsgierig geworden meisje is al meteen veel minder verdrietig en Kafka keert naar huis terug om de brief te schrijven.

Hij gaat heel serieus te werk, alsof het erom gaat een groot literair werk te creëren. Hij bevindt zich in dezelfde gespannen toestand als altijd op het moment dat hij achter zijn bureau zit. Dan maakt het niet uit of het om een brief of een ansichtkaart gaat. De brief voor het meisje neemt hij zo serieus omdat hij haar een teleurstelling wil besparen en echt tevreden wil stellen. De volgende dag neemt hij de brief mee naar het park en geeft deze aan het kleine meisje. Aangezien ze nog niet kan lezen, leest Kafka de brief voor. De pop legt uit dat ze er genoeg van heeft om altijd in hetzelfde gezin te moeten leven. Ze heeft de grote wens om eens een andere omgeving te zien en moet daarom een tijdje afscheid van het meisje nemen. De pop belooft iedere dag te schrijven.

En Kafka schrijft daadwerkelijk iedere dag een brief waarin hij altijd weer over nieuwe avonturen bericht die in het bijzondere levensritme van de pop elkaar razendsnel opvolgen. Het meisje heeft na een paar dagen het verlies van haar speelgoed vergeten en denkt alleen nog aan de fictie, die zij als vervanging heeft ontvangen. Kafka schrijft iedere zin zo uitvoerig en humoristisch, dat de situatie van de pop volledig voelbaar wordt: de pop  is gegroeid, naar school geweest, heeft andere mensen leren kennen. Ze belooft het meisje altijd weer haar liefde voor haar, speelt daarbij echter in op de complicaties in het leven, op de andere plichten en de andere interesses, die het voor haar op dat moment niet mogelijk maken het gezamenlijke leven weer op te pakken. Het kleine meisje wordt gevraagd daarover na te denken en wordt zo op het onvermijdelijke afstand doen voorbereid.

Dit spel met de brieven duurt minimaal drie weken. Kafka wordt verschrikkelijk bang als hij eraan denkt hoe hij dit moet afsluiten. Het einde moet namelijk een juist einde zijn. Dat houdt in dat hij voor een orde moet zorgen die de door het verlies van het speelgoed ontstane wanorde aflost. Hij zoekt lang naar een oplossing en besluit uiteindelijk om de pop te laten trouwen. Hij beschrijft eerst de jonge man, daarna het verlovingsfeest, de voorbereidingen op het huwelijksfeest en vervolgens alle details van het huis van de pas getrouwden. “Je zult zelf inzien dat we in de toekomst afstand moeten doen van een weerzien”. Kafka lost het kleine conflict van een kind op met behulp van de kunst, het effectiefste middel waarover hij persoonlijk beschikt, om zo weer orde in de wereld te brengen.

Al in 1959 ondernam men via de krant ‘Steglitzer Stadtteilblatt’ een poging om het getrooste meisje en daarmee Kafka’s poppenbrieven terug te vinden. In 2001 probeerde de Kafka vertaler Mark Harman het opnieuw, maar die poging bleef, ondanks aanzienlijke respons in de media, zonder succes.

Projekt Gutenberg
Hier zijn de volgende verhalen van Franz Kafka compleet te lezen:
Eine kleine Frau:
https://www.projekt-gutenberg.org/kafka/misc/chap032.html

Josefine, die Sängerin oder Das Volk der Mäuse:
https://www.projekt-gutenberg.org/kafka/misc/chap031.html

Ein Hungerkünstler:
https://www.projekt-gutenberg.org/kafka/erzaehlg/chap020.html

Arnon Grunberg in Marzahn

Op weg naar de lezing van Arnon Grunberg

Op weg naar de lezing van Arnon Grunberg

Wel of naar naar Marzahn, dat is de vraag die ik mezelf op vrijdag 6 juni stel. Arnon Grunberg leest daar voor uit een boek. Dat vind ik net iets te weinig aanleiding om bij de tropische temperaturen naar een bibliotheek in Marzahn af te reizen. Maar aan de andere kant, Marzahn is wel een bijzondere plek, een plek waarvan je niet verwacht dat er een schrijver van kaliber optreedt.

Marzahn vergelijk ik  gemakshalve altijd met de oude Bijlmer in Amsterdam. Natuurlijk is dat wel heel kort door de bocht, omdat Marzahn vooral ook een voormalige DDR buurt is. “Wie in Marzahn is opgegroeid en dat onbeschadigd heeft overleefd, die is tot alles in staat.” Met die opmerking over een Marzahnse kogelslingeraarster kreeg een ZDF-commentator ooit hele grote problemen. De man werd door de stadsdeelburgemeester uitgenodigd om de wijk met eigen ogen te bekijken [Abfällige Äußerung über Marzahn: Politiker kritisieren ZDF-Moderator Poschmann]

Marzahn is een bijzondere plek....voor een lezing van A. Grunberg

Marzahn is een bijzondere plek….voor een lezing van A. Grunberg

Dus toch voldoende reden om de lezing te bezoeken. Op station Friedrichstrasse pak ik de S-Bahn, de S7 naar Ahrensfelde. Voor mij een nostalgische lijn, omdat ik er in 2011, tijdens mijn eerste maanden in Berlijn, regelmatig gebruik van maakte. Ik kende de stations op het traject tussen Berlin Nikolassee en Friedrichstrasse uit mijn hoofd. Maar nu moest ik verder dan Friedrichstrasse, de andere kant op, oostwaarts. Met een hoofd vol vooroordelen verlaat ik het Berlijn zoals het in de reisgidsen staat beschreven en nader het stadsdeel met de beroemde ‘Plattenbau’.

Enkele arbeiders in een blauwe overall en met een grote fles bier in hun hand stappen onderweg in en genieten zwijgend van hun rit naar huis. Hoewel ze bij elkaar lijken te horen, schijnen ze elkaar niet te kennen. Of ze zijn niet erg spraakzaam. “Zouden dat Oost-Berlijners zijn?” schiet het door mijn hoofd en ik merk dat de muur tussen Oost-Berlijn en West-Berlijn nog lang niet is verdwenen, zelfs niet bij buitenstaanders zoals ik. Voor mij is Marzahn een soort getto waar je ’s avonds liever niet over straat gaat. Ter illustratie een kort videofragment ( 3:39) met bewoners van Marzahn aan het woord. Daarnaast denk ik terug aan mijn leven als uitzendkracht in Berlijn. Destijds liep ik ook in een blauwe overall. Wie hier meer over wil lezen, bitte schön (klik).

S-Bahn station nabij de Mark Twain bibliotheek in Marzahn

S-Bahn station nabij de Mark Twain bibliotheek in Marzahn

Station Raoul-Wallenberg Straße, tijd om uit te stappen. Tussen de hoge flatgebouwen loop ik op deze zonnige vrijdagavond richting de bibliotheek. Ik hoop dat ik de enige bezoeker ben, want dan heb ik natuurlijk een bijzonder verhaal te vertellen. Aan de andere kant kan ik me dat niet echt voorstellen. Tegen half acht loop ik het Freizeit Forum binnen, een gebouw dat niet alleen over een bibliotheek maar ook over een enorm zwembad beschikt. Omringd door een lichte chloorlucht lees ik op het informatiebord waarom Arnon Grunberg juist hier op bezoek komt. Hij was hier al eens in september 2013 te gast, in het kader van het internationale literatuurfestival. Die dag was er onvoldoende tijd om voor te lezen, vragen te stellen of te discussiëren. “Ik kom hier bij de presentatie van mijn nieuwe boek zeker weer terug”, beloofde de in New-York verblijvende Nederlandse schrijver destijds en zo geschiedde.

De circa vijftig stoelen voor het kleine podium zijn vrijwel allemaal bezet. Voornamelijk Duitsers en de hoofdmoot 55+, dat is mijn eerste inschatting. Er klinkt applaus als de schrijver het podium betreedt. De presentatrice van deze avond legt nog eens uit hoe bijzonder het is dat Grunberg in Marzahn optreedt en dat Grunbergs vrienden gezegd zouden hebben ‘Marzahn, dat kan niet kloppen, daar vinden geen lezingen plaats’. Daarnaast vertelt ze dat het comité dat de avond organiseerde en zij zelf erg trots zijn dat de beroemde schrijver hier vanavond te gast is. Dat kan ik me ook wel voorstellen. Hij behoort niet alleen tot de beste schrijvers in Nederland, ook internationaal is hij geen onbekende.

gr02

Arnon Grunberg bracht bij zijn 2e bezoek veel tijd mee.

Grunberg lijkt in het begin nogal verveeld, maar dat blijkt schijn. Na de introducerende woorden is hij opeens wakker en present. Ruim een uur leest hij voor uit zijn nieuwe Duitstalige boek Couchsurfen und andere Schlachten. Dat is de vertaling van zijn in 2009 in Nederland verschenen boek Kamermeisjes en soldaten. Hierin staan onder andere bijzonder grappige en ook tragikomische verhalen over zijn ervaringen als couchsurfer, over zijn ervaringen als kamerjongen in een Beiers hotel en over zijn reis als embedded journalist naar Afghanistan. De scene over de kaas vind ik hilarisch.  Ook het publiek in Marzahn lachte om de sergeant en zijn kaasschaaf. Gelukkig schreef Jeroen Vullings in 2009 in Vrij Nederland al uitgebreid over dit boek én over de scene met de kaas. Dus zet ik graag een link naar dat artikel. Hier dus.

Zoals bij veel lezingen lijkt het na het laatste woord van de schrijver alsof iedereen naar huis wil en niemand een vraag heeft. Dat ligt er wellicht aan dat je als bezoeker begint met het verwerken van een enorme woordenstroom en plotsklaps wordt opgeroepen om een vraag te stellen. Aarzelend gaat op de eerste rij de hand van een oudere man, ik schat hem rond de 78, omhoog. De presentatrice haast zich met haar microfoon naar voren, want de man begint al te spreken. In de tussentijd denken de andere aanwezigen na over een tweede vraag, want één vraag zou wel van heel veel desinteresse getuigen.

En zo zie ik even later meerdere handen, jonge en oudere, behaarde en onbehaarde, de lucht ingaan. De microfoon vliegt van voren naar achteren, van links naar rechts en de vragenronde gaat over in een bijzondere discussie. De zaal komt los, want het gaat nu opeens over oorlog. Daar is het publiek vandaag de dag wel voor te vinden. Zou Grunberg voor Poetin zijn of juist tegen? De man op de eerste rij stelt een dergelijke vraag en hoopt op een bevredigend antwoord. De manier waarop hij de vraag stelt, suggereert dat hij achter Poetin staat en hoopt dat Grunberg hem steunt.

Reclamezuil in de Mark Twain bibliotheek in Berlijn Marzahn

Reclamezuil in de Mark Twain bibliotheek in Berlijn Marzahn

Ik ben blij dat dit onderwerp ter sprake komt, omdat ik gewoonweg niet begrijp waarom vandaag de dag zo veel mensen opeens voor of tegen Poetin zijn, voor of tegen Obama. Ik ben dus blij, omdat mijn mening wordt bevestigd. Die hele discussie rondom de huidige wereldleiders fascineert mij, omdat ik denk dat het tijd is om die manier van denken los te laten. Altijd weer voor en tegen. Wat een onzin. Laat die machtsstructuren toch gewoon uitsterven, ze hebben hun langste tijd gehad. Iedereen ziet toch wel in dat het net kleine kinderen zijn, maar goed, ze spelen wel met vuur, dat weer wel.

Feit is dat veel mensen niet weten of ze nu voor of tegen Poetin moeten zijn. Die vraag is in mijn ogen al te absurd voor woorden. Alsof je gedwongen wordt voor Ajax of Feyenoord te zijn. Waarom altijd dit dualistische denken? Laat de machthebbers toch in hun sop gaar koken, kijk wat vaker naar jezelf en haal zelf uit het leven wat erin zit. Dat zei Grunberg natuurlijk niet. Toch beviel Grunbergs antwoord mij wel en ik had de indruk veel aanwezigen niet. “Nee, ik ben geen Poetin fan”, zei hij in woorden van gelijke strekking. Van alle machthebbers op de wereld is Obama de minst slechte. Dat zei hij en daarmee onderstreepte hij ook mijn mening. Obama maakte ook een boel fouten maar veel keus hebben we niet. Net als Grunberg denk ik dat Europa beter af is met Amerika dan bijvoorbeeld China.

Een vrouw uit het publiek vertelt dat ze Grunbergs roman Tirza voor haar verjaardag cadeau kreeg van de presentatrice van de avond. Ik onderdruk een geeuw, omdat dit mij niet echt interesseert. Maar goed, sommige mensen hebben een lange aanloop nodig om bij hun uiteindelijke vraag te belanden. In dit geval gaat de vraag over de heer Hofmeester, de hoofdpersoon in Grunbergs beroemde roman. De stelster van de vraag kan niet begrijpen dat Hofmeester tot zulke gruwelijke daden in staat is. Hoe ontstaat zo’n personage, dat wil ze weten.

Informatiebord bij de hoofdingang van zwembad en bibliotheek

Informatiebord bij de hoofdingang van zwembad en bibliotheek

Het is een vraag die je bij iedere roman kunt stellen en waarbij de schrijver veelal antwoordt dat het zijn beroep is om als romanschrijver personages te verzinnen. Grunberg legt dit uitvoerig uit en voegt eraan toe, dat mensen nu eenmaal tot wrede dingen in staat zijn, hij ook. Het siert Grunberg dat hij beleefd, spontaan en uitvoerig op alle vragen ingaat. Als een vraag niet relevant is, dan zegt hij dat ook. Kortom, eerlijkheid staat bij hem hoog in het vaandel.

Ik heb niet alle boeken van Grunberg gelezen. Mocht ik hem ooit nog eens interviewen, dan heb ik nog een inhaalslag te maken. Het is toeval dat ik met zijn boeken in aanraking kwam. Acht jaar geleden, ik hielp iemand bij een verhuizing, kreeg ik het boek Grunberg rond de wereld cadeau. Ik herinner me nog een verhaaltje waarin Grunberg schrijft dat hij in Italië in een stilstaande trein zit die niet verder lijkt te gaan. Samen met zijn vriendin ‘Soepstengel’ worden alle tassen en koffers op het perron gezet. Citaat: “Op dat moment ging de deur dicht. De trein zette zich langzaam in beweging.
“Au secours”, riep ik en ik klopte op de ramen. Maar dat was Frans. Bovendien ging de verlichting uit. De Soepstengel rende met de trein mee, want erg snel ging de trein nog altijd niet. Ik opende een raam en riep: “Idioot, wat heeft het voor zin achter deze trein aan te rennen? Blijf bij de spullen, anders worden die ook nog gestolen.” Einde citaat.

Waarom dat stukje beklijft, ik weet het niet. Misschien is het een situatie die kenmerkend is voor de verhaaltjes in dat boek. Als lezer zie je hem in die trein zitten en lees je zijn gedachten. Citaat: “Ik zou ongetwijfeld naar een rangeerterrein worden gereden, waar ik misschien wel uren zou moeten wachten. De Soepstengel zou natuurlijk wel hulp halen. Maar hoe maak je aan Italianen duidelijk dat een vriend van je met de helft van de bagage op een rangeerterrein in een lege trein zit? Alles wat ik aan eten bij me had was een pak oude koekjes.” Einde citaat.

Aller guten Dinge sind drei. Dat zeggen ze hier in Duitsland. Dat geldt ook voor die scene met de trein. De lezer vermoedt, althans ik, dat de trein met Grunberg erin ergens op een rangeerterrein wordt gestationeerd. Citaat: “Maar toen gebeurde het wonder. Aan het eind van het perron stopte de trein en reed na enkele seconden stil te hebben gestaan terug, zij het niet meer langs perron 5, maar langs perron 3. Halverwege perron 3 stopte de trein, ik opende de deur en schopte mijn bagage naar buiten, uit angst dat de machinist het in zijn hoofd zou halen weer verder te rijden.” Einde citaat.

Blibliotheek en zwembad in één gebouw

Blibliotheek en zwembad in één gebouw

Tot slot kom ik nog even terug op de vragenronde in de bibliotheek van Marzahn. Eén dame vraagt waarom de boeken van Grunberg de lezer altijd met zo’n treurig, verdrietig gevoel achterlaten. Waarom niet wat positiever? Een interessante vraag, want dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat ik nog niet alles van Grunberg heb gelezen. Grunberg gebruikt in zijn antwoord het woord melancholie. Hij houdt van melancholie en verwacht dat zijn lezers dat ook hebben.

Ik merk dat hij naar woorden zoekt om uit te leggen wat hij precies bedoelt. Hij wil niet als echte negatieveling overkomen maar zeker ook niet als de grote positievelling. Dat je niet 24 uur per dag zeven dagen per week gelukkig kunt zijn, dat zegt hij. Maar dat suggereerde de vragenstelster niet. Grunberg lijkt zich heel snel neer te leggen bij een soort noodlot van de mens, alsof we geen keuze hebben. Ik zie dat anders, ondanks dat ik ook van mening ben dat je niet 24 uur per dag zeven dagen in de week gelukkig kunt zijn. Iedereen heeft daar natuurlijk zijn of haar eigen mening over, gebaseerd op eigen ervaringen. Dat vind ik ook prima. Waarom zou je daar over strijden?

Al met al was het een bijzondere avond. Bijzonder, omdat uit het publiek onverwachte vragen werden afgevuurd. Vragen die perfect pasten bij deze onverwachte locatie, in de Mark Twain bibliotheek in het Berlijnse stadsdeel Marzahn.

Schrale Koningsdag in Berlijn

Nederlandse ambassade in Berlijn

Nederlandse ambassade in Berlijn

“Sie sparen an der falschen Stelle”, vertelde ik afgelopen maandag een Duitse gast tijdens het Koningsfeest op de Nederlandse ambassade in Berlijn. De man knikte beleefd. Hij vroeg mij eerder waarom er tientallen mensen in een enorm lange rij stonden vanwege 2 bleke vleesballetjes op een kartonnen schaaltje. Daarop antwoordde ik dat de bitterbal iets typisch Nederlands is, maar ik weet niet of hij dat met die vraag bedoelde.

Ik legde de man uit waarom in mijn ogen de Nederlandse ambassade zichzelf met dit Koningsfeest wel erg blameert. In voorgaande jaren was het feest rond 30 april voor alle Nederlanders en genodigden gratis toegankelijk en stond je in een lange rij om binnen te komen. Eenmaal binnen wachtte dan ook een groot feest met een bandje, diverse kraampjes met typisch Nederlandse lekkernijen en bedienend personeel dat de gasten o.a. op heerlijke, bruingebakken bitterballen trakteerde. Het was druk maar vooral feestelijk en gezellig.

Dit jaar was alles anders, zoals ook in Nederland al een tijdje alles anders toegaat. In mediaberichten lees ik vaak dat Nederlanders vinden dat hun land zo nu en dan de weg kwijt is. Nu blijkt dat het land dus zelfs over de eigen landsgrens het spoor bijster is. Dat je je dit jaar voor het eerst van tevoren moest aanmelden, dat vond ik prima en logistiek gezien ook logisch. Dat er dit jaar een bijdrage van € 10,00 werd gevraagd, geen probleem. Voor € 15,00 was ik ook gegaan. Maar dan verwacht je toch een bruisend feest, compleet met frietkraam, bitterballen in overvloed en stroopwafels, om maar wat te noemen?

“Wennschon, dennschon”

Wat mij betreft had de ambassade er beter aan gedaan dit jaar geen Koningsfeest te organiseren. Waarom? Omdat ik van mening ben ‘als je iets doet, doe het dan goed’. Of zoals ze hier in Duitsland zeggen “wennschon, dennschon”. Dat bedoel ik met bezuinigen op de verkeerde plek. Bij de ambassade waren vast en zeker andere bezuinigingsmaatregelen voorhanden om een groots Koningsfeest mogelijk te maken.

Een goed feest behoeft geen kaviaar of dure champagne, nee, dat zou weggegooid geld zijn. Maar dit was het andere uiterste, dit was een trieste vertoning en dat voor een ambassade. Voor de volledigheid; er stond nog een viskraam en sporadisch zag je iemand met iets hachee-achtigs in een plastic bakje rondlopen, maar dan heb je het gehad. Het invoeren van een tombola bleek geen oplossing om de feestvreugde te verhogen.

Ik sprak met de Duitse bezoeker over Berlijn, over hoe populair de stad momenteel is en dat de metropool vandaag de dag echt leeft. Mensen uit de hele wereld trekken hier naar toe en het culturele leven bruist als niet tevoren. Hij, mijn Duitse gesprekspartner, een geboren en getogen Berlijner, vond Berlijn vandaag de dag veel lijken op het Berlijn uit de jaren twintig. Ik beaamde dat. “En dan verwacht je hier toch ook een bruisend feest”, vertelde ik enthousiast. Zijn ogen straalden. ‘Ja, natuurlijk’. Dat zei hij niet, Duitsers zijn beleefd, maar hij knikte veelzeggend.

Ja, deze avond op de binnenplaats van de Nederlandse ambassade was niet representatief voor het bruisende en swingende Berlijn waar we het over hadden. Maar dit was dan ook niet Berlijn, we bevonden ons officieel op Nederlands grondgebied. Dat was ons pijnlijk duidelijk.

« Oudere berichten Recent Entries »