Tag Archives: Berlijn

Sociale structuren in Berlijn

Berlijn Kreuzberg

Berlijn Kreuzberg

Berlijn kent armoede, dat is geen geheim. Het is ook geen geheim dat in de Duitse hoofdstad ieder derde kind in armoede opgroeit.  Maar waar in stad wonen dan de arme Berlijners en waar wonen de rijken? Waar wonen de academici en waar de werklozen? Hoe zijn de bewoners over de verschillende wijken, stadsdelen en districten verdeeld? Die gegevens zijn onlangs vastgelegd in een 300 pagina’s tellende ‘sociale structuuratlas’, die afgelopen vrijdag aan de senator voor gezondheid Mario Czaja (CDU) werd overhandigd.

Het zuigelingensterftecijfer, het aantal rokers, het aantal werklozen, de woonsituatie, de genoten opleiding, het inkomen of het aantal hulpbehoevenden, dat op overheidssteun is aangewezen. Het zijn enkele van de 66 verschillende criteria in het tot nu toe omvangrijkste onderzoek naar de sociale situatie in Berlijn.

De Thielallee in de villawijk Dahlem, niet ver van de Vrije Universiteit, beschikt over de gunstigste sociale structuur. Maar ook in de buurt van Dahlem en aan de Krumme Lanke (plaats 3 en 5) is het niet slecht vertoeven. Volgens de sociale structuuratlas zijn in het zuidwesten van de stad de inkomens, het aantal academici en de levensverwachting het hoogst. De bevolking bestaat in dit gebied uit jonge gezinnen, gepensioneerden, hoge ambtenaren en academici, die zich de vaak niet echt goedkope woningen kunnen permitteren.

In sommige districten en wijken, zoals Kreuzberg, bestaan binnen het district grote verschillen. Dat kan ik beamen, want ik woon alweer twee jaar in Kreuzberg en ik zie hoe ook bij mij in huis de huurprijzen na een renovatie van een woning de hoogte in schieten en soms zelfs worden verdubbeld. Hetzelfde geldt voor Neukölln, het stadsdeel dat in het rapport de laagste plaats inneemt. Deze laatste plaats is verklaarbaar, omdat de gegevens van de sociale structuuratlas uit het jaar 2011 stammen. Momenteel is Neukölln een stadsdeel dat erg in trek is en dan laat de gentrificatie niet lang op zich wachten.

Uit de sociale structuuratlas blijkt dat de sociale structuur in het district Spandau wankelt. In een krantenbericht wordt Spandau de verliezer van de gentrificatie genoemd. Het is de opvangplek voor de armere lagen van de bevolking die door de stijgende prijzen uit het centrum worden verdreven. Spandau staat in de sociale structuuratlas op de drie na laatste plaats.

Ook het district Reinickendorf bevindt zich in de onderste helft van de tabel met sociale structuren. De bevolking is hier bovengemiddeld oud en daardoor stijgt het aantal hulpbehoevenden dat op overheidssteun is aangewezen. De sociale structuur in Marzahn-Hellersdorf is stabiel gebleven, ook al bevindt de wijk zich eveneens in de onderste regionen van de lijst. De wijk zakte tussen 2003 en 2008 van plaats vijf naar plaats negen. Sindsdien is de sociale structuur hier niet verslechterd.

De sociale structuuratlas kent één grote winnaar en dat is stadsdeel Pankow, dat na Steglitz-Zehlendorf en Charlottenburg-Wilmersdorf op plaats drie staat. In 2003 stond Pankow nog op de negende plaats. Dat was nog in de tijd voordat de mensen met hogere inkomens naar Prenzlauer Berg (behoort tot Pankow) trokken.

Bronnen:
Berliner Zeitung 28.02.2014 “Hier wohnen die ärmsten Berliner

Download de sociale structuuratlas (16,2 MB)

Tas of tientje taxi?

taxMet die vraag stap ik vanochtend de deur uit. Het is een bijzondere dag, want ik ga vandaag buitengewoon veel geld uitgeven. Ik haat dagen waarop ik buitengewoon veel geld ga uitgeven maar soms zijn ze onontkoombaar. Mijn geld verdien ik nu eenmaal indirect met een computer en als die computer op een ochtend niet in beweging komt, dan is het hier “Highlife in Dosen” zoals sommige Duitsers zeggen.

De dag dat mijn computer zich ziek meldde leerde ik de computerreparatiedienst bij mij in de buurt kennen. De computervakman raadde mij aan bij Cyberstore een computer te kopen en te letten op de processor en het werkgeheugen. Mijn keus voor een Dell-computer met een Intel Core i5 processor en 6 GB werkgeheugen was volgens hem een goede keus. De bestelling is gedaan en dus  loop ik  nu – omwille van voldoende lichaamsbeweging –  naar de Friedrichstrasse om het apparaat op te halen.

Een klok slaat 10 maal. Op de Mehringdamm prikken aan een statafel bij Curry36 twee in een blauwe overall gestoken werkmannen in een curryworst. Als ik een brief bij mijn ‘vrienden van de belasting’ heb gedeponeerd is de Friedrichstrasse niet ver meer. Ik loop en denk ‘tas of taxi?’. Hoe groot is die computer? Doe ik die in een tas en neem hem dan mee in de U-Bahn? Of hou ik hem onder mijn arm en loop er een half uurtje mee naar huis? De stoepen zijn glad. De kans om zonder computer uit te glijden is al groot, dus naar huis lopen sluit ik uit.

“Alleen als ze een hele grote tas hebben, dan neem ik misschien de U-Bahn”, denk ik en loop inmiddels aan het begin (of het einde) van de Friedrichstrasse. De computerzaak bevindt zich net voorbij Checkpoint Charlie.
“Toeristen trekken criminelen aan en criminelen zitten ook in een financiële crisis” zegt een stemmetje in mijn hoofd.
Iedereen die nu gewoon op de stoep staat te staan is in mijn ogen opeens een potentiële crimineel geworden die erop wacht totdat iemand met een waardevol apparaat de computerzaak verlaat. De één vraagt je wat, de ander trekt de doos met de computer uit je handen, geeft die door aan een collega, die rent 50 meter en een andere collega sprint er vervolgens mee naar een gereedstaande vluchtauto. Daarna sta je dan met alleen nog de factuur in je hand en de kleine troost dat je in 2015 de btw terugkrijgt.

Ik verbaas me over mijn voorstellingsvermogen en besluit niet meer over de terugweg na te denken. Hebben ze geen behoorlijke tas, dan neem ik een taxi. Dat kost me misschien acht of negen euro meer maar dan ben ik wel van het gezeur af. Als de computer 10 euro duurder was,  dan had ik ‘m ook gekocht. Zo! En gisteren besloot ik niet buiten de deur te eten en spaarde ik ook ongeveer 10 euro uit. Mijn hoofd vult zich met allerlei situaties die me de terugreis met een taxi rechtvaardigen.

Achterin bevindt zich de afhaalbalie. Een medewerker haalt tegen inleving van mijn bestelformulier een grote doos uit het magazijn. “Taxi”, weet ik. Met flinke tegenzin betaal ik buitengewoon veel geld en loop met de doos naar buiten. Het nummer van de taxicentrale heb ik in mijn telefoon opgeslagen, maar waarom zou ik een taxi bellen als er eentje direct voor de deur staat? Klop, klop. Vrij? Ja! Een vriendelijke chauffeur opent de achterklep. Ik zet de computer in de achterbak.

“Is met zo’n duur apparaat toch veel beter dan met de U-Bahn?” vraag ik de chauffeur.
“Veel beter, veel beter”, antwoordt hij. Ik wist dat hij dat zou antwoorden, daarom stelde ik die vraag. Als ik de deur bij de passagiersstoel opentrek zie ik mezelf op de stoep langslopen en denken “wat een patser, een taxi om zo’n doosje te transporteren!”. Ik spuug op de grond, ik kijk in de spiegel van de winkelruit en besluit om me hier niets van aan te trekken.

Nog geen 10 minuten later naderen we mijn woning. Ik waarschuw de chauffeur voor de politiecontrole bij mij om de hoek. Daar staan twee agenten met een camera achter een busje opgesteld in een zone waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Rij je te snel, dan maakt een agent je met een armgebaar duidelijk dat je rechtsaf moet slaan. In die straat staan zijn collega’s al klaar om te incasseren.
“Ze hebben geld nodig voor de nieuwe luchthaven”, vertel ik de chauffeur. Gelukkig merkt hij niet dat ik deze grap een uur eerder van de verkoper van het postagentschap bij mij op de hoek had gejat op het moment dat ik hem erop attendeerde dat ze weer eens aan het controleren waren.

De taxi stopt bij mij voor de deur. Op de taximeter lees ik € 8,10. Weer dat gedoe met geld. Veertig cent fooi geven is belachelijk, een tientje geven en vijftig cent terugvragen, dat doet een “Korinthenkacker”. Ik herinner van mijn werk in de horeca dat mensen met het minste geld vaak de meeste fooi geven. En die ongeschreven wet blijkt nu ook weer te kloppen, want ik geeft een tientje en vertel dat het goed is. Waarom zou ik nog 50 cent willen hebben? Dat ik ook een euro had kunnen terugvragen schiet me niet te binnen.

Aangezien ik er patent op heb om mezelf in absurde situaties te begeven vraag ik de chauffeur voor de zekerheid of de achterklep open is. Hij lacht en raadt instinctief aan welke absurde situatie ik dacht.
“Ik rij weg met de computer”, lacht hij. Ik lach ook. Hij stapt uit, ik stap uit.
“Als je met pensioen gaat, de laatste rit, waarom niet?”, antwoord ik hem. Hij opent de achterklep open, pakt mijn computer en lacht nog steeds. Ik neem de doos vast en ben blij dat ik een taxi heb genomen. Dan slaat de chauffeur me kameraadschappelijk op mijn schouder en wenst me nog een hele fijne dag. Ik wens hem eveneens een hele fijne dag. Zo nemen twee lachende mensen afscheid van elkaar. De één op weg naar een nieuwe passagier, de ander op weg naar een nieuwe column.

Eerste sneeuw 2014 in Berlijn

Gisteren, op dinsdag 21 januari, viel de eerste sneeuw van het nieuwe jaar in de Duitse hoofdstad. Oké, eerder deze maand was er kort sprake van sneeuwregen, maar dat is wat anders dan sneeuw die blijft liggen. Een paar foto’s van gisteren:

« Oudere berichten Recent Entries »