Tag Archives: Berlijn

Berlijn trendsetter met weerbericht

Weerbericht "Deutscher Wetterdienst"

Weerbericht “Deutscher Wetterdienst”

Vroeger keek ik op internet wel eens naar de weersverwachting. Google bood een groot aantal mogelijkheden aan als ik „Wetter Berlin“ als zoekterm opgaf. Helemaal bovenaan stond wetter.com. Ik klikte en las meteen „Firefox heeft voorkomen dat deze website een pop-upvester opende”. Natuurlijk verscheen er reclame in die pop-up. De site zelf was erg traag vanwege het grote aantal andere reclameblokken, dat weet ik me nog te herinneren. Ik klikte mezelf dan weg en bezocht wetter24.de. Dat bleek ook een reclameportaal met daar tussenin nog wat gegevens over het weer. Hetzelfde beeld trof ik aan bij wetteronline, wetter.info, daswetter.com en wetter.de.

Gelukkig staat de tijd niet stil en verandert er vandaag veel in een razend tempo. Door die snelle ontwikkelingen hoef ik me nu niet meer door die reclameblokken heen te wringen om het weerbericht te lezen. Sterker nog, ik heb Google niet eens meer nodig. Ik loop gewoon de deur uit en bekijk twee straten verderop in alle rust hoe het met het weer is gesteld. In één oogopslag lees ik de minimum- en maximumtemperaturen in Berlijn en omgeving, ik lees hoe groot de kans op neerslag is en ik lees bovendien waar die neerslag uit zou kunnen bestaan. Daarnaast ben ik meteen op de hoogte van de weersomstandigheden in een groot aantal Europese landen. Als extraatje biedt dit portaal mij nog wat interessante statistieken. Vandaag heb ik er wat foto’s van genomen.

Deze vorm van berichtgeving noem ik vooruitgang. Iedere dag print een echt mens van de “Deutscher Wetterdienst” de weerberichten uit en plakt ze achter het glas op het aankondigingenbord. Het is nog wel even wennen voor die mensen. Papier ophangen, hoe deed je dat ook alweer? Met een paar magneetjes uit de oertijd lukt het die mensen van het weerinstituut toch om dagelijks de weerberichten naar buiten te brengen, hoewel er nog een schaarste aan magneetjes heerst. Ik vind het heerlijk om hier van het weer te genieten, zeker als de zon schijnt.

Maar ook ’s avonds is het hier goed vertoeven. De TL-lamp zorgt voor een romantische atmosfeer als ik hier in de duisternis onder het bleke schijnsel van de lichtgevende buis het weer tot me neem en vervolgens een biertje in het nabij gelegen café drink. Als ik daar binnenkom weet de barman al waar ik ben geweest, want iedereen in het café is ervan op de hoogte dat ik als trendsetter ben overgestapt van digitaal naar papier. De “Deutscher Wetterdienst” is één van de eerste organisaties die het nieuws gewoon op de stoep zet, zodat je het op weg naar huis even in je kunt opnemen. Dat is veel sneller dan de computer opstarten, wachten op die vervelende updates en dan nog op een website belanden die bol staat van de reclame.

Speciaal voor de mensen die twijfelen om over te stappen heeft de “Deutscher Wetterdienst” nog een website online gehouden die de actuele weerberichten zonder reclames weergeeft. Het is een kwestie van tijd en dan lopen we eindelijk weer allemaal op straat, maken een praatje over en bij het weer en gebruiken de computer waarvoor hij bedoeld was, namelijk om teksten en getallen mee te verwerken. Niet meer en niet minder. Leve de vooruitgang!

Een hippe wijk

In december 2011 verhuisde ik van de wijk Zehlendorf naar Prenzlauer Berg. Dat betekende dat ook veel situaties in columns zich niet meer in de Berlijnse villawijk Schlachtensee afspeelden maar in het hippe stadsdeel in het voormalige Oost-Berlijn. In die hippe omgeving woonde ik een half jaar en verhuisde daarna naar een eveneens hippe wijk en keerde terug naar het voormalige West-Berlijn. De wijk heet Kreuzberg en ik woon hier nog steeds. Bij het opruimen van teksten stuitte ik op een stukje over mijn eerste dag in Prenzlauer Berg. Het was een bijzondere dag en dus plaats ik het stukje alsnog op dit blog.

04.12.2011. Sinds vanochtend woon ik in één van de hipste wijken van Berlijn, te weten Prenzlauer Berg. Hip, omdat ik dat op internet las. Of de wijk ook echt hip is, dat moet ik nog uitvinden. Aangezien ik deze eerste zondagochtend nog geen eten en drinken in huis heb, neem ik meteen de proef op de som en ga op zoek naar een bakkerij in deze hipste wijk van Berlijn. Onderweg weinig hips te beleven. Een student leunt tegen een verhuiswagen en wacht waarschijnlijk op vrienden. Een oudere vrouw laat haar hond uit. Niet echt hip. En ook het jonge echtpaar met kinderwagen (daarvan schijnen er heel veel te zijn in deze hipste wijk) kan mij niet overtuigen. De bakkerij twee straten verderop is niet hip maar de moeite waard om te bezoeken. Naast het uitgebreide assortiment aan brood liggen hier ook heerlijk belegde broodjes in de vitrine, staat er een schaaltje met gekookte eieren op de toonbank en biedt een grote glazen koelkast uitkomst voor degenen die thuis willen ontbijten. Vruchtensappen, kaas, ham, boter, het is hier allemaal te koop.

Ik besluit mijn ontbijt hier te nuttigen, zodat ik goed in de gaten kan houden of er hippe mensen langskomen. Misschien gebeurt er iets hips. Tijdens mijn korte verblijf leer ik veel over het taalgebruik in een Duitse bakkerij. Van Butterbrot tot Rosinenbrötchen en dat mensen elkaar een mooie tweede advent wensen. Na deze eerste leerzame kennismaking met mijn nieuwe bakkerij loop ik omwille van een goede spijsvertering een blokje om. Op de terugweg wandel ik weer langs de bakkerij. Op mijn oude plekje voor het raam  zitten twee jonge dames. En dan opeens een enorme knal, pats! Naast me ligt een kapotte bloempot, die de wind zojuist van een balkon heeft geblazen. Ik loop naar binnen en vertel wat er gebeurde. Als klap op de vuurpijl betreedt een oudere man met baard (niet Sinterklaas!) de bakkerij. Hij knalt een fles sekt open, deelt plastic bekertjes uit, schenkt ze vol en wenst ons allen met luide stem een mooie tweede advent. Licht aangeschoten door twee bekertjes sekt loop ik naar huis en weet één ding zeker: dit is wellicht toch een hippe wijk.

Naar Buiten Jongmensch

bordNaar Buiten Jongmensch! Het zijn de woorden van de legendarische dichter en schrijver Johnny van Doorn die mij deze zaterdagochtend dwingen mijn woning te verlaten. Eindelijk schijnt de zon weer eens volop en ligt Berlijn onder een strak blauwe hemel. Vervolgens hoor ik Johnny van Doorn roepen „De geest moet waaien!“ Naar buiten, de geest moet waaien. Goed idee, maar waarheen? De stad in of de stad uit? Ik wil de stad uit, de natuur in, lopen en dus bekijk ik op Google maps de omgeving van Berlijn. Ik waag een gokje en noteer „Groß Schönebeck“ in mijn navigatie-apparaat, spring in de auto en verlaat via Alexanderplatz en Prenzlauer Berg de stad, op weg naar het groene leven.

Onderweg rij  ik over de kasseien  van een heerlijk gehucht met een paar scheve huizen, een mestkar en een oude brievenbus. Ik hou van dit soort surrealistische plekken. Al hobbelend geniet ik van de verlaten hoofdstraat en de twee oudere heren die mij beleefd groeten. Ik probeer de naam van dit plaatsje te onthouden en dat lukt. Ik rij door “Hammer”, dat bij nader inzien tot de stad Liebenwalde blijkt te horen. Op weg naar Groß Schönebeck maak ik een vaag plan. Station bekijken, iets eten en wandelen in wildpark Schorfheide. Een dagje uit ter voorbereiding op een eventuele reportage over de prachtige omgeving van Berlijn. Een omgeving die net zo verrassend en fraai is als de stad zelf. Bij deze al meteen een tip: vanuit de stad Berlijn kun je met de S-Bahn nummer S1 naar station Bahnhof Berlin-Wilhelmsruh. Hier stap je over op de zogenaamde Heidekrautbahn naar eindpunt Groß Schönebeck. Deze trein rijdt door een prachtige omgeving. Je kunt bij ieder station uitstappen om van de fraaie natuur te genieten. De S-Bahn S2 (deze rijdt via Gesundbrunnen en Friedrichstraße naar Blankenfelde) sluit ook aan op de Heidekrautbahn. Het station om over te stappen heet Berlin-Karow.

Als ik tegen 12:00 uur mijn auto in het kleine centrum parkeer, loop ik naar het station van dit voormalige DDR-dorp. De stilte wordt soms doorbroken door iemand die ergens ver weg met een kettingzaag hout in stukken zaagt. Als ik het station en ook het moderne treintje op beeld heb vastgelegd, besluit ik iets te eten in “Gasthaus Zum weißem Hirsch”, op circa 500 meter afstand van het station. Dit restaurant langs de hoofdweg van het dorp is wit van buiten en donker van binnen. Daarom loop ik zonder aarzelen direct naar een tafeltje bij het raam. Het etablissement blijkt een plek waar vooral mensen uit het dorp of uit de omgeving een hapje eten en waar ook feesten en bruiloften worden gevierd. Een elftalfoto van de mannen van de lokale voetbalclub en foto’s van bruiloften die hier werden gevierd scheppen de atmosfeer van een typisch “Gasthaus” op het Brandenburgse land. Aan de tafel naast mij zit een oma van 84. Dat weet ik, omdat de serveerster meermaals moet aanhoren hoe oud ze is,  namelijk net zo oud als Frau Müller, die schuin tegenover het restaraunt blijkt te wonen. Of Frau Müller al dood is, vraagt oma aan de serveerster. De serveerster denkt kort na. Ze ziet Frau Müller voor zich en zegt “nee, Frau Müller leeft nog”.
“Frau Müller is zo oud als ik, ook 84”, vertelt oma. De serveerster is duidelijk met haar gedachten ergens anders. Wat interesseert haar dat nou of Frau Müller dood is of niet.  Haar vriend haalt haar straks op en dan gaat ze heel wat anders doen dan aan Frau Müller denken.
“Dan kun je vaak niets meer, als je zo oud bent,” zegt de serveerster nu, zonder zich te beseffen wat ze eigenlijk zegt.
“Ik ben ook 84 en het gaat prima,” zegt oma trots. De serveerster knikt en snelt naar de keuken, op de vlucht voor een oma die graag vertelt dat ze 84 is en dat het goed met haar gaat.

De andere dame aan tafel is duidelijk jonger en moet haar kleindochter zijn, want anders spreek je een 84-jarige vrouw niet met oma aan. Oma komt uit dit dorp. Ze vertelt haar kleindochter over de melkfabriek, die ooit de melk produceerde voor de inwoners van Berlijn. Oma praat net als alle andere mensen in het restaurant  “Berlinerisch”, want de schildpad in het aquarium is niet “klein” maar “kleen”. Ik kom ongevraagd te weten dat oma een woning verhuurt, maar liever niet aan mensen met een uitkering. “Daardoor zijn het geen tweederangs mensen, maar ik wil dat gewoon niet”, legt ze haar kleindochter uit. Dan komen opa en ik vermoed de zoon van opa het restaurant binnen. Opa begroet mij alsof ik hem al jaren ken. Ik groet terug. Dan bestelt opa’s zoon een appelsap en opa zelf een bier.

“Moet je nou echt een bier drinken”, mekkert  zijn vrouw. Opa laat zijn goede humeur niet bederven. Hij heeft zin in een bier, basta. Als opa even later een Schweinebraten bestelt, is het alweer oma die mekkert.
“ Dat kun je ook thuis krijgen”, zegt ze.
“Nu moet je even je mond houden, want anders..”, hoor ik opa denken. Maar opa zegt niets. Hij is het volgens mij gewend om alles wat oma zegt op de koop toe te nemen. Deze opa doet me denken aan mijn opa, die ook al het gemekker van oma moest aanhoren. Waarom zoeken opa’s altijd mekkerende oma’s uit, vraag ik me af en bestel een schnitzel. Zou Jung toch gelijk hebben met zijn Animus und Anima en lopen veel mannen blind in de armen van hun moeder, verkleed als geliefde? Opa blijkt een kampioen in het vertellen van flauwe moppen. Hij heeft het over een wagen die telkens door de politie naar de kant wordt gehaald, omdat hij iets verliest. Het blijkt een strooiauto die zout verliest. Alleen opa lacht.

Het wildpark ligt twee kilometer vanaf het restaurant.  Ik kan te voet over een wandelpad vanaf het station of met de auto over de Dorpsstraat. Ik neem de auto, omdat ik na de wandeling niet terug wil lopen. De enorme parkeerplaats van het wildpark bestaat uit niets meer dan een grote lap zandachtige grond, waar je gratis je auto kunt parkeren. Ik koop voor vijf euro een toegangskaart en betreed het schitterende natuurgebied. De zon schijnt nog steeds volop. In de folder lees ik dat in het park diverse wilde dieren wonen. Ik ben wel nieuwsgierig naar de wolf, maar de wolf is duidelijk niet nieuwsgierig naar mij. Hij ligt gewoon te pitten, in elkaar gedoken onder een boom in zijn omheinde wereld, die echter wel stukken groter is dan in de gemiddelde dierentuin. Ik zie alleen een hoopje vacht en besluit om nog wat andere dieren te ontdekken.

Net als de meeste andere bezoekers loop ik met een fotocamera rond en fotografeer alles wat los en vast zit. Het valt me op dat de bezoekers vooral uit Polen en Duitsers bestaan. Dat is natuurlijk niet vreemd, want Polen ligt om de hoek. Daarnaast valt het me op dat Duitsers gek zijn op getallen.Dat is volgens mij typisch Duits, maar ik weet het niet 100% zeker. Ik bekijk een soort buffel en de Duitse dame naast me spreekt haar bewondering uit door haar man te vertellen dat het dier 2 meter 10 hoog is. Hij denkt eerder aan 1 meter 95. Dit fenomeen heb ik ook een keer op een foto-avond van Duitse vrienden meegemaakt. De gastvrouw toonde foto’s van de vakantie en tussendoor werd er gediscussieerd over hoogtes van bergen, klimatologische omstandigheden, het soort materiaal van huizen en kerken, bouwstijlen en jaartallen. Soms best wel vermoeiend, omdat het er dan behoorlijk serieus aan toe gaat op een avond die ik iets feestelijker had voorgesteld. Terug naar de foto’s. Ik heb een selectie gemaakt voor dit blog, om mijn verhaal te illustreren en om te laten zien, wat de omgeving van Berlijn zoal te bieden heeft. Het zijn enkel en alleen foto’s, dus zonder jaartallen, afmetingen of andere informatie. Gewoon foto’s, impressies, meer niet.

Links: Heidekrautbahn gehucht “Hammer”Wildpark Schorfheide Johnny van Doorn

« Oudere berichten Recent Entries »