Tag Archives: Berlijn

Taxi naar Tipi

Berlijn ken ik als automobilist, als fietser en vooral als reiziger in de U- en S-Bahn. Gisteren heb ik mezelf in een taxi naar Tipi am Kanzleramt laten brengen. Ik twijfelde:  of naar de taxistandplaats aan het einde van de straat lopen of gewoon thuis een taxi bestellen die mij hier voor de huisdeur oppikt. Ik dacht, àls je dan een taxi neemt, dàn ook vanaf de huisdeur. Zonder extra voorrijkosten stond de taxi op het afgesproken tijdstip op de afgesproken plek. Een kwartier later betaalde ik de chauffeur € 14,00, inclusief fooi, en liep richting de hoofdingang van de Oudhollandse danstent, waarvan er wereldwijd nog maar acht bestaan.

In de jaren tachtig deed deze oude Jugendstil-spiegeltent, die in 1920 op de wereldtentoonstelling in Antwerpen te bewonderen was, nog dienst als opslagruimte voor aardappels. Toevallig ontdekte een Zwitserse producent (Ueli Hirzl) het kunststuk in Nederland bij een patat-groothandel. Hij kocht de tent voor zijn eigen circus en deed hem in 1992 van de hand. Sinds dat jaar worden er in “Tipi am Kanzleramt” vooral veel kleinkunstvoorstellingen van hoog niveau gehouden. Tipi betekent overigens indianentent.

Maar ik kwam niet speciaal voor deze bijzondere tent der indianen, ik kwam voor de bijzonder mooie chansons van Jacques Brel, ten gehore gebracht door de zanger en acteur Dominique Horwitz. De in Frankrijk geboren artiest trakteerde het publiek in een uitverkochte tent met veel overtuiging, dynamiek en humor op bekende en minder bekende Brel liederen. Ik zat in het midden, net niet helemaal vooraan, zodat ik alles perfect kon volgen. Het enige nadeel bij Tipi am Kanzleramt is de zeer beperkte bewegingsvrijheid die je als toeschouwer hebt. De stoelen en tafels staan hier heel erg dicht op elkaar. Daarentegen is het personeel snel, vriendelijk en professioneel. Als hier in de toekomst weer een voorstelling plaatsvindt die ik perse wil zien, dan combineer ik het met een avondeten in de tent.

Ik zat gisteravond namelijk bij aardige mensen aan tafel, de zaal is opgedeeld in tafeltjes met vijf stoelen per tafel, die mij uitlegden hoe dit werkt. De eerste keer hadden zij, net als ik gisteravond, ook gewoon kaarten voor de voorstelling gekocht en werden vervolgens ook ergens “neergezet” Alleen als je gebruik maakt van de menukaart, kun je dagen van tevoren al een tafeltje reserveren. Je betaalt 29 euro voor het menu. Natuurlijk kun je in Berlijn veel goedkoper uit eten gaan, daar staat de stad om bekend. Aan de andere kant is het leuk om het uit eten gaan eens te combineren met een mooie theatervoorstelling. In verhouding tot wat je krijgt aangeboden valt de prijs erg mee. Ondanks dat de stoelen iets te dicht op elkaar staan, is het zeker de moeite waard op hier eens een avondje te genieten.

Informatie over het menu-arrangement bij Tipi
Informatie over taxi’s op Berlijn-blog.nl
Tipi de indianentent
Krantenbericht over de van oorsprong Nederlandse danstent “am Kanzleramt”

Levendige literatuur in Berlijn

Berlijn 2011: Berlijn is een literatuurstad van betekenis. Hier leven meer dan 1.200 professionele schrijvers en schrijfsters, zetelen meer dan 400 uitgeverijen en bieden circa 300 boekwinkels alles aan wat het boekenhart begeert. Berlijn is ook rijk aan instituten, verenigingen en initiatieven die zich met literatuur, literatuuroverdracht en literaire evenementen bezighouden.

“Er wordt vaak een houding aangenomen van ‘ik loop hier gewoon maar wat rond, omdat ik niets te doen heb, net als alle anderen die niets te doen hebben. En dan drink ik ’s ochtends alvast een biertje. Het is altijd weer dit cliché. Dat zorgt ook voor humor in de teksten, dit groteske.”

Lesebühne prijs
Een typisch Berlijns evenement is de Lesebühne, waarbij een groep schrijvers een komische avond verzorgt met het voorlezen van zelfgeschreven teksten, gecombineerd met muzikale intermezzo’s. Begin vorig jaar werd voor de eerste keer een prijs uitgereikt aan de beste Lesebühne van Berlijn. Het idee van de prijs is nog geen jaar oud en afkomstig van een groep van zeven studenten aan de masteropleiding ‘Toegepaste literatuurwetenschap’ van de Vrije Universiteit Berlijn. Het prijzengeld bedraagt 1.500 euro. Met het idee willen de studenten een eigen literatuurprijs in het leven roepen. “Er zijn al veel literatuurprijzen. Wij wilden echter iets nieuws, iets unieks creëren, daarom hebben we gekozen voor de Lesebühne prijs”, vertelt studente Joy Hawley in een interview met het Berlijnse dagblad Der Tagesspiegel. Hawley kwam met een Amerikaans bachelor diploma op zak naar de Vrije Universiteit in Berlijn. De studenten wilden bovendien een monument oprichten voor Berlijn als literatuurstad, want nergens vind je zo veel interessante en opwindende salons, cafés en bars waar jonge schrijvers op kleine leespodia hun zelfgeschreven teksten voordragen. In tegenstelling tot de ondertussen wijd verbreide poetry slams  is het prijsaspect bijzaak – bij de evenementen gaat het puur om het leesgenot. “Die gedachten willen we bij onze prijs onderstrepen. Daarom zijn er ook geen verliezers”, aldus Hawley.

De stad kent veel armoede, veel sociale ellende, verwaarlozing, een hoge werkloosheid, de contrasten met de nieuwe rijkdom, de nieuwe burgerlijkheid in stadsdeel Prenzlauer Berg en de verwaarlozing in stadsdeel Wedding. Dat is relatief nieuw in Duitsland en ook uniek.

Berlijns gevoel
Wat is de Berlijnse Lesebühne? Dat vroeg ik vóór de uiteindelijke prijsuitreiking aan Thorsten Dönges, verantwoordelijk voor de nieuwe Duitse literatuur binnen het Literarische Colloquium Berlin (lcb). Hij was, samen met schrijfster Antonia Baum en literatuurcriticus Konstantinos Kosmas, tot jurylid gebombardeerd voor de eerste Lesebühne prijs. “Bij de Lesebühne staat het dagelijks leven in Berlijn centraal. Er bestaan tal van romans over Berlijn, vele bundels met korte verhalen en de nodige feuilletons. In al die werken gaat het om het levensgevoel in de stad. Neem bijvoorbeeld Bernd Cailloux, een schrijver die in de jaren veertig werd geboren en altijd in West-Berlijn leefde. Hij beleefde het hele gebeuren rondom de val van de muur en schreef het boek Der gelernte Berliner. Hij is een toonaangevende figuur als het om het Berlijnse levensgevoel gaat. Daarnaast heb je David Wagner, een voorbeeld van een schrijver die een stuk jonger is. Hij publiceerde feuilletons over Berlijn in zijn boek Welche Farbe hat Berlin. Wat al die teksten met elkaar verbindt is dat levensgevoel. De stad kent veel armoede, veel sociale ellende, verwaarlozing, een hoge werkloosheid, de contrasten met de nieuwe rijkdom, de nieuwe burgerlijkheid in stadsdeel Prenzlauer Berg en de verwaarlozing in stadsdeel Wedding. Dat is relatief nieuw in Duitsland en ook uniek. Zoiets bestond voorheen alleen in het Ruhrgebied. Als je naar de andere Duitse steden kijkt, dan zie je dat die allemaal relatief homogeen zijn”, aldus Thorsten Dönges.

LSD
Om meer te weten te komen over dat Berlijnse levensgevoel bezoek ik de Lesebühne van LSD ofwel Liebe Statt Drogen (Liefde in plaats van Drugs). Dit is niet de enige Lesebühne met een ludieke naam. Wat dacht je van die Surfpoeten, de Chaussee der Enthusiasten of Vision und Wahn. De Lesebühne LSD geeft op maandagavond altijd acte de présence op het podium van het voormalige kraakpand Schokolade in Berlin-Mitte.  Samen met jurylid Thorsten Dönges zit ik in een bomvol zaaltje met veel oudere jongeren tussen de 20 en 30 jaar. Uit de luidsprekers schalt ‘Purple haze’ van Jimmy Hendrix, op het lage podium staat een klassieke leestafel met daarop de al opengemaakte bierflessen en flesjes water van de mensen die straks optreden. Het kleine zaaltje heeft iets weg van een grote huiskamer, die om negen uur al behoorlijk gevuld is. De toeschouwers zitten op lange houten banken, die trapsgewijs direct voor het podium staan opgesteld. Zo’n 60 man zien tegen kwart voor tien hoe de doorgewinterde Lesebühne performer Spider het spits afbijt met een verhaal over zijn zoontje, die als reserve appelboom aan een theaterstuk op zijn school deelnam. Met zijn Oost-Berlijnse accent weet hij het publiek al vanaf de eerste zinnen te boeien. In zijn tekst is hij, de vader, zeer trots op zijn zoontje terwijl de toehoorder natuurlijk al weet dat zijn zoontje gewoon niet mag meedoen aan het stuk. Het verhaal wordt steeds krankzinniger, het publiek steeds uitzinniger en na deze eerste act zit de stemming er al goed in. Spiders optreden karakteriseert de Berlijnse Lesebühne, waarbij de pointe een belangrijke rol speelt. Het gaat bij de Lesebühne om slagvaardigheid. Thorsten Dönges : “ Het gaat om het gevat zijn en de pointe. De Lesebühne is amusement op hoog niveau. Dus geen onzin, waarbij je het gevoel hebt dat je je tijd verdoet. Hier word je op een aangename en ook nog eens geestrijke manier vermaakt.”

“ Het gaat om het gevat zijn en de pointe. De Lesebühne is amusement op hoog niveau. Dus geen onzin, waarbij je het gevoel hebt dat je je tijd verdoet. Hier word je op een aangename en ook nog eens geestrijke manier vermaakt.”

Spider kondigt zijn collega schrijver Uli Hannemann aan. Bij Hannemann (1965, taxichauffeur en schrijver uit probleemwijk Neukölln, hoewel deze wijk momenteel weer “in” is) stroomt minder entertainmentbloed door de aderen dan bij zijn voorganger, maar dat neemt niet weg dat hij een spetterend optreden verzorgt. Vooral de loepzuivere en humoristische teksten staan garant voor een onophoudelijk aantal lachsalvo’s. Hoe scherp de teksten ook zijn, ze zijn niet allesbepalend voor de nieuwe prijs. “Als het echt alleen om de kwaliteit van de teksten zou gaan, dan zou je alles een jaar lang moeten bekijken en vergelijken”, legt Thorsten uit. “Het gaat om het totale plaatje. Hoe is de ruimte, hoe is de ambiance, hoe zijn de teksten, hoe worden de teksten gepresenteerd, hoe is de algemene presentatie, hoe is de muziek tussendoor, dat hoort er allemaal bij. ”

Na deze twee voordrachten verschijnt entertainer Thilo Bock uit stadsdeel Wedding ten tonele, de man die iedere laatste zondag van de maand zijn eigen show “Thilo Bock & Lieblingsgast” in zijn Weddingse stamkroeg Barrikade aan de Buttmannstrasse presenteert. Thilo oogt als een corpulente goedzak, die met een eigen stemgeluid, wat net geen lispelen is, zijn verhalen voorleest. Ook hier staat de tekst weer bol van de ludieke grappen. Na twee of drie optredens kunnen artiesten en bezoekers de kelen smeren in het barretje achter in de zaal. Voor het muzikale gedeelte van de avond zorgt Sebastiab Nitsch, die zichzelf begeleidt met een draagbare synthesizer. Hij leest voor, zingt en acteert. Naar Nederlandse of Belgische maatstaven is hij eerder een cabaretier. Als ook schrijver Tube en entertainer Ivo Block het publiek met de nodige humoristische teksten hebben vermaakt, zingen rond half twaalf het publiek en de performers gezamenlijk het traditionele afscheidslied. De leden van LSD staan hierbij met de armen gebroederlijk om elkaar heen op het podium en zingen vrij vertaald “De zon zal schijnen, mijn vriend, je moet niet treurig zijn, je tranen worden gedroogd, door de zonneschijn”. Het is een vrolijk en positief lied, dat past bij de sfeer van deze avond. Ik vraag na afloop aan een oudere man met wandelstok hoe hij de weg hierheen heeft gevonden. Hij is verreweg de oudste bezoeker van de avond, dat staat buiten kijf. De man, die vrijwel zijn hele leven in Berlijn woont, antwoordt dat zo’n avond veel beter is dan televisie. Daar geef ik hem gelijk in. Aangezien hij niet zo goed ter been is, koos hij voor de Lesebühne bij hem in de buurt. Hij komt hier geregeld op bezoek.

Die Surfpoeten
Om enkele Lesebühne optredens met elkaar te kunnen vergelijken, bezoek ik een dag later de Surfpoeten. Om dit keer op tijd een goede plek te bemachtigen, sta ik om half negen, een uur voor aanvang, al voor de deur van Haus 13 aan de Pfefferberg in Prenzlauer Berg. De deur zit potdicht. Om vijf voor negen mag ik naar binnen, naar de kelderruimte die vroeger als zwembad dienst deed. De inrichting van deze Pool Lounge staat in schril contrast met het kraakpand van gisteren. Een modern interieur met kaarsjes op tafel en ook de kleine schaaltjes met zoutjes ontbreken niet. Ik vraag voor de zekerheid of hier een Lesebühne plaatsvindt. Ja, om half tien treden hier de Surfpoeten op. En dat doen ze ook. Ik kijk met de meeste andere bezoekers vanaf boven naar beneden, waar ooit het water stroomde. Het bassin is omgetoverd tot klein een podium met daar vóór enkele zitplaatsen voor de toeschouwers die graag vooraan zitten. Deze avond begint met het voor de Surfpoeten traditionele ‘Gebed tegen arbeid’. De groep pleit al jaren voor een hoog maandelijks basisinkomen, omdat er geen werk is voor iedereen. Een hoog inkomen voor een aangenaam leven, dat is het motto dat ze ook op hun website uitdragen. De Surfpoeten gaan ieder jaar op 2 mei de straat op om met een speelse demonstratie hun wens kracht bij te zetten. Als dit stukje “politiek met een knipoog” voorbij is, begint het voorlezen. Schrijfster Lea Streisand, die vlak voor het optreden nog wat aantekeningen in haar tekst maakte, verzorgt een strak optreden. Op vlotte wijze vertelt ze een herkenbare anekdote over het reizen met de nachtbus naar stadsdeel Pankow. Het is een onderwerp dat past bij het eerder genoemde Berlijnse levensgevoel. Thorsten Dönges:” Op de bühne zie je inderdaad dat levensgevoel terugkomen. Er wordt vaak een houding aangenomen van ‘ik loop hier gewoon maar wat rond, omdat ik niets te doen heb, net als alle anderen die niets te doen hebben. En dan drink ik ’s ochtends alvast een biertje. Het is altijd weer dit cliché. Dat zorgt ook voor humor in de teksten, dit groteske.”

“Deze avond begint met het voor de Surfpoeten traditionele ‘Gebed tegen arbeid’. De groep pleit al jaren voor een hoog maandelijks basisinkomen, omdat er geen werk is voor iedereen.”

Na twee voordrachten speelt de DJ wat jazzachtige muziek, roken de deelnemers een sigaret en dan staan de volgende schrijvers klaar om wat voor te lezen. Het is de klassieke afloop van een Lesebühne avond. Het grote verschil met de avond ervoor is de ambiance. Ik mis het gezellige publiek en de huiskamersfeer. In deze nogal steriel aandoende Pool Lounge zitten vooral tieners, die iets drinken en niet erg “begeistert” lijken. Schrijver Tube alias Tobias Herre herken ik van de avond tevoren. Hij blijkt zowel lid te zijn van LSD als van de Surfpoeten. Schrijver Uli Hannemann van LSD staat deze week ook bij Chaussee der Enthusiasten geprogrammeerd. “Er zijn Lesebühne, die elkaar onderling uitnodigen”, legt Thorsten Dönges uit. “Die uitwisseling van auteurs is altijd op vriendschappelijke basis, de contacten zijn ook zeer amicaal. Dat is typisch voor deze mensen, die niet tegen elkaar zijn maar elkaar aanvullen”.

Chaussee der Enthusiasten
Mijn derde en laatste Lesebühne bezoek leg ik af in de voormalige DDR arbeiderswijk Friedrichshein, bij de groep Chaussee der Enthusiasten. Qua sfeer lijkt het optreden sterk op de avond met LSD. Ook deze locatie, de RAW tempel, wordt net als Schokolade met sloop bedreigd. De vroegere fabriekshal doet nu dienst als cultureel centrum. Iedere donderdagavond staan hier de leden van de Chaussee der Enthusiasten op de planken. Ook hier staat op het podium een leestafel en lezen de schrijvers hun humoristische teksten voor. De kwaliteit van de teksten is opvallend goed. Dat beaamt Thorsten Dönges , die als jurylid ook deze groep moet beoordelen. “Bij de Berlijnse Lesebühne zie je ook verschillende generaties, zowel bij het publiek als bij de uitvoerenden. De Chaussee der Enthusiasten bestaat uit leden van een jaar of veertig. Het is de Grand Dame onder de Lesebühnen. Anders dan bijvoorbeeld een optreden van de groep Lesedüne, dat eerder een evenement van studenten is. De leden van Lesedüne zijn bijna allemaal in de jaren tachtig geboren. Natuurlijk zie je de verschillen tussen de generaties. Als je kijkt naar professionaliteit, presentatie, de voorstelling, dan merk je dat de mensen van Chaussee der Enthusiasten door de wol geverfde performers zijn, die het klappen van de zweep kennen. De Lesedüne heeft dan wel weer een verfrissende spontaniteit. Alles is nieuw en nog in een experimenteel stadium.” Net als bij LSD zat hier de veel grotere zaal propvol. Dat viel Thosten Dönges ook op. “De enorme toeloop bij de Lesebühnen vind ik echt verbazingwekkend. Overal zie je heel veel publiek.”

De prijs
Terug naar de prijs. Op vrijdag 17 februari 2012 werd in de Clinker Lounge van de Backfabrik in Berlijn de winnaar bekend gemaakt. De studenten kozen uit een longlist van 19 groepen een shortlist van vier Lesebühnen, te weten Chaussee der Enthusiasten, LSD, Lesedüne en Rakete 2000. De jury kreeg de taak om deze laatste vier groepen te beoordelen.  Op de feestelijke avond, natuurlijk gepresenteerd door de studenten, mochten zowel de Chausse der Enthousiasten als de Rakete 2000 de eerste prijs in ontvangst nemen. De tweede prijs ging naar Lesedühne en de derde prijs naar LSD – Liebe statt Drogen.

Dit artikel verscheen ook in literair tijdschrift Schoon Schip.

Die Lesebühne in Berlin
www.kantinenlesen.de

Wolfgang Thierse in gesprek met Daniel Kehlmann

thier“In Berlijn en New York, maar in Parijs bijvoorbeeld niet. Hier in Berlijn kom je altijd wel weer een grote internationale kunstenaar tegen die er een optreden of voorstelling geeft.” Dat vertelde de schrijver Daniel Kehlmann (München, 1975)  gisteravond tijdens zijn gesprek met het Berlijnse politieke boegbeeld Wolfgang Thierse in zijn voorstelling “Thierse trifft…” in de Soda-Salon in de Kulturbrauerei in Prenzlauer Berg. Het was een antwoord op de vraag wat hij positief aan Berlijn vindt.

Zelf vind ik het leuke aan Berlijn dat je tegen een lage prijs cultuur van een hoog niveau tegenkomt. Gisteravond was ik bij  “Thierse trifft…”, een voorstelling die altijd gratis toegankelijk is. Thierse sprak anderhalf uur met de schrijver Daniel Kehlmann over de meest uiteenlopende maar zeer interessante onderwerpen. Neem de journalistiek en nieuwe media. Hoewel het publiek en de presentator het erover eens waren, dat de verfilming van zijn bestseller „Het meten van de wereld“ goed was gelukt, kreeg de film in de Duitse media meer slechte dan goede recensies. Kehlmann zelf legde uit, dat een film, voordat deze in de bioscoop te zien is, altijd eerst aan de pers wordt vertoond. De eerste reacties na de persvoorstelling van “Die Vermessung der Welt” waren buitengewoon positief, legde hij uit. Maar nadat Die Zeit en de Frankfurter Allgemeine hun eerste negatieve kritiek op de film uitten, volgden vele andere media hetzelfde spoor. Opeens hadden de filmrecensenten een andere mening. Kehlmann vond het een “merkwaardige“ ontwikkeling. Hij vond het vooral erg jammer, omdat er heel veel tijd en energie in het filmproject is gestopt.

“Ik heb er zelf ook veel tijd in gestopt, ik zat in talkshows waar ik voorheen als schrijver weigerde om naar toe te gaan. Oké, misschien is dat niet heel consequent, maar ik wilde daarmee vooral ook alles en iedereen ondersteunen die aan de film had meegewerkt”. Kehlmann mocht gisteravond eventjes een spontaan maar vooral hartelijk applaus voor de film in ontvangst nemen, want de aanwezigen in het zaaltje waren het duidelijk oneens met de meningen van enkele filmrecensenten in Duitsland. Daniel Kehlmann en gastheer Thierse gingen in hun gesprek op het kleine podium van de Soda Salon vervolgens iets dieper in op de huidige journalistieke wereld in Duitsland, waarin het er volgens Kehlmann primair om gaat de aller snelste te zijn die het nieuws naar buiten brengt. In Duitsland is Spiegel Online altijd de snelste en dat nieuws wordt gewoon klakkeloos gevolgd. Schrijft Spiegel Online dat een film of een boek matig is, dan staat nog geen dag later in een paar honderd lokale kranten dat die film of dat boek matig is, met dezelfde bewoordingen, aldus Kehlmann.

Sociale media
Eventjes wordt het onderwerp „sociale media“  aangesneden. Daniel Kehlmann heeft een Twitter account, maar hij heeft nog nooit een tweet verzonden. Kortom, hij doet er niks mee. Wel heeft hij een duidelijke mening over bepaalde sociale media. Google bijvoorbeeld, daar kan hij nog wel mee leven, maar dat is bij Facebook zeker niet het geval. “Facebook schrijft in de bedrijfsvoorwaarden, dat elke op Facebook gepubliceerde foto automatisch eigendom van Facebook is.  Met een bedrijf dat zoiets in haar voorwaarden schrijft, wil ik niks te maken hebben”, aldus Kehlmann.

Theater
Was er gisteravond nog iets nieuws te beleven? Voor mij wel. Ik wist bijvoorbeeld niet dat Kehlmann nu ook in New York woont. Voorheen pendelde hij altijd tussen Wenen en Berlijn maar nu heeft hij de Big Apple als derde verblijfplaats ontdekt. Hij vertelde dat hij het daar erg naar zijn zin heeft en er graag het theater bezoekt, want natuurlijk kwam op deze avond ook het onderwerp theater ter sprake. Kehlmann is in Duitsland niet alleen de jonge schrijver van de bestseller „Die Vermessung der Welt (meer dan 2 miljoen verkochte exemplaren in Duitsland, meer dan 6 miljoen verkochte exemplaren wereldwijd en in meer dan 40 talen vertaald), maar hij is ook de man die zich in zijn openingsrede bij de Salzburger Festspiele kritisch had uitgelaten over het zogenaamde regietheater in Duitsland. Een korte uitleg. Regietheater is in Duitsland een begrip, ontstaan in de jaren ‘ 70. Er worden toneelstukken mee bedoeld, waarbij naar mening van de recensent de regisseur een te grote invloed heeft op de opvoering. Oude stukken worden in een excentriek nieuw jasje, het jasje van de regisseur, gestoken. Zoiets is het. Meer hierover staat op WikiPedia.

Kehlmann legde uit dat hij niet tegen het regietheater “an sich” is, want zo werd zijn rede door de Duitse en internationale media ten onrechte geïnterpreteerd. Hij is er tegen, dat het regietheater in Duitsland een monopoliepositie inneemt. “Als iemand Beethoven in een jazz-uitvoering brengt, dan vind ik dat prima. Maar er moet wel gelegenheid bestaan om naar stukken van Beethoven in de originele uitvoering te luisteren. Als er alléén maar jazz-uitvoeringen te beluisteren zouden zijn, dan vind ik dat niet goed”, verduidelijkte de schrijver zijn standpunt. “In New York en in Londen kun je gelukkig nog voorstellingen zien die worden opgevoerd zoals de schrijver het oorspronkelijk had bedoeld. Daarom ga ik vooral in die steden naar het theater”.

Literatuur
De avond ging ook over schrijven, over literatuur. Kehlmann schreef zijn debuut “Beerholms Vorstellung” op het moment dat hij nog als student aan de universiteit verbonden was. Daarna koos hij voor het schrijverschap. Thierse vraagt hoe dat gaat. Je moet toch ook je brood verdienen. Kehlmann legt uit dat je in Oostenrijk als schrijver kunt leven, in je onderhoud voorzien, zonder dat je een bestseller uitbrengt. “ Ik leefde van het ene stipendium na het andere. Dat kan. Je moet er wel achteraan en soms wordt het wel eens afgewezen maar het is goed mogelijk om dan als fulltime schrijver te leven. Ook in Duitsland is dit, weliswaar in iets mindere mate, mogelijk. Hij legde uit dat hij een stipendiumreis naar Mexico City kreeg aangeboden en dat daar het idee van zijn bestseller “Die Vermessung der Welt” is ontstaan. “Ik las veel van en over Humboldt en ik zag bijvoorbeeld hoe hij op een boot allerlei vergane lijken meenam om die later te onderzoeken. Al snel wist ik dat dit hier een komisch verhaal in zat.”

Ik heb het boek gelezen en het is soms echt lachen, gieren, brullen. Wie van Monthy Python houdt, moet het boek zeker een keer lezen.  Niet voor niets waren de reacties in Engeland wereldwijd gezien het meest lovend. Dat vertelde Kehlmann deze avond ook. In Duitsland zelf waren de reacties namelijk zeer verdeeld. Nog steeds heb je een groep Duitsers die vindt dat Kehlmann respectloos is omgesprongen met het leven van grote wetenschappers, dat hij ze voor gek heeft gezet. In Engeland deden ze het in hun broek van het lachen bij het zien van de twee typische Duitse wetenschappers, die bezig zijn “ de wereld te meten”.

Werkelijkheid
Tot slot was het ook interessant om te horen hoe de kleine Kehlmann thuis opgroeide in een milieu van artiesten en schrijvers. Zijn vader was regisseur, zijn moeder actrice. Zij speelde veel in het theater maar de laatste jaren van haar carrière was ze ook vaak in televisieproducties te bewonderen. Of het niet raar is om je eigen moeder ineens in een rol van iemand anders te zien, vroeg Thierse. Kehlmann lacht en vertelt een anekdote, die mij sterk doet denken aan één van zijn belangrijkste thema’s in zijn literaire werk; wat is werkelijk waar? In zijn vaak magisch-realistische romans speelt hij met de werkelijkheid, met spiegels, met de tijd. Hij zet de lezer op Kafkaiaanse wijze op dwaalsporen. De anekdote die hij gisteravond vertelde, stamt uit de tijd dat Kehlmann vijf jaar oud is. Hij zit met zijn moeder voor de televisie en samen bekijken ze een film waarin mama een grote rol speelt. Midden in de film sterft mama, althans, in de film. De kleine Daniel is ernstig verward. Zijn moeder realiseerde niet dat dit zo’n impact had op de kleine Daniel en blijft zeggen dat het niet echt is, dat zij echt zijn mama is en dat ze niet dood is, dat ze nog leeft, dat het allemaal gespeeld is. Niet echt.

LINKS:
Wolfgang Thiers

Daniel Kelhmann

Thierse trifft…

Focus over Kehlmanns optreden bij de Salzburger Festspiele

« Oudere berichten Recent Entries »