Tarozie (7)

Vandaag pakte ik wederom het boekje dichters van deze tijd uit de kast en sloeg het bewust willekeurig open. Ik belandde op pagina  6 bij “DE DAPPERSTRAAT” van J.C. Bloem. Wederom tarozie.

DE DAPPERSTRAAT

Natuur is voor tevredenen of legen
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat,

Dit heb ik bij mijzelve overdacht,
Verregend, op een miezerige morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

Tarozie (5)

Vandaag pakte ik wederom het boekje dichters van deze tijd uit de kast en sloeg het bewust willekeurig open. Ik belandde op pagina 5 bij “EEN MAN” van J.C. Bloem. Wederom tarozie.

Een man

Een rood raam aan een oude gracht,
Een deur, die open schrijnt,
En een man, die even wacht
Eer hij in den nacht verdwijnt.

De sleetsche rug was krom
Gebogen onder den smaad,
Toen wendde hij zich om
Naar de geul van een gore straat.

In het duister, dat hem omving,
Ging hij teloor als een huis,
Hij werd minder dan een ding,
Hij verging als een geruisch.

Het hart is maar een vod,
Het wordt nog niet eens verkwist;
Vanzelf verwordt het tot
Bezit van een grijzen mist.

dbnl