Author Archives: AvG

Blauw voor ogen

blAls altijd kijk ik even in mijn brievenbus, beneden in het trapportaal van dit typisch Berlijnse huis met binnenhof en zijvleugels. Hier hangen alle brievenbussen keurig op ooghoogte naast elkaar, net als bij een flat. Ik trek het deurtje van het wit metalen kastje open en schrik me rot. Mijn adem stokt, mijn hart klopt in mijn keel. Ik kan een enorme schreeuw niet meer onderdrukken. Boven mij gaat een deur open. Het is de jonge moeder op de eerste etage.
“Was ist los?!”, hoor ik haar roepen.
“Entschuldiging, niks aan de hand, alles paletti”, roep ik terug.

Feitelijk is er niks aan de hand. Mijn lichaam reageert alleen bijzonder heftig. Als ik een forse telefoon- of stroomrekening uit de brievenbus haal, dan treedt een dergelijke reactie nooit op. Het logo van de telefoon- of energiemaatschappij op de enveloppe kondigt immers al aan dat er mogelijk slecht weer op komst is. Dan vloek ik inwendig, wie niet. Dat lijkt me normaal. Maar vandaag is het anders. Alleen de aanblik van deze enveloppe, het materiaal, de kleur, het hele ”Gesammntbild” brengt deze heftige reactie teweeg.

Met de brief in mijn hand loop ik de trap op.
“Alles in Ordnung??”, vraagt de bezorgde moeder op de eerste etage nog een keertje. Ze is duidelijk geschrokken. Die rustige Nederlandse man die opeens schreeuwt alsof het huis in brand staat.
“Entschuldigung, alles OK!”, lach ik. Ze lacht voorzichtig terug, sluit heel langzaam de deur van haar woning en denkt vast en zeker “mmm, vreemd volkje, die Nederlanders” of woorden van gelijke strekking.

Op de tweede etage dringt het tot me door waarom ik zo panisch reageer. Ik herinner me dat ik als kind voor het eerst met precies dezelfde enveloppe in contact kwam. De postbode bezorgde in die tijd bij zowel mijn vader als mijn moeder – als ware trendsetters leefden ze toen al gescheiden van elkaar – precies dezelfde enveloppen. De reacties van zowel mijn vader als mijn moeder waren identiek. Er werd gescholden, geschreeuwd, stoom afgeblazen en soms vlogen er tussen de stoomdampen enkele serviesstukken door de kamer. Ik was altijd nieuwsgierig wat voor magische enveloppen dat waren.

Op de derde etage weet ik dat mijn reactie met vroeger te maken heeft, dat kan niet anders. Later wist ik natuurlijk wel wie die enveloppen stuurde. Nu ik alweer ruim twee jaar in Duitsland woon, heb ik deze enveloppe uit het oog verloren. In Duitsland krijg je van officiële instanties meestal grijsachtige enveloppen van gerecycled papier en herken je de boosdoener dus aan het logo of de naam.

Op de vierde etage draai ik de sleutel in de deur van mijn woning en scheur de blauwe enveloppe open. Opnieuw doemen herinneringen op. Misschien krijg ik wel een groot geldbedrag terug, wat ze ooit over het hoofd hebben gezien. In gedachte sta ik al bij het schap met champagneflessen in de winkel bij mij om de hoek en schenk alle klanten een glaasje in om deze dag te vieren. Of een terugvordering over het hoofd gezien. Dat kan ook. In gedachten vliegen dezelfde champagneflessen nu door mijn kamer en spatten uiteen tegen de wand. Of mijn belastingconsulent in Nederland nog dezelfde is? Ja, dat staat in de brief. Meer wil de afzender niet weten. Zo ja, staat er, dan “hoeft u niets te doen”. Dus geen geld terug, geen terugvordering, geen champagneflessen. Wat nu? Columnpje?

Werken in de buitenlucht (1)

tem1Test, test. Het is dinsdag 9 juli, half zes in de middag, tijd voor deel één van het testproject “Werken in de buitenlucht”.

Zet ik in mijn woning alle ramen open, dan is het met de huidige zomerse temperaturen goed uit te houden. Toch lokt de zon. Ik weet dat ze pas tegen een uur of zeven ’s avonds een blik in mijn kamer werpt en dat is rijkelijk laat. Vandaar mijn spontane besluit om ergens in de buitenlucht te – vlieg, wilt u a.ub. ergens anders heen gaan, dank u – werken. De nieuwe plek moet ik eerst testen op bruikbaarheid. Ik bevind me op de oude Berlijnse luchthaven Tempelhof, hier 10 minuten lopen vandaan. Natuurlijk zit ik niet op het hete asfalt van een landingsbaan maar op een stuk gras tegenover een barbecueveldje. Ik ben hier niet alleen. Continue zoemen hier heel veel – wat heb ik nou gezegd, gggrr! – vliegen rond, een hoeveelheid die je eerder aantreft op paarden- en/of koeienvijgen,  – hé, nu is het genoeg! – maar ik ruik niets.

Nu al weet ik dat dit niet de ideale werkplek is. Naast de insecten is het vooral de zon zelf die mij nu parten speelt. Ik zit in de kleermakerszit voor mijn laptop en gebruik mijn eigen lichaam als schaduw. Dat betekent dat ik sterk voorovergebogen moet zitten om te kunnen zien wat ik schrijf. Dat hou ik niet lang vol.

17:45 uur. De meeste mensen zitten waarschijnlijk op hun werk of houden elders vakantie. Het is hier erg rustig. Op het barbecueveldje tel ik slechts vier barbecues. Oeps, een lieveheersbeestje. Aai, liggend schrijven lukt niet. Shit, weer geen schaduw. Wel een mooi uitzicht op de beroemde Fernsehturm, die mij zegt dat ik me in magisch Berlijn bevind.

Wat is die magie van Berlijn? Talloze mensen probeerden die magie op de één of andere manier vast te leggen. Het lukte altijd net niet. Waarom? Omdat magie zich eenvoudigweg niet laat vastleggen. Dat is juist het mooie van magie. Je kunt de Fernsehturm laten zien, de quadriga op de  Brandenburger Tor of de zakenman die bij Curry36 in een curryworst bijt, de magie ontbreekt. Berlijn als stedelijk Gesamtkunstwerk, dat komt in de buurt van de genoemde magie.

Een tafeltje zou wel handig zijn om te schrijven. Oh, wat is het verlangen naar een woning met een tuin of een balkon opeens groot. Hoewel , als ik een woning met een tuin of een balkon zou hebben, dan zou ik nooit op het idee komen om met een laptop naar Tempelhof te lopen in een poging om daar te werken. Bovendien zou niemand kunnen lezen hoe het is om tussen de vliegen en lieveheersbeestjes een column te schrijven. Wat ben ik toch blij dat ik in een woning zonder balkon of tuin woon.

Wordt vervolgd, uiteraard live vanaf een zonnig vliegveld Tempelhof!

Katja Petrowskaja wint Ingeborg-Bachmann-Preis

Katja Petrowskaja

Katja Petrowskaja

De uit de Oekraïne afkomstige schrijfster Katja Petrowskaja won zondag 7 juli de hoofdprijs van de 37e editie van de “Tage der deutschsprachigen Literatur” met haar tekst “Vielleicht Esther”. Aan deze Ingeborg-Bachmann-Preis is een geldbedrag van 25.000 euro verbonden. De literaire prijs is vernoemd naar de in 1926 in Klagenfurt geboren schrijfster en geldt als de meeste prestigieuze literaire onderscheiding in het Duitstalige gebied. In 1977 werd de prijs voor het eerst uitgereikt.

Winnares Katja Petrowskaja werd in 1970 in Kiew geboren. Ze woont nu in Berlijn. Ze schrijft onder andere ook als columnist voor de „Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung“. Het debuut van deze literatuurwetenschapster verschijnt volgend jaar bij uitgeverij Suhrkamp.

Verena Güntner won de Kelag prijs voor haar tekst “Es bringen” en mocht daarmee 10.000 euro in ontvangst nemen. De Ernst-Will-Preis en de daarbij behorende 5.000 euro kende de jury toe aan Heinz Hele voor zijn verhaal “Wir sind schön”.

De jaarlijkse Bachmann-prijzen kwamen onlangs in het nieuws, omdat de in het teken van de Duitstalige literatuur staande dagen door financiële problemen dreigden te verdwijnen. Vandaag maakte de directeur van de Oostenrijkse omroep ORF, die samen met de politiek de literaire dagen financieel ondersteunt, bekend dat de toekomst voor de “Tage der deutschsprachigen Literatur“ niet in gevaar is. Net als voorheen zal de Oostenrijkse zender 3Sat verslag blijven doen van het grote literaire festijn in het kader van de Duitstalige literatuur.

« Oudere berichten Recent Entries »