Author Archives: AvG

Berlinale

Potsdamer Platz

Potsdamer Platz

Hoewel ik niet van plan was om naar de Berlinale te gaan, zat ik vanmiddag in zaal 8 van Cinestar op Potsdammer Platz en bekeek de Zuid-Afrikaanse film „Elelwani“. Twee uur eerder mailde een oud-huisgenote, die bij Cinestar werkt, dat ze kaarten voor deze film had en vroeg of ik met haar naar de bioscoop wilde. Het was dé gelegenheid om een keertje de Berlinale te bezoeken. De oud-huisgenote is een filmliefhebster en jaarlijks bij de Berlinale van de partij. Ze vindt het altijd een verademing, omdat er ander publiek komt met andere gewoontes. Tijdens de Berlinale wordt er ook geen popcorn of andere „krakende“waren verkocht. Weer wat geleerd.

De rij mensen voor de ingang van zaal 8 was enorm,  net als de afmeting van het filmdoek. Mijn televisietje zou er 150 keer inpassen. En dan de film. Wat  kan ik erover zeggen. Het  duurde zeker een half uur voordat er iets van een verhaal duidelijk werd.“Elelwani“ is gebaseerd op een boek en schetst een beeld van de Venda-cultuur in Zuid-Afrika. De Venda’s leven volgens strenge regels, waarbij vrouwen altijd ondergeschikt zijn aan de man. “Elelwani“, het hoofdpersonage in deze film, werd uitgehuwelijkt aan de koning. Eerst weigerde ze, maar ze stemde in op het moment dat haar ouders haar jongste zusje als „vervanging“ wilden uithuwelijken.

Regisseur Ntshavheni Wa Luruli, zelf ook een Venda, wilde de cultuur en de manier van leven van de Venda’s in beeld brengen. Dat zei hij na afloop van de film persoonlijk tijdens een interview met hem op het podium van de bioscoopzaal. De in New York wonende filmmaker vertelde ook dat “Elelwani”  de eerste speelfilm ter wereld in de Venda-taal is. Eerlijk gezegd zou ik het persoonlijk niet erg vinden als dit soort oude culturen verdwijnen, omdat het belachelijk is dat mensen nog onder die omstandigheden leven, zich nog als slaven laten behandelen. Ik hoopte dan ook op een kritische toon, maar die ontbrak. De regisseer had geen idealistische doelen. Ntshavheni Wa Luruli wilde gewoon een film maken en dit onderwerp leende zich er goed voor. Het mooiste van de film vond ik de natuuropnamen. Het verhaal zelf vond ik minder geslaagd.

links: VendaSynopsis Elelwani

Sylvia Plath († 11 februari 1963)

Foto: © WikiPedia

Foto: © WikiPedia

Vandaag is het precies 50 jaar geleden dat de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath op 29-jarige leeftijd zelfmoord pleegde. De vrouw van de Engelse dichter Ted Hughes gebruikte het gas uit de oven om zichzelf te laten stikken. Kort voor haar dood zette ze nog iets te eten en een paar glazen melk voor haar twee kleine kinderen klaar.  In de speelfilm „ Sylvia“ is onder andere dat stukje uit haar korte leven in beeld gebracht. Na het klaarzetten van dit ontbijt zie je dat ze (actrice Gwyneth Kate Paltrow) terugloopt naar de keuken en vervolgens de kieren van de keukendeur afplakt,  zodat het gas in de keuken blijft en zich niet naar de kamer van de slapende kinderen uitbreidt .

De scenes uit het privéleven van Sylvia Plath zijn bekender dan haar werk. Ze schreef één biografische roman, getiteld „The Bell Jar“ (De glazen stolp).  Plath was de eerste dichter die postuum een Pulitzer-prijs won. Dat was in 1982 voor „The Collected Poems“.

Over het leven van Sylvia Plath is veel gezegd en geschreven, over haar werk minder. Daarom plaats ik hieronder enkele links om iets meer over het werk van Sylvia Plath te weten te komen. De laatste links gaan naar een complete documentaire, waarin Plath zelf ook vaak aan het woord komt.

Klein aanvulling: ik ben natuurlijk niet de enige die vandaag iets schrijft over de Amerikaanse dichteres. Voor de liefhebbers een link naar een bijdrage van de BBC en bijdrage van Deutschlandradio Kultur.

Literair Nederland: een leven in gedichten
Literair Weblog De Contrabas

You Tube:
Sylvia Plath reads from ARIEL (1)
Sylvia Plath reads from ARIEL (2)
Sylvia Plath reads from ARIEL (3)

Olé, olé, in de ICE

In mijn ogen bestaan er geen normale treinreizen of het is zo, dat ik heel snel opkijk van situaties die in mijn ogen afwijken van de normale omstandigheden. Tijdens een normale treinreis, zoals deze in de ICE van München naar Berlijn, gebeurt er normaal gesproken niet veel. Iemand leest een boek, iemand sms’t, iemand is in gesprek, iemand bezoekt het toilet of iemand eet een appel. Dat zijn normale gebeurtenissen. Kinderen. Oké, die reizen natuurlijk ook met de trein. Kinderen die door de coupe hollen en schreeuwen, ze behoren in mijn ogen nog tot de normale gebeurtenissen. Als een kind een metalen vliegtuigje door de coupe gooit en het vliegtuigje stort te pletter tegen de brilglazen van een oudere heer met boek op schoot, dan kun je zeggen “nou ja, dat kan altijd gebeuren”. Als een seconde later een ander kind een brandweerwagen door de coupe trekt en luid een sirene nadoet, dan denk je, we zijn allemaal jong geweest.

Een heel druk jongetje gooit gillend een tennisbal tegen het hoofd van een slapende oma. Tja, denk ik, het wordt langzaam aan wel gevaarlijk en terwijl ik dat denk, gooit een giechelend meisje een pluche beer tegen mijn hoofd. Langzaam aan overnemen de kinderen de coupe. Ik zie hoe een kleine deugniet een  vacuüm getrokken zak chips midden in het gangpad legt, op een armleuning klimt en dan met een sprong en een luide knal de zak chips doet ontploffen. Ondertussen herken ik een geur die ik al jaren niet meer heb geroken: nee, het is niet de geur van de paprika chips, die inmiddels na een spectaculaire ontsnapping de verpakking hebben verlaten, het is iets anders. Deze zoete, weeë geur ken ik van heel vroeger. Het is de overduidelijke “in de broek gepoept”-geur. Als de kinderen met de volledig overspannen ouders de coupe en gelukkig ook de trein verlaten, keert de rust weer terug. De gebroken chips onder de stoelen en in het gangpad herinneren aan de rumoerige tijden die zich hier nog niet zo lang geleden afspeelden. Of dit nu een bijzondere treinreis is, ik weet het nog steeds niet. Maar dan verschijnt er een man in de coupe, die ervoor zorgt dat het definitief geen normale treinreis is, althans, niet voor mij. Het is een man, die ik eerst niet zie. Ik zie namelijk eerst een transparante, open, plastic zak met daarin enkele proppen papier en een blauwe waterfles. Zonder na te denken haal ik mijn lege, kartonnen koffiebeker uit het netje van de rugleuning voor mij en werp het in de zak. Mijn beker was gevuld met een klokhuis van de appel die ik eerder had gegeten. Dit inmiddels verkleurde overblijfsel van het ronde stuk fruit verdwijnt in de hoek van de zak.

“Hé, was soll das?!!”
Verbaasd kijk ik omhoog. Dit is niet de man die langskomt om afval in te zamelen, denk ik en kijk naar de luxe rolkoffer, die de man vasthoudt en achter hem staat. Ik buig me naar voren en haal mijn beker er weer uit. Het klokhuis kan ik zo snel niet meer terugvinden. Wel zie ik dat de boodschappentas van de man is bezaaid met bruine spetters koude koffie. De blik van deze passagier spreekt boekdelen. Als blikken konden doden, dan had ik deze column nooit kunnen schrijven. Dan was ik nu dood, gestorven door de blik van de man met de rolkoffer.

« Oudere berichten Recent Entries »