Author Archives: AvG

Fietsers en voetgangers

In de jaren ’90 woonde ik in Amsterdam, sinds 2011 woon ik in Berlijn. Dagelijks denk ik aan mijn televisiedebuut uit die tijd. Een debuut dat ik zelf nooit heb teruggezien. Ooit trok ik vanuit Amsterdam met een groot blad papier en wat viltstiften richting Hilversum. Op een parkeerplaats nabij de televisiestudio’s stond een grote bus, waar de opnames plaatsvonden van Achterwerk in de kast. Volgens mij is dat televisieprogramma ooit ontstaan naar aanleiding van de rubriek achter op de VPRO-gids. Die rubriek was voor kinderen, de paar minuten zendtijd was voor kinderen én volwassenen.

Destijds ergerde ik me nogal vaak als ik per fiets vanaf de Indische buurt het centrum van de stad naderde en in de buurt van de Munt en het Waterlooplein telkens weer horden voetgangers op het fietspad aantrof. Er was geen doorkomen aan. De uitzending heb ik nooit gezien, omdat de uitzenddatum tot twee maal toe werd uitgesteld vanwege problemen in Irak. Telkens verscheen er een ingelaste uitzending en kwam Achterwerk te vervallen. Na de uitzending sprak iemand mij aan en vertelde dat hij mij op televisie had gezien. In die uitzending deed ik als fietser mijn beklag over de situatie in de hoofdstad.

Maar waarom denk ik dagelijks aan dit debuut? Omdat ik in Berlijn vooral als voetganger onderweg ben en het hier precies omgedraaid is. Hier tref ik dagelijks hordes fietsers op de stoep aan. Er is geen doorkomen aan. Iedereen fietst hier op de stoep. Oké, als de straat er slecht aan toe is, dan kan ik er nog wel begrip voor opbrengen. Maar hier nemen de fietsers gewoon de stoep in beslag. Ontspannen over de stoep wandelen is er niet bij, want voor je het weet knalt er een fietser tegen je op. Complete gezinnen,studenten, racefietsers, koeriers, kantoorpersoneel, alles en iedereen.  Hoewel ik ook graag fiets, mogen wat mij betreft die hordes fietsers van de stoep geplukt worden en verplicht uitleg krijgen over het verschil tussen een fietspad en stoep voor voetgangers. Daar denk ik wel eens aan. En telkens denk ik, dat moet ik een keer opschrijven. Dat is dan nu gebeurd.

Kunst en kunstenaars

louvre-museum-paris-1487808-640x480Kunst kan een afspiegeling van de maatschappij zijn. De kunstenaar creëert zijn of haar visie op de maatschappij, maar de kunstenaar kan net zo goed zijn visie verkondigen op het gebied van de liefde, de dood of het leven, om een paar klassieke voorbeelden te noemen.

Vandaag de dag zit iedereen om zijn of haar visie verlegen. Het is een teken des tijds. Iedereen voelt die ontrust, de stilte voor een dreigende catastrofe maar wat doe je met dat gevoel? Niet iedereen kan zijn of haar visie omzetten in een kunstwerk. Daarom zijn er blogs en rubrieken met ingezonden brieven.

Dat kunst iets elitairs heeft, dat is een oud gegeven. Mensen die interesse hebben in kunst, zijn zelf ook vaak artistiek actief.  Ze schilderen, schrijven of hakken figuren uit steen of hout. Het is dus een klein wereldje, dat van de kunstenaars en de kunstliefhebbers. Geregeld wordt er stuivertje gewisseld. De kunstliefhebber heeft nu zo veel inspiratie opgedaan, dat hij zijn jaarkaart voor het museum aan de wilgen hangt en aan de slag gaat om een meesterwerk te scheppen. Andersom heb je de kunstenaar die na het maken van een meesterwerk in een diepe depressie valt en niet meer in staat is om een kunstwerk te maken. Deze kunstenaars worden museumbezoekers, die overal kritiek op hebben.

De vraag kan nu luiden, wat is de moraal van dit verhaal? Die vraag ga ik niet stellen. Waarom zou ik dat doen? Ik sluit dit stukje gewoon af met een punt, zoals de meeste mensen een stukje tekst afsluiten met een punt.

Dokters zijn ook dichters

titelDe arts vertelde me zijn verhaal over de patiënt van gisteren.
‘Natuurlijk heb ik als arts een geheimhoudingsplicht, dus ik zal de naam niet noemen.’
Ik knikte maar was wel benieuwd wie de man was, die gisteren met dezelfde klachten als ik hier voor de deur stond.
‘Die man had precies hetzelfde als u. Bij hem gebeurde het ’s avonds na het eten, om een uur of negen. Hij had boerenkool gegeten, een kop koffie gedronken, een jazzplaat opgezet en toen was het zover.’
Ik was een en al oor.  Bij mij gebeurde het ’s ochtends, na een onovertroffen ontbijt en een zalige stoelgang. Ik schonk mezelf nog een kop koffie in en dan was het zo ver. Het overviel me totaal, net als bij de man waar de arts over sprak.
‘Het gedicht hing in de lucht, dus pakte de man snel pen en papier om alles op te schrijven’, vertelde de geneesheer. ‘Hij rook de poëzie, zag het in de kleuren, hoorde het in de muziek, zijn hele kamer was één gedicht. En dat kreeg hij niet op papier. Hij kreeg geen woord te pakken. Wat zeg ik, geen enkele letter. Het was tragisch. De man barstte hier in tranen uit.’
Ik keek verbaasd. Dat was wel een heftig geval. In tranen uitbarsten, dat ging erg ver. Ik kreeg net als de man ook wel eens een dosis rauwe poëzie over me heen, die zich niet op papier liet zetten, maar gehuild heb ik niet.
‘Wat deed u toen?’, vroeg ik nieuwsgierig.
De arts lachte.
‘Nee, medicijnen zijn er niet. Ik heb de man iets aangeraden, wat ik u ook zal aanraden.’
Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Een tip tegen vastzittende poëzie of tegen obstipatie der dichterlijke gedachten, daar had ik wel oor naar. Opeens huilde de arts.
‘Hé, dok, wat is er? U wilde iets zeggen.’
Met een betraand gezicht keek hij me aan.
‘Ik was de man van gisteren, die voor mijn eigen deur stond.’
Ik was opeens klaar wakker, voelde me super fit en maakte dat ik hier weg kwam. Ik was voorgoed genezen.

(Deze tekst verscheen eerder in dagblad De Pers)

« Oudere berichten Recent Entries »