Author Archives: AvG

Zomeravond

zomeravondA- Een echte zomeravond, hè?
B- Ja, lekker warm, biertje erbij, hééérlijk.
A- Zal ik er dan nog één voor je halen, schat?
B- Hééérlijk
A- IK dacht dat ik net wat voelde.
B- Wat dan?
A- Nou, een druppel. Voel maar.
B- Kan niet. Het blijft vanavond droog.
A- En die lucht dan? Kijk, het wordt ook al benauwder.
B- Hypnose. Het is heerlijk weer, kijk maar in de krant.
A- Oh ja, je hebt gelijk. Ik dacht echt dat ik iets voelde.  Stom hè?
B- Ach, heb ik ook wel eens.
A- Hee, nu voelde ik toch echt iets.
B- Ja natuurlijk, het giet.
A- Kijk dan naar die stenen. Moet je zien!
B- Wel ja, de krant zegt zomaar wat. Nee, verbeelding.
A- Maar kijk dan naar die krant! Helemaal doorweekt!
B- Ach. Hier, zie je, ik kan nog gewoon de krant lezen.
A- Ik ben kletsnat. Het begint zelfs te onweren. Kom, snel naar binnen.
B- De kracht van de verbeelding.
A- Jezus, doe even normaal man. Je bent zeiknat en morgen  doodziek..
B- Heerlijke avond hè?
A- Toe nou. Kom nou binnen!
B- Zullen we dansen?
A- Wat?!
B- Allemaal verbeelding schat. De wereld van de verbeelding.
A- Je bent gek.
B- Naar binnen vluchten is vluchten voor de werkelijkheid. Kom, gaan we dansen.
A- Maar de buren. Die denken dat…
B- Gevlucht komen ze tot een erectie,  loerend, achter het raam dat bevestigend tikt.
A- Wááát?!
B- Kom nou maar.
A- Is het normaal dat ik denk tot m’n enkels in het water te staan?
B- Precies! Je voelt ’t alleen.
A- M’n schoenen soppen.
B- Mijne ook. Heerlijk hè? I’m sopping in the rain, I’m…
A- Hé, niet zo hard. De buren.
B- Waar?
A- Volgens mij achter dat kleine gordijn.
B- Maar de buren denken dat ’t regent.
A- Nou?
B- Het regent niet. De verbeelding is voelen en ik voel  de regen. Jij ook?
A- Ja, ik ook.
B- Oké. We are sopping in the rain.
A- We are sopping in the rain.
B- La la la la la la
A- La la la la ……

(Dit verhaal verscheen eerder in Mens & Gevoelens. Onafhankelijk tijdschrift zonder winstoogmerk. Spitser dan HP/DE TIJD, informatiever dan Vrij Nederland, toegankelijker dan de Groene Amsterdammer, veelzijdiger dan het legendarische Hollands Diep.)

Digitale werkelijkheid

internf’s Avonds surf ik geregeld naar een forum met mensen die ik al jaren ken, tenminste, virtueel. Op dit forum heet ik “Peppie’. Alle andere forummers hebben ook nicknames zoals  Kruitje, Poekie, Kratje en Balpen, om er maar een paar te noemen. De onderwerpen op het forum zijn heel divers.  Humor, serieuze zaken en barpraat. In de virtuele bar schrijf je wat je zo op een dag meemaakt.  Ik ben zenuwachtig, ik ga zo koken, ik heb vervelende schoonfamilie op bezoek  of ik ben boos. Meestal zijn het alledaagse ervaringen.

Vandaag schreef ik over mijn gebeurtenis in een supermarkt waar ik normaal nooit kom, tweehonderd kilometer bij mij vandaan. “Hallo ! Vandaag wat meegemaakt, je gelooft het niet. In de supermarkt duwde een dame mij gewoon met haar karretje aan de kant en keek me daarna ook nog verwijtend aan. Echt een bitch. Ze had een belachelijk  blauw hoedje op. En voor ik er erg in had noemde ik haar een kutwijf.  ‘Onbeschofte vlegel’, riep ze daarna nog en kreeg nota bene meteen bijval van alle klanten.  Ik heb het maar zo gelaten en ben weggegaan. Niet te geloven, wat een middag.’

Een van mijn vaste vriendinnen op het forum is Nietje. Met haar heb ik altijd de meeste lol. We kennen elkaar al zeker drie jaar. We lachen heel wat af op het forum.  Het toeval wil dat ik uitgerekend vandaag Nietjes bericht over het hoofd heb  gezien: “Ik had net dat blauwe hoedje gekocht waar ik het al eerder over had. Daarna wilde ik boodschappen doen. Je gelooft niet wat ik daar heb meegemaakt. Daar stond een type die gewoon niet aan de kant wilde. Echt een brutale vlegel. En onbeschoft! Hij noemde me een kutwijf, echt waar! Terwijl ik er gewoon met mijn karretje  langs wilde.  Wat lopen er toch agressieve eikels rond op de wereld. Ik  ben blij dat dit forum bestaat. Als de echte wereld er zo uitzag als hier op het forum, dan zou het leven een stuk leuker zijn.  ”

(Deze tekst verscheen eerder in dagblad De Pers)

Een beer in het verkeer

Het is vandaag de eerste keer dat ik een Nederlandse verkeersregelaar in levende lijve ontmoet (van 1998 tot 2006 verbleef ik in het buitenland). Met een stopteken houdt hij het tegemoetkomende verkeer tegen, zodat ik veilig om het stukje afgezette weg kan rijden. De man kijkt een beetje sip. Oké, het regent . Maar het is een ander soort sip kijken. Hij lijkt op een papa die vandaag tegen zijn zin klaar-over moet zijn bij de school van zijn dochtertje.  Op de jas van de man lees ik in koeienletters “VERKEERSREGELAAR”. “Ik kan daar ook niks aan doen”,  lijkt hij te zeggen.

Ik vind het uitstekend dat er verkeersregelaars zijn, moge dat duidelijk zijn.  Zonder hen zou het een stuk onveiliger zijn op straat. Alleen vind ik dat ze wel wat meer gezag mogen uitstralen. Hijs alle verkeersregelaars in een politie-uniform en het is meteen duidelijk wie op dit stukje weg de dienst uitmaakt. Ik vermoed dat de verkeersregelaar zelf ook veel liever onderdeel is van de politie. Waar zijn eigenlijk de verkeersagenten gebleven,  vraag ik me af.  Of de agenten in opleiding? Zij regelden toch altijd het verkeer? Die gedachtes komen bij mij op als ik langs deze verkeersregelaar rijd en hem met een knikje vriendelijk groet.

En dan, alsof de duivel ermee speelt, word ik ingehaald door een heuse motoragent. Stoer leren pak, zwarte laarzen. Maar waarom twijfel ik aan zijn gezag? Iets klopt er niet.  De motoragent draagt een bont gekleurd rugzakje op zijn rug waarvan de inhoud verdacht veel  lijkt op een  appel en een broodtrommeltje. Maar dat is niet belangrijk. Wel relevant is een detail dat meteen in het oog springt. Het is het kleine teddybeertje dat aan de rugzak van oom agent bungelt. Een beertje met een lachend gezichtje, een zonnebrilletje en een kort gestreept broekje aan. Een olijk gezicht in een veranderlijke wereld.

« Oudere berichten Recent Entries »