Category Archives: Columns

Komkommertijd

cuHet is komkommertijd, dus zijn herhalingen toegestaan. Daarom plaats ik nu een stukje dat ongeveer twee jaar geleden  als lezerscolumn in de Pers verscheen. De lezerscolumns uit die tijd heb ik weggestopt in het archief van dit blog en nooit “vers gepubliceerd”.  De komkommertijd is natuurlijk een mooie gelegenheid zo’n column nogmaals te presenteren. Dus bij deze:

Digitale werkelijkheid

’s Avonds surf ik geregeld naar een forum met mensen die ik al jaren ken, tenminste, virtueel. Op dit forum heet ik “Peppie’. Alle andere forummers hebben ook nicknames zoals  Kruitje, Poekie, Kratje en Balpen, om er maar een paar te noemen. De onderwerpen op het forum zijn heel divers.  Humor, serieuze zaken en barpraat. In de virtuele bar schrijf je wat je zo op een dag meemaakt.  Ik ben zenuwachtig, ik ga zo koken, ik heb vervelende schoonfamilie op bezoek  of ik ben boos. Meestal zijn het alledaagse ervaringen.

Vandaag schreef ik over mijn gebeurtenis in een supermarkt waar ik normaal nooit kom, tweehonderd kilometer bij mij vandaan. “Hallo ! Vandaag wat meegemaakt, je gelooft het niet. In de supermarkt duwde een dame mij gewoon met haar karretje aan de kant en keek me daarna ook nog verwijtend aan. Echt een bitch. Ze had een belachelijk  blauw hoedje op. En voor ik er erg in had noemde ik haar een kutwijf.  ‘Onbeschofte vlegel’, riep ze daarna nog en kreeg nota bene meteen bijval van alle klanten.  Ik heb het maar zo gelaten en ben weggegaan. Niet te geloven, wat een middag.’

Een van mijn vaste vriendinnen op het forum is Nietje. Met haar heb ik altijd de meeste lol. We kennen elkaar al zeker drie jaar. We lachen heel wat af op het forum.  Het toeval wil dat ik uitgerekend vandaag Nietjes bericht over het hoofd heb  gezien: “Ik had net dat blauwe hoedje gekocht waar ik het al eerder over had. Daarna wilde ik boodschappen doen. Je gelooft niet wat ik daar heb meegemaakt. Daar stond een type die gewoon niet aan de kant wilde. Echt een brutale vlegel. En onbeschoft! Hij noemde me een kutwijf, echt waar! Terwijl ik er gewoon met mijn karretje  langs wilde.  Wat lopen er toch agressieve eikels rond op de wereld. Ik  ben blij dat dit forum bestaat. Als de echte wereld er zo uitzag als hier op het forum, dan zou het leven een stuk leuker zijn.”

(Deze tekst verscheen eerder in dagblad De Pers)

Dokters zijn ook dichters

titelDe arts vertelde me zijn verhaal over de patiënt van gisteren.
‘Natuurlijk heb ik als arts een geheimhoudingsplicht, dus ik zal de naam niet noemen.’
Ik knikte maar was wel benieuwd wie de man was, die gisteren met dezelfde klachten als ik hier voor de deur stond.
‘Die man had precies hetzelfde als u. Bij hem gebeurde het ’s avonds na het eten, om een uur of negen. Hij had boerenkool gegeten, een kop koffie gedronken, een jazzplaat opgezet en toen was het zover.’
Ik was een en al oor.  Bij mij gebeurde het ’s ochtends, na een onovertroffen ontbijt en een zalige stoelgang. Ik schonk mezelf nog een kop koffie in en dan was het zo ver. Het overviel me totaal, net als bij de man waar de arts over sprak.
‘Het gedicht hing in de lucht, dus pakte de man snel pen en papier om alles op te schrijven’, vertelde de geneesheer. ‘Hij rook de poëzie, zag het in de kleuren, hoorde het in de muziek, zijn hele kamer was één gedicht. En dat kreeg hij niet op papier. Hij kreeg geen woord te pakken. Wat zeg ik, geen enkele letter. Het was tragisch. De man barstte hier in tranen uit.’
Ik keek verbaasd. Dat was wel een heftig geval. In tranen uitbarsten, dat ging erg ver. Ik kreeg net als de man ook wel eens een dosis rauwe poëzie over me heen, die zich niet op papier liet zetten, maar gehuild heb ik niet.
‘Wat deed u toen?’, vroeg ik nieuwsgierig.
De arts lachte.
‘Nee, medicijnen zijn er niet. Ik heb de man iets aangeraden, wat ik u ook zal aanraden.’
Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Een tip tegen vastzittende poëzie of tegen obstipatie der dichterlijke gedachten, daar had ik wel oor naar. Opeens huilde de arts.
‘Hé, dok, wat is er? U wilde iets zeggen.’
Met een betraand gezicht keek hij me aan.
‘Ik was de man van gisteren, die voor mijn eigen deur stond.’
Ik was opeens klaar wakker, voelde me super fit en maakte dat ik hier weg kwam. Ik was voorgoed genezen.

(Deze tekst verscheen eerder in dagblad De Pers)

Het zou verboden moeten worden

Er bestaat een reclame voor drop waarin de uitdrukking ‘het zou verboden moeten worden’ opduikt. Ondanks dat het een behoorlijk irritante en infantiele reclameboodschap is, beklijft hij toch. Googelt u even mee. Jawel, als eerste resultaat verschijnt de tekst over drop, gevolgd door ‘klussen, het zou verboden moeten worden’, ‘gamen, het zou verboden moeten worden’ en nog ongeveer twee miljoen andere resultaten.

Vanochtend jogde ik voor het eerst rond de Schlachtensee, een prachtig Berlijns meer dat bij mij om de hoek blijkt te liggen. Op het pad langs het water was het rustig. Ik had veel meer joggers verwacht. Bovendien zag ik weinig huppelaars; mensen in een hippe sportoutfit, die tussen de joggers door huppelen. Ze kijken nieuwsgierig om zich heen om de laatste trends in zich op te nemen en vooral ook om te zien of ze zelf wel gezien worden. Je ziet ze vooral in het Amsterdamse Vondelpark, in Hamburg aan de Alster, in New York in Central Park en in tig andere parken.

Hier langs de Schlachtensee zag ik slechts één verdwaalde huppelaarster. Zou dit verboden moeten worden? Nee, waarom? Omdat ik dit stukje met die uitdrukking begon? Dat lijkt me geen goede reden. Ik begon dit stukje om een heel andere reden. Mijn eerste joggingsensatie eindigde namelijk catastrofaal. Na 20 minuten schakelde ik terug naar een wandeltempo en genoot van de rust. ‘Is dit Berlijn, waar is iedereen?’, dacht ik en strekte uitgebreid mijn armen.

‘Héééé, man, hé!!’

Ik schrok me rot. Waar kwam die figuur opeens vandaan? En dan loopt ie ook nog met z’n kop frontaal tegen de rug van mijn hand. Hij riep nog wat in de geest van ‘kun je niet uitkijken, man.’ Ik was perplex. Kwam de man uit een boom of uit een onderaardse gang? Ik keek hem na en zag dat hij vreemde schoenen droeg. Een soort bordeelsluipers, wat verklaarde waarom je zo iemand niet hoort. Ja, dat was het moment waarop ik dacht ‘bordeelsluipers tijdens het joggen, het zou verboden moeten worden.’

(Deze tekst Verscheen eerder in dagblad De Pers)

« Oudere berichten Recent Entries »