Category Archives: Columns

Laatste lezerscolumn

Pers_logoOp 30 maart 2012 verscheen het laatste exemplaar van het gratis dagblad De Pers. De krant dreigde een krant te worden die ertoe doet. Kranten die ertoe doen zijn echter geen lang leven beschoren, het bewijs leverde de krant zelf. Na het laatste exemplaar kwam er noch een herstart, noch een beter of soortgelijk blad. Vandaag struikelde vandaag ik toevallig over mijn laatste lezerscolumn, die op 26 maart 2012 onder de titel ‘Lezerscolumn’ verscheen. Hieronder de tekst.

Op maandag 3 november 2009 verscheen voor de eerste keer mijn lezerscolumn in De Pers. Dat gaf meer dan alleen voldoening. Ik verkeerde in een mega feeststemming, want opeens lazen misschien wel duizenden mensen mijn stukje. Op 19 november 2009 verscheen er wederom een. Eerlijk gezegd werd me dat allemaal iets te veel. Na publicatie van deze tweede lezerscolumn vroeg mijn buurvrouw waarom ik opeens naast mijn schoenen liep. Ze vond het maar een raar gezicht.

Normaal liep ik altijd met mijn voeten in mijn schoenen, zoals de meeste andere mensen doen. Ik vertelde haar dat er een stukje van mij in De Pers was verschenen. Wat dat is, De Pers, wilde ze weten. Opeens pasten mijn schoenen weer.

Een aantal maanden later liep ik er weer naast, mede door toedoen van Nico Dijkshoorn en Kustaw Bessems, die behalve in De Pers ook geregeld op tv verschenen. Het werden BN’ers. Het werd mij opnieuw te veel op het moment dat mijn lezerscolumn verscheen in de krant van deze bekende Nederlanders. De buurvrouw vroeg weer waarom ik naast mijn schoenen liep. Ik vroeg haar of ze Nico Dijkshoorn kende, en Kustaw Bessems. Moet ik die kennen, antwoordde ze. Ze was duidelijk niet op de hoogte van de jongste ontwikkelingen in medialand. Ik wilde de foto’s van beide heren nog uitprinten maar dat ging me toch echt iets te ver. De lezerscolumn volgde ik die dagen op de voet. Alle lezerscolumnisten schreven leuke en originele stukken. Op alle vlakken steeg de kwaliteit van De Pers. De krant was duidelijk op weg een bijzondere positie als gratis kwaliteitskrant in te nemen. Mede daarom is het buitengewoon triest om te lezen dat De Pers letterlijk en figuurlijk stopt. Nu, nu het er helemaal niet meer toe doet, spreekt de buurvrouw mij aan. Ze heeft een papiertje in haar hand. ‘Ik heb uh… Wacht even, ik heb het opgeschreven, uh… Ben Rogmans op televisie gezien. Hij was bij Clairy Polak. Het ging over De Pers. Ik dacht nog, is dat niet de krant waar jij het altijd over hebt? Goed joh!’

(Deze tekst verscheen eerder in dagblad De Pers)

Komkommertijd

cuHet is komkommertijd, dus zijn herhalingen toegestaan. Daarom plaats ik nu een stukje dat ongeveer twee jaar geleden  als lezerscolumn in de Pers verscheen. De lezerscolumns uit die tijd heb ik weggestopt in het archief van dit blog en nooit “vers gepubliceerd”.  De komkommertijd is natuurlijk een mooie gelegenheid zo’n column nogmaals te presenteren. Dus bij deze:

Digitale werkelijkheid

’s Avonds surf ik geregeld naar een forum met mensen die ik al jaren ken, tenminste, virtueel. Op dit forum heet ik “Peppie’. Alle andere forummers hebben ook nicknames zoals  Kruitje, Poekie, Kratje en Balpen, om er maar een paar te noemen. De onderwerpen op het forum zijn heel divers.  Humor, serieuze zaken en barpraat. In de virtuele bar schrijf je wat je zo op een dag meemaakt.  Ik ben zenuwachtig, ik ga zo koken, ik heb vervelende schoonfamilie op bezoek  of ik ben boos. Meestal zijn het alledaagse ervaringen.

Vandaag schreef ik over mijn gebeurtenis in een supermarkt waar ik normaal nooit kom, tweehonderd kilometer bij mij vandaan. “Hallo ! Vandaag wat meegemaakt, je gelooft het niet. In de supermarkt duwde een dame mij gewoon met haar karretje aan de kant en keek me daarna ook nog verwijtend aan. Echt een bitch. Ze had een belachelijk  blauw hoedje op. En voor ik er erg in had noemde ik haar een kutwijf.  ‘Onbeschofte vlegel’, riep ze daarna nog en kreeg nota bene meteen bijval van alle klanten.  Ik heb het maar zo gelaten en ben weggegaan. Niet te geloven, wat een middag.’

Een van mijn vaste vriendinnen op het forum is Nietje. Met haar heb ik altijd de meeste lol. We kennen elkaar al zeker drie jaar. We lachen heel wat af op het forum.  Het toeval wil dat ik uitgerekend vandaag Nietjes bericht over het hoofd heb  gezien: “Ik had net dat blauwe hoedje gekocht waar ik het al eerder over had. Daarna wilde ik boodschappen doen. Je gelooft niet wat ik daar heb meegemaakt. Daar stond een type die gewoon niet aan de kant wilde. Echt een brutale vlegel. En onbeschoft! Hij noemde me een kutwijf, echt waar! Terwijl ik er gewoon met mijn karretje  langs wilde.  Wat lopen er toch agressieve eikels rond op de wereld. Ik  ben blij dat dit forum bestaat. Als de echte wereld er zo uitzag als hier op het forum, dan zou het leven een stuk leuker zijn.”

(Deze tekst verscheen eerder in dagblad De Pers)

Dokters zijn ook dichters

titelDe arts vertelde me zijn verhaal over de patiënt van gisteren.
‘Natuurlijk heb ik als arts een geheimhoudingsplicht, dus ik zal de naam niet noemen.’
Ik knikte maar was wel benieuwd wie de man was, die gisteren met dezelfde klachten als ik hier voor de deur stond.
‘Die man had precies hetzelfde als u. Bij hem gebeurde het ’s avonds na het eten, om een uur of negen. Hij had boerenkool gegeten, een kop koffie gedronken, een jazzplaat opgezet en toen was het zover.’
Ik was een en al oor.  Bij mij gebeurde het ’s ochtends, na een onovertroffen ontbijt en een zalige stoelgang. Ik schonk mezelf nog een kop koffie in en dan was het zo ver. Het overviel me totaal, net als bij de man waar de arts over sprak.
‘Het gedicht hing in de lucht, dus pakte de man snel pen en papier om alles op te schrijven’, vertelde de geneesheer. ‘Hij rook de poëzie, zag het in de kleuren, hoorde het in de muziek, zijn hele kamer was één gedicht. En dat kreeg hij niet op papier. Hij kreeg geen woord te pakken. Wat zeg ik, geen enkele letter. Het was tragisch. De man barstte hier in tranen uit.’
Ik keek verbaasd. Dat was wel een heftig geval. In tranen uitbarsten, dat ging erg ver. Ik kreeg net als de man ook wel eens een dosis rauwe poëzie over me heen, die zich niet op papier liet zetten, maar gehuild heb ik niet.
‘Wat deed u toen?’, vroeg ik nieuwsgierig.
De arts lachte.
‘Nee, medicijnen zijn er niet. Ik heb de man iets aangeraden, wat ik u ook zal aanraden.’
Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Een tip tegen vastzittende poëzie of tegen obstipatie der dichterlijke gedachten, daar had ik wel oor naar. Opeens huilde de arts.
‘Hé, dok, wat is er? U wilde iets zeggen.’
Met een betraand gezicht keek hij me aan.
‘Ik was de man van gisteren, die voor mijn eigen deur stond.’
Ik was opeens klaar wakker, voelde me super fit en maakte dat ik hier weg kwam. Ik was voorgoed genezen.

(Deze tekst verscheen eerder in dagblad De Pers)

« Oudere berichten Recent Entries »