Kantoor van Der Spiegel in de Hamburgse ‘HafenCity’
De Nederlandse socioloog Paul Schnabel legt vandaag op de website van weekblad Der Spiegel uit hoe het komt dat de rechtspopulisten in Nederland zo succesvol zijn. Economisch gezien gaat het met Nederland nog beter dan met Duitsland. “We behoren tot de rijkste landen ter wereld, de staatsschulden dalen, net als de werkloosheid. En toch heerst er een irrationele ontevredenheid onder het motto: met mij gaat het goed maar met ons gaat het slecht”, legt Schnabel uit.
Hoe wordt die ontevredenheid dan gevoed? Dat wil interviewer Christoph Titz van Der Spiegel graag weten. Schnabel legt uit dat het belangrijk is een scheiding te maken tussen echte en ingebeelde zorgen. “Een vijfde deel van de bevolking voelt zich blijkbaar in goede handen bij Wilders, omdat dit deel gelooft dat hij toch maar uitspreekt wat dit deel van de bevolking in het geheim denkt. Daartoe behoort de dwaalleer dat de Nederlandse identiteit wordt bedreigd door globalisering en de islam. Wilders wakkert die negatieve emoties aan en maakt daar volop gebruik van. Hij vermengt ze met realistische problemen. Onroerend goed en de huren zijn bijvoorbeeld zeer duur geworden. Vandaag de dag zijn er meer gezinnen die twee inkomens nodig hebben om een aangenaam leven te leiden, en de verzorgingsstaat krimpt”, aldus Schnabel.
De interviewer vraagt waarom juist jonge mensen Wilders kiezen. Schnabel geeft aan dat de genoemde echte problemen, dus de huren en de hachelijke arbeidsverhoudingen, vooral de jeugd aangaan. De socioloog noemt Wilders een kameleontische, ondoorzichtige figuur. “Hij zegt op grove en meedogenloze wijze wat hij denkt en is daarbij zeer krachtig en luid – een soort proto Trump. En zoals alle rechtspopulisten scheldt hij op de elite en het establishment. Door continue herhaling blaast hij in video’s op Facebook en Twitter kleinigheden op, omdat hij hoopt dat ze dan een deel worden van het collectieve bewustzijn en misschien zelfs als feitelijk correct worden beschouwd”, aldus Schnabel.
De Nederlandse socioloog is afgevaardigde van D66. Wat hebben de liberale politieke krachten dan verkeerd gedaan in de omgang met Wilders? Schnabel zegt dat veel mensen dachten dat het fenomeen Wilders wel weer voorbij zou gaan. Andere populistische partijen zoals die van de vermoorde rechtspopulist Pim Fortuyn vielen door interne ruzies vanzelf uit elkaar. “Wilders heeft echter nooit een partij opgericht”, legt Schnabel uit. “Hij is het enige lid van de PVV. Als er al conflicten zijn, dan zijn die alleen in zijn parlementsfractie.”
Schnabel vertelt verder dat de mensen die voor Wilders in het parlement zitten niets anders hebben dan de beweging van Wilders. “Eentje heeft mij persoonlijk verteld dat hij buiten het parlement en zonder Wilders kansloos zou zijn. Hij en anderen zijn financieel afhankelijk van de PVV geworden”.
De interviewer begrijpt niet waarom er in Nederland niemand is die zegt dat er een politicus aan de winnende hand is die de grondvesten van Nederland wil vernietigen. Schnabel zegt dat D66 leider Alexander Pechtold zich altijd zeer duidelijk tegen Wilders heeft opgesteld. “Ook om die reden maakte Wilders onlangs gebruik van “alternatieve feiten” door een nepfoto te gebruiken waarop Pechtold als sympathisant te zien is bij een demonstratie die voor de Sharia opkomt. Die foto is ronduit een leugen”, aldus Schnabel. “En we leggen de mensen ook uit dat we geen kans hebben als we de EU verlaten”, voegt hij eraan toe. “Wilders zegt dat hij Nederland niet vernietigt maar dat hij het land weer zichzelf laat zijn. Zwitserland is bij hem en de andere populisten een geliefd voorbeeld. Uitgerekend Zwitserland! Een land dat zonder echt lidmaatschap bijna alles moet doen wat de EU verlangt. Maar dat wil men gewoon niet geloven.”
Tot slot gaat de interviewer in op het plan Wilders te isoleren. Op de 50 Plus Partij na wil er volgens hem niemand met hem een coalitie aangaan. Zou dat plan kunnen lukken? Als Wilder de grootste partij wordt, dan heeft hij volgens Schnabel de kans een regering samen te stellen. Hij voegt er meteen aan toe dat dit vervolgens zal mislukken. “Ook de sociaaldemocraten van de PvdA hebben vroeger al een keer meegemaakt de sterkste partij te zijn maar niet te kunnen regeren. Een linkse coalitie zal het nu waarschijnlijk niet halen. De meeste waarnemers rekenen op een coalitie van vier of vijf partijen onder de huidige premier Rutte.”
De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Sigmar Gabriel (SPD) legde vandaag in zijn toespraak aan het begin van de G20-bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken in Bonn de nadruk op internationale samenwerking. Ook de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders was aanwezig. Hopelijk luisterde hij goed en geeft hij de woorden door aan zijn collega-politici Nederland.
Van deze bijeenkomst zou een signaal moeten uitgaan in een tijd “waar toch zoveel bewegingen zijn die zich proberen af te schermen om nationalistisch hun eigen weg te gaan”, zei de Duitse minister. “Geen enkel land kan de voor ons liggende opgaven in z’n eentje oplossen. Klimaatverandering, terrorisme, vlucht en migratie, dat kunnen we niet allemaal binnen nationale grenzen klaarspelen. Dat gaat alleen met samenwerking en openheid in plaats van zich in nationale slakkenhuizen en wagenburchten terug te trekken.”
Een mensenketen voor vrede is onderdeel van de officiële herdenking van het bombardement op Dresden 1945. Deze keten begint op maandag 13 februari op de Neumarkt. Op die plek staan, pal tegenover de Frauenkirche , drie buswrakken in verticale positie. De stevig verankerde voertuigen vormen het kunstwerk ‘Monument’ van de Duits – Syrische kunstenaar Manaf Halbouni. Afgelopen dinsdag onthulden de dominee van de Frauenkirche, de burgemeester van Dresden en de kunstenaar zelf het artistieke gedenkteken. Die plechtigheid ging gepaard met felle protesten vanuit o.a. de Pegida-beweging. Hoe is de sfeer in de Saksische hoofdstad? Ik nam een kijkje.
Protest
De rust op de Neumarkt in Dresden is twee dagen na de presentatie van het opvallende monument vredig en lijkt in de verste verten niet op de toestand van twee dagen daarvoor. Burgemeester Dirk Hilbert en dominee Sebastian Feydt van de Frauenkirche kwamen op die dag niet aan het woord, omdat demonstranten leuzen als “donder op” en “schande” scandeerden. Een dag eerder, tijdens de wekelijke maandagdemonstratie van de Duitse protestbeweging Pegida, riep hun leider Siegfried Däbritz zijn aanhangers op zich tegen het kunstwerk te weren. De uitgereikte pamfletten met de tekst “Weer jullie tegen deze provocatie” lieten aan duidelijkheid niets te wensen over. Na 3 april zullen de bussen weer uit het stadsbeeld verdwijnen.
Provocatie
De kunstenaar is duidelijk. Zijn werk moet herinneren aan oorlog en verdrijving en dient ertoe de vrede te propageren. “Het moet eraan herinneren hoe goed wij het hier hebben en hoe hard we gestreden hebben de steden weer op te bouwen”, zegt hij in een interview. Bovendien wil hij dat er door het ‘Monument’ een discussie op gang komt. “
“Verbitterd klinkt ze niet, eerder teleurgesteld”
Het is een provocatie”, zegt een passant tegen mij. Ze komt uit Dresden. Ik schat haar rond de 65. Ze spreekt rustig en neemt net als ik wat foto’s. “Rare manier om een bus te parkeren”, grap ik. “Het is een kunstwerk”, zegt ze hoofdschuddend. We raken in gesprek. Ik luister, zij vertelt over haar moeder die de luchtaanvallen op Dresden heeft meegemaakt. Ze vertelt over de klokken. Twee schooljongens klommen destijds, in 1945, op de Kreuzkirche en luidden de klokken voordat de stad onder vuur werd genomen en 25.000 mensen stierven. Sinds die dag luiden op 13 februari om 21:45 uur alle klokken van Dresden. “Herdenken doe je van binnen”, vertelt deze mevrouw me. “En natuurlijk is het geen toeval dat die bussen hier ook op 13 februari nog staan. De kunstenaar komt uit Syrië en de bussen hebben te maken met Aleppo. U weet toch ook hoe gevoelig dat hier ligt.” Verbitterd klinkt ze niet, eerder teleurgesteld.
Kunstenaar
In 2015 stonden in Aleppo drie uitgebrande bussen verticaal opgesteld om burgers tegen sluipschutters te beschermen. Een foto hiervan verscheen in de internationale media. Dat beeld was de inspiratiebron voor Halbouni, de zoon van een Duitse moeder en Syrische vader. Hij werd in 1984 in Damascus geboren en studeerde aan de kunstacademie in de Syrische hoofdstad. Zijn studie rondde hij in Dresden af. Het is niet de eerste keer dat Halbouni Dresden opluistert met een kunstwerk in de openbare ruimte. In 2015 stond op de Theaterplatz een Mercedes met op het dak typisch Duitse devotionele voorwerpen zoals een krat bier, een fiets en tuinkabouters. Passanten konden zich laten fotograferen met een bordje “Sachse auf der Flucht” (Inwoner van Saksen op de vlucht) in de hand. Hoewel weinig mensen hiervan gebruik maakten volgde wel een invitatie uit Londen en belandde het project in Venetië bij de Biennale.
Zijn huidige “Monument” kwam onlangs negatief in het nieuws, omdat op de bussen van de originele foto uit Aleppo een vlag van de in Duitsland verboden terreurorganisatie Islamistische Staat (IS) wapperde. Halbouni zei dat hij dit niet wist. Op de foto die hij in The Guardian had gezien was de bovenkant afgesneden. “Maar het interesseert me ook niet, omdat die bussen werden neergezet om de civiele bevolking te beschermen, zodat het alledaagse leven weer enigszins op gang komt. Mijn werk richt zich niet op een of andere partij die daar vecht. Er zijn zoveel partijen in verstrikt. Wat belangrijker is, is het leven. En daarom gaat het in dit werk en niet om de strijdende partijen”, aldus de kunstenaar.
Schande
Naast me staat een man van een jaar of 50. Hij draagt een sportief jack, heeft een zwarte muts op en ook hij fotografeert de bussen. “Het is een schande”, zegt hij. Ik denk meteen aan de foto uit de Duitse kranten waarop iemand tijdens de presentatie van het kunstwerk het bordje “Schande” omhoog houdt (klik voor foto). De man naast mij is kwaad, ik voel zijn woede. Hij praat over Churchill en de geallieerden en geeft de Britse staatsman de schuld van de massamoord in Dresden. Ik weet dat de luchtaanvallen op Dresden omstreden zijn. Er zijn mensen die de tapijtbombardementen van de geallieerden als een oorlogsmisdaad zien. Ik weet echter ook dat dit één kant van het verhaal is. De andere kant is natuurlijk dat Duitsland een verschrikkelijke oorlog is begonnen. Daarover sprak deze man niet. Daarom had ik meer sympathie voor de mevrouw die alle slachtoffers wil herdenken en de bussen als een onnodige stoorfactor beschouwt.
Mensenketen
Maandagmiddag zal in Dresden weer een kilometer lange mensenketen worden gevormd om op symbolische wijze de slachtoffers van het bombardement te herdenken. De organisatie wil hiermee ook de slachtoffers van andere oorlogen op de wereld herdenken zoals bijvoorbeeld die in Syrië. De 13e februari in Dresden is een dag die veel rechts-extremistische groepen gebruiken om zich te profileren. In 2007 namen circa 4.000 mensen deel aan een tegendemonstratie onder het motto “Geh denken” (ga denken). Twee jaar later protesteerden al meer dan 10.000 mensen tegen de opmars van de neonazi’s. In 2010 vormden zo’n 10.000 mensen voor de eerste keer een mensenketen om de binnenstad van Dresden symbolisch tegen de neonazi’s te beschermen. In dat jaar werd ook de Dresden-Preis in het leven geroepen om onder andere rechts-extremisme tegen te gaan. De mensenketen wordt ondersteund door het stadsbestuur, kerken, vakbonden, politieke partijen en tal van andere organisaties.
Polarisatie
De mensenketen gaat maandagmiddag op de Neumarkt van start, vanaf de plek waar de drie bussen staan. Het is de grote vraag of het kunstwerk meer dan alleen discussies oproept. Ik heb gezien dat niet alleen neonazi’s en rechtsextremisten het kunstwerk zeer discutabel vinden. De kunstenaar zegt in een interview dat hij met zijn kunstwerk een discussie in het leven wil roepen. Maar ook dat is volgens mij één kant van het verhaal. De andere kant is dat je kunt spreken van een gebrek aan empathie.
“Door gebrek aan empathie drijf je deze mensen in de richting van Pegida”
Wie de geschiedenis van Dresden kent weet dat de herdenking op 13 februari gevoelig ligt bij een grote groep inwoners. De dame waarmee ik sprak representeert deze groep. Door gebrek aan empathie drijf je deze mensen in de richting van Pegida, omdat ze zich door het stadsbestuur in de steek gelaten voelen. Ze lopen grommend door de stad. Is het niet een taak van de stadsbestuurders ook oog te hebben voor de grommende bevolking en niet alleen voor de schreeuwende Pegida-aanhangers? De grommende bevolking distantieert zich zowel van het stadsbestuur als van Pegida en voelt zich in de kou gezet. Dat komt volgens mij doordat de polarisatie vandaag de dag hoogtij viert en je bijna gedwongen wordt een kleur te bekennen waar je je niet mee verbonden voelt.
Dresden-Preis
In 2009 riep de vereniging Friends of Dresden Deutschland de Dresden-Preis in het leven. Hij wordt jaarlijks uitgereikt aan personen die bijzondere prestaties hebben geleverd tegen conflicten, geweld en escalaties. De onderscheiding is onderdeel van de door de Duits-Amerikaanse bioloog en Nobelprijswinnaar Günter Blobel opgerichte Amerikaanse vereniging Friends of Dresden, Inc. in New York. De Klaus Tschira stichting schenkt de prijs die verbonden is met een geldbedrag van 10.000 euro.
De winnaars ontvangen een bronzen beeldje, gemaakt door Konstanze Feindt Eißner. De figuur ervan is ontstaan naar het voorbeeld van Ernst uit de fontein Mozartbrunne in het park Bürgerwiese in Dresden. De oorlogsschaden die het originele beeld heeft opgelopen zijn ook op de prijs te zien. Volgens de organisatoren is de onderscheiding eveneens bedoeld om tegen te gaan dat rechtsextremisten de herdenkingsdag in Dresden voor zich opeisen. De eerste uitreiking in 2010 werd uit veiligheidsoverwegingen op verzoek van de Saksische minister voor Binnenlandse Zaken een dag uitgesteld en vond plaats tijdens een feestelijke plechtigheid in de opera Semperoper. Destijds ging de prijs naar de voormalige president van de Sovjet Unie Michail Gorbatschow. Op dinsdag 14 februari zal in de Semperoper de Dresden-Preis 2017 worden uitgereikt aan Domenico Lucano. Hij is de burgemeester van het Italiaanse dorpje Riace. Hij ontvangt de prijs, omdat zijn dorp met 1.800 inwoners 550 vluchtelingen opnam.