Category Archives: Varia

Arnon Grunberg in Marzahn

Op weg naar de lezing van Arnon Grunberg

Op weg naar de lezing van Arnon Grunberg

Wel of naar naar Marzahn, dat is de vraag die ik mezelf op vrijdag 6 juni stel. Arnon Grunberg leest daar voor uit een boek. Dat vind ik net iets te weinig aanleiding om bij de tropische temperaturen naar een bibliotheek in Marzahn af te reizen. Maar aan de andere kant, Marzahn is wel een bijzondere plek, een plek waarvan je niet verwacht dat er een schrijver van kaliber optreedt.

Marzahn vergelijk ik  gemakshalve altijd met de oude Bijlmer in Amsterdam. Natuurlijk is dat wel heel kort door de bocht, omdat Marzahn vooral ook een voormalige DDR buurt is. “Wie in Marzahn is opgegroeid en dat onbeschadigd heeft overleefd, die is tot alles in staat.” Met die opmerking over een Marzahnse kogelslingeraarster kreeg een ZDF-commentator ooit hele grote problemen. De man werd door de stadsdeelburgemeester uitgenodigd om de wijk met eigen ogen te bekijken [Abfällige Äußerung über Marzahn: Politiker kritisieren ZDF-Moderator Poschmann]

Marzahn is een bijzondere plek....voor een lezing van A. Grunberg

Marzahn is een bijzondere plek….voor een lezing van A. Grunberg

Dus toch voldoende reden om de lezing te bezoeken. Op station Friedrichstrasse pak ik de S-Bahn, de S7 naar Ahrensfelde. Voor mij een nostalgische lijn, omdat ik er in 2011, tijdens mijn eerste maanden in Berlijn, regelmatig gebruik van maakte. Ik kende de stations op het traject tussen Berlin Nikolassee en Friedrichstrasse uit mijn hoofd. Maar nu moest ik verder dan Friedrichstrasse, de andere kant op, oostwaarts. Met een hoofd vol vooroordelen verlaat ik het Berlijn zoals het in de reisgidsen staat beschreven en nader het stadsdeel met de beroemde ‘Plattenbau’.

Enkele arbeiders in een blauwe overall en met een grote fles bier in hun hand stappen onderweg in en genieten zwijgend van hun rit naar huis. Hoewel ze bij elkaar lijken te horen, schijnen ze elkaar niet te kennen. Of ze zijn niet erg spraakzaam. “Zouden dat Oost-Berlijners zijn?” schiet het door mijn hoofd en ik merk dat de muur tussen Oost-Berlijn en West-Berlijn nog lang niet is verdwenen, zelfs niet bij buitenstaanders zoals ik. Voor mij is Marzahn een soort getto waar je ’s avonds liever niet over straat gaat. Ter illustratie een kort videofragment ( 3:39) met bewoners van Marzahn aan het woord. Daarnaast denk ik terug aan mijn leven als uitzendkracht in Berlijn. Destijds liep ik ook in een blauwe overall. Wie hier meer over wil lezen, bitte schön (klik).

S-Bahn station nabij de Mark Twain bibliotheek in Marzahn

S-Bahn station nabij de Mark Twain bibliotheek in Marzahn

Station Raoul-Wallenberg Straße, tijd om uit te stappen. Tussen de hoge flatgebouwen loop ik op deze zonnige vrijdagavond richting de bibliotheek. Ik hoop dat ik de enige bezoeker ben, want dan heb ik natuurlijk een bijzonder verhaal te vertellen. Aan de andere kant kan ik me dat niet echt voorstellen. Tegen half acht loop ik het Freizeit Forum binnen, een gebouw dat niet alleen over een bibliotheek maar ook over een enorm zwembad beschikt. Omringd door een lichte chloorlucht lees ik op het informatiebord waarom Arnon Grunberg juist hier op bezoek komt. Hij was hier al eens in september 2013 te gast, in het kader van het internationale literatuurfestival. Die dag was er onvoldoende tijd om voor te lezen, vragen te stellen of te discussiëren. “Ik kom hier bij de presentatie van mijn nieuwe boek zeker weer terug”, beloofde de in New-York verblijvende Nederlandse schrijver destijds en zo geschiedde.

De circa vijftig stoelen voor het kleine podium zijn vrijwel allemaal bezet. Voornamelijk Duitsers en de hoofdmoot 55+, dat is mijn eerste inschatting. Er klinkt applaus als de schrijver het podium betreedt. De presentatrice van deze avond legt nog eens uit hoe bijzonder het is dat Grunberg in Marzahn optreedt en dat Grunbergs vrienden gezegd zouden hebben ‘Marzahn, dat kan niet kloppen, daar vinden geen lezingen plaats’. Daarnaast vertelt ze dat het comité dat de avond organiseerde en zij zelf erg trots zijn dat de beroemde schrijver hier vanavond te gast is. Dat kan ik me ook wel voorstellen. Hij behoort niet alleen tot de beste schrijvers in Nederland, ook internationaal is hij geen onbekende.

gr02

Arnon Grunberg bracht bij zijn 2e bezoek veel tijd mee.

Grunberg lijkt in het begin nogal verveeld, maar dat blijkt schijn. Na de introducerende woorden is hij opeens wakker en present. Ruim een uur leest hij voor uit zijn nieuwe Duitstalige boek Couchsurfen und andere Schlachten. Dat is de vertaling van zijn in 2009 in Nederland verschenen boek Kamermeisjes en soldaten. Hierin staan onder andere bijzonder grappige en ook tragikomische verhalen over zijn ervaringen als couchsurfer, over zijn ervaringen als kamerjongen in een Beiers hotel en over zijn reis als embedded journalist naar Afghanistan. De scene over de kaas vind ik hilarisch.  Ook het publiek in Marzahn lachte om de sergeant en zijn kaasschaaf. Gelukkig schreef Jeroen Vullings in 2009 in Vrij Nederland al uitgebreid over dit boek én over de scene met de kaas. Dus zet ik graag een link naar dat artikel. Hier dus.

Zoals bij veel lezingen lijkt het na het laatste woord van de schrijver alsof iedereen naar huis wil en niemand een vraag heeft. Dat ligt er wellicht aan dat je als bezoeker begint met het verwerken van een enorme woordenstroom en plotsklaps wordt opgeroepen om een vraag te stellen. Aarzelend gaat op de eerste rij de hand van een oudere man, ik schat hem rond de 78, omhoog. De presentatrice haast zich met haar microfoon naar voren, want de man begint al te spreken. In de tussentijd denken de andere aanwezigen na over een tweede vraag, want één vraag zou wel van heel veel desinteresse getuigen.

En zo zie ik even later meerdere handen, jonge en oudere, behaarde en onbehaarde, de lucht ingaan. De microfoon vliegt van voren naar achteren, van links naar rechts en de vragenronde gaat over in een bijzondere discussie. De zaal komt los, want het gaat nu opeens over oorlog. Daar is het publiek vandaag de dag wel voor te vinden. Zou Grunberg voor Poetin zijn of juist tegen? De man op de eerste rij stelt een dergelijke vraag en hoopt op een bevredigend antwoord. De manier waarop hij de vraag stelt, suggereert dat hij achter Poetin staat en hoopt dat Grunberg hem steunt.

Reclamezuil in de Mark Twain bibliotheek in Berlijn Marzahn

Reclamezuil in de Mark Twain bibliotheek in Berlijn Marzahn

Ik ben blij dat dit onderwerp ter sprake komt, omdat ik gewoonweg niet begrijp waarom vandaag de dag zo veel mensen opeens voor of tegen Poetin zijn, voor of tegen Obama. Ik ben dus blij, omdat mijn mening wordt bevestigd. Die hele discussie rondom de huidige wereldleiders fascineert mij, omdat ik denk dat het tijd is om die manier van denken los te laten. Altijd weer voor en tegen. Wat een onzin. Laat die machtsstructuren toch gewoon uitsterven, ze hebben hun langste tijd gehad. Iedereen ziet toch wel in dat het net kleine kinderen zijn, maar goed, ze spelen wel met vuur, dat weer wel.

Feit is dat veel mensen niet weten of ze nu voor of tegen Poetin moeten zijn. Die vraag is in mijn ogen al te absurd voor woorden. Alsof je gedwongen wordt voor Ajax of Feyenoord te zijn. Waarom altijd dit dualistische denken? Laat de machthebbers toch in hun sop gaar koken, kijk wat vaker naar jezelf en haal zelf uit het leven wat erin zit. Dat zei Grunberg natuurlijk niet. Toch beviel Grunbergs antwoord mij wel en ik had de indruk veel aanwezigen niet. “Nee, ik ben geen Poetin fan”, zei hij in woorden van gelijke strekking. Van alle machthebbers op de wereld is Obama de minst slechte. Dat zei hij en daarmee onderstreepte hij ook mijn mening. Obama maakte ook een boel fouten maar veel keus hebben we niet. Net als Grunberg denk ik dat Europa beter af is met Amerika dan bijvoorbeeld China.

Een vrouw uit het publiek vertelt dat ze Grunbergs roman Tirza voor haar verjaardag cadeau kreeg van de presentatrice van de avond. Ik onderdruk een geeuw, omdat dit mij niet echt interesseert. Maar goed, sommige mensen hebben een lange aanloop nodig om bij hun uiteindelijke vraag te belanden. In dit geval gaat de vraag over de heer Hofmeester, de hoofdpersoon in Grunbergs beroemde roman. De stelster van de vraag kan niet begrijpen dat Hofmeester tot zulke gruwelijke daden in staat is. Hoe ontstaat zo’n personage, dat wil ze weten.

Informatiebord bij de hoofdingang van zwembad en bibliotheek

Informatiebord bij de hoofdingang van zwembad en bibliotheek

Het is een vraag die je bij iedere roman kunt stellen en waarbij de schrijver veelal antwoordt dat het zijn beroep is om als romanschrijver personages te verzinnen. Grunberg legt dit uitvoerig uit en voegt eraan toe, dat mensen nu eenmaal tot wrede dingen in staat zijn, hij ook. Het siert Grunberg dat hij beleefd, spontaan en uitvoerig op alle vragen ingaat. Als een vraag niet relevant is, dan zegt hij dat ook. Kortom, eerlijkheid staat bij hem hoog in het vaandel.

Ik heb niet alle boeken van Grunberg gelezen. Mocht ik hem ooit nog eens interviewen, dan heb ik nog een inhaalslag te maken. Het is toeval dat ik met zijn boeken in aanraking kwam. Acht jaar geleden, ik hielp iemand bij een verhuizing, kreeg ik het boek Grunberg rond de wereld cadeau. Ik herinner me nog een verhaaltje waarin Grunberg schrijft dat hij in Italië in een stilstaande trein zit die niet verder lijkt te gaan. Samen met zijn vriendin ‘Soepstengel’ worden alle tassen en koffers op het perron gezet. Citaat: “Op dat moment ging de deur dicht. De trein zette zich langzaam in beweging.
“Au secours”, riep ik en ik klopte op de ramen. Maar dat was Frans. Bovendien ging de verlichting uit. De Soepstengel rende met de trein mee, want erg snel ging de trein nog altijd niet. Ik opende een raam en riep: “Idioot, wat heeft het voor zin achter deze trein aan te rennen? Blijf bij de spullen, anders worden die ook nog gestolen.” Einde citaat.

Waarom dat stukje beklijft, ik weet het niet. Misschien is het een situatie die kenmerkend is voor de verhaaltjes in dat boek. Als lezer zie je hem in die trein zitten en lees je zijn gedachten. Citaat: “Ik zou ongetwijfeld naar een rangeerterrein worden gereden, waar ik misschien wel uren zou moeten wachten. De Soepstengel zou natuurlijk wel hulp halen. Maar hoe maak je aan Italianen duidelijk dat een vriend van je met de helft van de bagage op een rangeerterrein in een lege trein zit? Alles wat ik aan eten bij me had was een pak oude koekjes.” Einde citaat.

Aller guten Dinge sind drei. Dat zeggen ze hier in Duitsland. Dat geldt ook voor die scene met de trein. De lezer vermoedt, althans ik, dat de trein met Grunberg erin ergens op een rangeerterrein wordt gestationeerd. Citaat: “Maar toen gebeurde het wonder. Aan het eind van het perron stopte de trein en reed na enkele seconden stil te hebben gestaan terug, zij het niet meer langs perron 5, maar langs perron 3. Halverwege perron 3 stopte de trein, ik opende de deur en schopte mijn bagage naar buiten, uit angst dat de machinist het in zijn hoofd zou halen weer verder te rijden.” Einde citaat.

Blibliotheek en zwembad in één gebouw

Blibliotheek en zwembad in één gebouw

Tot slot kom ik nog even terug op de vragenronde in de bibliotheek van Marzahn. Eén dame vraagt waarom de boeken van Grunberg de lezer altijd met zo’n treurig, verdrietig gevoel achterlaten. Waarom niet wat positiever? Een interessante vraag, want dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat ik nog niet alles van Grunberg heb gelezen. Grunberg gebruikt in zijn antwoord het woord melancholie. Hij houdt van melancholie en verwacht dat zijn lezers dat ook hebben.

Ik merk dat hij naar woorden zoekt om uit te leggen wat hij precies bedoelt. Hij wil niet als echte negatieveling overkomen maar zeker ook niet als de grote positievelling. Dat je niet 24 uur per dag zeven dagen per week gelukkig kunt zijn, dat zegt hij. Maar dat suggereerde de vragenstelster niet. Grunberg lijkt zich heel snel neer te leggen bij een soort noodlot van de mens, alsof we geen keuze hebben. Ik zie dat anders, ondanks dat ik ook van mening ben dat je niet 24 uur per dag zeven dagen in de week gelukkig kunt zijn. Iedereen heeft daar natuurlijk zijn of haar eigen mening over, gebaseerd op eigen ervaringen. Dat vind ik ook prima. Waarom zou je daar over strijden?

Al met al was het een bijzondere avond. Bijzonder, omdat uit het publiek onverwachte vragen werden afgevuurd. Vragen die perfect pasten bij deze onverwachte locatie, in de Mark Twain bibliotheek in het Berlijnse stadsdeel Marzahn.

Redacties gedrukte media sterk onder druk

krant“Gedruckt wird unter Druck” luidt de titel boven het bericht in de Frankfurter Allgemeine Zeitung van 4 juni.  Duitse redacteuren hebben veel moeite om tegen het dictaat van de economie en internet aan te schrijven. Hoe sterk ze onder druk staan, dat bewijst een rondvraag onder Duitse journalisten.

Het is een interessant bericht, omdat het probleem ook in Nederland, België en tal van andere landen speelt.  In Duitsland heeft zestig procent van de journalisten in de lokale, politieke en economische redacties al te maken gehad met ingrepen door derden op hun eigen berichtgeving. Twee derde daarvan zelfs meer dan één keer. Dat is de uitkomst van een rondvraag door het Allensbacher Instituut (Das Institut für Demoskopie Allensbach), een instituut dat opinie-onderzoek verricht. Volgens de leidster van dit instituut, Renate Köcher, is het centrale thema de economische druk. “De grote meerderheid van met name de lokale journalisten heeft dit zelf al meegemaakt.”

Köcher sprak afgelopen dinsdag in Berlijn tijdens een bijeenkomst van het Verband van Duitse Krantenuitgevers (BDZV) en de Centrale voor Politieke Vorming (BPD). Pogingen om invloed op de redacties uit te oefenen komen vooral van bedrijven, lokale politici maar ook van actiegroepen. De meer dan 400 ondervraagde redacteuren – waarvan vele in een leidinggevende positie – zagen de economische positie van de branche én het gebrek aan tijd voor nauwkeurig onderzoek als hun grootste problemen, aldus Köcher. Bovendien heeft het internet geleid tot een versnelling van de berichtgeving. De opinie-onderzoekster riep de Duitse staat op niet alleen radio en televisie door verplichte vergoedingen te ‘alimenteren’ maar om ook de gedrukte media te ondersteunen.

Ook Bondsdagpresident Norbert Lammert (CDU) toonde zich bezorgd over de invloeden van de elektronische media op kranten en tijdschriften. Snelheid is bij de pers ondertussen belangrijker dan nauwkeurigheid, entertainment belangrijker dan informatie, personalisatie belangrijker dan feitelijkheden en vette koppen belangrijker dan analyses. “Het internet kan veel dingen niet, die kranten wel kunnen”. Astrid Frohloff, directielid van “Reporters zonder grenzen” (“Reporter ohne Grenzen”) ziet de controle door de Amerikaanse geheime dienst NSA als het grootste gevaar voor de persvrijheid.

De Duitse minister van justitie Heiko Maas (SPD) waarschuwde voor een ‘informatieverzamelwoede’ door sommige overheden en wees daarbij naar de plannen van de  Bundesnachrichtendienst (BND) om sociale netwerken als Facebook in real time onder de loep te nemen. Maar volgens het bericht zal de politiek in de nabije toekomst eerder met het toegrijpen door particuliere bedrijven zoals de zoekmachine-exploitant Google te maken hebben.

“De staat heeft de plicht om zich t.o.v. de pers beschermend op te stellen”

De voormalige president van het Bundesverfassungsgericht (= het grondwettelijk hof van Duitsland) Hans-Jürgen Papier onderstreepte dat de rechters de persvrijheid niet alleen als verdedigingsrecht tegen de overheid of regering zien: “De staat heeft de plicht om zich t.o.v. de pers beschermend op te stellen” . Zo zou de staat met het kartelrecht voor publicitaire veelsoortigheid moeten zorgen. Een aanspraak op overheidssubsidie of een voortbestaansgarantie zijn er voor aparte persorganen echter niet.

Matthias Koch, hoofdredacteur van het “Redactienetwerk RND (RedaktionsNetzwerk) binnen het Madsack-concern trok een parallel tussen politieke en economische gevaren. “Slechte wetten voor de binnenlandse veiligheid kunnen kranten bij hun onderzoek storen, slechte wetten voor het arbeidsrecht kunnen kranten in provinciale regio’s ineen laten storten,” waarschuwt hij met de blik op dataretentie en het geplande minimumloon.

Bron: FAZ – Gedruckt wird unter Druck

De genezende kracht van bomen

De alpenden of arve (Pinus cembra) is een boomsoort uit de dennenfamilie (Pinaceae)

De alpenden of arve (Pinus cembra) is een boomsoort uit de dennenfamilie (Pinaceae)

Professor Moser, u bent wetenschapper. Behoort u dan toch tot die mensen die bomen omarmen? Dat is de eerste vraag in een artikel in de Frankfurter Allgemeine (FAZ) van 31 mei. Het gaat over de genezende kracht van bomen. ‘Zijn we van bomen omgeven dan zakt het aantal polsslagen” staat er als citaat in de titel. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt.

“Dat doe ik in ieder geval niet regelmatig”, antwoordt de psycholoog Maximilian Moser lachend. “Maar ik heb er niets tegen om dat maar vaker te doen – de bomen als deel van de natuur vind ik geweldig. En mensen, met wie ik een nauwe band heb, die omarm ik toch ook.”

Welke boom professor Moser als eerste zou uitkiezen, dat wil de interviewster weten. “De arve. Dat is een bijzondere boom die je zelfs nog op 2500 meter zeehoogte tegenkomt. De bosgrens ligt normaal gesproken bij 1800 meter. Op die hoogte, onder die extreme omstandigheden, ontwikkelt de arve zuurstof waarmee ook mensen onder extreme belasting geholpen kunnen worden. Dat is voor ons interessant, omdat in onze maatschappij vandaag de dag continu tijdstress en prestatiedwang heersen.”

De boslucht is gezond. Dat lees en hoor je altijd weer. Is dat gewoon een gevoel of kun je zoiets ook bewijzen, luidt de volgende vraag. De professor vertelt dat nieuwe onderzoekingen uit Japan laten zien dat de hartfrequentie bij wandelingen in een bos lager is dan bij vergelijkbare wandelingen in de voorstad. Een lagere polsslag is wenselijk, want dit betekent dat het hart beter van zuurstof wordt voorzien. “Op de lange duur heeft een lage hartfrequentie zelfs een gunstig effect op de levensverwachting: is de polsslag lager, dan leven we langer.”

Of dit ook te verklaren is, vraagt de interviewster. Moser vertelt dat hierbij vele factoren een rol spelen. Eén daarvan is het feit dat een groene omgeving een ontspannen uitwerking op de psyche heeft. “Onderzoek heeft ons bijvoorbeeld geleerd dat de genezingsresultaten in ziekenhuiskamers met bomen voor het raam beter zijn. Alléén aan het groen kan dat niet liggen. Vooral naaldbomen bevatten waardevolle etherische oliën. Die werken, ook als we niet buiten in het bos zijn: zelfs als we thuis door bomen omgeven zijn, wordt de polsslag lager”, aldus Moser.

De journaliste vraag nieuwsgierig of dit ook geldt als je gewoon in bed ligt. Natuurlijk wist ze dat de researchafdeling van de professor juist daar onderzoek naar heeft gedaan. Daarbij hebben dezelfde mensen eerst in hun eigen bed thuis geslapen, vervolgens in bedden van massief dennenhout (arve) en ook in “bedden met een hout-look”, dus bedden van spaanplaat. De onderzoekers vroegen de mensen of ze de slaapkwaliteit in hun eigen bed met die in het vreemde bed wilden vergelijken. In de bedden van massief dennenhout sliepen de proefpersonen duidelijk beter. “En we vonden ook een mogelijke verklaring: in de 72 nachten in het bed van massief dennenhout spaarden ze telkens 3.500 hartslagen per nacht. Dat is behoorlijk veel, dat komt overeen met ongeveer een uur hartwerking,” aldus de professor.

De werking van het bos kun je dus ook naar je huis in de stad halen, concludeert de journaliste. “Als we hout bij het gebruik van meubels gebruiken, dan maken we gebruik van het effect van het bos, zonder meteen in een bosgeest te moeten veranderen”, legt Moser uit. “Belangrijk is dat de poriën van het hout open blijven, dus of compleet onbehandeld of in ieder geval met was of lijnolie ingewreven. Een ander onderzoek hebben we bij schoolklassen uitgevoerd waarbij de leerlingen of in een lokaal van massief hout of een lokaal met de gebruikelijke gipsplaten les kregen. De leerlingen uit het klaslokaal van massief hout hadden niet alleen een lagere hartfrequentie zodra ze het klaslokaal betraden, ze werden i.t.t. tot de andere klas tegen het einde van het schooljaar ook steeds meer ontspannen. En ook hun vagus tonus was continue hoog.”

Natuurlijk komt nu de vraag wat de vorige zin betekent en natuurlijk volgt ook een antwoord van de professor:” De nervus vagus is de zenuw die voor ontspanning en herstel verantwoordelijk is en onder andere het hout tegen belastingen beschermt. Bovendien heeft men in de afgelopen jaren ontdekt, dat de nervus vagus voorkomt dat ontstekingen in het lichaam zich uitbreiden. Hij speelt dus een rol bij tal van ziektes die we als welstandsziektes aanduiden. Want arteriosclerose, artrose en zelfs kanker zijn vaak de gevolgen van een niet goed genezen ontsteking.”

“De farmaceutische industrie heeft echter meer interesse in het onderzoek naar aparte werkzame stoffen. Een complete plant, waarin duizenden stoffen samenwerken, kun je uiteindelijk niet patenteren. Een heel bos al helemaal niet.”

Het klinkt zeer interessant, dat bomen zo veel ziektes kunnen voorkomen. Maar waarom hoor en lees je hier dan niet meer over. Dat vraag niet alleen ik me af, maar gelukkig ook de journaliste in het artikel. Professor Moser: “Vandaag de dag concentreren de artsen zich meer op ziektes. Preventie en gezondheidskennis komen veel te kort. Aan de andere kant weet de farmaceutische industrie al lang dat we niet naar de Amazone moeten om werkzame stoffen in het plantenrijk te vinden. We gebruiken ze al heel lang. Planten uit de wilgenfamilie (Salicaceae) zijn bijvoorbeeld de uitgangsbasis voor aspirine. De farmaceutische industrie heeft echter meer interesse in het onderzoek naar aparte werkzame stoffen. Een complete plant, waarin duizenden stoffen samenwerken, kun je uiteindelijk niet patenteren. Een heel bos al helemaal niet.”

Bron
FAZ: Die heilende Kraft von Bäumen – “Sind wir von Holz umgeben, sinkt unser Puls

« Oudere berichten Recent Entries »