Category Archives: Varia

Kevin Kuhn leest uit debuutroman in Brechthaus Berlin

Schrijver Kevin Kuhn en literatuurcritica Wiebke Porombka

Schrijver Kevin Kuhn en literatuurcritica Wiebke Porombka

Altijd ben ik weer verbaasd hoe weinig belangstelling er is voor lezingen van schrijvers. Natuurlijk hangt de opkomst samen met de bekendheid van de auteur. Een Günter Grass zal meer publiek trekken, zeker nu, dan een debuterende auteur zoals Kevin Kuhn met zijn romandebuut „Hikikomori“. Een kwartier voor aanvang van zijn lezing in het Brechthaus in Berlijn zat ik gisteravond samen met nog drie andere personen in het zaaltje en vreesde het ergste voor de auteur. Gelukkig vulde de ruimte zich kort voor aanvang nog tot circa 20 personen. Niet echt veel animo, terwijl de FAZ (Frankfurter Allgemeine Zeitung) vorig jaar positief over het boek berichtte: “En zo ontstond uit een gewaagd experiment een debuutroman van een verbazingwekkend zekere intensiteit.”

Kuhn las deze avond in Berlijn veel voor uit zijn eerste boek “Hikikomori”. Hierdoor bleef er helaas weinig tijd over voor een gesprek tussen hem en de literatuurcritica Wiebke Porombka. Een uitgebreid bericht over de debuutroman schrijf ik overigens op een later tijdstip, omdat ik deze avond tegen mijn gewoonte in een lezing bezocht zonder eerst het boek gelezen te hebben. De aankondiging van de boekpresentatie las ik vlak voor het optreden en dus moet ik nu noodgedwongen het boek later lezen. Ik geef de tijd maar weer eens de schuld.  Natuurlijk hebben de cultuurjournalisten in Duitsland het boek al lang gelezen en er één en ander over geschreven. Bijvoorbeeld dat het verhaal over een 21-jarige jongen gaat, die zich na de middelbare schooltijd thuis bij zijn ouders op zijn kamer opsluit en zich geheel afzondert van de wereld. In Japan is dit een gebruikelijk fenomeen onder adolescenten. Men noemt het Hikikomori, waarmee de titel van de debuutroman meteen is verklaard.

De hoofdpersoon Till neemt na verloop van tijd een exotisch dier op zijn kamer, een vreemd dier dat hij via internet in Mexico heeft gekocht. Dit dier verandert op den duur in een soort monster. Dit gedeelte doet natuurlijk erg sterk denken aan “Die Verwandlung” van Franz Kafka.  Kuhn vertelde gisteravond dat hij “Die Verwandlung”meermaals heeft gelezen en dat hij dit stuk met opzet zo had geschreven, als een soort hommage aan Kafka.  Zo laat hij in zijn verhaal ook zo nu en dan wagens met loeiende sirenes over straat rijden, iets dat in Kafka’s verhalen ook vaak gebeurt. Bij Kafka sterft de hoofdpersoon Gregor Samsa uiteindelijk. Hoe het met hoofdpersoon Till in “Hikikomori” afloopt, dat wilde Kuhn niet verraden. “Als je het boek positief leest, dan eindigt het ook positief”, is alles wat hij erover kwijt wilde.

Nu maak ik een bruggetje, want het toeval wil, dat ik ruim twee jaar geleden een avond in het Goethe Institut in Amsterdam bezocht, die in het teken stond van het boek “De gedaanteverwisseling” (Die Verwandlung). Destijds had ik nog geen blog, nu wel. En een blog lijkt mij een geschikte plek om een dergelijke tekst alsnog te parkeren. Daarom volgt hier het verslag van die avond, voor alle mensen die er destijds niet bij waren. Aan het woord kwamen Kafka-vertaler Willem van Toorn, schrijver/bioloog Midas Dekkers, NRC-Handelsblad redacteur en columnist Frits Abrahams en Cor de Back van de Stichting Nederlandse Kafka-kring.

Kafka lezing foto

Willem van Toorn (l) en Cor de Back.

Dinsdag 12 oktober 2010, Goethe-Institut Amsterdam

In een uitverkochte bovenzaal van het Goethe-Institut stonden het boek  De gedaanteverwisseling” en de schrijver “Frans Kafka” deze avond centraal. Cor de Back, voorzitter van de Stichting Nederlandse Kafka-kring, noemt Kafka één van de belangrijkste schrijvers in de wereldliteratuur. De Franse schrijver Gustav Flaubert ziet hij als een bloedverwant van de schrijver die vooral bekend werd door zijn romans “Het Proces” en “Het Slot”. Daarnaast valt de naam van de Deense filosoof Kierkegaard meermaals als inspiratiebron voor Kafka. Nu we toch namen aan het noemen zijn: volgens Cor de Back las Kafka graag de werken van Dostojewski en Shakespeare. Als ook Goethe en Kleist de revue hebben gepasseerd, eindigt De Back met  een opsomming van Nederlandse schrijvers, die volgens hem beïnvloed waren door Kafka. Hij noemt onder andere Bordewijk, Hermans en Willem Brakman.

Frits Abrahams, columnist en redacteur bij NRC-Handelsblad, begint zijn betoog met het noemen van de boeken die over Kafka zijn geschreven zoals de biografie van Max Brod. Daarna memoreert hij aan de Tsjechische auteur Gustav Janouch, die in 1949 het boek “Gesprekken met Kafka” schreef. Abrahams legt uit dat Janouch veel met Kafka had gesproken, maar dat hij twijfelt aan de authenticiteit van het boekje dat Janouch in 1949 schreef. Frits Abrahams vertelt dat hij ook de brieven van Kafka heeft gelezen en dat daaruit in zijn ogen een beeld ontstaat van een gekwelde persoon die gebukt gaat onder de nodige problemen in relaties met vrouwen. Hij noemt de vrouwen met wie Kafka kortstondige relaties onderhield. Dora Diamant ziet hij als de vrouw met wie Kafka de innigste band had. Frits Abrahams eindigt zijn betoog met het thema seksualiteit. Franz Kafka zou volgens hem geregeld prostituees bezocht hebben. In een van de boeken over Kafka wordt geschreven over de vondst van pornografische tekeningen. Die zijn inderdaad gevonden maar vandaag de dag zouden die tekeningen eerder als karikaturaal bestempeld worden.

Dan is het woord aan de bioloog en schrijver Midas Dekkers, die zijn verhaal begint met de vraag of niet iedereen wel eens iemand anders zou willen zijn. Op humoristische wijze legt de bekende bioloog uit dat we, als we ’s ochtends opstaan, al zijn veranderd in vergelijking met de persoon die we overdag waren. Vervolgens noemt hij de rups, die na verloop van tijd ineens geen rups meer is. Het publiek lacht, de toon is gezet. Midas Dekkers gaat over naar het boek “Die Verwandlung”.  Hij noemt de eerste beroemde zin, waarin Gregor Samsa “zu einem ungeheueren Ungeziefer verwandelt“.  Het woord „Ungeziefer“ is door vele vertalers op uiteenlopende manieren vertaald. Kever, kakkerlak, ondier. De juiste vertaling is ongedierte, dus zoiets als een kever of een kakkerlak.

Dekkers neemt het publiek mee op de zoektocht naar het soort dier dat Franz Kafka beschrijft. “Een insect heeft zes poten, dat hebben we allemaal op school geleerd“, vertelt hij. Aangezien de hoofdpersoon problemen heeft met de vele poten, sluit hij een insect uit. Dekkers sluit vervolgens ook de duizendpoot of de honderdpoot uit, omdat die een andere vorm hebben dan in het boek beschreven staat. Na veel grappige uiteenzettingen rest voor Midas Dekkers maar één conclusie: Gregor Samsa was veranderd in een pissebed. Hij verdedigt zijn vondst met drie punten:

1) Met de breedte van de pissebed paste hij onder de canapé
2) Hij wordt dikker na het eten. Een kever bijvoorbeeld niet.
3) Hij droogt uit aan het einde van het verhaal.
4) Last van ademhaling hebben is ook typisch voor een pissebed.

Midas Dekkers sluit rondt zijn betoog af door te zeggen dat er zo’n 4.000 soorten pissebedden bestaan. De nieuwe soort, uit het boek van Kafka, doopt hij deze avond met de naam “Rentokillus kafkaensis”

De schrijver en vertaler Willem van Toorn spreekt deze avond over zijn opvattingen van Kafka en hij noemt als eerste de humor doe je volgens hem in zijn boeken terugvindt. “Het lijkt wel of er bij Kafka een verbod op humor geldt,”  vertelt de vertaler. Hij noemt de schrijver K. Schippers, die net als hij ook de lichtheid van Kafka ziet. Sommige scènes lijken precies op scènes uit een slapstick film en Kafka bezocht in zijn tijd vaak de bioscoop, waarin films van Charlie Chaplin draaiden. Van Toorn geeft toe, de schrijfstijl van Franz Kafka is droog, hij schrijft zakelijk over onmogelijke gebeurtenissen. Zo is ook het woord Kafkaiaans ontstaan. Volgens Willem van Toorn was het ook geen gangbaar Duits maar was het wel helder. Een ander opvallend stijlelement noemt hij het feit dat Kafka halverwege een zin opeens een andere wending neemt. Van Toorn refereert ook nog even aan het “Ungeziefer” in de eerste zin. De Britse vertaler Pasley  noemde het een  “monstrous insect”.  Destijds stond Kafka erop dat op het kaft van  het boek “Die Verwandlung” absoluut geen dier afgebeeld mocht worden.

Van Toorn spreekt ook over de gevaren bij vertalingen van Kafka.  Bijvoorbeeld het gevaar dat je als vertaler zaken aan de lezer probeert uit te leggen. De neiging om wonderlijke zinnen glad te strijken. Hij noemt als voorbeeld de zin “Er ging ein Nachtlager suchen” uit “Het Slot”. Volgens Van Toorn gaat het hierbij om een slaapplaats. Een andere vertaling rept over een “onderkomen voor de nacht’. Met deze laatste vertaling was Van Toorn het niet eens. Tenslotte noemt hij de kritiek op zijn vertaling van de zin “auf dem schon langsam gewordenen Schiff” uit het boek “Amerika”.  Hij vertaalde de zin met “het langzaam gewordende schip” en vindt dat nog steeds een juiste vertaling.

Het slotonderdeel van de avond is een podiumdiscussie tussen Willem van Toorn en Cor de Back. Laatstgenoemde daagt de vertaler uit en vraagt waarom hij vindt dat Kafka tot de humoristische schrijvers uit Praag behoort. Van Toorn zegt dat hij in Amerika meer humor ziet dan de meeste andere mensen. In de discussie gaat het ook over de manier van vertalen. Cor de Back noemt Kafka ook wel de “aber” schrijver, omdat hij zo vaak het woordje “aber” gebruikt. Cor de Back vraagt aan Van Toorn hoe hij dat met vertalen doet. Als Kafka zes keer achter elkaar aber schrijft, vertaalt hij dat dan ook zes keer met “maar”? Van Toorn knikt. “IK vertaal wat er staat”,  is zijn stelling.

Er komt een tweede vertaling van “Die Verwandlung”? Waarom? Van Toorn legt uit dat hij de eerste vertaling samen met Gerda Meijerink maakte. Iedere vertaalde een deel. Teruglezend ziet Van Toorn de compromissen in de vertaling. Daarom wil hij er nu eentje helemaal alleen maken. Deze vertaling is inmiddels verschenen (2012).

Taxi naar Tipi

Berlijn ken ik als automobilist, als fietser en vooral als reiziger in de U- en S-Bahn. Gisteren heb ik mezelf in een taxi naar Tipi am Kanzleramt laten brengen. Ik twijfelde:  of naar de taxistandplaats aan het einde van de straat lopen of gewoon thuis een taxi bestellen die mij hier voor de huisdeur oppikt. Ik dacht, àls je dan een taxi neemt, dàn ook vanaf de huisdeur. Zonder extra voorrijkosten stond de taxi op het afgesproken tijdstip op de afgesproken plek. Een kwartier later betaalde ik de chauffeur € 14,00, inclusief fooi, en liep richting de hoofdingang van de Oudhollandse danstent, waarvan er wereldwijd nog maar acht bestaan.

In de jaren tachtig deed deze oude Jugendstil-spiegeltent, die in 1920 op de wereldtentoonstelling in Antwerpen te bewonderen was, nog dienst als opslagruimte voor aardappels. Toevallig ontdekte een Zwitserse producent (Ueli Hirzl) het kunststuk in Nederland bij een patat-groothandel. Hij kocht de tent voor zijn eigen circus en deed hem in 1992 van de hand. Sinds dat jaar worden er in “Tipi am Kanzleramt” vooral veel kleinkunstvoorstellingen van hoog niveau gehouden. Tipi betekent overigens indianentent.

Maar ik kwam niet speciaal voor deze bijzondere tent der indianen, ik kwam voor de bijzonder mooie chansons van Jacques Brel, ten gehore gebracht door de zanger en acteur Dominique Horwitz. De in Frankrijk geboren artiest trakteerde het publiek in een uitverkochte tent met veel overtuiging, dynamiek en humor op bekende en minder bekende Brel liederen. Ik zat in het midden, net niet helemaal vooraan, zodat ik alles perfect kon volgen. Het enige nadeel bij Tipi am Kanzleramt is de zeer beperkte bewegingsvrijheid die je als toeschouwer hebt. De stoelen en tafels staan hier heel erg dicht op elkaar. Daarentegen is het personeel snel, vriendelijk en professioneel. Als hier in de toekomst weer een voorstelling plaatsvindt die ik perse wil zien, dan combineer ik het met een avondeten in de tent.

Ik zat gisteravond namelijk bij aardige mensen aan tafel, de zaal is opgedeeld in tafeltjes met vijf stoelen per tafel, die mij uitlegden hoe dit werkt. De eerste keer hadden zij, net als ik gisteravond, ook gewoon kaarten voor de voorstelling gekocht en werden vervolgens ook ergens “neergezet” Alleen als je gebruik maakt van de menukaart, kun je dagen van tevoren al een tafeltje reserveren. Je betaalt 29 euro voor het menu. Natuurlijk kun je in Berlijn veel goedkoper uit eten gaan, daar staat de stad om bekend. Aan de andere kant is het leuk om het uit eten gaan eens te combineren met een mooie theatervoorstelling. In verhouding tot wat je krijgt aangeboden valt de prijs erg mee. Ondanks dat de stoelen iets te dicht op elkaar staan, is het zeker de moeite waard op hier eens een avondje te genieten.

Informatie over het menu-arrangement bij Tipi
Informatie over taxi’s op Berlijn-blog.nl
Tipi de indianentent
Krantenbericht over de van oorsprong Nederlandse danstent “am Kanzleramt”

Levendige literatuur in Berlijn

Berlijn 2011: Berlijn is een literatuurstad van betekenis. Hier leven meer dan 1.200 professionele schrijvers en schrijfsters, zetelen meer dan 400 uitgeverijen en bieden circa 300 boekwinkels alles aan wat het boekenhart begeert. Berlijn is ook rijk aan instituten, verenigingen en initiatieven die zich met literatuur, literatuuroverdracht en literaire evenementen bezighouden.

“Er wordt vaak een houding aangenomen van ‘ik loop hier gewoon maar wat rond, omdat ik niets te doen heb, net als alle anderen die niets te doen hebben. En dan drink ik ’s ochtends alvast een biertje. Het is altijd weer dit cliché. Dat zorgt ook voor humor in de teksten, dit groteske.”

Lesebühne prijs
Een typisch Berlijns evenement is de Lesebühne, waarbij een groep schrijvers een komische avond verzorgt met het voorlezen van zelfgeschreven teksten, gecombineerd met muzikale intermezzo’s. Begin vorig jaar werd voor de eerste keer een prijs uitgereikt aan de beste Lesebühne van Berlijn. Het idee van de prijs is nog geen jaar oud en afkomstig van een groep van zeven studenten aan de masteropleiding ‘Toegepaste literatuurwetenschap’ van de Vrije Universiteit Berlijn. Het prijzengeld bedraagt 1.500 euro. Met het idee willen de studenten een eigen literatuurprijs in het leven roepen. “Er zijn al veel literatuurprijzen. Wij wilden echter iets nieuws, iets unieks creëren, daarom hebben we gekozen voor de Lesebühne prijs”, vertelt studente Joy Hawley in een interview met het Berlijnse dagblad Der Tagesspiegel. Hawley kwam met een Amerikaans bachelor diploma op zak naar de Vrije Universiteit in Berlijn. De studenten wilden bovendien een monument oprichten voor Berlijn als literatuurstad, want nergens vind je zo veel interessante en opwindende salons, cafés en bars waar jonge schrijvers op kleine leespodia hun zelfgeschreven teksten voordragen. In tegenstelling tot de ondertussen wijd verbreide poetry slams  is het prijsaspect bijzaak – bij de evenementen gaat het puur om het leesgenot. “Die gedachten willen we bij onze prijs onderstrepen. Daarom zijn er ook geen verliezers”, aldus Hawley.

De stad kent veel armoede, veel sociale ellende, verwaarlozing, een hoge werkloosheid, de contrasten met de nieuwe rijkdom, de nieuwe burgerlijkheid in stadsdeel Prenzlauer Berg en de verwaarlozing in stadsdeel Wedding. Dat is relatief nieuw in Duitsland en ook uniek.

Berlijns gevoel
Wat is de Berlijnse Lesebühne? Dat vroeg ik vóór de uiteindelijke prijsuitreiking aan Thorsten Dönges, verantwoordelijk voor de nieuwe Duitse literatuur binnen het Literarische Colloquium Berlin (lcb). Hij was, samen met schrijfster Antonia Baum en literatuurcriticus Konstantinos Kosmas, tot jurylid gebombardeerd voor de eerste Lesebühne prijs. “Bij de Lesebühne staat het dagelijks leven in Berlijn centraal. Er bestaan tal van romans over Berlijn, vele bundels met korte verhalen en de nodige feuilletons. In al die werken gaat het om het levensgevoel in de stad. Neem bijvoorbeeld Bernd Cailloux, een schrijver die in de jaren veertig werd geboren en altijd in West-Berlijn leefde. Hij beleefde het hele gebeuren rondom de val van de muur en schreef het boek Der gelernte Berliner. Hij is een toonaangevende figuur als het om het Berlijnse levensgevoel gaat. Daarnaast heb je David Wagner, een voorbeeld van een schrijver die een stuk jonger is. Hij publiceerde feuilletons over Berlijn in zijn boek Welche Farbe hat Berlin. Wat al die teksten met elkaar verbindt is dat levensgevoel. De stad kent veel armoede, veel sociale ellende, verwaarlozing, een hoge werkloosheid, de contrasten met de nieuwe rijkdom, de nieuwe burgerlijkheid in stadsdeel Prenzlauer Berg en de verwaarlozing in stadsdeel Wedding. Dat is relatief nieuw in Duitsland en ook uniek. Zoiets bestond voorheen alleen in het Ruhrgebied. Als je naar de andere Duitse steden kijkt, dan zie je dat die allemaal relatief homogeen zijn”, aldus Thorsten Dönges.

LSD
Om meer te weten te komen over dat Berlijnse levensgevoel bezoek ik de Lesebühne van LSD ofwel Liebe Statt Drogen (Liefde in plaats van Drugs). Dit is niet de enige Lesebühne met een ludieke naam. Wat dacht je van die Surfpoeten, de Chaussee der Enthusiasten of Vision und Wahn. De Lesebühne LSD geeft op maandagavond altijd acte de présence op het podium van het voormalige kraakpand Schokolade in Berlin-Mitte.  Samen met jurylid Thorsten Dönges zit ik in een bomvol zaaltje met veel oudere jongeren tussen de 20 en 30 jaar. Uit de luidsprekers schalt ‘Purple haze’ van Jimmy Hendrix, op het lage podium staat een klassieke leestafel met daarop de al opengemaakte bierflessen en flesjes water van de mensen die straks optreden. Het kleine zaaltje heeft iets weg van een grote huiskamer, die om negen uur al behoorlijk gevuld is. De toeschouwers zitten op lange houten banken, die trapsgewijs direct voor het podium staan opgesteld. Zo’n 60 man zien tegen kwart voor tien hoe de doorgewinterde Lesebühne performer Spider het spits afbijt met een verhaal over zijn zoontje, die als reserve appelboom aan een theaterstuk op zijn school deelnam. Met zijn Oost-Berlijnse accent weet hij het publiek al vanaf de eerste zinnen te boeien. In zijn tekst is hij, de vader, zeer trots op zijn zoontje terwijl de toehoorder natuurlijk al weet dat zijn zoontje gewoon niet mag meedoen aan het stuk. Het verhaal wordt steeds krankzinniger, het publiek steeds uitzinniger en na deze eerste act zit de stemming er al goed in. Spiders optreden karakteriseert de Berlijnse Lesebühne, waarbij de pointe een belangrijke rol speelt. Het gaat bij de Lesebühne om slagvaardigheid. Thorsten Dönges : “ Het gaat om het gevat zijn en de pointe. De Lesebühne is amusement op hoog niveau. Dus geen onzin, waarbij je het gevoel hebt dat je je tijd verdoet. Hier word je op een aangename en ook nog eens geestrijke manier vermaakt.”

“ Het gaat om het gevat zijn en de pointe. De Lesebühne is amusement op hoog niveau. Dus geen onzin, waarbij je het gevoel hebt dat je je tijd verdoet. Hier word je op een aangename en ook nog eens geestrijke manier vermaakt.”

Spider kondigt zijn collega schrijver Uli Hannemann aan. Bij Hannemann (1965, taxichauffeur en schrijver uit probleemwijk Neukölln, hoewel deze wijk momenteel weer “in” is) stroomt minder entertainmentbloed door de aderen dan bij zijn voorganger, maar dat neemt niet weg dat hij een spetterend optreden verzorgt. Vooral de loepzuivere en humoristische teksten staan garant voor een onophoudelijk aantal lachsalvo’s. Hoe scherp de teksten ook zijn, ze zijn niet allesbepalend voor de nieuwe prijs. “Als het echt alleen om de kwaliteit van de teksten zou gaan, dan zou je alles een jaar lang moeten bekijken en vergelijken”, legt Thorsten uit. “Het gaat om het totale plaatje. Hoe is de ruimte, hoe is de ambiance, hoe zijn de teksten, hoe worden de teksten gepresenteerd, hoe is de algemene presentatie, hoe is de muziek tussendoor, dat hoort er allemaal bij. ”

Na deze twee voordrachten verschijnt entertainer Thilo Bock uit stadsdeel Wedding ten tonele, de man die iedere laatste zondag van de maand zijn eigen show “Thilo Bock & Lieblingsgast” in zijn Weddingse stamkroeg Barrikade aan de Buttmannstrasse presenteert. Thilo oogt als een corpulente goedzak, die met een eigen stemgeluid, wat net geen lispelen is, zijn verhalen voorleest. Ook hier staat de tekst weer bol van de ludieke grappen. Na twee of drie optredens kunnen artiesten en bezoekers de kelen smeren in het barretje achter in de zaal. Voor het muzikale gedeelte van de avond zorgt Sebastiab Nitsch, die zichzelf begeleidt met een draagbare synthesizer. Hij leest voor, zingt en acteert. Naar Nederlandse of Belgische maatstaven is hij eerder een cabaretier. Als ook schrijver Tube en entertainer Ivo Block het publiek met de nodige humoristische teksten hebben vermaakt, zingen rond half twaalf het publiek en de performers gezamenlijk het traditionele afscheidslied. De leden van LSD staan hierbij met de armen gebroederlijk om elkaar heen op het podium en zingen vrij vertaald “De zon zal schijnen, mijn vriend, je moet niet treurig zijn, je tranen worden gedroogd, door de zonneschijn”. Het is een vrolijk en positief lied, dat past bij de sfeer van deze avond. Ik vraag na afloop aan een oudere man met wandelstok hoe hij de weg hierheen heeft gevonden. Hij is verreweg de oudste bezoeker van de avond, dat staat buiten kijf. De man, die vrijwel zijn hele leven in Berlijn woont, antwoordt dat zo’n avond veel beter is dan televisie. Daar geef ik hem gelijk in. Aangezien hij niet zo goed ter been is, koos hij voor de Lesebühne bij hem in de buurt. Hij komt hier geregeld op bezoek.

Die Surfpoeten
Om enkele Lesebühne optredens met elkaar te kunnen vergelijken, bezoek ik een dag later de Surfpoeten. Om dit keer op tijd een goede plek te bemachtigen, sta ik om half negen, een uur voor aanvang, al voor de deur van Haus 13 aan de Pfefferberg in Prenzlauer Berg. De deur zit potdicht. Om vijf voor negen mag ik naar binnen, naar de kelderruimte die vroeger als zwembad dienst deed. De inrichting van deze Pool Lounge staat in schril contrast met het kraakpand van gisteren. Een modern interieur met kaarsjes op tafel en ook de kleine schaaltjes met zoutjes ontbreken niet. Ik vraag voor de zekerheid of hier een Lesebühne plaatsvindt. Ja, om half tien treden hier de Surfpoeten op. En dat doen ze ook. Ik kijk met de meeste andere bezoekers vanaf boven naar beneden, waar ooit het water stroomde. Het bassin is omgetoverd tot klein een podium met daar vóór enkele zitplaatsen voor de toeschouwers die graag vooraan zitten. Deze avond begint met het voor de Surfpoeten traditionele ‘Gebed tegen arbeid’. De groep pleit al jaren voor een hoog maandelijks basisinkomen, omdat er geen werk is voor iedereen. Een hoog inkomen voor een aangenaam leven, dat is het motto dat ze ook op hun website uitdragen. De Surfpoeten gaan ieder jaar op 2 mei de straat op om met een speelse demonstratie hun wens kracht bij te zetten. Als dit stukje “politiek met een knipoog” voorbij is, begint het voorlezen. Schrijfster Lea Streisand, die vlak voor het optreden nog wat aantekeningen in haar tekst maakte, verzorgt een strak optreden. Op vlotte wijze vertelt ze een herkenbare anekdote over het reizen met de nachtbus naar stadsdeel Pankow. Het is een onderwerp dat past bij het eerder genoemde Berlijnse levensgevoel. Thorsten Dönges:” Op de bühne zie je inderdaad dat levensgevoel terugkomen. Er wordt vaak een houding aangenomen van ‘ik loop hier gewoon maar wat rond, omdat ik niets te doen heb, net als alle anderen die niets te doen hebben. En dan drink ik ’s ochtends alvast een biertje. Het is altijd weer dit cliché. Dat zorgt ook voor humor in de teksten, dit groteske.”

“Deze avond begint met het voor de Surfpoeten traditionele ‘Gebed tegen arbeid’. De groep pleit al jaren voor een hoog maandelijks basisinkomen, omdat er geen werk is voor iedereen.”

Na twee voordrachten speelt de DJ wat jazzachtige muziek, roken de deelnemers een sigaret en dan staan de volgende schrijvers klaar om wat voor te lezen. Het is de klassieke afloop van een Lesebühne avond. Het grote verschil met de avond ervoor is de ambiance. Ik mis het gezellige publiek en de huiskamersfeer. In deze nogal steriel aandoende Pool Lounge zitten vooral tieners, die iets drinken en niet erg “begeistert” lijken. Schrijver Tube alias Tobias Herre herken ik van de avond tevoren. Hij blijkt zowel lid te zijn van LSD als van de Surfpoeten. Schrijver Uli Hannemann van LSD staat deze week ook bij Chaussee der Enthusiasten geprogrammeerd. “Er zijn Lesebühne, die elkaar onderling uitnodigen”, legt Thorsten Dönges uit. “Die uitwisseling van auteurs is altijd op vriendschappelijke basis, de contacten zijn ook zeer amicaal. Dat is typisch voor deze mensen, die niet tegen elkaar zijn maar elkaar aanvullen”.

Chaussee der Enthusiasten
Mijn derde en laatste Lesebühne bezoek leg ik af in de voormalige DDR arbeiderswijk Friedrichshein, bij de groep Chaussee der Enthusiasten. Qua sfeer lijkt het optreden sterk op de avond met LSD. Ook deze locatie, de RAW tempel, wordt net als Schokolade met sloop bedreigd. De vroegere fabriekshal doet nu dienst als cultureel centrum. Iedere donderdagavond staan hier de leden van de Chaussee der Enthusiasten op de planken. Ook hier staat op het podium een leestafel en lezen de schrijvers hun humoristische teksten voor. De kwaliteit van de teksten is opvallend goed. Dat beaamt Thorsten Dönges , die als jurylid ook deze groep moet beoordelen. “Bij de Berlijnse Lesebühne zie je ook verschillende generaties, zowel bij het publiek als bij de uitvoerenden. De Chaussee der Enthusiasten bestaat uit leden van een jaar of veertig. Het is de Grand Dame onder de Lesebühnen. Anders dan bijvoorbeeld een optreden van de groep Lesedüne, dat eerder een evenement van studenten is. De leden van Lesedüne zijn bijna allemaal in de jaren tachtig geboren. Natuurlijk zie je de verschillen tussen de generaties. Als je kijkt naar professionaliteit, presentatie, de voorstelling, dan merk je dat de mensen van Chaussee der Enthusiasten door de wol geverfde performers zijn, die het klappen van de zweep kennen. De Lesedüne heeft dan wel weer een verfrissende spontaniteit. Alles is nieuw en nog in een experimenteel stadium.” Net als bij LSD zat hier de veel grotere zaal propvol. Dat viel Thosten Dönges ook op. “De enorme toeloop bij de Lesebühnen vind ik echt verbazingwekkend. Overal zie je heel veel publiek.”

De prijs
Terug naar de prijs. Op vrijdag 17 februari 2012 werd in de Clinker Lounge van de Backfabrik in Berlijn de winnaar bekend gemaakt. De studenten kozen uit een longlist van 19 groepen een shortlist van vier Lesebühnen, te weten Chaussee der Enthusiasten, LSD, Lesedüne en Rakete 2000. De jury kreeg de taak om deze laatste vier groepen te beoordelen.  Op de feestelijke avond, natuurlijk gepresenteerd door de studenten, mochten zowel de Chausse der Enthousiasten als de Rakete 2000 de eerste prijs in ontvangst nemen. De tweede prijs ging naar Lesedühne en de derde prijs naar LSD – Liebe statt Drogen.

Dit artikel verscheen ook in literair tijdschrift Schoon Schip.

Die Lesebühne in Berlin
www.kantinenlesen.de

« Oudere berichten Recent Entries »