Category Archives: Varia

Prijs voor Duitse vertaling van ‘Godenslaap’

Erwin Mortier

Erwin Mortier

„U moet om dit gebouw heen lopen. Dan komt u bij de hoofdingang. Aan de linkerkant gaat het naar de rode salon, aan de rechterkant gaat het naar de groene salon“.

Dat vertelde de portier mij gisteravond, nadat ik de artiesteningang van de Volksbühne was binnengelopen, op weg naar de prijsuitreiking van de Else-Otten-Übersetzerpreis 2012 voor de beste vertaling vanuit het Nederlands naar het Duits. De winnaar was al bekend, namelijk Christiane Kuby, voor haar vertaling van Godenslaap, de roman van de Belgische schrijver Erwin Mortier, die in 2009 in Nederland met de AKO-literatuurprijs werd bekroond.

De portier had gelijk. Aan de rechterkant van het imposante theater, dat tussen 1915 en 1918 onder leiding stond van de beroemde regisseur Max Reinhardt, vond ik de ingang naar de groene salon, waar ik me door de entourage in het Berlijn uit de jaren 20 waande.

Volksbuehne

Theater de Volksbühne in Berlijn.

Rond half acht zwijgen de Duitse, Vlaamse en Nederlandse stemmen van het publiek om te luisteren naar presentator Jürgen Jakob Becker van het LCB (Das Literarische Colloquium Berlin). Hij kondigt als eerste spreker de heer Walter Moens aan, “Repräsentant der Flämischen Regierung”.

Volgens Becker is Walter Moens al goed op de hoogte van vertalingen, omdat hij hem een paar maanden eerder een lofrede over Waltraud Hüsmert hoorde afsteken, die destijds een prijs voor de vertaling van een boek van David Van Reybrouck won. Walter Moens begint zijn rede met enkele Nederlandse zinnen maar schakelt rap over naar het Duits, de voertaal van deze avond. Hij bedankt het Nederlandse Letterenfonds en het Vlaamse Fonds voor de Letteren voor het wederom uitreiken van de tweejaarlijkse Else-Otten-Übersetzerpreis.

Christiane Kuby

Christiane Kuby neemt de prijs in ontvangst (excuses voor de slechte kwaliteit van de foto)

Daarna legt hijals literatuurliefhebber uit dat het tien jaar geleden was dat hij voor de eerste keer een boek van Erwin Mortier in de Duitse taal kon lezen. Destijds stelde de schrijver in het Literaturhaus in Wenen zijn romandebuut Marcel in de Duitse vertaling voor. Een vertaling die Waltraud Hüsmert voor haar rekening nam. Moens vertelt verder dat hij als gepassioneerd lezer van Mortiers boeken blij is met de keuze van Godenslaap.

“Zijn fijngevoeligheid, zijn nuancering, de afstand maar ook de diepe verbondenheid, de rijkdom aan klanken, de drang naar schoonheid, het zeer persoonlijke maar ook maatschappelijke en historische in zijn werk. Met name in Godenslaap komt deze rijkdom volop tot zijn recht. De komende jaren herdenken we veelvuldig de Eerste Wereldoorlog. Ook Godenslaap is daarbij een belangrijk boek,” aldus Walter Moens.

Walter Moens

Walter Moens, “Repräsentant der Flämischen Regierung”

Vervolgens betreedt vertaalster Waltraud Hüsmert in de hoedanigheid van jurylid het podium. In 2008 won zij de Else-Otten-Übersetzerpreis voor haar vertaling van de roman Het verdriet van België (Der Kummer von Belgien) van Hugo Claus. De vertaalster leest het juryrapport voor en spreekt de hoop uit, dat het niet te saai overkomt. Saai is het allerminst, het is bijzonder informatief. Ik weet nu bijvoorbeeld dat alle in 2010 en 2011 verschenen vertalingen van romans, verhalen, literair – wetenschappelijke boeken en essays voor de prijs in aanmerking kwamen. Er waren meer dan 110 titels, waarmee de aanwezigheid van Nederlandse en Belgische literatuur op de Duitse markt nog eens werd onderstreept. Het aantal vertalers en vertaalsters bedroeg 51.

Na een aantal schiftingen kwam de jury uit op 10 titels en 6 vertalers en vertaalsters. Zowel de taalkundige kwaliteit als de kwaliteit van het vertalen werd intensief en kritisch beoordeeld. Uiteindelijk was de jury het er unaniem over eens om Christiane Kuby met de Else-Otten-Übersetzerpreis te onderscheiden voor de vertaling van Godenslaap van Erwin Mortier. De winnares is geen onbekende in de literaire vertalerswereld. In ruim 20 jaar tijd vertaalde zij onder andere boeken van bekende schrijvers zoals Jeroen Brouwers, Carl Friedman, Kader Abdolah,  Leo Pleysier en P.F. Thomese, om er maar een paar te noemen

Dan is het woord aan de Duitse schrijfster/journalist/literatuurcriticus Elke Schmitter, van wie ook al boeken naar het Nederlands zijn vertaald. Als jurylid van het Duitse vertaalfonds heeft zij de moeilijke opgave om de vele vertalingen te beoordelen. Dat kan ze echter bijzonder goed. Schmitter was ook onder de indruk van de boeken van Mortier. Toen de organisatie daar weet van kreeg, lag het voor de hand haar uit te nodigen om het laudatio uit te spreken. Dat doet ze dan ook op een prachtige, literaire wijze.

Elke Schmitter

Elke Schmitter spreekt het laudatio uit.

Na de mooie woorden van Elke Schmitter is het de Belgische schrijver Erwin Mortier zelf die de circa 60 aanwezigen toespreekt, in het Engels. ‘Ik hoop niet dat ik klink als een Engelsman die probeert een Duitse toerist te imiteren, die probeert Engels te spreken’, begint hij zijn betoog. Vervolgens spreekt hij vol lof over het vak van literair vertalen en over ‘zijn’ vertaalsters. Vóór hij zich geheel aan het schrijven wijdde, vertaalde hij ook en dus kent hij het klappen van de zweep.

Hij vertelt verder dat hij zijn vertaalster Christiane Kuby deze avond voor de eerste keer in levende lijve ontmoet. Natuurlijk hebben zij wel al erg veel e-mails met elkaar uitgewisseld, zodat de vertaalster precies wist wat hij in zijn roman bedoelde. Na het optreden van Erwin Mortier wordt het publiek door Christiane Kuby getrakteerd op een passage uit Götterschlaf. Tot slot mag de in Amsterdam wonende vertaalster onder een hartelijk applaus haar welverdiende prijs in ontvangst nemen, waarvoor de jury € 5.000 beschikbaar had gesteld.

Godenslaap op bol.com

Götterschlaf op medimops.de

In beeld

Gisteren liep ik weer eens naar de geldautomaat, want zo nu en dan is de portemonnee leeg en moeten er weer wat geld uit de muur worden getrokken. Ik wandelde langs het politiebureau en wederom was ik onder de indruk. Het beeld van de straat met oudbouw, nieuwbouw en een politiebureau in een oud kasteel. De eerste keer dat ik door deze straat liep en het kasteeltje opdoemde, begon ik heftig aan mezelf te twijfelen. Fata morgana, hadden ze pilletjes in mijn drankje gedaan, dat soort gedachten. Vandaag heb ik het beeld dan eindelijk met een camera vastgelegd. Daarnaast heb ik nog twee foto’s genomen van aangrenzende straten, omdat ze er om vroegen vastgelegd te worden. En als straten erom vragen op een foto vastgelegd te worden, dan doe je dat gewoon.

Deze straat wilde op de foto.

Deze straat wilde op de foto.

Deze straat ook.

Deze straat ook.

Kasteel op ongebruikelijke locatie.

Kasteel op ongebruikelijke locatie.

Underground met “Klaus der Zeitungsmann”

De afgelopen dagen keken ze me al smekend aan. Ik schudde iedere keer mijn hoofd als ik ze zag liggen, de nog naar waspoeder ruikende joggingbroek en de sportieve joggingschoenen met opgedroogde stukjes aarde van enkele weken oud. Ze hadden gelijk, ze moesten maar weer eens in beweging komen, net als ik. Maar het was gewoon te koud de afgelopen dagen.  Vanochtend zag ik broek en schoenen er weer zo keurig maar treurig bij liggen, dat ik zwichtte en dacht „oké, dan gaan we maar“. Een beetje beweging is ook niet slecht. En dus hees mijn lichaam zich in de broek, zochten mijn voeten de schoenen en volgde ik om de boel in beweging te zetten. We zetten koers richting het oude vliegveld Tempelhof, dat hier op steenworp afstand vandaag ligt. De start-en landingsbanen waren sneeuwvrij, de rest van het enorme terrein was bedekt met een dun laagje sneeuw. Het eerste wat me opviel, was dat de twee vliegtuigen bij het hoofdgebouw niet meer op hun vaste plek stonden. Al sinds ik hier loop, dat is ruim een half jaar, stonden die vliegtuigen op dezelfde plaats en al sinds ik hier loop vroeg ik me iedere keer af, zouden die vliegtuigen ooit worden verplaatst of zelfs nog een keer opstijgen? Opgestegen waren ze volgens mij niet, want ik zag ze honderd meter verderop staan. “Ze zijn verplaatst”, riep ik tegen een andere jogger en wees naar de plek waar de vliegtuigen eens stonden. De andere jogger, eentje met een baard en een zwarte capuchon over zijn hoofd getrokken, wees met zijn wijsvinger op zijn voorhoofd en liep snel verder. Ik liep ook verder en behield het nieuws voor mezelf.

Na de grote bocht blies opeens een ijskoude wind in mijn gezicht. M’n neus leek langzaam te bevriezen en het zicht nam met de minuut af. Zo moet iemand zich voelen als hij in een strenge winter de laatste meters van de Elfstedentocht aflegt, ging het door me heen. Ook dacht ik, het was beter geweest een muts mee te nemen en afstand te nemen van de gedachte, dat joggen met een muts een teken van zwakte is. Gelukkig naderde de volgende bocht en had ik de wind weer in de rug. Wat een verschil! Ik kwam op adem en dacht opeens aan gisteravond. Dat gebeurt wel vaker tijdens het joggen, dat opeens herinneringen of gedachten aan de toekomst opdoemen. Geen idee waarom. Gisteravond maakte ik kennis met “Klaus der Zeitungsmann”. Hier in de buurt van de Bergmannstrasse bezoek ik vaker dezelfde cafetaria, omdat je er alle actuele Duitse tijdschriften kunt lezen en de eigenaar buitengewoon sympathiek is. Bovendien kun je er voor weinig geld goed eten. Kortom, redenen genoeg om hier vaker te komen. Gisteren stelde de eigenaar mij voor aan Klaus der Zeitungsmann. Klaus zat in een hoek. Hij droeg een baard en een hoed, iets wat bij mij direct de nodige weerstand opwekt. Mensen met hoeden en baarden zijn in negen van de tien gevallen artistieke egotrippers,waarbij het woord artistiek enkel en alleen betrekking heeft op de manier van egotrippen. In Nederland was ooit een minister met een hoed, herinner ik me nog. Hij droeg die hoed, omdat hij cultuur in zijn portefeuille had en op die manier de wereld der kunsten wilde binnensluipen, een wereld waar politici net zo weinig te zoeken hebben als eekhoorns in een aquarium of,waarom ook niet, speedboten in een woestijn. Waarom verruilde hij die hoed niet voor een zware rugzak met gekafte schoolboeken? Hij had toch ook Onderwijs in zijn portefeuille? Genoeg over deze minister en zijn hoed, terug naar Klaus.

“Hij verkoopt illegaal nieuws”, vertelde de eigenaar van de bar me. Ik keek hem verbaasd aan en herhaalde zijn woorden, om er zeker van te zijn dat ik hem wel goed had verstaan. Ja, Klaus was één van de bekendste journalisten van underground Berlijn en had een ware cultstatus.
“Hij is het antwoord op internet”, ging de barman verder. “Hij verkoopt echt goed. Iedereen wil het nieuws van Klaus hebben. Niemand weet precies waar hij het nieuws vandaan haalt. Google biedt in ieder geval geen uitkomst. En toch blijkt zijn nieuws altijd weer waar te zijn en ook waardevol.”
Ik liet mijn vooroordeel over baarden en hoeden vallen en liep naar de hoek van het restaurantgedeelte, naar  Klaus. Dat klonk goed. Een journalistieke undergound cultuur in Berlijn. En het was waar, Klaus was bezig met iets unieks, ik was getuige van een kleine revolutie.
“Maar ik kan je pas inwijden als we elkaar beter kennen.”  Ja, dat had Klaus gezegd. Dat herinnerde ik me nog.  Vanavond zouden we verder praten. Raar dat dit me allemaal te binnenschoot,  terwijl mijn lichaam zich door de ijzige kou op een voormalig vliegveld voortbewoog. Een half uur later stond het lichaam onder een dampende hete douche en was tevreden over gedane zaken. Ik ook. Je voelt je opeens weer fitter. Ik voelde me zelfs zo fit, dat ik het niet kon laten deze column te schrijven. Voor wie? Voor Allard van Gent, kan ie op zijn blog zetten. Oh ja, wat Klaus betreft, dat verhaal wordt natuurlijk vervolgd.  Alleen niet op dit blog. Underground is underground en dat is ook goed zo.

« Oudere berichten Recent Entries »