Category Archives: Varia

Digitale werkelijkheid

internf’s Avonds surf ik geregeld naar een forum met mensen die ik al jaren ken, tenminste, virtueel. Op dit forum heet ik “Peppie’. Alle andere forummers hebben ook nicknames zoals  Kruitje, Poekie, Kratje en Balpen, om er maar een paar te noemen. De onderwerpen op het forum zijn heel divers.  Humor, serieuze zaken en barpraat. In de virtuele bar schrijf je wat je zo op een dag meemaakt.  Ik ben zenuwachtig, ik ga zo koken, ik heb vervelende schoonfamilie op bezoek  of ik ben boos. Meestal zijn het alledaagse ervaringen.

Vandaag schreef ik over mijn gebeurtenis in een supermarkt waar ik normaal nooit kom, tweehonderd kilometer bij mij vandaan. “Hallo ! Vandaag wat meegemaakt, je gelooft het niet. In de supermarkt duwde een dame mij gewoon met haar karretje aan de kant en keek me daarna ook nog verwijtend aan. Echt een bitch. Ze had een belachelijk  blauw hoedje op. En voor ik er erg in had noemde ik haar een kutwijf.  ‘Onbeschofte vlegel’, riep ze daarna nog en kreeg nota bene meteen bijval van alle klanten.  Ik heb het maar zo gelaten en ben weggegaan. Niet te geloven, wat een middag.’

Een van mijn vaste vriendinnen op het forum is Nietje. Met haar heb ik altijd de meeste lol. We kennen elkaar al zeker drie jaar. We lachen heel wat af op het forum.  Het toeval wil dat ik uitgerekend vandaag Nietjes bericht over het hoofd heb  gezien: “Ik had net dat blauwe hoedje gekocht waar ik het al eerder over had. Daarna wilde ik boodschappen doen. Je gelooft niet wat ik daar heb meegemaakt. Daar stond een type die gewoon niet aan de kant wilde. Echt een brutale vlegel. En onbeschoft! Hij noemde me een kutwijf, echt waar! Terwijl ik er gewoon met mijn karretje  langs wilde.  Wat lopen er toch agressieve eikels rond op de wereld. Ik  ben blij dat dit forum bestaat. Als de echte wereld er zo uitzag als hier op het forum, dan zou het leven een stuk leuker zijn.  ”

(Deze tekst verscheen eerder in dagblad De Pers)

Een beer in het verkeer

Het is vandaag de eerste keer dat ik een Nederlandse verkeersregelaar in levende lijve ontmoet (van 1998 tot 2006 verbleef ik in het buitenland). Met een stopteken houdt hij het tegemoetkomende verkeer tegen, zodat ik veilig om het stukje afgezette weg kan rijden. De man kijkt een beetje sip. Oké, het regent . Maar het is een ander soort sip kijken. Hij lijkt op een papa die vandaag tegen zijn zin klaar-over moet zijn bij de school van zijn dochtertje.  Op de jas van de man lees ik in koeienletters “VERKEERSREGELAAR”. “Ik kan daar ook niks aan doen”,  lijkt hij te zeggen.

Ik vind het uitstekend dat er verkeersregelaars zijn, moge dat duidelijk zijn.  Zonder hen zou het een stuk onveiliger zijn op straat. Alleen vind ik dat ze wel wat meer gezag mogen uitstralen. Hijs alle verkeersregelaars in een politie-uniform en het is meteen duidelijk wie op dit stukje weg de dienst uitmaakt. Ik vermoed dat de verkeersregelaar zelf ook veel liever onderdeel is van de politie. Waar zijn eigenlijk de verkeersagenten gebleven,  vraag ik me af.  Of de agenten in opleiding? Zij regelden toch altijd het verkeer? Die gedachtes komen bij mij op als ik langs deze verkeersregelaar rijd en hem met een knikje vriendelijk groet.

En dan, alsof de duivel ermee speelt, word ik ingehaald door een heuse motoragent. Stoer leren pak, zwarte laarzen. Maar waarom twijfel ik aan zijn gezag? Iets klopt er niet.  De motoragent draagt een bont gekleurd rugzakje op zijn rug waarvan de inhoud verdacht veel  lijkt op een  appel en een broodtrommeltje. Maar dat is niet belangrijk. Wel relevant is een detail dat meteen in het oog springt. Het is het kleine teddybeertje dat aan de rugzak van oom agent bungelt. Een beertje met een lachend gezichtje, een zonnebrilletje en een kort gestreept broekje aan. Een olijk gezicht in een veranderlijke wereld.

Bloemetjesceremonie

Het is zaterdagavond laat. In Nederland zoeken alle columnisten van radio- en televisieprogramma’s, week- en dagbladen vliegensvlug hun pen of toetsenbord. Allen hebben ze televisie gekeken en allen hebben gezien dat het tijd is voor een sportieve revolutie.  Zondag is het vast en zeker het gesprek van de dag. Dit keer zijn ook alle schrijvers van ingezonden brieven en schrijvers van lezerscolumns in rep en roer. Ook zij geloofden zaterdagavond laat hun ogen niet. Zelfs de columnisten die normaal niet perse over sport schrijven, vonden het een indrukwekkende vertoning.

Hoewel indrukkend niet het juiste woord is. Nog in de ban van de emotie zie ik het meer als het aanschuiven aan een tafel met daarop een pot slappe thee en een aangekoekt schaaltje met Mariakaakjes, terwijl je een luxe koffietafel in het vooruitzicht werd gesteld. Wie de eerste schaatswedstrijd van de Olympische Spelen heeft gezien, wist na de eerste zin van dit stukje natuurlijk al lang waar ik het over heb. Na de 14 wedstrijden 5.000 meter schaatsen volgde een blokje reclame en vervolgens kwam het podium in beeld, met daarnaast de drie winnaars. De Rus Ivan Skobrev stapte op het blok met nummer drie. Hij won brons en juichte.

De winnaar van de bronzen medaille kreeg een bosje bloemen. Daarna trad de Zuid-Koreaan Shi Lang op het podium. Hij won verrassend zilver. Ook hij kreeg een bosje bloemen. Tenslotte verscheen Sven Kramer op het podium, de winnaar van de gouden medaille. Hij ontving eveneens een bosje bloemen. De medailles volgen een dag later. Dat is in 2002 zo besloten met de invoering van de Medal Plaza. Maar dit protocol wzal eer worden afgeschaft. Ruim een miljoen bezwaarschriften uit Nederland liggen hier dan aan ten grondslag, bijeengebracht door alle Nederlanders die zaterdagavond Sven Kramer met een lullig bosje bloemen op het podium zagen staan tijdens de bloemetjesceremonie. Een beeld dat meer leek op de prijsuitreiking van het Europees songfestival dan op de medailleverdeling van de Olympische Spelen. Dit hebben die sporters niet verdiend en wij als kijkers al helemaal niet. “Sha-la-lie” dacht ik ongewild op de zaterdagvond dat Sven Kramer goud won en een bloemetje kreeg.

« Oudere berichten Recent Entries »