Helaas was de nevel al opgetrokken toen ik vanochtend in Charlottenburg aankwam. Ik hou van de statige huizen in deze wijk en van de prachtige bomen. Mijn doel lag in de Kantstraße. Hier dronk ik koffie bij “Wilmina Brot” en kocht ook meteen een brood.
Deze onlangs geopende bakkerij behoort tot het ernaast gelegen hotel “Wilmina”, een hotel met een interessante voorgeschiedenis. De eigenaars, een architectenechtpaar, hebben het voormalige gerechtsgebouw in barokstijl uit 1896, inclusief de bijbehorende vrouwengevangenis van rode baksteen, in een uniek hotel omgebouwd. Van het donker naar het licht, zegt de eigenaar in een Engelstalig video-interview dat op de website van het hotel staat (https://wilmina.com/de/about/)
Het hotel heeft nu dus ook een eigen bakkerij, net als in vervlogen tijden hotels een eigen bakkerij hadden. Hier worden op ambachtelijke wijze zuurdesembroden gebakken met oude graansoorten uit de regio. De bakkerij is nu al een geliefde plek bij hotelgasten en buurtbewoners.
Morgen is het maandag, dacht ik en viel in slaap. De volgende ochtend liep in met die gedachte naar het kantoor en merkte aan de sfeer dat het geen maandag kon zijn. Er werd vrolijk gegroet, er werden flauwe grappen gemaakt en iedereen wist dat het weekend voor de deur stond.
Ik dacht dat het maandag was, zei ik. Mijn twee collega’s lachten. Dat heb je als je twee dagen ziek bent geweest en op vrijdag weer moet beginnen. Dat zou kunnen, zei ik en liep naar de keuken om een kop vrijdagkoffie te pakken. Op vrijdag smaakt de koffie anders dan op maandag. Op maandag snak je naar koffie, omdat er nog flink wat werkdagen in het verschiet liggen. De koffie is krachtig en hard nodig. Op vrijdag lijkt de koffie langzamer in de mok te stromen, met meer schwung, met het gevoel dat het de laatste werkdag van de week is.
Na het weekend overkwam me iets merkwaardigs. Ik fietste als altijd naar het kantoor, zette mijn fiets in het fietsenhok en liep het kantoor binnen. Mijn twee collega’s waren er al. Er werd weer vrolijk gegroet, er werden flauwe grappen gemaakt en ik snapte er niets van. Het lijkt wel vrijdag, zei ik. Het is vrijdag, zeiden ze. Ik keek op de kalender. De rode schuif stond op vrijdag. Ik lachte en twijfelde licht aan mezelf. Gisteren was het toch nog zondag, zei ik. Mijn collega’s lachten. Ja, natuurlijk, zondag en dan vrijdag, zeiden ze in koor. Ik haalde koffie en genoot van de voor mijn gevoel bijzonder korte werkweek. Ik wist echter zeker dat het gisteren zondag was.
Dat weekend legde ik op zondag voor het slapen gaan een papiertje op tafel met de tekst ‘deze tekst is op zondag geschreven, dus als je dit leest is het maandag’. Maandagochtend zoemde de wekker. Ik las tevreden het papiertje en fietste naar het kantoor.
Bij het zien van mijn collega’s verdween mijn maandaggevoel als sneeuw voor de zon. Wat was er aan de hand? De rode schuif stond op vrijdag. Ik lachte. Vertel me niet dat het alweer vrijdag is, zei ik. Mijn collega’s lachten nog harder dan ik. Ze wezen naar de deur. Ik schrok me rot. Daar kwam het koffiezetapparaat aan gelopen en riep met mechanische stem „de vrijdagkoffie staat klaar”.
Ik vroeg aan mijn collega’s of ze echt waren. Misschien was ik wel dood en leefde ik als geest in een wereld waarin het voor en na het weekend altijd vrijdag was, in een wereld met driedaagse weken. Wij zijn echt, zeiden mijn collega’s. We twijfelen echter of jij wel echt bent. Jij denkt steeds dat het maandag is, terwijl het altijd vrijdag is. Ik knikte en haalde mijn koffie. Dan is het gewoon zo, dacht ik. Dan is het alweer vrijdag.
De Amerikaanse regisseur, scenarioschrijver, schilder en fotograaf David Lynch vierde afgelopen maand zijn 70ste verjaardag. Dat was voor de Berlijnse uitgeverij Alexander Verlag reden om de Duitse uitgave van het autobiografische boekje Catching The Big Fish (2006) op de markt te brengen.
In korte, scherp geformuleerde hoofdstukjes beschrijft de cultregisseur van o.a. Blue Velvet en Twin Peaks welke invloeden de transcendente meditatie op zijn artistieke creativiteit had en vertelt anekdotes over filmopnames.
‘In een verhaal zijn woede, depressie en verdriet grootse dingen, maar voor de filmmaker of kunstenaar is het gif. Net als een bankschroef hebben ze de creativiteit in hun greep. Als je door deze bankschroef wordt gegrepen, dan kom je nauwelijks nog uit je bed, laat staan dat je de stroom van creativiteit of ideeën voelt. Iets willen scheppen vereist helderheid. Je moet in staat zijn om ideeën te vangen. Als je mediteert, neemt de stroom ideeën toe. Actie en reactie worden sneller. Je krijgt een idee, gaat eerst de ene kant op, dan de andere kant. Het is als een geïmproviseerde dans. Daarom transcendeer, beleef jezelf – het pure bewustzijn – en observeer wat er gebeurt’, aldus David Lynch.
Fellini
De Duitse media besteedden vorige maand veel aandacht aan de 70ste verjaardag van David Lynch en ook aan het autobiografische boekje. De Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ) citeert een passage waarin Lynch schrijft over zijn ontmoeting met Federico Fellini in Rome. Lynch draaide destijds een reclamefilm in de Italiaanse hoofdstad. Fellini lag na een hartaanval in het ziekenhuis. ‘Hij zat in een kleine rolstoel en nam mijn hand. We zaten daar en praatten een half uur met elkaar. Ik geloof niet dat ik hem veel gevraagd heb. Ik heb gewoon lang geluisterd. Hij sprak over vroeger, hoe het destijds was…Dat was op vrijdagavond en zondag viel hij in coma en kwam er niet meer uit.’ De FAZ-redacteur vindt het opmerkelijk dat Lynch geen woord wijdt aan wat Fellini hem precies vertelde. Voor Lynch was dit beeld voldoende: twee mannen zitten in een ruimte, de één praat, de ander luistert. De één sterft, de ander leeft verder.
‘Als je kleine vissen wilt vangen, kun je in ondiep water blijven. Wil je de grote vis vangen, dan moet je in de diepte gaan’
Mediteren Radio Bremen (RB) bracht het boekje vorige maand als boekentip onder de aandacht en citeert in die bijdrage de eerste zinnen uit het boek: ‘Ideeën zijn als vissen. Als je kleine vissen wilt vangen, kun je in ondiep water blijven. Wil je de grote vis vangen, dan moet je in de diepte gaan.’
Vervolgens schrijft RB dat bij de films van Lynch niet altijd duidelijk is wat hij nu precies wil uitdrukken. Zijn beelden zijn ‘bedwelmend artificieel’, niet van deze wereld, zou je denken. Maar dat is volgens Lynch ook helemaal in orde. Hij jaagt met zijn films op grote vissen door ideeën te verzamelen en die vervolgens samen te voegen.
‘Het idee is alles. Als je het idee trouw blijft, dan deelt het je alles mee.’ Dat klinkt volgens het bericht esoterisch, maar die gedachte ligt ook voor de hand als je leest dat hij zijn boek opdraagt aan Maharishi Mahesh Yogi, de grondlegger van de Transcendente Meditatie-techniek. Lynch schrijft dat hij zelf overal mediteert: op het vliegveld, tijdens het werk, minstens twee, drie keer per dag. Het zou volgens hem zijn geest verfrissen, ja, bevrijden.
In het boek staat dat hij nooit drugs heeft gebruikt, dat zou hem hebben afgeleid van de manier waarop zijn ideeën tot scenes worden, die wederom samen de complete film maken. Maar dat is volgens hem allemaal niet zo belangrijk. ‘Ik ben slechts een type uit Missoula, Montanana, die zijn ding doet en die zijn weg gaat, net als alle anderen ook.’
„Catching The Big Fish. Meditation – Kreativität – Film“
Taal: Duits (uit het Engels vertaald door Jochen Stremmel)
Uitgeverij: Alexander Verlag
168 pagina’s
ISBN 978-3-89581-380-1
14,90 € / eBook 11,99 € Website uitgeverij