Vandaag zou Remco Campert 95 jaar geworden zijn

Vertaling nawoord uit de bundel Offene Augen

Remco Campert leefde zoals hij gedichten schreef

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert, zoon van de dichter Jan Campert en de actrice Joekie Broedelet, ontving in 2015 de Prijs der Nederlandse Letteren, een van de belangrijkste literaire prijzen in het Nederlandse taalgebied. Hij groeide op in een artistiek milieu. Al in 1946 gaf hij op zeventienjarige leeftijd samen met zijn goede vriend Rudy Kousbroek een schoolkrant uit. Vijf jaar later richtten ze samen het literaire tijdschrift Braak op. In de jaren 50 verwierf hij in Nederland en België al veel bekendheid met gedichten en korte verhalen. Hij behoorde tot de Vijftigers, een literaire beweging in Nederland en België die zich in de jaren 50 verzette tegen de kunstopvattingen van hun voorgangers.  In 1964 zou hij zelfs te gast zijn in het televisieprogramma “Literaire ontmoetingen”, maar dit werd een paar uur voor de uitzending afgelast, omdat hij in een filmpje een gedicht voorlas waarin het woord naaien voor kwam:


Niet te geloven

Niet te geloven
dat ik knaap nog
een vers schreef over de
zilverwitheid van een berkestam

en om mij heen
grootse dronkenschap
van de bevrijding
het water was whiskey geworden.

Alles zoop en naaide
heel Europa was één groot matras
en de hemel het plafond
van een derderangshotel.

En ik bedeesde jongeling
moest nodig
de reine berk bezingen
en zijn bescheiden bladerpracht.


Bovenstaand gedicht over de bevrijding van de Duitse bezetting in Nederland verscheen in Jagen, Leben, Erinnern, de eerste Duitstalige bloemlezing met zijn gedichten tussen 1953-2011. Nu, twaalf jaar later, kunnen de Duitstalige lezers kennismaken met de door Marianne Holberg in het Duits vertaalde dichtbundel Open ogen.

Remco Campert leeft zoals hij poëzie schrijft. Zo typeerde de Nederlandse cineast Jan Vrijman hem ooit en refereerde daarbij naar een veel geciteerde regel uit Remco Camperts gedicht Poëzie is een daad

Poëzie is een daad
van bevestiging. Ik bevestig
dat ik leef, dat ik niet alleen leef.

In Bewegen, ook in deze bundel, bevestigt de dichter wederom dat hij leeft:

Ik beweeg me vrij
in de leeftijd die ik kies

kleuter aan het raam
van een Haagse gracht
in Laren minnaar
van de wondervrouw
35 jaar en de weg niet weten
middelbaar en lopen
door het Franse landschap
en hoe oud was ik?
zeg maar 40
dronken in de Barcelonese nacht
kies maar kies maar
ik beweeg me vrij
zo hoef ik nooit oud te worden

Het schrijven van poëzie kun je als een thema van Remco Camperts werk beschouwen. Gedicht is hier een mooi voorbeeld van:

Ook al besluit ik
‘nu is het genoeg en af’
kap een bloedige snede
in het vlees van het gedicht
het gedicht gaat altijd door
rent over aarde heelhuids
trekt wolken aan
zonneschijn
laat zich nooit kennen anders dan
ik ben de dichter en het gedicht


In Woorden kan de schrijver de race van woorden nauwelijks bijhouden: 

de woorden willen de lucht in
uit het zicht raken
weggewist worden
nooit bestaan hebben

schrijvend roept de schrijver ze terug

Bij een ander telkens terugkerend onderwerp gaat het om de vrienden. Ze spelen een bijzonder belangrijke rol in zijn leven en dus ook in de gedichten zoals Vrienden:

Vandaag is het nu avond
gegeten met liefste vrienden
even ontheven aan poëtische plicht
op lachen gericht van elkaar weten
dat het diepste van de liefde de vriendschap is

In zijn gedichten noemt Remco Campert zijn vrienden vaak bij naam zoals bij In memoriam Eddy van Vliet waar hij afscheid neemt van zijn Vlaamse vriend:

moedige speler van het leven
fijnproever van de liefde
vriend voor altijd

In Gestorven vriend noemt hij zijn overleden vriend Rudy Kousbroek bij zijn voornaam en schrijft:

wat jij niet meer meemaakt
maak ik dubbel mee

Tijdens het maken van de dichtbundel Open ogen was Remco Campert als hedendaags dichter en schrijver ook getuige van beelden vol terroristen, dictators en onschuldige mensen op de vlucht. Dat noopte hem tot het maken van gedichten zoals Aleppo, Asielzoekers en natuurlijk Open ogen. Hij kon niet om dit thema heen. Zelf zegt hij hierover in een interview in De Volkskrant dat poëzie niet altijd over je eigen innerlijke wereld hoeft te gaan en dat hij zijn blik wilde richten op wat er in de buitenwereld gebeurt: “Ik kon ook niet anders door wat er zich daar afspeelde. Taferelen die ik niet met droge ogen kon aanzien. Ik besloot dat ik mijn poëzie in dienst van iets moest stellen.’

In het gedicht Notitie heet het

Ik zag een jongetje zitten
verwezen op een stoeltje
bedekt met bloed
en noemt de daders: Assads moordenaarstroep. Hij sluit af met de woorden:
dit gedicht helpt hem niet
maar het is genoteerd

Remco Campert staat niet bekend als een religieuze dichter, maar sommige gedichten roepen beelden op die je als religieus zou kunnen beschouwen zoals Nacht:

ik ben alleen in het heelal
zittend wakker
sterren vallen
ik zwaai bewegingsloos
door het heelal


Zijn grote afkeer van gruwelijke daden steekt hij niet onder stoelen of banken, ook als die in de naam van een religie worden begaan. Al meteen in het eerste gedicht Zaventem over de zelfmoordaanslag op het Brusselse vliegveld neemt hij duidelijk stelling:

bommengordels aangegord
bliezen de baarden zich rechtvaardig op
puur en genadeloos in hun jacht op maagden

zullen wij ook zo paradijsgericht zijn?
god ontferm u
en schaf religie af

Zijn vader is vooral bekend van het gedicht De achttien dooden dat hij schreef naar aanleiding van de executie van achttien verzetslieden. Jan Campert overleed zelf in januari 1943 als verzetsman in het concentratiekamp Neuengamme. Veertig jaar later verscheen Remco Camperts gedicht Januari 1943:

de Duitser had per kaart gemeld
mijn vader hij was dood

in Neuengamme bitter oord
daar hadden ze hem vermoord.

Het is niet verwonderlijk dat de Tweede Wereldoorlog een terugkerend thema is in zijn werk. Hij kan en wil er niet omheen en kiest steeds weer andere vormen. Ook in deze bundel staan enkele gedichten over die tijd. In het gedicht In tijden van oorlog beleven we de dichter als kind:

soms was ik bang, maar vaker
vrolijk en onbezonnen
verliefd op het meisje
in een andere klas

Van oorlog naar dood is slechts een kleine stap. In Geboorte van de dood nadert de dichter zijn dood, die stram op me wacht en meent: geboorte en dood…innig samengeklonken. En eindigt, ook deze dichtbundel, met:ik sta op in de dood
een vrije mens
die zich thuis voelt in tijdloosheid

Ik ben blij deze dichter al op jonge leeftijd ontdekt te hebben en het is voor mij dan ook een grote eer dat ik dit nawoord mag schrijven. Als 10-jarig jongetje trok ik nieuwsgierig de verhalenbundel “Campert Compleet” uit de boekenkast van mijn moeder. Ik las de eerste bladzijden en wist dat niet langer Karl May, maar Remco Campert mijn nieuwe held zou zijn. Hij schreef over het echte leven van volwassenen en hoe! Ik herinner me nu nog dat ik na het lezen van de eerste regels in het boek het gevoel had samen met de hoofdpersoon ‘s ochtends vroeg in Parijs aan te komen. Later heb ik de verhalen met de ogen van een volwassene meermaals herlezen. Ook zijn dichtbundels verslond ik. Remco Campert zette mij ertoe aan zelf te schrijven. Ik ben niet de enige die hem als een inspiratiebron ziet. Hij is voor veel jonge schrijvers in Nederland en België nog steeds een groot voorbeeld.

Tot slot noem ik nog graag de liefde, het thema waarover Remco Campert al van jongs af aan schrijft en dat ook in deze bundel is opgenomen zoals in Wind:

slechts één ding staat vast
je lieve gezicht

En in Twijfel:

mijn liefde is groot
maar wil er vaak niet uit
bang voor verwonding
hou je nog van me vraag ik
ja zegt ze
maar…

In zijn columns in kranten en tijdschriften is zij steevast degene die ik liefheb. En we weten wie daarmee wordt bedoeld. Daarom wil ik graag afsluiten met het bekendste gedicht dat hij aan zijn vrouw opdroeg:

Voor Deborah

Als ik doodga
hoop ik dat je erbij bent
dat ik je aankijk
dat je mij aankijkt
dat ik je hand nog voelen kan.

Dan zal ik rustig doodgaan.
Dan hoeft niemand verdrietig te zijn.
Dan ben ik gelukkig.

Berlijn, zomer 2022

Allard van Gent

Wapper de flap, dit lijkt wel The Truman Show

House from The Truman Show film. Foto: Jakesilb14 (https://commons.wikimedia.org/w/index.php?title=User:Jakesilb14&action=edit&redlink=1)

Als ik het kantoor verlaat en in de overdekte fietsenstalling sta, begint het net als vanochtend opeens weer te regenen. Ik haal het regenpak uit mijn rugzak en trek het aan. Vervolgens ga ik op weg naar huis. Onderweg is het donker, fietsers in korte broek en T-shirt racen alsof de duivel ze op de hielen zit en worden zeiknat. Op de stoepen sieren groepen toeristen met paraplu’s het straatbeeld. Het is volop zomer en ruim vijfentwintig graden. Onder mijn regenpak transpireer ik door de inspanning, maar mijn broek en T-shirt worden niet echt nat. Het is drie uur in de middag en erg donker. Straatlantaarns floepen aan. Het begint nu ook te onweren.

Corona neemt ook weer toe, vertelde mijn collega me vanochtend. Op flink wat afdelingen stijgt dan ook het aantal ziekmeldingen. Met die gedachte in dit noodweer denk ik opeens, wapper de flap, dit lijkt wel heel erg op The Truman Show. Zouden de bedenkers van die film door dit soort situaties op het idee zijn gekomen het verhaal voor de film te bedenken? Nog meer regen, hoor ik iemand in een studio zeggen. Een assistent drukt op de knop “Nog meer regen” en ik fiets sneller. En Corona weer activeren, luidt de stem van de regisseur. Een assistent drukt op de knop “Meer Corona”. Nog meer oorlogen, vraagt de assistent. De regisseur ziet dat ik aan de Gaza-oorlog denk en dat er ook beelden van de Russisch-Oekraïense Oorlog op mijn netvlies zijn gebrand. Momenteel voldoende oorlog, roept hij. Ik trap flink door en verheug me erop strak thuis te zijn en een warme kop thee te drinken, hoewel het volop zomer is en een koele frisdrank meer op zijn plaats is.

Een auto toetert, ik fiets door een diepe plas water en denk “Wapper de flap, dit is The Truman Show anno 2024”. Lachend kijk ik naar boven en hoor weer dat stemmetje van de regisseur uit de studio: “Hij heeft het in de gaten en lacht naar ons.” Dan hoor ik de assistent zeggen, “maar hij weet toch niet waar we zijn?”. Daarna is het stil. Verbinding verbroken. Zo kan de fantasie dus met iemand op de loop gaan en ontstaan complottheorieën, denk ik, zwaai in de camera en fiets naar huis.

Deze tekst staat ook op metronieuws.nl

150 schrijvers op het Berlijns literatuurfestival

Ongeveer 150 schrijvers uit 50 landen nemen in september deel aan de 24e editie van het Berlijns literatuurfestival onder het motto “Strange New World”. Op het programma van het festival staan alleen al 23 boekpremières, waarbij nieuw werk van de betreffende auteurs voor het eerst aan het publiek wordt gepresenteerd.

Onder de aangekondigde auteurs bevinden zich Rachel Cusk, Olivia Laing, Mithu Sanyal, Aleida Assmann, Ben Okri, Paul Lynch en Elif Shafak (“Mijn Turkije is zo dood als mijn grootmoeder“).

Barley en de Maizière discussiëren over de AfD

Er is een discussie-evenement gepland met de titel “Wat helpt tegen de AfD?” met onder andere EU-parlementslid en SPD-politica Katarina Barley, Katja Kipping van de politieke partij Die Linke en voormalig minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Maizière. De discussieronde vindt iets meer dan een week na de deelstaatverkiezingen in Thüringen en Saksen plaats.

De tijdgeest vangen in literatuur

De Nigeriaanse schrijver, dichter en docent literatuur Helon Habila ziet het motto als het literair vastleggen van de tijdgeest tussen pandemie, oorlogen en klimaatverandering. Habila woont in Amerika en heeft als Curator in Residence 15 evenementen voor het festival georganiseerd.

Het team onder leiding van festivaldirecteur Lavinia Frey nam vijf speerpunten in het programma op. Dit zijn onderwerpen als “Collectieve trauma’s en geweldservaringen”, “Israël, Palestina en Duitsland”, “LGBTIQ+“, “Milieu en klimaat” en “Vrijheid en mensenrechten”.

Boek als cadeau

Het onderdeel “Junges Programm” voor jongeren vindt van 9 tot 18 september plaats. Er nemen 16 schrijvers en illustratoren uit twaalf landen deel waaronder Joke van Leeuwen uit Nederland. De workshops die worden aangeboden zijn voor het eerst gratis en alle deelnemers krijgen bovendien een boek cadeau.

Nederlandse schrijvers

Dit jaar zijn er drie Nederlandse schrijvers van de partij, te weten Ananda Serné, Yorick Goldewijk en Koke van Leeuwen.

Ik ben hier!

Joke van Leeuwen (© Querido)
Joke van Leeuwen (© Querido)

Joke van Leeuwen treedt op tijdens een workshop met de titel “Joke van Leeuwen: Ich bin hier!” in boekwinkel Krumulus. Zoals de naam al doet vermoeden staat de workshop geheel in het teken van de vertaling van het boek “Ik ben hier!” door vertaalster Hanni Ehlers.

De workshop is in het Duits en al compleet uitverkocht. Vorige maand schreef Fridtjof Küchemann in de Frankfurter Allgemeine Zeitung een lovende recensie over het boek met de titel “Wenn das Wasser kommt“. Joke van Leeuwen won de Gouden Griffel en de Gouden Penseel (tweemaal), de Woutertje Pieterseprijs (tweemaal), de Gouden Uil, de Theo Thijssenprijs en de Constantijn Huygensprijs en de AKO Literatuurprijs.

Dit jaar opent de Frans-Rwandese schrijfster Beata Umubyeyi Mairesse het festival. Twee jaar geleden was het de beurt aan David Van Reybrouck:

Bekijk hier het complete programma.

« Oudere berichten Recent Entries »