De zon in de kunst

Claude Monet, Impression, soleil levant, 1872, olie op linnen, 50 x 65 cm, Musée Marmottan Monet, Paris, Schenkung Eugène und Victorine Donop de Monchy, 1940, © bpk / RMN – Grand Palais

25 februari 2023 – 11 juni 2023

Het Barberini museum in Potsdam besteedt de komende maanden aandacht aan de zon in de kunst. Uitgangspunt is het schilderij Impression, soleil levant (impressie, opkomende zon) van Claude Monet uit 1872.

Dit kunstwerk stamt uit de collectie van het Musée Marmottan en is zelden buiten Parijs te zien. Het zal in de eerste acht weken van deze expositie in Potsdam worden getoond.

Caspar David Friedrich, Weidengebüsch bei tiefstehender Sonne, 1832–1835, Öl auf Leinwand, 22 x 30,6 cm
Freies Deutsches Hochstift / Frankfurter Goethe-Museum, Frankfurt am Main © David Hall – ARTOTHEK

Het is de eerste keer dat in het kader van de expositie de iconografie van de zon vanaf de klassieke oudheid tot hedendaagse kunst wordt onderzocht. Te zien zijn onder andere schilderijen, sculpturen, manuscripten, drukgrafieken, fotografieën en video’s.

Als kunstenaar zijn onder andere Sonia Delaunay, Otto Dix, Albrecht Dürer, Max Ernst, Caspar David Friedrich, Joan Miró, Claude Monet, Edvard Munch, Peter Paul Rubens en Katharina Sieverding vertegenwoordigd.

Mooier dan de opmerkelijke maan en haar geadelde licht,
Mooier dan de sterren, de beroemde ordetekens van de nacht,
Veel mooier dan de vurige verschijning van een komeet
En tot veel mooiers geroepen dan elk ander gesternte,
Omdat jouw en mijn leven elke dag aan haar hangt, is de zon.

Ingeborg Bachmann, An die Sonne, 1954–1956 (vertaling: ©Paul Beers, De Revisor jaargang 17 – 1990)

De in bruikleen afgestane kunstwerken zijn afkomstig uit meer dan 60 musea en particuliere verzamelingen. Daaronder bevinden zich de Staatliche Museen zu Berlin, het Rijksmuseum in Amsterdam, de Staatlichen Kunstsammlungen Dresden, het Thyssen-Bornemisza museum Madrid, het Louvre in Parijs en de National Gallery of Art in Washington D.C.

William Turner, Mortlake Terrace, 1827, Öl auf Leinwand, 92,1 x 122,2 cm, National Gallery of Art, Washington, Andrew W. Mellon Collection, © Courtesy National Gallery of Art, Washington

Sonne. Die Quelle des Lichts in der Kunst

25 februari 2023 – 11 juni 2023

Museum Barberini
Humboldtstr. 5–6
Alter Markt
14467 Potsdam

Openingstijden:
Maandag t/m vrijdag: 09:00 – 18:00 uur
Zaterdag, zon- en feestdagen: 10:00 – 15:00 uur

Website: www.museum-barberini.de

70e sterfdag Martinus Nijhoff

Het is vandaag Gedichtendag én het is vandaag precies 70 jaar geleden dat in zijn geboorteplaats Den Haag de Nederlandse dichter Martinus Nijhoff overleed.

Een van zijn beroemde gedichten is Awater. De eerste uitgave verscheen in 1934 als slotgedicht van de bundel Nieuwe gedichten bij Em. Querido’s Uitgeverij in Amsterdam. Daarna is het vele malen herdrukt, ook als aparte uitgave.

In ruim 270 regels wordt de zoektocht beschreven van iemand die na het overlijden van zijn broer op zoek is naar een reisgenoot en die denkt te vinden in de naamloze man die op zijn werk Awater wordt genoemd. Het motto van het gedicht is: “ik zoek een reisgenoot”.

Volgens Wikipedia bestaan er vele interpretaties van het gedicht, maar “men is het er wel over eens dat het een gevoel van stadse benauwenis én een verlangen naar verre, exotische streken uitdrukt”.

Eén van de mooiste gedichten van Nijhoff vind ik “Het kind en ik”. Ik heb de tekst in 1997 voorgelezen op een podium in Palma de Mallorca. Lluís Gavaldà, de organisator van die poëzieavond, wilde dat ik een eigen gedicht zou voordragen, maar daarvoor vond ik het nog iets te vroeg. Ik legde hem uit wat de strekking was van het gedicht. Hij vond het prachtig. Dat ik het gedicht in de Nederlandse taal zou voorlezen, dat vond hij geen probleem. “Het publiek begrijpt het ook zonder de taal te kennen,” legde hij uit. “Het gaat om de klanken, poesía es música”.

Voordracht “Het kind en ik” in Palma de Mallorca

HET KIND EN IK

Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.

Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.

Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel,
herkende ik, was van mij.

En toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.

En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.

Gedicht van Martinus Nijhoff (1894 – 1953) uit 1934
Uit: Dichters van deze tijd (bloemlezing), tweeëntwintigste druk door Paul Rodenko, 1969

Los poetas en Palma de Mallorca

Lees ook: De geluidsinstallatie. Een bijdrage uit 2015. Destijds bevond ik me in de bevoorrechte positie enkele dagen samen te mogen werken met twee grootse dichteressen, te weten Maud Vanhauwaert en Nora Gomringer.

Impulsie

– Gaat u zitten
– Dank u.
– Eens zien. U bent nieuw hier, lees ik. En u heeft… ah, ik zie het al. U heeft zich onlangs aangemeld voor een cursus Tai chi. Is dat juist?
– Ja, vorige week.
– En voor een cursus koken voor beginners.
– Ja, dat was ook vorige week.
– Juist. Hier lees ik iets over een cursus boksen.
– Dat wat twee weken geleden.
– Mmmm. Ja. Yoga?
– Dat was een dag na het boksen.
– U heeft zich ook ingeschreven voor een proefles duiken, kantklossen, gitaar spelen, gedichten schrijven en achteruit fietsen?
– Ik had daar op een gegeven moment zin in en als ik ergens zin in heb, dan volg ik mijn intuïtie.
– U volgt een impuls. Zo zie ik dat als arts. Ik zie dat u lijdt aan een zware vorm van impulsie.
– Impulsief?
– De aandoening noemen wij impulsie, zonder f. U wilt opeens Tai chi gaan doen, dan opeens leren koken, boksen, yoga, duiken, etc. En u schrijft zich overal in. Gaat u ook overal naartoe?
– Overal naartoe?
– Ik bedoel, gaat u ook echt naar de eerste Tai chi les, de eerste kookdag, de eerste boksdag de eerste kantklosdag en de eerste avond gedichten schrijven?
– Waarom zou ik?
– zucht –
– Omdat u zich overal voor heeft ingeschreven.
– Is dat verboden?
– Het is ziekelijk.
– Dat zegt u.
– Ik ben een arts.
– Dat weet ik.
– En ik stel impulsie vast. Dat is mijn diagnose.
– Dank u. Ik ben benieuwd wat die andere arts vindt.
– Welke andere arts?
– Ik wilde vandaag u bezoeken, maar nu voel ik een impuls toch een andere dokter te raadplegen. Ja, dat ga ik nu doen.
– Maar dat is toch wat ik bedoel. U heeft een impuls en…
– Tot ziens en bedankt voor u tijd.
– Maar…

– Gaat u zitten
– Dank u.
– Eens zien. U bent nieuw hier, lees ik. En u heeft…ah, ik zie het al. U heeft zich onlangs aangemeld voor een cursus Tai chi. Is dat juist?
– Ja, vorige week.

Deze tekst staat ook op metronieuws.nl

« Oudere berichten Recent Entries »