Tag Archives: Berlijn

Herman van Veen betovert Berlijn

Foto © Casper van Aggelen

Foto © Casper van Aggelen

Deze donderdagavond bezocht ik voor de eerste keer in mijn leven een optreden van Herman van Veen. De man is in mijn ogen een kunstenaar in hart en nieren. De eerste liedjes van Herman van Veen leerde ik via mijn vader kennen, die de l.p. Morgen in huis had. Ik herinner me het lied Dit slag volk (Ces Gens la), een prachtige en unieke uitvoering die nog op internet te beluisteren is. Daarnaast kende ik Kinderfiets (in het Duits ‘Kleiner Fratz‘) en natuurlijk de liedjes die grote bekendheid kregen zoals Hilversum 3 en Opzij. Mijn broers hebben kinderen en mensen met kinderen kennen volgens mij nog veel meer liedjes.

Terug naar Berlijn. Het prachtige Admiralspalast was vrijwel helemaal uitverkocht. Alleen helemaal bovenin, waar ik zat, waren nog enkele plaatsen vrij. Hierdoor had ik een halve rij stoelen voor mezelf, dat was wel prettig. Ik had geen idee wat me te wachten stond. Nu zat ik hier niet als recensent en was ook niet van plan iets over de voorstelling te schrijven. Maar goed, het bloed kruipt…Mijn indruk was dat Herman van Veen en zijn uitstekende begeleiding vóór de pauze keurig de geplande nummers ten tonele brachten. Een mooie mix van kleinkunst in zowel de Nederlandse als de Duitse taal. Herman van Veen begon in mijn ogen na de pauze pas echt op gang te komen. De periode voor de pauze was een aangename warming up.

Het publiek had er ook zin in en genoot in volle teugen. Zelf begon ik de show ook steeds mooier en afwisselender te vinden. Na het slotnummer voelde ik dat de zaal meer wilde en Herman van Veen voelde het ook. Hij wilde duidelijk nog niet naar huis. Dat resulteerde in een ongelooflijk aantal toegiften, die volgens mij niet allemaal gepland waren. Na enkele toegiften liep hij van het podium af, gaf handjes aan mensen in de zaal en verdween door een zij-ingang. De show leek nu definitief voorbij. Ik bleef zitten en klapte met de overgebleven groep enthousiastelingen mee. Hoewel een derde deel van de zaal leeg was, vloog het doek weer open. Herman wist van geen ophouden. Hij had het mooiste voor het laatst bewaard.

Een schitterende (Nederlandstalige) uitvoering van Ramses Shaffy’s Laat me ging bij mij door merg en been, daarna volgde het niet minder prachtige Suzanne, de cover van Leonard Cohen. Als fan van Leonard Cohen was dit een leuke, onverwachte verrassing. Ik wist helemaal niet dat hij nummers van Leonard Cohen in zijn repertoire had. “Suzanne” zong hij al in 1967. Zojuist heb ik even gegoogeld om te zien van welke internationale artiesten hij nog meer liedjes zingt. Ik stuitte op een indrukwekkende lijst:  Jacques Brel, Charles Aznavour, Jean Ferrat, Marcel Amont, Claude Nougaro, Michel Legrand, Leonard Cohen, Bob Dylan, Ralph McTell, Randy Newman, Margarita Zorbala, Neil Sedaka, Paul McCartney, Haindling, Catherine Lara, Iggy Pop, Hans Hartz,Michel Jonasz, Maurane, Secret Garden, Alain Souchon, Madredeus, Arno.

Herman van Veens uitvoering van Laat me als toegift in Duitsland 2010

Nog een mooi hoogtepunt van de avond vond ik het nummer over Berlijn. De Utrechtse grootmeester van de kleinkunst vertelde dat hij en zijn collega’s maandagavond via de snelweg Berlijn binnen reden. Over de stad hing een lichte nevel. Het gele licht van de straatlantaarns zorgde voor een mooi sfeerbeeld. “Nadat ik die avond ook nog iets te veel had gedronken, schreef ik het volgende  lied over Berlijn”, vertelde hij en zong een mooi lied, als ode aan de stad.  Tegen 23:00 uur was het optreden dan definitief voorbij. Hij eindigde de avond met een in het Nederlands gezongen kerstlied. Na deze avond wist ik zeker, dat ik in de toekomst nog een keertje een concert bezoek van deze kunstenaar, die echt kan toveren.

Für einen Kuss von Dir

De postbode had gisteren geen zin om aan te bellen en te wachten. Hij lag al een halve dag achter op zijn schema en dus vond ik gisteren een kaartje in mijn brievenbus. Op dit afhaalbericht las ik dat ik de volgende dag vanaf 11:00 uur een voor mij bestemde aangetekende brief kon ophalen. Ik schrok. Aangetekende brieven betekenen doorgaans niets goeds. Ik zag incassobureaus, de belastingdienst en andere verschrikkelijke  instanties die geld van mij wilden hebben.

Vandaag liep ik om 11:00 uur naar het Postbank filiaal bij mij om de hoek, volgens Google Maps op 300 meter afstand. De rij was klein en na vijf minuten wachten was ik aan de beurt. De dame van de Postbank nam het afhaalbericht in ontvangst en liep naar achteren. Na wederom vijf minuten keerde ze hoofdschuddend terug, met mijn kaartje nog steeds in haar hand. Dat beloofde niet veel goeds.
“Ik dacht het wel”, zei ze.
Ik keek haar verbaasd aan en haalde mijn schouders op.
“De aangetekende brief?”, vroeg ik.
“Kijk”, zei ze en wees op het op de kaart vermelde adres.
“Hallesches Uffer 60, daar moet u zijn.”
Dus toch, dacht ik. Dat adres had ik natuurlijk ook al gelezen, maar er stond ook, dat de brief “in mijn filiaal” klaar zou liggen. Het filiaal aan de Hallesches Ufer ligt 2,5 kilometer van mijn woning verwijderd (leve Google Maps) en beschouwde ik niet als mijn filiaal.
“Dat is op 2,5 kilometer van mijn woning, ik woon hier om de hoek”, vertelde ik de dame van de Postbank.
“Uw brief ligt hier niet, u moet naar Hallesches Ufer gaan, ”, zei ze nu lichtelijk geïrriteerd.
“Maar ik woon hier om de hoek. Is dat niet raar?”
“Hallesches Ufer mijnheer, begrepen?”
Ze wilde me niet vertellen waarom mijn brief hier niet lag. Tegenover de klant die voor mij aan de beurt was gedroeg ze zich ook al als een bitch. Ze had duidelijk geen zin om vandaag te werken, om wat voor reden dan ook.
“Problemen thuis?”, vroeg ik niet. Ik vroeg niets meer en besloot richting Hallesches Ufer te vertrekken. De planning van mijn zaterdag viel hierdoor weliswaar in duigen, maar ik wilde nu ook weten van wie die brief afkomstig was.  Twee U-Bahnstations verderop, bij Möckernbrücke, verliet ik een kwartier later de metro en zag het enorme Postbank gebouw al opdoemen. Ik was vastbesloten om hier niet alleen mijn brief op te halen maar ook om opheldering te vragen.
“De volgende, alstublieft”.
“Goedemorgen. Ik kom om……kijk. Op deze kaart staat dat ik hier een brief kan ophalen. Ik woon aan de Gneisenaustrasse, met om de hoek een Postbank filiaal.
“Ja, bij de Bergmannstrasse, klopt”, zei de man. Hij bleek goed op de hoogte van de locaties van de andere Postbank filialen.
“Daar was ik ook en nu blijkt mijn brief hier te liggen, althans, dat vertelde een enorme chagrijnige dame mij. Een collega van u.”
De man lachte. Hij was in een zeer goed humeur.
“Dat klopt’, zei hij lachend.
“Maar..uh…dat is toch raar?”
“Ja, dat is niet alleen raar, eigenlijk ook belachelijk”, zei de man. “Maar dat komt door de postcode. Het systeem bij de Postbank bepaalt dat een brief met uw postcode, hier afgehaald moet worden.”
“Maar ik heb wel eens een pakje opgehaald, ook met zo’n kaart, en dat was bij mij om de hoek. Hier ben ik nog nooit geweest.”
“Ook dat klopt, mijnheer. Dat gaat dan via DHL en dat bedrijf werkt weer met een ander systeem. Dan kan het goed zijn dat uw pakjes bij u om de hoek worden afgeleverd en sommige brieven hier.”
Ik was sprakeloos. De Postbank-man gebruikte dat moment om mijn brief te zoeken. Waarom wordt zo’n systeem dan niet aangepast, vroeg ik me af, maar behield de vraag voor mezelf. De man achter het loket had wel wat anders te doen dan samen met mij een gesprek te voeren over de mankementen van het systeem bij de Postbank in Berlijn. Ik legde mijn paspoort klaar en zag dat de man terugkeerde. Hij had een enveloppe in zijn hand en gelukkig geen bekende blauwe enveloppe uit Nederland.
“En dan hier even een krabbeltje. En dan een prettig weekend”.

Ik wenste hem ook een prettig weekend en besloot om snel die enveloppe open te maken. De planning van de dag lag al in duigen, zou de inhoud van de brief nog meer kapot maken?
“Für einen Kuss von Dir”, las ik als eerste. Het was mijn toegangskaart voor de voorstelling van Herman van Veen, volgende week donderdag. Ik haalde opgelucht adem. Geen schuldeisers maar “Für einen Kuss von Dir”. Deze dag kon niet meer kapot.

Sanitaire stop

Er zijn mensen die zichzelf niets gunnen. Vorig jaar bezocht ik met een groepje mensen een congres in Hamburg. Op het station nabij het congresgebouw wilden we nog een kleinigheid eten en iets drinken. Eén van de mensen uit het groepje, een alternatief geklede man met een baardje, ik schatte hem een jaar of 65, moest naar het toilet. In het kleine zaakje in de wandelgangen van station Hamburg Dammtor was geen toilet voorhanden.
“Als je hier naar links gaat, dan zie je op een gegeven moment aan de rechterkant een toegang tot de openbare toiletten”, hielp ik hem uit zijn benarde situatie.
Wat bleek, die ingang had hij ook gezien, maar hij weigerde er zo veel geld aan uit te geven. In plaats daarvan banjerde hij met een volle blaas en een slecht humeur door de stationshal, op zoek naar een gratis toilet. Uiteindelijk belandde hij in de toiletten van Mc. Donalds. Een jaar later overleed hij tijdens een vakantie aan een hartstilstand. Op het moment dat een kennis mij over zijn plotselinge dood vertelde, dacht ik aan die scène op het station. Hij gunde zichzelf niet eens 50 cent om ontspannen naar het toilet te gaan. Het moraal van het verhaal kan ik nu al prijs geven, namelijk “gun je zelf ook eens wat” .

De idee van dit stukje ontstond tijdens een toiletbezoek aan de openbare toiletten op het centraal station van Berlijn. Voor de ingang stonden groepjes mensen met een portemonnee in hun hand, op zoek naar een 1 euro munt. Soms hoorde ik in het Nederlands “1 euro, nee, dat gaat deze jongen dus echt niet betalen”. Ik wierp mijn euro in de automaat, trok het bonnetje eruit en liep door het klaphekje. In een frisse, schone, witte ruimte opende ik de deur van een w.c.-hokje, hing mijn tas aan de aluminium haak en genoot van de rustgevende muziek en het schone toilet. Natuurlijk vind ook ik een euro een hoge prijs en ben ik een pleitbezorger van gratis sanitaire voorzieningen, wereldwijd, maar aan die gedachte heb je niet veel als je op het station staat en naar het toilet moet. Na het toiletbezoek, ik zat al in de trein, haalde ik het bonnetje uit mijn jaszak. Voordat ik het wilde weggooien zag ik dat het een waardebon van 0,50 cent was, te besteden bij een winkel op een van de DB-stations in Duitsland. Een chronische klager zou zeggen “maar je moet wel minimaal 2,50 euro uitgeven, kijk maar op de achterkant”. Ik zeg, dat is een Kaffee mit Kuchen met 50 cent korting.

Tot slot, “alle guten Dinge sind drei”, liep ik gisteren over de Alexanderplatz en zocht een geschikte plek voor een sanitaire stop. Door de prettige ervaring op het centraal station, wilde ik nu de openbare toiletten van Alexanderplatz wel eens zien. Een euro in de automaat, groen licht en plassen maar. Er kwam echter geen bonnetje uit het apparaat.
“Dat haal ik straks bij de toiletjuffrouw” , dacht ik. De toiletruimte was duidelijk kleiner, er klonk geen muziek en het rook alsof de vloer gewist was met hetzelfde water als gisteren en de dag daarvoor. Een tegenvaller dus. Voor de uitgang vroeg ik de toiletjuffrouw naar mijn tegoedbon.
“Die krijgt u hier niet”, legde ze mij met haar plat Berlijnse accent uit. De toiletjuffrouw stond achter een balie, haar taak bestond nu alleen nog maar uit het schoonmaken. Het bekende schoteltje voor de geldelijke bijdrage is vervangen door automaten. Ik haalde mijn tegoedbon van het centraal station uit mijn portemonnee en legde het als bewijsstuk op de balie.
“Zo’n bonnetje bedoel ik.”
“Ik weet wat u bedoelt. Die krijgt u hier niet. Niet bij Alex en niet bij Friedrichstrasse.”
Wilde ze me “verarschen”.
“Niet bij Alex en Friedrichstrasse maar wel bij Hauptbahnhof?”, vatte ik samen.
“Joet, zo is het.”
De logica ontging mij totaal.
“Altijd of is er vandaag een storing bij Alex en bij Friedrichstrasse?”
“Nee, u krijgt hier nooit een bon.”
“Dus hier betaal ik altijd 1 euro, terwijl ik op Hauptbahnhof 50 cent in de vorm van een tegoedbon terugkrijg?”
Ze knikte moeizaam met een blik van ‘hè, hè, hij heeft het door.”
“Vreemd”, zei ik.
“Andere keten”, zei ze.
Andere keten? Dat had ik dus over het hoofd gezien. Ze had gelijk. Mijn tegoedbon was van Rail&Fresh en deze aardige recht-door-zee Berlijnse dame werkte voor Mc.Clean.
“Dat is duidelijk, maar het blijft wel erg raar”, vertelde ik haar.
Ze knikte.
“Dat is het”, zei ze.
“Ik vind een euro ook behoorlijk veel geld, als je er geen muziekje bij krijgt en zelfs zonder tegoedbon weer het toilet moet verlaten.”
“Dat is het”, zei ze.
“Dat is het”, antwoordde ik en nam afscheid van de toiletjuffrouw van Mc.Clean, die bepaalde zaken in het leven net zo vreemd vindt als ik.

« Oudere berichten Recent Entries »