Mathilde Santing in Berlijn-Kreuzberg

Foto: Wikipedia (van Irma van Rijswijk)

Foto: Wikipedia (van Irma van Rijswijk)

Als altijd lees ik de folders en tijdschriften die op het tafeltje liggen van de ‘gezonde snackbar‘ hier om de hoek. Terwijl ik wat Vlaamse frieten aan een vorkje laat kennismaken met de mayonaise valt mijn oog op de naam “Mathilde Santing”. De frieten hebben zich inmiddels aan de mayonaise gehecht en verdwijnen in mijn mond. “Mathilde Santing”, denk ik en zie een vrouw met kort wit haar, een soort Kuifje en dan is ze weer weg. Dat heet “ik heb een vaag beeld van wie Mathilde Santing is”.

Ik kijk om me heen of er iemand is aan wie ik mijn ontdekking kan vertellen, de ontdekking dat een Nederlandse zangeres de stad bezoekt. In dit kleine zaakje zitten een jongen en meisje tegenover elkaar aan de barkruktafel. Hun handen liggen op het midden van het tafelblad, in elkaar. Zij lacht hem lief aan en hij vertelt over zijn grote media-plannen. Vrijwel iedereen in Berlijn doet namelijk “iets met media”. Ik voel in mijn jaszak en weet dan dat mijn telefoon thuis ligt. Het bericht moet getwitterd worden, er zit niks anders op. Op weg naar huis denk ik alvast in 140 tekens. Als ik de deur van mijn woning open zet ik als eerste de computer aan. Een nieuwe gewoonte. Vroeger kwam het lichtknopje op de eerste plaats. En dan tweet ik het evenement weg, de wijde Twitter-wereld in.

Op de dag van het evenement zelf, dat was gisteren, twitter ik nog een keer dat het concert vanavond plaatsvindt. Daarna googel ik Mathilde Santing, want het beeld blijft vaag. Ik vind een vrouw met blonde haren die lief in de camera lacht maar dat beeld lijkt niet op mijn vage beeld met het korte haar. Een klik op ‘Google afbeeldingen’ en mijn beeldscherm is opeens gevuld met tientallen Mathilde Santings. Allemaal totaal verschillende gezichten van dezelfde persoon. Op haar website kom ik de namen van Tom Waits en Fay Lovsky tegen. Interessante artiesten met mooie songs. En dan lees ik in mijn mailbox dat Mathilde Santing mij als gevolg van mijn tweet volgt. Zal ik het concert dan toch maar bezoeken, vraag ik mezelf af.

Ik begin met wat achterstallig vertaalwerk en besluit het concert alleen te bezoeken als ik mijn werk af heb. Ik zoek een reden om eventueel niet te gaan, want ik wil me nog niet vastleggen. Ook als het regent ga ik niet, bedenk ik vervolgens en kijk naar de blauwe hemel en de stralende zon aan de andere kant van het raam. Tijdens mijn looppauze, die ik altijd inlas tijdens het werk, wandel ik naar het theater waar ik vanavond misschien binnenstap en bekijk naast de toegangsdeur de affiches in de vitrine.

Een theatermedewerkster vraagt of ze er even bij mag. Ze maakt de glazen ruit met een sleutelomdraai aan de onderkant los, zodat het geheel naar voren toe openklapt. Ik mompel iets over een zangeres uit Nederland, dat ik daarom hier sta en dat ik weet dat de kassa om 17:00 uur opengaat. Maar als ik wil, dan kan ik nu al een ticket kopen, vertelt ze met een Frans accent. Ik twijfel. Alles wijst erop dat ik naar dat concert moet. Ik wil me niet vastleggen. De vertaling is nog niet af, het kan nog gaan regenen en bovendien moet ik mijn dagelijks budget scherp bewaken. “Misschien later“, zeg ik en bedank haar voor het aanbod.

Terug in mijn woning vertaal ik in een hoog tempo. Zo nu en dan klik ik tussendoor op de website van het theater. 22 en 30 euro, dat zijn wel normale prijzen, maar wie in Berlijn woont is al snel erg verwend met erg lage prijzen voor erg veel zaken. Misschien dat een andere website de tickets goedkoper aanbiedt? En daar lees ik opeens € 16,00 in plaats van € 30,00! De kans op een spontaan concertbezoek stijgt. Eén nadeel: de tickets kun je alleen bij Zoologischer Garten ophalen, vóór 18:00 uur. Het is half vijf en ik twijfel. Dan, alsof ik er geen zeggenschap meer over heb, ben ik al op weg naar de U-Bahn. Ik herinner me onderweg dat ik een kwartier eerder online een ticket kocht en de uitgeprinte bevestiging in mijn jaszak stopte. Mijn hand checkt mijn binnenzak en haalt het bewijs eruit.

Metro in, metro uit. Om half zes ben ik weer thuis, nu in het bezit van een toegangskaart. Er is geen weg meer terug. De vertaling is af en tegen half acht loop ik richting het BKA-theater aan Mehringdamm. Vanuit de verte lijkt het erop alsof de mensen al dringen om binnen te komen, maar dat is schijn. Het theater staat naast Curry 36 en Mustafa’s Dönerbude, twee eetgelegenheden die volgens mij wereldwijd in alle reisgidsen over Berlijn zijn opgenomen. Ik baan me een weg door de etende en hongerige menigte en loop het zijstraatje in, op weg naar het theater. Ik sta voor de gesloten deur van een bank. Dan loop ik terug en zie nu pas dat er buiten een groot bord hangt met de naam van het theater erop en een schuine pijl naar boven, vergezeld met de tekst „5e verdieping“.

De lift vertrouw ik niet en dus volgt er een sportieve trappenloop. Bij de toegangsdeur staat het meisje dat ik eerder vandaag ontmoette. Ze herkent mij en neemt me mee het zaaltje in.
“Hier zit u vanavond”, zegt ze.
Ik bedank haar en loop terug naar de bar, waar twee jongens druk bezig zijn met het mixen van cocktails. Daarnaast noemen ze telkens vijf soorten wijn op als iemand om een glas wijn vraagt. “Ja, ik kom zo bij u”, vertelt de ene jongen, die ziet dat ik hier niet zo maar aan de bar zit, maar ook iets wil drinken. Ik hou het eenvoudig op bier van het vat en onthoud de naam “Merlot” als drankje dat ik tijdens het concert wil drinken. Het zaaltje is immers ingedeeld met salontafeltjes en telkens vijf stoelen eromheen.

Licht uit, spot aan. Pianist Marcus Olgers betreedt het podium, gevolgd door muzikant Ward Veenstra, die o.a. bijzondere samples ten gehore brengt, omdat het bewerkte opnames zijn van originele pianoklanken. En dan verschijnt Mathilde Santing op het podium. Ik zit op een paar meter afstand. Alle Google -afbeeldingen schieten door mijn hoofd, niet eentje past. Ze schijnt er altijd anders uit te zien. Gekleed in een halflange zwarte rok, zwarte puntlaarsjes en een donkere blouse met een lage, ronde hals zet ze het eerste nummer in. Daarna groet ze het publiek en vertelt dat het lang geleden was dat ze voor de laatste keer in Berlijn optrad.

Vervolgens legt ze uit hoe haar nieuwe cd is ontstaan, namelijk in het gezelschap van de musici tijdens een lange zomer met de nodige alcoholische versnaperingen. Haar carrière als zangeres beslaat ruim 30 jaar en nu is het eindelijk zo ver dat Mathilde Santing zelf nummers heeft geschreven. “Het is een nieuwe weg die ik ben ingeslagen, maar ik ben er nog lang niet”, zegt ze in woorden van gelijke strekking. Haar stem en de liedjes doen me vooral denken aan songs van Barbra Streisand en soms lijkt Billy Holiday even op te duiken. Mathilde Santing legt vóór de songs uit hoe deze zijn ontstaan of om welk onderwerp het gaat. In één song gaat het bijvoorbeeld over de schaduwkanten van mensen, die we vaak zelf niet willen zien en ze daarom in gezelschap goed verborgen houden.

Een ander lied,  ‘did I just catch you’, gaat over een relatie die theoretisch nog bestaat maar duidelijk niet meer levensvatbaar blijkt te zijn. En in ‘call it by its name’ gaat het, zoals de titel al belooft, over het geen blad voor de mond nemen, zeggen waar het op staat. Bij de introductie van dat nummer noemt ze Berlijn als voorbeeld. De Duitse hoofdstad noemt ze ook als ze spreekt over de beroerde toestanden in Nederland, waar de commercie korte metten maakt met alles wat maar naar cultuur ruikt. “De eerste Nederlandse creatieve mensen vluchten het land al uit, onder andere naar Berlijn”, vertelt ze met een lach maar de serieuze boodschap is duidelijk; in Nederland ontstaat een onhoudbaar klimaat voor mensen die zich op creatieve wijze willen ontwikkelen. De eerste ‘asielzoekers’ zijn inderdaad al op zoek naar steden in het buitenland, waaronder Berlijn.

Wat kan ik schrijven over de muziek? Een zuivere stem, prachtig pianospel en indrukwekkende teksten zorgen voor een heerlijke avond. Als toegift brengt ze nog twee oudere nummers ten gehore. Ze neemt zelf achter de piano plaats en zingt een lied dat oorspronkelijk van Fay Lovsky was. De titel is mij helaas ontschoten. De tweede toegift is een beroemd lied dat zowel Frank Sinatra alsook Barbra Streisand zong. De goed gehumeurde zangeres legt uit dat het gaat over een situatie in een circus, als er iets dramatisch verkeerd gaat. Op dat moment wordt er geroepen “send in the clowns”, de titel van de tweede toegift.

Met die nummers sluit ze een intiem concert in het gezellige zaaltje op de vijfde verdieping in Berlijn—Kreuzberg af. Het was een heerlijk maar vooral ook eerlijk optreden. Nog steeds weet ik niet wie Mathilde Santing precies is. Ze is niet in te delen, niet deelbaar. Het ene moment is ze kwetsbaar, het andere moment daadkrachtig, lief, boos, strijdbaar, stil. Zoveel noten, zoveel gevoelens. Een zangeres die echt is, haar leven net zo onvoorspelbaar leeft als het leven zelf is en daarbij haar ervaringen in een prachtig stemgeluid met de toehoorders deelt.

Half Moon Whole Truths & Heartbreaks” heet de nieuwste cd van Mathilde Santing met alleen eigen liedjes. Fragmenten van deze bijzondere cd in een limited edition (geheime tip!) zijn te beluisteren op de website van Mathilde Santing.

Advertenties

Een hippe wijk

In december 2011 verhuisde ik van de wijk Zehlendorf naar Prenzlauer Berg. Dat betekende dat ook veel situaties in columns zich niet meer in de Berlijnse villawijk Schlachtensee afspeelden maar in het hippe stadsdeel in het voormalige Oost-Berlijn. In die hippe omgeving woonde ik een half jaar en verhuisde daarna naar een eveneens hippe wijk en keerde terug naar het voormalige West-Berlijn. De wijk heet Kreuzberg en ik woon hier nog steeds. Bij het opruimen van teksten stuitte ik op een stukje over mijn eerste dag in Prenzlauer Berg. Het was een bijzondere dag en dus plaats ik het stukje alsnog op dit blog.

04.12.2011. Sinds vanochtend woon ik in één van de hipste wijken van Berlijn, te weten Prenzlauer Berg. Hip, omdat ik dat op internet las. Of de wijk ook echt hip is, dat moet ik nog uitvinden. Aangezien ik deze eerste zondagochtend nog geen eten en drinken in huis heb, neem ik meteen de proef op de som en ga op zoek naar een bakkerij in deze hipste wijk van Berlijn. Onderweg weinig hips te beleven. Een student leunt tegen een verhuiswagen en wacht waarschijnlijk op vrienden. Een oudere vrouw laat haar hond uit. Niet echt hip. En ook het jonge echtpaar met kinderwagen (daarvan schijnen er heel veel te zijn in deze hipste wijk) kan mij niet overtuigen. De bakkerij twee straten verderop is niet hip maar de moeite waard om te bezoeken. Naast het uitgebreide assortiment aan brood liggen hier ook heerlijk belegde broodjes in de vitrine, staat er een schaaltje met gekookte eieren op de toonbank en biedt een grote glazen koelkast uitkomst voor degenen die thuis willen ontbijten. Vruchtensappen, kaas, ham, boter, het is hier allemaal te koop.

Ik besluit mijn ontbijt hier te nuttigen, zodat ik goed in de gaten kan houden of er hippe mensen langskomen. Misschien gebeurt er iets hips. Tijdens mijn korte verblijf leer ik veel over het taalgebruik in een Duitse bakkerij. Van Butterbrot tot Rosinenbrötchen en dat mensen elkaar een mooie tweede advent wensen. Na deze eerste leerzame kennismaking met mijn nieuwe bakkerij loop ik omwille van een goede spijsvertering een blokje om. Op de terugweg wandel ik weer langs de bakkerij. Op mijn oude plekje voor het raam  zitten twee jonge dames. En dan opeens een enorme knal, pats! Naast me ligt een kapotte bloempot, die de wind zojuist van een balkon heeft geblazen. Ik loop naar binnen en vertel wat er gebeurde. Als klap op de vuurpijl betreedt een oudere man met baard (niet Sinterklaas!) de bakkerij. Hij knalt een fles sekt open, deelt plastic bekertjes uit, schenkt ze vol en wenst ons allen met luide stem een mooie tweede advent. Licht aangeschoten door twee bekertjes sekt loop ik naar huis en weet één ding zeker: dit is wellicht toch een hippe wijk.

Nummerplaten

straat“Hé man, plaat kopen? Met verzekering, goede prijs.” Wie wel eens in de Berlijnse wijk Kreuzberg is geweest om zijn auto in Berlijn te laten registreren, weet waar ik het over heb. Tegenover de Duitse RDW in de Jüterboger Straße stikt het van de kraampjes waar je nummerborden kunt kopen (foto). Op weg naar het gebouw word je al aangesproken. “He, nummerplaat nodig? Goede prijs man.” Het tafereel doet me sterk denken aan de mannetjes die in Amsterdam hasj aan toeristen proberen te verkopen of aan de Spaanse badplaatsen, waar soortgelijke mannetjes toeristen overhalen om in hun restaurant te eten.

Na lang wachten en het invullen van veel formulieren besluit ik om gewoon op mijn gemak in een ander stadsdeel mijn nummerplaten te kopen. Maar zo werkt dat niet. Je krijgt een speciaal formulier in je hand gedrukt waarmee je de nummerplaten kunt  kopen. “Als u ze heeft gekocht, dan komt u hier weer naar toe en plakken wij er een officiële sticker op”, legt de dienstdoende ambtenaar van de Duitse RDW uit. Tja, dan is het wel zo handig om de platen ergens aan de overkant aan te schaffen.

Ik sta op de eerste verdieping van het enorme gebouw en kijk naar buiten. Het is een handel van jewelste. Achter me loopt steeds een mannetje heen en weer met “Schilder Jahn” op zijn tas. Eerst dacht ik “dat zou in Nederland Jan de schilder zijn.” Nu pas realiseer ik me dat deze Duitse Jan dag in dag uit met nummerplaten (Schilder=platen) in de weer is. Hij doet dat voor mensen die niet zoals ik zelf alles regelen. Waar zal ik nu mijn nummerplaten kopen? Het aanbod is enorm.

In één winkel, nou ja, eerder een keet, staat een bijzonder verleidelijke verkoopster voor de deur. Verdacht! Daarnaast pocht er eentje met grote, bekende verzekeringsnamen. Nog verdachter. Op straat krioelt het van de handelaren. Ik haal diep adem en loop zonder na te denken de brede trap af, open de zware houten deur en loop instinctief heel snel naar links. Met het stapeltje documenten onder mijn arm zie ik er uit als een bijzonder gewilde prooi.

“He, platen! Hier man, goedkoop!’ Ik stop en loop heel snel naar rechts. Sommige handelaren volgen me, lopen bijna tegen me op. Ik begin snel te zigzaggen en blijf dan opeen midden op straat staan. Ik sluit mijn ogen en maak een aantal Tai-Chi bewegingen. Om mij heen is het ineens muisstil. Dan slaak ik nog een een soort van Johnny van Doorn oerkreet en wandel vervolgens op mijn gemak een willekeurig kantoortje binnen om mijn nummerplaten te kopen. Het leven om me heen komt langzaam weer op gang, alsof er niets is gebeurd.