Tag Archives: Lezerscolumn De Pers

Sint

Henk: Wat een gek idee, ineens zit ik in de WW.

Ria: Wie schrijf je daar?

Henk: Hoe bedoel je, wie?

Ria: Nou, schrijf je een brief? Een sollicitatiebrief?

Henk: Nee.

Ria: Oh, sorry, ik wilde je niet storen. Maar normaal schrijf je nooit…

Henk: Normaal zie je me hier ook nooit zitten. Normaal zou ik aan het werk zijn, zoals alle andere mannen in de straat. Normaal zou ik ook een salaris krijgen zoals alle anderen. Normaal zou ik ook niet werkloos zijn. Normaal zou je ook niet van die idiote vragen stellen. Normaal zou ik godver…

Ria: Henk, wat is er toch met je aan de hand? Je bent zo agressief. Zo ken ik je helemaal niet.

Henk: Ik ben gewoon mezelf!

Ria: Nou Henk, ik vind je wel een beetje veranderd. Maar goed, Gonnie komt zo even langs, je weet wel, die vrouw aan de overkant met die blonde haren. Ze komt even een bakkie doen. Haar man zit trouwens niet in de WW.

Henk: Nou, dat is dan fijn voor die man van Gonnie.

Ria: Gonnie en ik kleppen altijd even met elkaar, zo rond 11.00 uur.

Henk: Tja, dat is dan erg lekker voor jou en Gonnie.

Ria: Wat schrijf je daar nou op? Is het belangrijk?

Henk: Het is een gedicht. Het is verdomme gewoon een gedicht!

Ria: Ja, dat het rijmt zie ik ook wel. Maar sinds wanneer schrijf jij een gedicht? Je deed toch altijd kruiswoordpuzzels? Henk, ik vind dat je wel vreemd doet de laatste tijd. Wordt het een liefdesgedicht? Oh, ik heb je gestoord. Nu is de verrassing weg. Sorry Henk, dat wilde ik niet.

Henk: Het gedicht is niet voor jou bedoeld, Ria.

Ria: Geen liefdesgedicht? Dichten doe je toch alleen voor je liefste?

Henk: Het is voor de Sint.

Ria: Een sinterklaasgedicht?

Henk: Ja, Ria. Het is gewoon een Sinterklaasgedicht.

Wat een gek idee, ineens zit ik in de WW.

en als u mij geen nieuwe baan belooft

schiet ik gewoon die mijter van uw hoofd.

Ria: Prachtig Henk. Prachtig!

(Deze tekst verscheen eerder in dagblad De Pers)

Waarheen leidt de weg?

funeral-carLaag Soeren, 2011

Afgelopen zondagochtend was ik al erg vroeg op weg naar een boekenmarkt, twee dorpen verderop. Vóór ik linksaf de hoofdweg opdraai zie ik dat er van rechts een statige begrafenisauto met op de voorkant een zwart vlaggetje komt aangereden. Ik laat hem voorgaan en draai daarna de weg op. Het is mistig en het miezert als we getweeën tussen de kale bomen onze weg vervolgen. Bij het naderen van de rotonde zie ik voor me opeens een teken van leven. Het zijn de drie remlichten (links, rechts en boven) die plotseling branden. Vervolgens geeft de begrafenisondernemer gas en is het weer donker. In de rotonde volgt een knipoog van het rechterachterlicht ten teken de rotonde te verlaten. We rijden gezamenlijk verder. Pas als we het eerste dorpje naderen realiseer ik me dat ik onderdeel zou kunnen zijn van een uitvaart. Voor een gesloten supermarkt staat een omaatje met een paraplu. Ze kijkt me recht in de ogen en slaat een kruisje. Even later knikt een voetganger vol medeleven in mijn richting. De uitvaartwagen en mijn auto zijn de enige twee voertuigen op de weg. Ik bedenk opeens hoe eenzaam dit afscheid zou kunnen zijn voor de persoon in de begrafenisauto. Ligt er trouwens wel iemand in? Ik kijk naar het dak van de wagen voor me. Nergens een bordje met “vrij – bezet” zoals bij taxi’s. Zo’n bordje zou wel handig zijn, want die vrouw bij de supermarkt had zeker geen kruisje geslagen als ze zag dat de auto “vrij” was. Het laatste stukje naar de boekenmarkt rijden we over een landweg, dwars door de weilanden. Het zou een Monty Pyhton sketch kunnen zijn. Als we het tweede dorp binnenrijden buigt de auto voor mij rechtsaf richting de marktplaats. Ik ben dus nog niet van hem af. Dan parkeert de chauffeur zijn begrafenisauto, precies op de plek voor mij. De begrafenisondernemer stapt uit en wenkt. Hij vraagt of ik hem even kan helpen. Ik schrik me rot. Hij opent de achterdeur met de gordijntjes en sprakeloos zie ik toe hoe de man één van de acht kratjes met boeken uit de auto haalt.

Digitale werkelijkheid

internf’s Avonds surf ik geregeld naar een forum met mensen die ik al jaren ken, tenminste, virtueel. Op dit forum heet ik “Peppie’. Alle andere forummers hebben ook nicknames zoals  Kruitje, Poekie, Kratje en Balpen, om er maar een paar te noemen. De onderwerpen op het forum zijn heel divers.  Humor, serieuze zaken en barpraat. In de virtuele bar schrijf je wat je zo op een dag meemaakt.  Ik ben zenuwachtig, ik ga zo koken, ik heb vervelende schoonfamilie op bezoek  of ik ben boos. Meestal zijn het alledaagse ervaringen.

Vandaag schreef ik over mijn gebeurtenis in een supermarkt waar ik normaal nooit kom, tweehonderd kilometer bij mij vandaan. “Hallo ! Vandaag wat meegemaakt, je gelooft het niet. In de supermarkt duwde een dame mij gewoon met haar karretje aan de kant en keek me daarna ook nog verwijtend aan. Echt een bitch. Ze had een belachelijk  blauw hoedje op. En voor ik er erg in had noemde ik haar een kutwijf.  ‘Onbeschofte vlegel’, riep ze daarna nog en kreeg nota bene meteen bijval van alle klanten.  Ik heb het maar zo gelaten en ben weggegaan. Niet te geloven, wat een middag.’

Een van mijn vaste vriendinnen op het forum is Nietje. Met haar heb ik altijd de meeste lol. We kennen elkaar al zeker drie jaar. We lachen heel wat af op het forum.  Het toeval wil dat ik uitgerekend vandaag Nietjes bericht over het hoofd heb  gezien: “Ik had net dat blauwe hoedje gekocht waar ik het al eerder over had. Daarna wilde ik boodschappen doen. Je gelooft niet wat ik daar heb meegemaakt. Daar stond een type die gewoon niet aan de kant wilde. Echt een brutale vlegel. En onbeschoft! Hij noemde me een kutwijf, echt waar! Terwijl ik er gewoon met mijn karretje  langs wilde.  Wat lopen er toch agressieve eikels rond op de wereld. Ik  ben blij dat dit forum bestaat. Als de echte wereld er zo uitzag als hier op het forum, dan zou het leven een stuk leuker zijn.  ”

(Deze tekst verscheen eerder in dagblad De Pers)

Recent Entries »