Author Archives: AvG

Agressie zonder aanleiding

Nog geen 10 minuten geleden schreef ik al dat ik een oud floppy van 20 jaar geleden heb gevonden en dat ik in mijn eigen woorden las dat de politiek in Nederland er destijds net zo beroerd aan toe was als vandaag de dag.

Op de flop vond ik ook een stukje over agressie in de maatschappij. Interessant, want dat onderwerp is nu ook nog redelijk actueel. Ik zet mijn bevindingen van 20 jaar geleden hieronder en dan sluit ik het hoofdstuk “teksten van toen” af en ga weer verder met het schrijven van actuele stukken.

Amsterdam, 1994 – Het lijkt toe te nemen. Mensen die agressief reageren zonder dat daar echt een aanleiding voor is. Ik heb het niet over de misdaden die in de krant verschijnen, maar over agressie op een lager niveau. Agressie in het verkeer, in de supermarkt, op de stoep of in de stationshal.

Eerst een paar voorbeelden. Een gedistingeerd uitziende man staat in de rij bij de kassa van Albert Heijn. De vrouw voor hem wil met een giromaatpas betalen. Ze stopt tweemaal achtereen haar pas verkeerd in het daarvoor bestemde apparaat. De caissière doet voor hoe het wél moet. De vrouw lijkt van haar stuk gebracht en moet nu even flink nadenken, omdat ze niet helemaal zeker meer weet wat de cijfers van haar pincode zijn. En dan begint het. De man achter haar smijt min of meer zijn boodschappen op de band. Hij doet een paar passen naar voren en “loopt per ongeluk” tegen de dame voor hem aan. “Schiet eens op, kutwijf”.

Dit was één voorbeeld. Laatst stond in de stationshal een echtpaar op leeftijd.
“Niet doen, niet doen”, schreeuwde de vrouw en probeerde haar man tegen te houden. Maar het was te laat. De oudere man liep achter een slungelige jongeman aan en sloeg hem met zijn paraplu op z’n rug. Het ontaardde in een ordinaire vechtpartij. Mensen stoven aan de kant en lieten de twee mannen met elkaar vechten. De aanleiding van die vechtpartij ben ik niet te weten gekomen, maar het schouwspel zag er belachelijk uit.

En zo lijkt het alsof veel mensen snel geïrriteerd zijn en zich snel agressief opstellen. De grote vraag is nu: “Hoe komt dat?” Het lijkt er op dat mensen meer dan vroeger voor zichzelf willen opkomen, maar daar niet mee weten om te gaan. Het individualisme neemt toe en velen weten niet wat dat nu precies betekent.

“Je moet je óf verdedigend óf aanvallend opstellen. Zo gaat dat tegenwoordig.” Het is de uitspraak van een man die op straat liep en dacht dat het zo werkte.
“Zo is het nou eenmaal”. Aanvallen en verdedigen dus. Mensen hebben elkaar vandaag de dag niet zozeer nodig, ze staan elkaar eerder in de weg. Althans, zo lijkt het. Maar dan blijft de vraag: “Hoe komt dat?” Zijn er te veel mensen op een te kleine oppervlakte? Wakkeren de media het geweld en de agressie aan? Denken mensen dat assertiviteit gelijk staat aan agressiviteit?

Vragen die serieus beantwoord kunnen worden met een wetenschappelijk onderzoek. Er is natuurlijk al veel onderzoek verricht als het gaat om agressie en hoe mensen met elkaar omgaan. Daarom wil ik op mijn manier een antwoord vinden op de vraag “Hoe komt dat?”

Veel duiven verslaafd aan patat van de FEBO

sduAmsterdam kent al sinds mensenheugenis duiven. Ze vormen een onderdeel van het dagelijkse leven in de stad. De stedelingen zijn gewend aan de duiven en dat geldt ook andersom. Je ziet duiven op de tram, in bushokjes, op auto’s en in snackportieken. Onlangs publiceerde Frits van Bremmel een onderzoeksrapport over de duiven in Amsterdam. Een rapport met opmerkelijke resultaten.

Verslaafd
Bioloog en dierenarts Frits van Bremmel valt het op dat de duiven in de stad steeds meer menselijke trekjes vertonen. Ze raken gewond, lopen wat moeilijk, verongelukken onder auto’s en sommige duiven kunnen gewoonweg niet meer vliegen. Die zitten een hele dag maar stom voor zich uit te kijken vanaf het dak van een huis. Maar wat hem het meest opvalt is de groep verslaafde duiven. Ricardo Mousanava, verkoper bij FEBO in de Leidsedwarsstraat, is een van de mensen die in het onderzoeksrapport aan het woord komt. Hij kijkt niet meer op van duiven in zijn zaak. Waar hij echter wel van opkijkt is het gedrag van de duiven. Er tekent zich een vaste groep duiven af die één ding gemeen hebben: patat. “Ik kan ze zo aanwijzen. Het zijn altijd dezelfde. Iedere dag komen ze even binnen en eten wat restjes friet”, aldus Mousava.

Dierenbeul
Behalve patatverkoper Mousava komen er in het onderzoeksrapport nog meer mensen aan het woord die dagelijks met de duiven in de stad te maken hebben. Eén van die mensen is een kwade buurman, die het dagelijks met zijn buurvrouw van drieëntachtig aan de stok heeft. “Iedere dag gooit ze allerlei broodkorsten en appelschillen uit het raam. Nou, dan zit die hele horde duiven weer op de stoep. Maar het is niet normaal. Duiven zijn vogels en vogels moeten zelf voor hun eten zorgen.” De buurman kwam een keer naar buiten om alle etensresten bij elkaar te vegen. “Dan blijkt dat veel mensen niet beseffen dat een duif zelf voor zijn eten moet zorgen. Ik werd bedreigd door allerlei boze buurtbewoners, want ik gunde het oude vrouwtje haar plezier met de duiven niet. Bovendien werd ik voor dierenbeul uitgemaakt. Ik een dierenbeul? Wat dat omaatje doet, dat is het werk van een dierenbeul! Die duiven worden zo vet dat ze amper nog kunnen vliegen.”

Ziektes
Volgens Van Bremmel loopt de gezondheid van de mens gevaar. “De duif is amper nog een dier te noemen. Door de troep op straat zie je dat een toenemend aantal duiven met verwondingen rondloopt. En er heersen de meest vreselijke ziektes onder de duiven. Dat komt door het eetpatroon. Ze eten beschimmeld brood, likken blikjes kattenvoer leeg of pikken een graantje mee uit de uitwerpselen van een hond. Je ziet steeds meer dode duiven op straat. Laatst zag ik een klein jongetje met zijn vinger in zo’n dode duif peuteren. Ik hoef denk ik niet uit te leggen dat zoiets schadelijk is voor de gezondheid van de mens.”

Eend waagt oversteek Vondelpark naar Westerpark

eeeHij heeft er ongeveer een week over gedaan. Eendenvolger Heinrich de Korte uit Amsterdam volgde de trektocht van een ‘Vondelparkeend’ naar het Westerpark op de voet. “Normaal blijven de eenden van het Vondelpark in het Vondelpark en gaan ze nooit naar een ander park toe. Deze eend is een uitzondering. Hij trotseerde de drukke binnenstad en slaagde er in het Westerpark te bereiken.”

Het vertrek
De Korte heeft de hele reis op de voet gevolgd. “Ik loop altijd in parken rond om de eenden te zien. Ik was stomverbaasd toen ik een eend het park uit zag wandelen. Hij had z’n achterkant een beetje omhoog, hetgeen wil zeggen ‘jongens, bekijk het maar, ik ga er vandoor’. Door die speciale houding was mijn aandacht getrokken en liep ik achter hem aan.” De eend wandelde naar de 3e Kostverlorenkade en langs de waterkant rustte hij een dagje uit. “Ik wist op dat moment niet wat hij van plan was. Zou hij weer teruggaan naar het Vondelpark of zou hij hier blijven? Het is toch jammer dat zo’n eend je daar op zo’n moment geen antwoord op kan geven.”

Voorrang
Het verdere verloop van de reis was voor de eend niet geheel zonder risico’s. Een taxichauffeur weet zich de watervogel nog goed te herinneren. “Ik reed in de Kinkerstraat, op weg naar het Leidseplein. Zie ik opeens een eend op de straat. Maar die eend liep niet zomaar de straat over, nee, hij wachtte langs de stoeprand en keek me aan. Ik schrok me rot. Zoiets verwacht je niet. Hij keek zo schuin omhoog. Automatisch trapte ik op de rem om hem voor te laten gaan. Waarom ik dat deed weet ik niet. Voor je gevoel heeft een eend altijd voorrang, hoewel daar volgens mij niets over in de verkeersregels staat.”

Naam
De Korte: “Het was zaterdagochtend, zeven uur. De eend had de nacht doorgebracht in een portiek in de De Clerqstraat. Ik had niet gedacht dat hij bij het ontwaken meteen richting Westerpark zou gaan.” De eend stond bij aankomst in het Westerpark volop in de belangstelling. Enkele tientallen eenden, zwanen, duiven en andere vogels zagen hoe de eend via de Kostverlorenvaart hun park binnen zwom. De Korte kan zich die beelden nog goed herinneren. “Ik heb altijd een fototoestel bij me. Die blik van de eend was prachtig. Moe, maar voldaan, zoiets.” De eend heeft nog geen naam, maar er zijn al veel mensen die een naam voor hem hebben. De Korte heeft een duidelijke mening over de naamgeving. “Het is een eend. Een eend heet geen Dappertje, Pietje of Christoffel. Eenden noemen elkaar niet bij de naam, want daar zijn het eenden voor. Het is typisch iets voor de mens om zo’n eend een naam te geven. Belachelijk gewoon. Daarom vind ik dat die eend geen naam moet krijgen. Een eend is een eend, punt uit.”

« Oudere berichten Recent Entries »