Author Archives: AvG

Advent

Foto: Wikipedia

Foto: Wikipedia

“Om 15:00 uur, is dat goed? Dan drinken we samen een lekkere adventskoffie, branden een kaarsje van de adventskrans en dan wordt het ook al langzaam donker“.

Dat is een behoorlijke flard die ik deze ochtend opvang, losgelaten door een telefonerende voorbijgangster op een brede stoep in Berlijn-Kreuzberg. Ik verdwijn direct uit de werkelijkheid en beland in een gezellige woonkamer waar een dame van een jaar of 80 koffie zet. De koffie drupt in de glazen kan van het koffiezetapparaat. Vervolgens puft het apparaat de laatste restjes water door de filter. De dame giet de koffie in een chique, zilverkleurige thermoskan. Dan loopt ze naar het raam om te zien of de bus er al aankomt, de bus met haar dochter erin. De straat is wit van de sneeuw. Achter het raam giert de wind, die zo nu en dan lijkt te fluiten.

Ja, daar doemen de gele koplampen van de bus al op. De raampjes van het gele voertuig zijn beslagen. Er stapt een dame uit.  Ze herkent haar dochter meteen aan de rood-zwart gebreide muts en de donkerrood gewatteerde jas. Ze zwaait maar haar dochter ziet niets door de stormachtige wind die de fijne sneeuw in haar gezicht blaast. In een woonkamer met de heerlijke geur van verse koffie en het geluid van knisperend hout wacht de dame boven in de woning op haar dochter, die eerder op de dag per telefoon liet weten dat ze langs zou komen om gezellig samen adventskoffie te drinken.

Dan is ze opeens weg, de moeder, de dochter, de woning, de bus en ook de sneeuw. Ik ben weer terug in de werkelijkheid. Het is een grijze, donkere zondag. Ik loop langs een raam met daarachter 1 brandend kaarsje in een adventskrans. Is het in Duitsland gebruikelijker om een adventskrans in huis te hebben dan in Nederland, vraag ik me af. Niemand antwoordt.

Voor mij op de stoep lopen een jonge vader en zijn kleine zoon, ik schat hem een jaar of zes. Ze dragen een in een net gewikkelde kerstboom naar de auto. De boom lijkt nog even te genieten van de horizontale positie voordat hij weer dag in, dag uit met een piek op zijn kruin rechtop moet staan. De achterklep staat omhoog, moeder sms’t haar vriendinnen dat ze eindelijk een boom hebben. Hoe zou iemand reageren die voor de eerste keer op aarde komt en ziet dat mensen bomen kopen, ze vervolgens in de woonkamer zetten en ze dan versieren? Hoe zou die persoon drie of vier maanden later reageren, als hij of zij ziet dat al die bomen worden afgetuigd en in veel gevallen worden verbrand? Dat vraag ik me af op deze dag waarop her en der kaarsjes branden, in adventskransen, maar niemand antwoordt.

Nederlanders schudden met hun hoofd

  • U woont in Nederland?
  • Ik woon in Nederland, helemaal juist.
  • En u was degene die niet meer kon ophouden met het hoofdschudden.
  • Dat klopt.
  • Wanneer begon het?
  • Even denken. Na de eerste discussie over Zwarte Piet bewoog m’n hoofd al automatisch iedere dag een tikje naar links. Dat moet het begin geweest zijn. Pas geleden ging alles in één keer over racisme.
  • Nu doet u het weer!
  • Ja, dat klopt. Volgens mij begon het ook toen die discussie op gang kwam, als je van een discussie kunt spreken. Mensen wisten ineens niet meer wat racisme was, waren ze vergeten. Ja, toen bewoog mijn hoofd ook naar rechts en was het hoofdschudden begonnen. Zoals u nu ook zelf ziet.
  • Ja, het is een vreemd , nou ja, bijzonder gezicht. Het lijkt erop alsof u nee schudt, maar dat is het dus niet?
  • Nee. Ik was bij de dokter en die stelde vast dat de hoofdbewegingen van nee-knikkers langzamer zijn, gedecideerder. Ik schud, schudden gaat volgens mijn arts met snellere bewegingen gepaard dan knikken.
  • Bent u in behandeling?
  • Ik probeer het nieuws te mijden maar dat is bijna onmogelijk. Bovendien wil ik wel gewoon geïnformeerd blijven. Momenteel is dat met het binnenlands nieuws natuurlijk erg lastig. Ik hoop ook niet dat dit tot Oud & Nieuw zo doorgaat. Voor je het weet behoor je tot de SO’s, daar waarschuwde mijn arts nog voor. Daar heb ik absoluut geen zin in!
  • Met de SO’s bedoelt u de pas ontdekte Schouder Ophalers, ook een kersvers fenomeen?
  • Precies, de hele dag de schouders ophalen, dat  lijkt me écht niks. Dat schud ik liever mijn hele leven mijn hoofd.
  • Bedankt voor het gesprek.
  • Graag gedaan.

Verhalen over vertalen

foto01“De figuranten voor de huwelijksscène dienen nu naar de zaal te komen”, klinkt het uit de luidsprekers. Ik kijk om me heen of er mensen opstaan. Niemand. Ik kijk naar de bar en zie nu pas de twee verschillende prijzen bij alle drankjes: één prijs voor de medewerkers en één prijs voor de gasten. Daarom vroeg de barman mij dus  of ik hier vanavond in het Berliner Ensemble aan het werk ging. Ik voelde me vereerd. Hij zag in mij misschien wel een groot acteur. Nu weet ik dat hij dit alleen vroeg om de prijs voor mijn dubbele espresso te kunnen bepalen. Als gast betaal ik € 2,30 in plaats van € 1,70 voor de acteurs, figuranten, decorbouwers en alle andere mensen die hier werken.

De huwelijksscène is onderdeel van Hamlet, het klassieke stuk dat deze avond in de grote zaal wordt opgevoerd. Deze kantine bevindt zich in het souterrain van het gebouw met daarachter de opslagruimte voor de theaterrekwisieten. Naast de kantine bevindt zich het zaaltje met de naam Probebühne. Op deze Probebühne zitten vanavond Cees Nooteboom, de Britse schrijver Adam Thirlwell met schuin achter hem een vertaler en Hans Jürgen Balmes van uitgeverij Fisher Verlag, de uitgeverij van het boek Der Multiple Roman, dat vanavond centraal staat. Het is de Duitse vertaling van het boek Miss Herbert uit 2007. De schrijver zelf  noemt het een opeenvolging van essays, maar Nooteboom vindt dat niet juist. ‘Het is te verrassend voor een essay. Het zijn dus geen essays, maar het is een roman.’ Dat is duidelijk.

Adam Thirlwell  begint dit optreden met het lezen van een stukje uit Miss Herbert. Na afloop merkt Cees Nooteboom op dat het wel aardig zou zijn als iemand ook de Duitstalige versie voorleest. De tachtigjarige dichter is monterder dan ooit, to the point en enthousiast. In zijn hele doen en laten lijkt hij de jongste op het podium. De verraste uitgever knikt verlegen en leest de passage in het Duits voor. Ik heb de indruk dat Nooteboom denkt ‘man, had je dat niet zelf kunnen verzinnen? Het gaat nota bene ook nog om de promotie van de Duitse uitgave’.

Het boek van Thirlwell staat in het teken van de roman en wat er door vertalingen met die roman kan gebeuren. Wat ontstaat er als je een boek vanuit een andere vertaling vertaalt en van die vertaling weer een vertaling in een andere taal maakt. Daar hield Thirlwell zich onder andere mee bezig. Als voorbeeld behandelen Thirlwell en Nooteboom een tekst van de Nederlandse schrijver van zeer korte verhalen A.L. Snijders. Nu begrijp ik pas waarom op alle zitplaatsen twee geniete blaadjes liggen met daarop het verhaal ‘Geluk’ van Snijders, in meerdere talen weergegeven. Thirlwell vraagt of Cees Nooteboom het zeer korte verhaal in het Nederlands wil voorlezen. De dichter springt geen gat in de lucht en waarschuwt bovendien dat het Nederlands een taal is die veel Duitsers met een “Halskrankheit” associëren. ‘Ik antwoord daar dan altijd op, dat wij de Duitse taal als ons meest verspreide dialect beschouwen.’

Cees Nooteboom leest het verhaal in het Nederlands voor. Voor mij is het een vreemde gewaarwording om midden in Berlijn Cees Nooteboom een verhaal van A.L. Snijders te horen voorlezen. Volgens Nooteboom is Snijders in Nederland een bekende schrijver door zijn zeer korte verhalen. ‘Men is vandaag te lui om wat langere teksten te lezen’ of woorden van gelijke strekking hoor ik hem er zachtjes achteraan mompelen. De mensen op de voorste rij lachen begripvol.

Adam Thirlwell leest vervolgens de Engelstalige versie van het verhaal voor en Hans Jürgen Balmes neemt de Duitstalige versie voor zijn rekening. Op het blad staat nog een tweede Engelstalige versie, gebaseerd op de Duitse vertaling. Tussen de twee Engelstalige vertalingen zie je al meteen verschillen optreden. Snijders schreef dat het hoofdpersonage Kees Otten les gaf ‘onder de balken’. De zin luidt: “Voor Kees Otten moest je tien trappen op, hij gaf les onder de balken.” Lydia Davis vertaalde dit met  “For Kees Otten you had to go up ten flights of stairs, he gave the lessons under the rafters.” De Duitse vertaler Peter Stamm las de Engelse versie en schreef vervolgens “Um zum Haus von Kees Otten zu kommen, musste man ein Dutzend Stufen emporsteigen. Die Flötenstunden fanden im Garten statt in einer von Weinreben überwachsenen Laube.” Tja, in de laatste Engelstalige vertaling gaf Kees Otten dus les in de tuin in plaats van onder de balken, “The flute lessons took place in the garden directly in front of a leafy grape arbor.” Cees Nooteboom merkt op dat alleen al de titel niet eenduidig is. In het Nederlands luidt deze “Geluk”. Dat is in het Duits “Glück”, maar de vertaler koos “Zufall”. Daardoor luidde de titel in de laatste Engelstalige vertaling “Happenstance” en in de eerste Engelstalige vertaling “Luck”.

Zelf weet ik dat je over vertalen eindeloos kunt discussiëren. Deze avond komen een aantal leuke aspecten over het vertalen van een roman aan de orde. Het is genieten geblazen als Cees Nooteboom zo nu en dan wat anekdotes de zaal in slingert. Ik wist bijvoorbeeld niet dat hij de Engelse vertaling van Hermans’ De donkere kamer van Damokles ooit aan zijn goede vriendin en tevens bekende Amerikaanse schrijfster Mary McCarthy liet lezen om haar te laten zien wat de Nederlandse literatuur zoal te bieden heeft. McCarthy antwoordde dat ze het boek niet kon lezen, omdat ze vertaling zo slecht vond. Dat is natuurlijk interessant. Nooteboom confronteerde de vertaler met deze opmerking. Die antwoordde beledigd dat een slecht vertaald boek van Dostojewski toch een echte Dostojewski blijft. Tja, een nieuw discussiepunt.

Bij de anekdotes kwam ook Harry Mulisch ter sprake. In De aanslag wordt een Joods kind opgepakt door de Duitse SD. De Amerikaanse vertaalster vertaalde ‘SD’ met “Social Democrats”.  Aai! Ook interessant zijn de idiomatische verschillen bij het vertalen. Een Duitse vertaalster vroeg eens aan Cees Nooteboom wat wij Nederlanders bedoelen als we “Nägel auf niedrigem Wasser suchen”. Als Cees Nooteboom uitlegt wat de betekenis is, reageert de vertaalster verrast. “Waarom dan op laag water? Op hoog water is het toch nog veel moeilijker om spijkers te zoeken?”

Nog één anekdote. De eerder genoemde Mary McCarthy vertelde aan Cees Nooteboom dat het belangrijk is dat je ook de vertaling van je eigen boeken leest. Nooteboom las vervolgens een keer in een Duitse uitgave van zijn verhaal dat de ooievaars die hij op de kerktoren had gezien in de Duitse versie in struisvogels waren veranderd. De Nederlandse schrijver confronteerde de vertaalster hiermee, want wat doen dieren die niet kunnen vliegen op een kerktoren? De vertaalster voelde zich beledigd. Nooteboom noemde met opzet de naam van de vertaalster niet. Het is in ieder geval niet de vaste vertaalster Helga van Beuningen, over wie hij altijd vol lof spreekt en met wie hij al jaren lang samenwerkt.

OP deze avond kwamen ook aloude vragen over de inhoud en de stijl ter sprake. Voor de literaire vertalers was het jammer dat er geen literair vertaler op het podium zat, want soms klopte het beeld niet helemaal met de realiteit. Het is niet zo dat een vertaler uit een land met een taal die wereldwijd weinig wordt gesproken heel veel meer geld verdient dan een vertaler uit een land met een taal die wereldwijd veel wordt gesproken. Dat vertelde mij Rainer Kersten na afloop. Hij zat voor mij. Ik sprak hem aan, omdat ik hem herkende van een eerder gehouden vertalerssymposium in Gent. Rainer Kersten is de vaste vertaler van Arnon Grunberg. Hij vond deze avond dan wel aardig, maar was niet echt “begeistert”. Volgens hem had er dus wel een literair vertaler bij mogen zitten om aan te geven hoe het leven van de literair vertaler er vandaag de dag uitziet. Zelf vond ik de avond geslaagd, mede door het optreden van Cees Nooteboom en zijn aanstekende enthousiasme voor literatuur.

Der Multiple Roman

Recensie van “Miss Herbert” in The Guardian”

« Oudere berichten Recent Entries »