Author Archives: AvG

Don’t mess met Erik de Viking

Vandaag staat er boerenkool met worst op het menu. Dat betekent dat tien minuten voor opening van het personeelsrestaurant de eerste bezoekers al een plaatsje voor het rolluik bemachtigen. Om 12:00 uur precies stroomt het verplegend en administratief personeel van het ziekenhuis naar binnen. Voor de dames van het restaurant is dit lopende band werk. Eén vrouw kwakt de boerenkool op het bord, de andere  vrouw knalt er een worst naast en een derde dame vraagt met de lepel in haar hand of je er jus bij blieft.

Het is iedere winter hetzelfde ritueel. Heb je alles goed en wel op je plateau, dan is het afrekenen en smullen geblazen. Dat dacht Erik van de ICT-afdeling ook. Voor hem was het alleen iets minder smullen dan hij had verwacht.

“Daar kan nog wel een schepje bij”,  zei hij tegen Sylvia, die hem net een portie boerenkool had gegeven.
“Niet zeuren, jongen”, zei ze met een onvervalst Amsterdams accent.
“Ik wil nog een beetje!”
“Nou, je hebt het gehoord. Doorlopen, jongen”, bemoeide nu iemand uit de rij zich er mee. Het was een chirurg die honger had.
“Ik krijg je nog wel, trut”, riep Erik. Zoiets moesten ze hem niet flikken. “Niet bij Erik de Viking”, dacht hij en in gedachten bekeek hij zijn stoere avatar. Erik de Viking was een held op alle gamesites, wereldwijd! Erik de Viking uit the Netherlands, daar spot je niet mee!

13:00 uur. In het personeelsrestaurant rolt onverwacht het rolluik naar beneden.
“Hé, het is nog geen 14:00 uur. Wat is dit?”,  roept Sylvia.
“De kassa doet het niet meer”,  roept collega Els.
Piepers gaan af, mobieltjes trillen in broeken en op tafels. Overal treden computerstoringen op, niks doet het meer. Al snel heeft iedereen het er over; het ziekenhuis ligt onder vuur van een groep hackers. Op de computerafdeling rennen managers in en uit.
“Waar is Erik!”, roept de afdelingsmanager.
“Na het eten moest hij nog even weg. Hij zou over een uurtje weer terug zijn.”

Om 14:00 uur keert de rust in het ziekenhuis weer terug, nadat op de computerafdeling de volgende melding binnenkwam: “Don’t mess with the boerenkool, if you know what I mean, Sylvia!”,  ondertekend door “The Anonymous Eaters”.

Pluk de dag

Opgejaagd door een ministersauto die per se 130 km/uur wilde rijden, was ik op weg naar het volgende stadje. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik hoe de minister in koeienletters  130 op een stuk papier schreef, het blad omhoog hield en er driftig op wees. Ik liet me niet intimideren en reed met 120 km/uur de snelweg af, op weg naar het dichtstbijzijnde postagentschap. Er lag immers een treinreis naar Amsterdam in het verschiet en ik wilde ik mijn OV chipkaart alvast opladen.

“Is het een persoonsgebonden of een anonieme kaart, mijnheer?”, vroeg de baliemedewerker.
“Anoniem, vorige maand in Amsterdam uit pure nood uit een automaat getrokken. In de hoofdstad bleek het tijdperk van de strippenkaarten al lang voorbij”,  antwoordde ik.
“Bij de Primera kunt de persoonsgebonden kaart opladen, een anonieme kunt u niet opladen. Die kunt u gewoon weggooien als er geen saldo meer opstaat.”
“Maar die kaart kostte vijf euro, zonder saldo. En die moet ik dan gewoon weggooien?”
De baliemedewerker fronste zijn wenkbrauwen. Hij twijfelde.
“Zo’n kaart ken ik niet.” Dat was zijn antwoord. “Ik  ken alleen de persoonsgebonden kaart en de kaart die niets kost en je na gebruik weggooit. Bovendien doen wij ook niet aan bussen en zo. “
Ik knikte. Mijn hoop was op de Primera gevestigd. En wat een geluk. In deze boekenzaak kon ik in een automaat zonder problemen mijn anonieme ov –chipkaart opladen.
“Doe meteen maar een treinkaartje naar Amsterdam”,  zei ik opgewekt.
“We verkopen geen treinkaartjes. Dan moet u bij het postagentschap zijn. We doen ook niet aan treinen en zo.”

En daar stond ik weer, nu enigszins verward, in het postagentschap. Al mijn hoop was nu op deze baliemedewerker gevestigd. Zou hij treinkaartjes verkopen of niet, dacht ik en zag in mijn gedachten de stations met loketten waar treinreizigers ooit kun kaartjes kochten. Dat je op 40-jarige leeftijd al zo denkt, dat geeft te denken.

“Treinkaartje?”, vroeg ik voorzichtig.
De baliemedewerker  glunderde.
“Geen probleem.”
Ik sprong een gat in de lucht, omhelsde de oudere dame die achter me stond en stak juichend mijn armen omhoog. Ik had alles, een opgeladen ov chipkaart én een treinkaartje.  Pluk de dag!!

De gedaanteverwisseling

Kafka lezing fotoIn een uitverkochte bovenzaal van het Goethe-Institut staan vanavond het boek De gedaanteverwisseling en de schrijver Frans Kafka centraal. Cor de Back, voorzitter van de Stichting Nederlandse Kafka-Kring, noemt Kafka één van de belangrijkste schrijvers in de wereldliteratuur. De Franse schrijver Gustav Flaubert ziet hij als een bloedverwant van de auteur die vooral bekend werd door zijn romans Het Proces en Het Slot. Daarnaast valt de naam van de Deense filosoof Kierkegaard meermaals als inspiratiebron voor Kafka. Nu we toch namen aan het noemen zijn: volgens Cor de Back las Kafka graag de werken van Dostojewski en Shakespeare. Als ook Goethe en Kleist de revue hebben gepasseerd, eindigt De Back met  een opsomming van Nederlandse schrijvers die volgens hem beïnvloed waren door Kafka. Hij noemt onder andere Bordewijk, Hermans en Willem Brakman.

Frits Abrahams, columnist en redacteur bij NRC-Handelsblad, begint zijn betoog met het noemen van de boeken die over Kafka zijn geschreven zoals bijvoorbeeld de biografie van Max Brod. Daarna memoreert hij aan de Tsjechische auteur Gustav Janouch, die in 1949 het boek Gesprekken met Kafka schreef. Abrahams legt uit dat Janouch veel met Kafka had gesproken, maar dat hij twijfelt aan de authenticiteit van het boekje dat Janouch in 1949 schreef. Frits Abrahams vertelt dat hij ook de brieven van Kafka heeft gelezen en dat daaruit in zijn ogen een beeld ontstaat van een gekwelde persoon die gebukt gaat onder de nodige problemen in relaties met vrouwen. Hij noemt de vrouwen met wie Kafka kortstondige relaties onderhield. Dora Diamant ziet hij als de vrouw met wie Kafka de innigste band had. Frits Abrahams eindigt zijn betoog met het thema seksualiteit. Franz Kafka zou volgens hem geregeld prostituees hebben bezocht. In één van de boeken over Kafka wordt geschreven over de vondst van pornografische tekeningen. Die zijn inderdaad gevonden maar vandaag de dag zouden die tekeningen eerder als karikaturaal bestempeld worden.

Dan is het woord aan de bioloog en schrijver Midas Dekkers, die zijn verhaal begint met de vraag of niet iedereen wel eens iemand anders zou willen zijn. Op humoristische wijze legt de bekende bioloog uit dat we, als we ’s ochtends opstaan, al zijn veranderd in vergelijking met de persoon die we overdag waren. Vervolgens noemt hij de rups  die na verloop van tijd ineens geen rups meer is. Het publiek lacht, de toon is gezet. Midas Dekkers maakt het bruggetje naar Die Verwandlung. Hij noemt de beroemde eerste zin waarin Gregor Samsa zu einem ungeheueren Ungeziefer verwandelt.  Het woord Ungeziefer is door veel vertalers op uiteenlopende manieren vertaald. Kever, kakkerlak, ondier. De juiste vertaling is ongedierte, dus zoiets als een kever of een kakkerlak.

Dekkers neemt het publiek mee op de zoektocht naar het soort dier dat Franz Kafka beschrijft. “Een insect heeft zes poten, dat hebben we allemaal op school geleerd“, vertelt hij. Aangezien de hoofdpersoon problemen heeft met de vele poten sluit hij een insect uit. Dekkers sluit vervolgens ook de duizendpoot of de honderdpoot uit, omdat die een andere vorm hebben dan in het boek beschreven staat. Na veel grappige uiteenzettingen rest voor Midas Dekkers maar één conclusie: Gregor Samsa was veranderd in een pissebed. Hij verdedigt zijn vondst met drie punten:

1) Met de breedte van de pissebed paste hij onder de canapé
2) Hij wordt dikker na het eten. Een kever bijvoorbeeld niet.
3) Hij droogt uit aan het einde van het verhaal.
4) Last van ademhaling hebben is ook typisch voor een pissebed.

Midas Dekkers sluit zijn betoog af door te zeggen dat er zo’n 4.000 soorten pissebedden bestaan. De nieuwe soort uit het boek van Kafka doopt hij deze avond met de naam “Rentokillus kafkaensis”

De schrijver en vertaler Willem van Toorn zet zijn opvattingen over Kafka uiteen. Hij noemt als eerste de humor die je in Kafka’s boeken terugvindt. “Het lijkt wel of er bij Kafka een verbod op humor geldt,” vertelt hij. Van Toorn noemt in dit verband de schrijver K. Schippers die net als hij ook de lichtheid van Kafka ziet. Sommige scènes lijken volgens hem precies op scènes uit een slapstick film en Kafka bezocht in zijn tijd vaak de bioscoop waarin films van Charlie Chaplin draaiden. Van Toorn geeft toe, de schrijfstijl van Franz Kafka is droog. Hij schrijft zakelijk over onmogelijke gebeurtenissen. Zo is volgens hem het woord Kafkaiaans ontstaan. Volgens Willem van Toorn was het ook geen gangbaar Duits maar was het wel helder. Een ander opvallend stijlelement noemt hij het feit dat Kafka halverwege een zin opeens een andere wending neemt. Van Toorn refereert ook nog even aan het Ungeziefer in de eerste zin. De Britse vertaler Pasley  noemde het een “monstrous insect”. Destijds stond Kafka erop dat op het kaft van het boek Die Verwandlung geen dier afgebeeld mocht worden.

Van Toorn spreekt ook over de gevaren bij vertalingen van Kafka. Bijvoorbeeld het gevaar dat je als vertaler zaken aan de lezer probeert uit te leggen. De neiging om wonderlijke zinnen glad te strijken. Hij noemt als voorbeeld de zin “Er ging ein Nachtlager suchen” uit “Het Slot”. Volgens Van Toorn gaat het hierbij om een slaapplaats. Een andere vertaling rept over een “onderkomen voor de nacht”. Met deze laatste vertaling was Van Toorn het niet eens. Tenslotte noemt hij de kritiek op zijn vertaling van de zin “auf dem schon langsam gewordenen Schiff” uit het boek “Amerika”.  Hij vertaalde de zin met “het langzaam gewordende schip” en vindt dat nog steeds een juiste vertaling.

Het slotonderdeel van de avond is een podiumdiscussie tussen Willem van Toorn en Cor de Back. Laatstgenoemde daagt de vertaler uit en vraagt waarom hij vindt dat Kafka tot de humoristische schrijvers uit Praag behoort. Van Toorn zegt dat hij in Amerika meer humor ziet dan de meeste andere mensen. In de discussie gaat het ook over de manier van vertalen. Cor de Back noemt Kafka ook wel de “aber-schrijver”, omdat hij zo vaak het woordje “aber” gebruikt. Cor de Back vraagt aan Van Toorn hoe hij dat met vertalen doet. Als Kafka zes keer achter elkaar aber schrijft, vertaalt hij dat dan ook zes keer met “maar”? Van Toorn knikt. “Ik vertaal wat er staat”,  is zijn stelling.

Er komt een tweede vertaling van Die Verwandlung? Waarom? Van Toorn legt uit dat hij de eerste vertaling samen met Gerda Meijerink maakte. Ieder vertaalde een deel. Teruglezend ziet Van Toorn de vele compromissen in de vertaling. Om die reden wil hij er nu eentje helemaal alleen maken. Deze vertaling is inmiddels verschenen (2012).

« Oudere berichten Recent Entries »