Deze week is dé gelegenheid kennis te maken met “Op het verkeerde been gezet”, want je krijgt er het Boekenweekgeschenk er natuurlijk gratis bij.
“Op het verkeerde been gezet” telt maar liefst 122 pagina’s leesplezier. Ontdek spreekwoorden die je nog niet kende. Lees daarnaast het leerzame interview met de taalkundige dr. R. Reinsma over het ontstaan van spreekwoorden en gezegdes.
Tenslotte bevat het boek een interessante eigen bijdrage over de de wereld van de spreekwoorden en gezegdes. Hier komen o.a. de Bijbel, Erasmus, het schilderij “De blauwe huik” van Brueghel en Remco Campert in voor.
Bezoek de boekhandel in de buurt en bestel het boek in de Boekenweek 2023!
De arrondissementsrechtbank van Berlijn verbiedt de actuele publicatie van het literaire tijdschrift Sinn und Form. Aanklager was Frank Berberich, uitgever van Lettre International. Zijn verwijt: de overheidssubsidie van culturele tijdschriften beschadigen het grondbeginsel van publicitaire gelijke behandeling en maakt de weg vrij naar een “staatspers”. De boete bij een overtreding bedraagt 250.000 euro.
De uitgever van het tijdschrift Sinn und Form is de kunstacademie in Berlijn (Akademie der Künste). Volgens de Akademie klaagt Berberich aan, omdat hij tijdens de pandemie geen financiële steun van de staat heeft gekregen. De Akademie der Künste zou hebben aangeboden solidair met andere tijdschriften samen te werken om Lettre International te helpen.
De adviescommissie van Sinn und Form noemde de actie van Berberich een aanval “op de verscheidenheid van het literaire leven” en sprak van een poging om “een tijdschrift dat rijk is aan traditie en internationaal zeer gerespecteerd wordt” te elimineren.
Talrijke prominenten uit de literaire en culturele wereld hebben zich reeds als eerste ondertekenaars aangesloten bij een verklaring van de adviescommissie waaronder Daniel Kehlmann, Eva Menasse, Ulrich Matthes, Uwe Timm, Jenny Erpenbeck, Marcel Beyer en Andreas Dresen (bekijk hier de lijst).
Naast Sinn und Form heeft Frank Berberich ook de tijdschriften Kulturaustausch van het culturele “Institut für Auslandsbeziehungen” en het online tijdschrift LCB diplomatique van het Literarisches Colloquium Berlin aangeklaagd.
Het is vandaag Gedichtendag én het is vandaag precies 70 jaar geleden dat in zijn geboorteplaats Den Haag de Nederlandse dichter Martinus Nijhoff overleed.
Een van zijn beroemde gedichten is Awater. De eerste uitgave verscheen in 1934 als slotgedicht van de bundel Nieuwe gedichten bij Em. Querido’s Uitgeverij in Amsterdam. Daarna is het vele malen herdrukt, ook als aparte uitgave.
In ruim 270 regels wordt de zoektocht beschreven van iemand die na het overlijden van zijn broer op zoek is naar een reisgenoot en die denkt te vinden in de naamloze man die op zijn werk Awater wordt genoemd. Het motto van het gedicht is: “ik zoek een reisgenoot”.
Volgens Wikipedia bestaan er vele interpretaties van het gedicht, maar “men is het er wel over eens dat het een gevoel van stadse benauwenis én een verlangen naar verre, exotische streken uitdrukt”.
Eén van de mooiste gedichten van Nijhoff vind ik “Het kind en ik”. Ik heb de tekst in 1997 voorgelezen op een podium in Palma de Mallorca. Lluís Gavaldà, de organisator van die poëzieavond, wilde dat ik een eigen gedicht zou voordragen, maar daarvoor vond ik het nog iets te vroeg. Ik legde hem uit wat de strekking was van het gedicht. Hij vond het prachtig. Dat ik het gedicht in de Nederlandse taal zou voorlezen, dat vond hij geen probleem. “Het publiek begrijpt het ook zonder de taal te kennen,” legde hij uit. “Het gaat om de klanken, poesía es música”.
Voordracht “Het kind en ik” in Palma de Mallorca
HET KIND EN IK
Ik zou een dag uit vissen, ik voelde mij moedeloos. Ik maakte tussen de lissen met de hand een wak in het kroos.
Er steeg licht op van beneden uit de zwarte spiegelgrond. Ik zag een tuin onbetreden en een kind dat daar stond.
Het stond aan zijn schrijftafel te schrijven op een lei. Het woord onder de griffel, herkende ik, was van mij.
En toen heeft het geschreven, zonder haast en zonder schroom, al wat ik van mijn leven nog ooit te schrijven droom.
En telkens als ik even knikte dat ik het wist, liet hij het water beven en het werd uitgewist.
Gedicht van Martinus Nijhoff (1894 – 1953) uit 1934 Uit: Dichters van deze tijd (bloemlezing), tweeëntwintigste druk door Paul Rodenko, 1969
Los poetas en Palma de Mallorca
Lees ook: De geluidsinstallatie. Een bijdrage uit 2015. Destijds bevond ik me in de bevoorrechte positie enkele dagen samen te mogen werken met twee grootse dichteressen, te weten Maud Vanhauwaert en Nora Gomringer.