Category Archives: Varia

Fabrieksverkoop van afgekeurde producten is in Duitsland heel normaal

Fabrieksverkoop Halloren in Halle (Saale)

Veel Duitse consumenten vinden het niet meer dan normaal dat een koek – of chocoladefabriek ook “breukwaren” (Bruchware) verkoopt. Bij breukwaren gaat het niet altijd over producten die kapot zijn. Daarom wordt ook de term “2e-keus (2-Wahl) gebruikt voor bijvoorbeeld seizoensafhankelijke producten zoals paaseieren of kerstkransjes, die tegen een sterk gereduceerde prijs tijdens de zomermaanden worden aangeboden.

Situatie in België
In België is het niet gebruikelijk om dergelijke breukwaren aan de consument te verkopen. “Hier is geen verkoop van beschadigde koeken”, laat Cindy Patijn van de consumentendienst van Lotus Bakeries in Lembeke weten. “ Wij brengen enkel producten op de markt die beantwoorden aan onze strenge kwalitatieve normen. Hiertoe hebben alle fabrieken verbetertrajecten doorgevoerd (procesoptimalisatie) om het uitvalpercentage tot een minimum te beperken. Van de resterende uitvalstromen kunnen sommige intern verwerkt worden, andere zijn “verloren” en gaan naar de veevoeding.” Ook bij de Belgische biscuiterie Jules Destrooper gaan er wel eens koekjes kapot, maar die worden niet verkocht. “Deze koekjes worden gebruikt in andere toepassingen, bv. ijs met Jules Destrooper koekjes”, legt Frederik VanNuffel uit, marketingmanager van Jules Destrooper.

Situatie in Nederland
In Nederland verkocht fabrikant Verkade ruim 20 jaar geleden voor het laatst beschadigde waren. Deze breukwaren noemde men in Nederland matschudding. Vandaag de dag is de bedrijfswinkel alleen toegankelijk voor het eigen personeel en familieleden van het personeel.

Supermarkt
Grote Duitse fabrikanten van koek en chocolade zoals Stollwerck, Bahlsen en Griesson-de Beukelaer beschikken over een eigen keten met winkeltjes die breukwaren verkopen. Wie één van de 18 fabriekswinkels van Bahlsen binnenstapt, waant zich in een Aldi supermarkt, met alle verpakkingen op pallets uitgestald. Bij de ingang staan de winkelwagentjes, die je ook bij de normale supermarkt aantreft. Wie een blik op de borden bij de producten werpt, ziet dat dit een zogenaamde “Fabrikverkauf” is. Op het bord, waar je in een supermarkt de aanbieding van de week zou verwachten, staat duidelijk aangegeven of het product “2e keus” of “1e keus” is. De 2e keus-producten zijn het voordeligst. Aan de 1e-keus producten mankeert helemaal niets. Ze worden hier tegen de minimale verkoopprijs aangeboden, die vaak lager ligt dan in de supermarkt.

Fabrieksverkoop Griesson-de Beukelaer in Wurzen.

Fabrieksverkoop Griesson-de Beukelaer in Wurzen.

Terwijl Bahlsen haar voordelige producten op pallets in een kale ruimte uitstalt, besteedt fabrikant Griesson-de Beukelaer opvallend meer aandacht aan de fabrieksverkoop. Sinds augustus 2012 staat de fabriekswinkel in de binnenstad van het Duitse stadje Wurzen. Daarvoor vond de verkoop van breukwaren op het fabrieksterrein plaats, net buiten het stadscentrum. De nieuwe fabriekswinkel is met 600 vierkante meter niet alleen zeer groot, hij oogt ook als een echte, luxe supermarkt. Hier liggen 200 verschillende producten uitgestald. Het zijn voornamelijk koekjes, chocolaatjes en hartige snacks van bekende merken zoals De Beukelaer, TUC en Griesson. Tussen de schappen nodigen plastic stolpen met daaronder koekjes en chocolaatjes de klant uit om de producten te proeven. In deze fabriekswinkel bestaat het grootste deel van het assortiment bestaat uit 2e keus-producten, dus breukwaren.

Pralines
Ook bij kleinere bedrijven in Duitsland is de verkoop van breukwaren een begrip. Zoals bij het familiebedrijf Sawade in Berlijn, dat al meer dan 130 jaar pralines en andere chocoladeproducten produceert. Pralines van Sawade worden in delicatessenwinkels en luxe warenhuizen in en rondom Berlijn verkocht. De breukwaren liggen in het kantoorgedeelte van de fabriek. De klant komt niet verder dan een loket, waar hij zijn bestelling kan opgeven en meteen meenemen. Aan de andere kant van het loket liggen de verpakte breukwaren, gesorteerd in zakjes van 250 gram. De verkoopmedewerker heeft de bestellingen op die manier altijd binnen handbereik. “Dit concept hebben we gekozen, omdat we op die manier een direct contact met de klant hebben. Je kunt uitleggen wat er in een bepaalde praline zit en je kunt de klant adviseren”, vertelt mevrouw Horn, woordvoerster van Sawade. De prijs van de zakjes met 250 gram pralines bedraagt € 4,50. Dat is bij deze exclusieve pralines een behoorlijk prijsvoordeel, want de reguliere prijs ligt tussen de € 3,95 en € 5,25, voor 100 gram.

Breukgevoeligheid
De vraagt ligt voor de hand; wat mankeert er aan de goedkope praline van Sawade? Mevrouw Horn: “Optisch moet het perfect zijn. Als er een amandel scheef opligt of het krokante schijfje ligt er verkeerd om op, dan belandt de praline bij de breukwaren. Onze kwaliteitseisen zijn erg hoog. Soms is er ook sprake van overproductie. Om de machine optimaal te benutten, moet je een bepaalde hoeveelheid opmaken. Als er van de 100 kilo nog 2 kilo overblijft, dan gaat er ook een deel naar de breukwaren.” Een belangrijke factor bij het ontstaan van de “net niet perfecte” pralines, is het feit dat een groot deel van de productie met de hand wordt vervaardigd. “Wij maken bijvoorbeeld eerst een pastei van 250 gram eindgewicht. Dit ronde stuk chocolade bestaat uit verschillende laagjes zoals lichte noga, donkere noga, marsepein, een truffelmassa en een krokant laagje. Dat wordt allemaal met de hand gesneden. Uiteindelijk ontstaan originele, met de hand gemaakte pralines. Mensenhanden maken ook wel eens fouten. Als ik chocolade in een vorm giet, dan kan er natuurlijk niet zo veel mis gaan. Hier is elke praline een individueel gemaakt product en daardoor breukgevoelig.”

Welke mensen nu specifiek breukwaren kopen, dat is volgens haar moeilijk te zeggen. “We doen hier niet echt onderzoek naar en vragen hoe oud de mensen zijn. Maar we zien die klanten natuurlijk wel. Laat ik het zo zeggen; de jongeren zijn minder vertegenwoordigd. Dat ligt waarschijnlijk ook aan de prijs. Iemand rond de 20 jaar verbindt meestal nog niet de kwaliteit met de prijs.”

Chocozoenen
Het Duitse bedrijf Storck biedt haar beroemde Dickmann’s chocozoenen als breukwaren aan. Deze “Dickmanns” tegen gereduceerde prijs liggen enkel en alleen in de Flohstrasse in Berlijn uitgestald. Binnenkort opent in het plaatsje Ohrdurf een tweede verkooppunt haar deuren. “Het betreft hier enkel de chocozoenen die een licht optisch gebrek hebben”, vertelt Bernd Roßler, woordvoerder van Storck. “Bijvoorbeeld als de met chocolade overgoten schuimmassa niet perfect op het wafeltje zit maar er scheef op staat, als een soort scheve toren.” Het prijsverschil met de chocozoenen in de supermarkt is aanzienlijk. Bernd Rößler: “In het winkeltje in Berlijn kost een verpakking met 40 chocozoenen € 3,30. De normale “Super Dickmanns”-verpakking met 9 chocozoenen wordt tegen verschillende prijzen aangeboden. Op die prijs hebben wij geen invloed. Maar deze normale verpakkingen worden in de aanbieding wel eens voor € 1,41 verkocht. De gemiddelde verkoopprijs bedraagt € 1,65.”

web_breuk03

Fabrieksverkoop Ritter Sport

Museum en outlet-shops
Het aanbieden van breukwaren is ook een mogelijkheid om de klant meer informatie over het bedrijf en het product te geven. De chocoladefabriek Delitzscher in Halle, die als breukwaren vooral chocoladeproducten met overtollig veel vetrijp aanbiedt, heeft naast haar fabriekswinkel ook een museum neergezet. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat deze direct aan de winkel grenzende ruimte met slechts een aantal informatieve panelen over chocolade nauwelijks het predicaat museum verdient. Iets verderop, ook in Halle, staat een heus chocolademuseum bij chocoladefabrikant Halloren. Op deze plek bevindt zich ook een luxe ingerichte winkel met een breed assortiment breukwaren van het bedrijf.

Sommige bedrijven bieden hun nieuwe waren in zogenaamde outlet-shops aan. Deze winkels lijken op de fabriekswinkels maar in het assortiment bevinden zich geen breukwaren. De Zwitserse chocoladefabrikant Lindt heeft bijvoorbeeld diverse outlet-shops in Duitsland, waar alleen producten worden verkocht die ook in andere winkels te koop zijn. De breukwaren van Lindt liggen echter in de “Fabrikverkauf” in Aken. Hetzelfde concept hanteert Ritter. In Berlijn verkoopt Ritter in haar chocolade outlet-shop producten tegen een gunstige prijs, maar hier is geen sprake van fabrieksverkoop. De fabriek van Ritter staat namelijk in Waldenbuch. In dit stadje staat de fabriekswinkel waar Ritter ook haar breukwaren tegen sterk gereduceerde prijzen aanbiedt.

Dit artikel verscheen 2012, in licht aangepaste vorm, in het Belgische vakblad Brood & Banket.

Welke Europese steden zijn goedkoop, welke duur?

Berlijn eindigde in de middenmoot

Berlijn eindigde in de middenmoot

De ADAC (Allgemeine Deutsche Automobil-Club e.V. en de grootste autoclub van Duitsland) testte in 20 steden in 18 Europese landen de extra kosten voor de vakantieganger. Een gunstige vlucht en een goedkoop treinkaartje is snel geboekt, een passende huisvesting snel gevonden maar eenmaal ter plekke kunnen de kosten hoog oplopen.

Methode
Hoe ging men te werk? De testpersonen checkten de prijzen van normale producten en normale dienstverleningen en verdeelden die in vier categorieën. In de categorie gastronomie werd bijvoorbeeld gekeken naar de prijs van een pastagerecht, patat-frites en coca cola, bij de categorie  gezondheid&verzorging naar de prijs van tandpasta en aspirines. Ook kocht men overal een kaartje voor de metro of bijvoorbeeld de dierentuin..

Verschillen
De verschillen waren groot. Voor een toeristische rondrit door de stad betaal je in de Sloveense stad Ljubljana € 4,00, in Londen bijna negen keer zo veel. Een bezoekje aan de dierentuin kost in Londen € 29,00, in Belgrado € 3,50. En zo zijn er meer opvallende verschillen. Een cappuccino tussendoor kost in Boedapest gemiddeld € 1,30, terwijl je hier in Parijs € 5,30 voor op tafel moet leggen.

Slotsom
De ADAC komt tot de conclusie dat vijf steden zich ‘zeer gunstig’ mogen noemen. Dat zijn Belgrado, Zagreb, Ljubljana, Praag en Boedapest. Dan volgt het predicaat ‘gunstig’ voor Luxemburg en München. Lissabon en Berlijn worden met ‘gemiddeld’ beoordeeld. Tot de dure steden behoren Wenen, Luzern en Rome. Tot slot volgen de zeer dure steden met als allerduurste Oslo, vooraf gegaan door Parijs, Londen, Kopenhagen, Madrid, Barcelona en Amsterdam.

Winkelwagentje
In iedere stad keek men dus naar de prijzen van hetzelfde winkelwagentje met producten en dienstverleningen. In Belgrado bedroegen de kosten voor dit winkelwagentje slechts €41,46. Dat is extreem goedkoop als je die kosten vergelijkt met  Oslo, de stad die als duurste uit de bus kwam met € 152,54 voor hetzelfde winkelwagentje. Berlijn eindige met €104,00 in de middenmoot, Amsterdam was met €123,93 de eerste stad met de kwalificatie ‘zeer duur’.

Bekijk de lijst op de website van de ADAC

Toevalleren in Berlijn

De bekende Berlijnse toren wilde weer eens in beeld.

‘Dat gaat vandaag niet meer lukken’, vertelt de vrouw achter het loket, ‘de nummertjes zijn op.’
Mijn Duits is goed genoeg om te begrijpen dat dit wel een heel merkwaardig antwoord is op mijn vraag waar ik in dit stadsdeelkantoor een inschrijvingsbewijs kan halen. Dat heb ik nodig om binnenkort bij de Nederlandse ambassade mijn paspoort te laten verlengen. De  Anmeldebestätigung voor Kreuzberg heb ik wel maar volgens de richtlijnen van de ambassade mag deze niet ouder dan zes maanden zijn.

‘Dan moeten er nieuwe nummertjes in’, opper ik. Ik ken die apparaten nog uit de tijd dat ik pas in Berlijn woonde en me overal moest aanmelden en overal moest wachten. In Nederland stonden ze vroeger altijd bij de bakker en de groenteboer, dat waren de winkels waar je een nummertje moest trekken.
‘Een stormloop, mijnheer’, vertelt de vrouw achter het loket mij. ‘Alle nummertjes weg, meer dan 200 mensen, vandaag is niets meer mogelijk, we zijn overbelast.’
‘Maar dan kan ik pas maandag weer hier naartoe, morgen en overmorgen is Burgerzaken toch gesloten?’
Ze zwijgt instemmend.

Dit heb ik nog nooit eerder meegemaakt. Het stadsdeelkantoor is tot 13:00 uur open en om half elf word je niet meer geholpen, omdat het te druk is. Op weg naar huis besluit ik bij U-Bahn station Mehringdamm spontaan een bezoekje af te leggen bij de fotozaak. Ik heb immers ook pasfoto’s nodig. Voor een Nederlands paspoort heb je andere pasfoto’s nodig dan voor een Duits reisdocument en dus moet je de halve stad door, op weg naar een geschikte fotograaf. Op de website van de ambassade staan een aantal namen van fotozaken die zich hebben gespecialiseerd in het nemen van pasfoto’s voor Nederlandse reisdocumenten. ‘Jet Foto, Dircksenstrasse 89′ lees ik op een papiertje wat ik had meegenomen voor een eventueel bezoek aan de fotozaak. Jet Foto is één van de zaken die op de website van de ambassade worden genoemd. Als ik even later vanaf Alexanderplatz de Dircksenstrasse inloop, blijkt dat nummer 89 niet bestaat.

‘Andere kant’, legt een Chinese dame van een souvenirwinkel mij uit. Ik loop nu aan de andere kant van de Dircksenstrasse terug naar Alexanderplatz maar zie wederom geen nummer 89. Het is een rare dag, zeg ik tegen niemand en google op mijn telefoon naar Jet Foto.
“Onder de boog bij Alexanderplatz”, vertelt de dame van Jet Foto mij via de telefoon. Ik loop langs allerlei bogen bij Alexanderplatz maar vind geen Jet Foto. Dan zie ik op een etalageruit reclame voor een fotozaak. Volgens de grote pijl moet ik het station in en ja hoor, in de hal bevindt zich een kleine fotowinkel, gespecialiseerd in pasfoto’s. De zaak heet echter geen Jet Foto.

‘Die zit verderop, bij Alexa. Wat wilt u dan?’
Ik twijfel. Ik wil een foto maar dat klinkt nogal vreemd in deze zaak voor pasfoto’s.
‘Een speciale foto voor een Nederlands document’, leg ik uit.
‘Dat doen wij ook’; vertelt ze vriendelijk.
Opnieuw twijfel. Dat doen wij ook, ze ruikt gewoon handel.
‘Echt?’, vraag ik en realiseer me dat ik hiermee zeg dat ik haar niet geloof.
‘Ja, echt, 100%. Hier komen veel Nederlanders die dat laten doen.’
Waarom staat ze dan niet op de website van de ambassade, denk ik. Nu is het een kwestie van vertrouwen. Ik kijk haar nog eens goed aan en besluit dan hier de foto’s te laten maken.
‘Wat is eigenlijk het verschil met de foto’s van de Duitsers?’, vraag ik als ik mijn jas heb uitgedaan en klaar zit voor de opname.
‘Nederlanders hebben grotere hoofden.’
Ik moet lachen.
‘Mond gesloten’, zegt ze.
‘Ik wil juist lachend op de foto’.
‘Nee. Op officiële documenten wordt niet gelachen’, vertelt ze me lachend. Ik moet weer lachen maar dat mag dus niet. Ik hou me in. Dan denk ik heel eventjes dat ik in een uitzending met verborgen camera verstrikt ben geraakt, want ik moet een soort zwemplankje van wit schuimplastic voor me houden, op buikhoogte.
“Daar legde ik als kind mijn hoofd op, bij het rugzwemmen”, schiet het door m’n hoofd.
‘Dit is wel een hele aparte bedoeling’, vertel ik.
‘Het is niet anders’, vertelt ze en vraagt me haar aan te kijken. Dan worden de pasfoto’s genomen.

Vertrekpunt rondvaart.

Een tientje lichter verlaat ik fotozaak 1A Foto, die ook op de website van de ambassade blijkt te staan maar dat wist ik op dat moment niet. Ik loop terug naar de Dircksenstrasse, richting Hackescher Markt. Halverwege de straat loop ik een Thais restaurant binnen. Vijf minuten eerder dacht ik er nog aan ergens een kop koffie te drinken en een broodje te eten maar goed, op een dag als deze gebeuren wel meer onvoorspelbare dingen. Het toeval is sterker dan ik.

Bij een gastvrije serveerster bestel ik gemberthee met citroen en honing. Het is de eerste keer in mijn leven dat ik gemberthee met citroen en honing bestel. Ook dit past bij deze verrassingsdag. Voor € 7,20 bestel ik vervolgens gegrilde en gemarineerde varkenshaas met koriander op wokgroente en een saus van zwarte peper en whiskey. Het geheel wordt geserveerd met rijst en radijsjes in de vorm van bloemen. Een eenvoudige maar smaakvolle salade gaat eraan vooraf en is bij de prijs inbegrepen. Alles smaakt zo heerlijk, dat ik Thai Inside opgewekt verlaat en besluit de bibliotheek nabij het museumeiland te bezoeken. Daar ligt een boek over Berlijnse theaters dat ik alleen op die locatie kan ophalen. Ik weet alleen niet precies waar de bibliotheek zich bevindt maar onderweg kan ik altijd vragen naar de Breite Straße, dat is het adres. Via de Hackescher Markt loop ik richting de  Spree. Dan hoor ik een luide bel. Ik kijk opzij en zie een bord met vertrektijden voor rondvaartboten.

Achterkant van de bibliotheek.

‘U kunt meteen instappen’, vertelt de verkoper van rondvaartboottickets.
Ik twijfel voor de derde keer vandaag.
‘Varen jullie door Kreuzberg, over het Landwehrkanal?’, vraag ik.
‘Nee, centrum. Hier in de buurt.’
‘Na, ik wil door Kreuzberg varen.’
‘Na, dat gaat vandaag sowieso niet lukken, want er zijn weer problemen met de sluizen.’
Neemt ie mij in de maling of niet?
‘De concurrent vaart zeker door Kreuzberg?’, vraag ik.
‘Nee, wij varen ook door Kreuzberg. Maar nu niet, ik zei toch al, de sluizen.’
Ik twijfel voor de vierde keer.
‘Ik woon al een paar jaar in Berlijn maar ik wilde altijd al een keer in zo’n rondvaartboot.’
‘Dan is het nu toch perfect. Droog, lekker rustig.’
Nu twijfel ik niet voor de vijfde keer maar koop voor € 12,00 een ticket. Tien minuten later vaar ik samen met vijf andere gasten over de Spree. De Nederlandse ambassade kan ik net niet zien, want vóór de sluizen draait de boot om en vaart richting de Berlijnse regeringswijk. Ik neem wat foto’s en vind het al met al wel aardig om de stad eens vanaf het water te zien. Onderweg zie ik zelfs de achterkant van de bibliotheek. Nu weet ik meteen waar ik na afloop van dit toeristische intermezzo naartoe moet.

‘Dat kan niet’, antwoordt de dame van de bibliotheek.
‘In Kreuzberg kon het wel’, vertel ik.
‘Het kan niet vanwege de techniek’, legt ze uit en wijst naar de automaat waarmee je bibliotheekboeken uitleent. Die automaat vraagt om je bibliotheekpasje en die heb ik niet bij me. In Kreuzberg was dat ook een keer het geval maar daar kon ik met het tonen van mijn paspoort het gereserveerde boek toch meenemen.
‘Waar in Kreuzberg?’, vraagt deze bibliotheekdame.
‘Ergens een kleine bibliotheek’, zeg ik.
‘Ja, maar hier kan dat niet. Wij zijn een grote bibliotheek. Bovendien, ik mag het niet doen.”
‘Echt flexibel bent u niet. U wilt het niet doen’, zeg ik en merk dat ik uiterst rustig en vriendelijk blijf.
‘Het is de techniek. Het kan niet.’
Ik geef het op, leg het boek terug en loop naar buiten. Nieuwsgierig loop ik langs de sluizen bij de Nederlandse ambassade. Er liggen twee boten. Dat begrijp ik niet.

Ik voel me nog steeds energiek – zou het de gemberthee zijn? – en roep naar de kapitein.
‘De sluizen zijn toch niet kapot?!’
‘Wablief?!’, roept hij, maar dan in het Duits.
‘Ik kon niet met een rondvaartboot naar Kreuzberg, want de sluizen zouden kapot zijn.’
‘Dat was vanochtend!’, roept hij. ‘Nu doen ze het, dat zie je toch!’

Ja, dat zie ik. Ik bedank de kapitein en besluit nu echt op huis aan te gaan. Genoeg getoevalleerd vandaag. Dat woord schoot me net te binnen. Natuurlijk bestaat het niet maar het zou kunnen bestaan. Toevalleren kan ik alleen op een dag als deze, als er even geen spoedeisend werk wacht en ik tijd heb om bijvoorbeeld een stadsdeelkantoor te bezoeken en pasfoto’s te laten maken. Dan toevalleer ik graag door Berlijn om er later over te berichten.

« Oudere berichten Recent Entries »