Category Archives: Varia

Een nieuw pad naar de waterval

coverA New Path to the Waterfall”. Dat is de titel van de laatste dichtbundel van de in 1988 gestorven Amerikaanse schrijver Raymond Carver. Naast eigen gedichten bevat het boek ook teksten van schrijvers die hij waardeerde zoals bijvoorbeeld Tomas Tranströmer  of Anton Tjechov. Onder de titel “ Ein neuer Pfad zum Wasserfall” verscheen onlangs de Duitse vertaling bij de Duitse uitgeverij “Fischer Verlag”.

Een man droomt dat hij vissen gaat en een beekforel voor het ontbijt vangt. Dan wordt hij wakker en voor de deur staat geen hengel, daar staan de schoenen, die hij kocht om eindelijk een nieuwe baan te zoeken. „Zoeken naar werk“ (Duits: “Suche nach Arbeit”) heet het gedicht van Raymond Carver. In een paar regels wordt alles behandeld wat het Carver-universum zo fascinerend maakt: eenvoudige verhalen over eenvoudige mensen, die over hun bescheiden verlangens en dromen vertellen. En over hun moeilijkheden, want meestal zijn ze heftig vertwijfeld door het afmattende, dagelijkse leven.

Raymond Carver (1938) is vooral beroemd geworden door zijn korte verhalen. Hij was 50 jaar oud toen een arts hem vertelde dat hij aan kanker leed en nog een paar maanden te leven had. Op dat moment besloot de schrijver om enkel nog gedichten te schrijven, omdat dit sneller ging en je bovendien zaken nauwkeuriger kon uitdrukken. Het gedicht “De keuken” (Duits: “Die Küche”) is een gedicht dat sterk doet denken aan een klassieke short-story van Carver: een jongen zit aan de rivier en vangt bijna de vis van zijn leven. Opgewonden rent hij naar huis om zijn vader hierover te vertellen – maar die is met andere dingen  bezig:

Mijn vader was dronken / en zat in de keuken met een vrouw, die niet zijn vrouw was en ook / niet / mijn moeder.

(Duits: “Mein Vater war betrunken / und saß in der Küche mit einer Frau, die nicht seine Frau war und auch / nicht / meine Mutter.” )

De Duitse recensent  Martin Becker van Deutschlandradio noemt de taal van de gedichten “eenvoudig elegant”. Er zijn geen intellectuele verhandelingen voor nodig om deze poëzie te begrijpen. Het is vaak wonderbaarlijk licht en deels voorzien van bittere humor: Tijdens een treinreis zit een man in de restauratiewagon. Plotseling wijst de conducteur naar een tennisbaan achter het raam. Daar speelde Franz Kafka zojuist, zegt hij. De mensen kijken naar buiten en de passagier merkt op:

Kafka zelf was vegetariër en geheelonthouder, / maar dat zal wel niemand interesseren

(Duits: “Kafka selbst war Vegetarier und Abstinenzler, / aber das braucht keinen zu kratzen.” )

Het bijzondere aan deze bundel is, dat Carver  zijn eigen gedichten thematisch heeft voorzien van passende teksten van door hem vereerde auteurs. Van Tomas Tranströmer of Anton Tjechov bijvoorbeeld. Zo ontstaat een aantrekkelijke dialoog. Daar komt nog de uitstekende vertaling van Helmut Frielinghaus bij. En dat leverde helaas nog een tragisch verhaal op: na de vertaling stierf hij. Het laatste gedicht uit de bundel is veelzeggend en draagt de eenvoudige titel „Laat fragment“ (Duits: “Spätes Fragment”):

En – heb je gekregen, wat / je wilde hebben van dit leven, ondanks alles? / Ja, heb ik. / En wat wilde je? / Zeggen kunnen, dat ik geliefd werd, mij geliefd / voelen op deze aarde.

(Duits: “Und – hast du bekommen, was / du haben wolltest von diesem Leben, trotz allem? / Ja, hab ich. / Und was wolltest du? / Sagen können, dass ich geliebt werde, mich geliebt / fühlen auf dieser Erde.” )

Raymond Carver op Wikipedia

2 mei demonstratie

werkAl enkele weken hingen op de deuren aan de buitenkant van het huis waarin ik woon gele papiertjes met de mededeling, dat op 2 mei tussen 11:00 en 13:00 uur de meteropnemer langskomt. Ik heb de hele dag gewacht maar geen meteropnemer gezien. Hierdoor miste ik de 2 mei demonstratie tegen de dwang van loonarbeid, die door een groep schrijvers uit de literaire subcultuur uit Oost-Berlijn in het leven is geroepen. Ik kende die groep nog, omdat ik ooit een artikel schreef over deze Surfpoeten en de Lesebühne in het algemeen. Ik wilde zo’n demonstratie met knipoog wel eens meemaken.

Eén van de schrijvers die graag over dit thema schrijft en vooral spreekt is schrijver en lid van Lesebühne LSD Andreas Krenzke, beter bekend onder de naam „Spider“. Hij is tegen loonarbeid „omdat er niet genoeg arbeidsplaatsen voor iedereen zijn“. De mensen die aan de demonstratie deelnemen zijn ook tegen de productie van zinloze producten. Hoewel de organisatoren jaarlijks veel plezier beleven aan hun optocht vanaf de Senefelder Platz, staan ze wel serieus achter het doel van hun demonstratie.

Spider met zijn verhaal „Im Arbeitslosenpark“:

Ademnood

braNa een week afwezigheid loop ik weer het Indiase restaurant bij mij aan de overkant binnen, met als lekker vooruitzicht een middagmenu. De serveerster lacht vriendelijk en wil bewijzen dat ze mij nog goed kent. In gebrekkig Duits vraagt ze of ik weer chika en iets wat ik niet versta wil hebben. Ik knik uit beleefdheid ja.
„Perfect“, zeg ik er nog bij, terwijl ik geen idee wat ik nu bestel. Immers, bij mijn laatste twee of drie bezoeken was zij er niet en nam de kok mijn bestelling op. Ik verheug me op een Mango Lassi, want volgens mij zei ze zoiets. Nee, niet goed verstaan, ze zet een glas Yogi thee op tafel. Dat heb ik  in een ver verleden eens bij haar besteld. Ik protesteer niet, daarvoor is het te laat. Ik weet dat ik in ieder geval een kop kerriesoep krijg, want die zit standaard in het menu. Na de soep komt een groot bord met rijst, groenten, stukjes kip en kerriesaus op tafel. Dat is een lekkere verrassing.

Ik ben de enige gast. De kok komt uit de keuken en neemt plaats aan een tafeltje, niet al te ver bij mij vandaan. Hij puft en puft. Daarna neemt een jonge jongen aan het tafeltje van de kok plaats. Hij zit tegenover hem. Het is één van de koeriers van het restaurant, dat ook alle maaltijden en drankjes bij de gasten in Kreuzberg en omgeving naar huis brengt. De jongen kijkt bezorgd, de kok wanhopig. Hij zucht weer, slaat met zijn arm tegen een onzichtbare vlieg en straalt een enorme onrust uit. Iets is er aan de hand, dat is duidelijk. Ik vermoed dat het enorm druk is in de keuken en dat hij het echt helemaal heeft gehad. Opeens staat de kok op en loopt snel naar buiten en dan weer naar binnen. De serveerster praat met de jonge jongen. Ik versta niet alles. De serveerster lijkt me wel iemand die de situatie kan redden, hoewel het mij nog een raadsel is wat er te redden valt. Ze noemt de naam van het nabij gelegen U-Bahnstation en spreekt over een ziekenhuis. De jongen springt op. Net niet rennend maar wel pijlsnel loopt hij met de zwaar ademende kok naar een kleine auto, ze springen erin en scheuren met piepende banden weg. Ik ben weer alleen met de Indiase serveerster.

„Problemen met adem“, zegt ze. Ze beweegt haar handen voor haar borst op en neer om duidelijk te maken wat ze bedoelt.
„Niet goed. Nu naar het ziekenhuis,“ vervolgt ze.
„Dat is gevaarlijk“, zeg ik. „Ziekenhuis is goed“. Raar, als iemand met mij gebrekkig Duits spreekt, dan pas ik me direct aan en spreek ook gebrekkig Duits terug.

Vijf minuten later opnieuw actie. Voor de deur parkeert een busje van de Berlijnse brandweer. Het blauwe licht op het dak van de wagen straalt alle kanten op, ook in de richting van het restaurant. Ik voel me opeens figurant in een Tatort-aflevering. De bijrijder stapt als eerste uit de bus. Hij rekt zich uit, opent een zijklep van de bus en haalt er een rugzak uit met het opschrift „Eerste Hulp“. De bestuurder is inmiddels ook uitgestapt. In zijn linkerhand bungelt een zuurstofflesje, in zijn rechterhand klemt een schrijfbord met daarop een stapel formulieren. Ik heb geen idee waarom ze zo enorm traag te werk gaan. Ik neem aan dat ze een melding hebben gekregen over iemand in ademnood. Ze draaien nog net geen shaggie voordat ze op hun dode gemak de zaak binnen slenteren, alsof ze hier de meterstand op moeten nemen.

De serveerster legt uit dat de patiënt niet zo lang kon wachten en dat hij al naar het ziekenhuis is. Jut en Jul van de Berlijnse brandweer knikken en verlaten de zaak net zo traag als ze gekomen zijn. Dit heb ik nog nooit meegemaakt. Zo heb ik ook nog nooit gezien dat deze jongens hun 112-wagens gewoon op de officiële website van de stad én de brandweer als gebruikte wagen te koop aanbieden, met de mededeling dat je de sirene en het knipperlicht er niet bij krijgt. UPDATE: Het is inmiddels ruim twee jaar later en iemand heeft dit bericht vandaag (22-12-2015) gelezen. Daarbij heeft hij of zij vastgesteld dat de link naar de site met gebruikte wagens niet meer bestaat. Ik heb nog even gezocht, maar de verkoop van de wagens bleek een tijdelijke actie. Dat las ik in de Bildzeitung, de link naar dat bericht doet het nog wel.

De moraal van dit verhaal: voel je je onwel in Berlijn, zoek zelf het dichtstbijzijnde ziekenhuis en bel alleen 112 als het niet écht spoedeisend is.

« Oudere berichten Recent Entries »