Category Archives: Varia

Kraan zweef aan

krNiet alleen in de toiletgebouwen langs de Duitse snelwegen, maar ook in de trein kom ik ze nu al tegen. Bij binnenkomst heb je nog niets in de gaten, je staat er niet bij stil. Het enige waar je aan denkt is “hoe leeg ik zo snel mogelijk mijn blaas“(meestal in iets andere bewoordingen)? Vooral langs de snelweg neem je eerst alles op de koop toe, ook het feit dat je op een natte ondergrond staat. Je denkt er niet al te lang over na waar die vloeistof vandaan komt, ook al doet de geur je vermoeden dat de vorige bezoekers hier duidelijk hun sporen hebben achtergelaten. Hoe krijgen ze dat toch altijd weer voor elkaar? De aluminiumbak is toch groot genoeg, daar kun je als het moet met z’n drieën tegelijk in plassen. Ik vrees dat dit dan ook gebeurt, misschien zelf wel met een compleet elftal.

Na gedane zaken sta je voor de wasbak met spiegel. In de spiegel zie je het enigszins verwarde, licht geïrriteerde gezicht van een man die probeert zijn handen te wassen. Hij beweegt zijn handen onder een kraan, die echter weigert water te geven. Hij drukt op de pictogrammen die op de tegeltjes zijn aangebracht en kijkt verschrikt op als er uit een metalen dispenser zeep op zijn handen druppelt. Dan zwaait hij woest met zijn armen onder de kraan, waar nog steeds geen water uitkomt. De spiegel doet het wel, prima zelfs. De wasbak zier er ook degelijk uit, maar waar heb je die eigenlijk voor nodig als er geen water uit de kraan komt, vraag ik me hardop af. Nostalgische beelden doemen op van kraanknoppen in badkamers en keukens, oerdegelijke knoppen waar je aan draait, eentje met een rode en eentje met een blauwe stip. Mijn hele leven heb ik onthouden dat blauw voor koud water en rood voor warm water staat. En nu zijn ze verdwenen.

Ik kijk op de grond, buk, op zoek naar een waterpedaal. Ooit was ik in een treintoilet waar je met je voet op een zwarte rubberen knop moest drukken om water uit een kraan te laten komen. Niets te zien, geen zwarte knop te bekennen. Dan buig ik naar voren, over de wasbak en zoek verder. Opeens komt er straaltje water uit de kraan. Ik hou snel mijn handen eronder. Weg is het weer. Is dit nog normaal, waar is die sensor, hoe werkt dit? Ik beweeg nu heel rustig mijn handen in de richting van de kraan en ja, er komt weer water uit! Ik zou nu wel tot München in deze houding willen blijven staan om te genieten van mijn prestatie om water uit de kraan te toveren. Dat doe ik niet. Ik droog mijn handen af, verlaat het toilet en schrijf in de coupé alvast een stukje voor mijn blog. Ik noem het “Kraan zweef aan”.

ZONdag 14 april

zonlichtDe magie van de zon, die mensen hun bed uit jaagt, op fietsen laat springen en ze injecteert met een flinke dosis energie. Jeesus, wat een verschil met gisteren! Op de stoep hoor ik het gesis van bacon en spek, onderdeel van een ontbijtje op het terras. Vogels zingen en balkondeuren piepen en knarsen, nu ze na maanden stilstand weer in beweging komen. Tussen de stoepen racen enkele automobilisten, die niet anders kunnen dan vol gas geven, ze staan stijf van de zonne-energie.

Op kruispunten ontstaan explosieve situaties als de hooggeladen automobilist niet rechtsaf kan slaan, omdat er een oneindig lange rij fietsers rechtdoor rijdt, compleet met aanhangwagentjes en vrolijk gillende kinderen. Alles en iedereen is een beetje opgewonden. Sommige mensen iets meer, andere mensen iets minder. Het is prachtig. Dit is de dag waarop veel lezers en schrijvers denken aan de rokjesdag die Martin Bril ooit in zijn column lanceerde. Ik denk echter vooral aan Johnny van Doorn. Hij dichtte niet over de rokjes maar over de zon, over een Magistrale Stralende Zon.

Het is een prachtig gedicht over een man “verdwaald in de duisternis”. Op de hei vindt hij zijn leermeester, die hem helpt de weg te vinden naar zijn middelpunt. Hij brengt de nacht door in het huisje van de “scheelogige monnik”. Als de man de volgende dag weer verder gaat met zijn zwerftocht, ziet alles er anders uit:

Met een nieuwe lading
Levenskracht die hem
Doet jubelen over de
Vol met kwinkelerende
Vogels zijnde Natuur
Die goudgeel beschenen
Wordt door een magi
Strale stralende ZON

Gelukkig is er een filmpje bewaard gebleven waarop te zien is hoe Johnny van Doorn zijn gedicht voorleest. Zelf vind ik het een “magistrale” uitvoering, waarin Van Doorn laat zien dat de magische zon dingen kan veranderen, mensen kan veranderen. In het filmpje lijkt hij zelf ook te veranderen, in een ander wezen. Natuurlijk is dat mijn eigen interpretatie.

Ik zou zeggen, oordeel zelf en geniet eerst van Johnny van Doorn. Luister goed naar de tekst. Dat zeg ik erbij, omdat Johnny van Doorn natuurlijk “an sich” al de nodige aandacht trekt en de kans bestaat dat je daardoor de tekst niet meer registreert.

De complete tekst van het gedicht

Uitzendkracht in Berlijn 2/2

029040_BK_Flasche3_ICv2_2011

Vervolg van “Uitzendkracht in Berlijn 1/2“.

De brouwerijwagen beschikte over een comfortabele vrachtwagencabine, van waaruit ik zag hoe de stad langzaam ontwaakte. De chauffeur had zijn thermoskan met koffie bij zich en schonk zichzelf tijdens het rijden een bakkie in. Ik moest iets zeggen, want we zouden de hele dag samen op pad zijn. Hoe langer je niets zegt, des moeilijker het wordt om nog iets te vertellen.

“Dit is de eerste keer dat ik dit werk doe,” vertelde ik. Het klopte en ik had me hiermee tevens ingedekt tegen mogelijke blunders. Hij reageerde niet echt enthousiast. Dat komt wel goed, zoiets zei hij. Of de vaste bijrijder ziek is, wilde ik weten. Ja, de man was ziek. Aan de toon van het antwoord merkte ik op dat zijn vaste bijrijder wel vaker ziek was. Goede vrienden leken hij en zijn vaste bijrijder in ieder geval niet te zijn. Opnieuw stelde ik een vraag, omdat zijn antwoorden nogal kort waren. De man was duidelijk geen grote prater.
“Hoeveel supermarkten bezoeken we vandaag?” vroeg ik.
“Vandaag zijn het hoofdzakelijk cafés en restaurants in Tegel,” zei hij en nam een slok uit zijn koffiemok met daarop een strippende vrouw. Cafés en restaurants, zijn die om dit tijdstip dan al open, vroeg ik niet. Niet teveel vragen direct achter elkaar stellen, dat lijkt eerder op een interview of zelfs een verhoor. Misschien had de man wel slechte ervaringen met verhoren, we waren immers in Berlijn.

De chauffeur telefoneerde. Ik begreep uit zijn gesprek dat er iemand een hek moest openen, zodat wij ons werk konden doen. We stopten langs de kant van de weg. Ik zag nergens een café of restaurant in de buurt. De motor sloeg af en mijn chauffeur stapte uit. Daar verderop is het, zei hij en wees in de richting van een slagboom. Eenmaal buiten liet hij me zien hoe je de laadklep naar beneden doet. Ik knikte en onthield welke knoppen ik bij de volgende klant moest indrukken om die klep te laten zakken. Met een lange papieren lijst in zijn hand zette hij een tiental kratten frisdrank en vier fusten bier op een pallet, nam de elektrische palletwagen en trok het geheel op de laadklep. Hij drukte met zijn voet twee keer op een knop, waardoor de laadklep naar beneden zakte. Ik voelde me nogal overbodig.

Gezamenlijk liepen we naar de slagboom, de palletwagen kon er net onderdoor, wij ook. Links en rechts van het geasfalteerde paadje stonden kleine huisjes met een tuintje. Het was een complex met volkstuintjes, die je meestal in de buurt van het treinspoor ziet. In één van de tuinen wapperde zelfs een Nederlandse vlag. Dat verschafte mij aanleiding weer eens iets te zeggen.
“Holländische Flagge”, zei ik en wees.
De man zei niks.
“Morgen!!”
Dat was de vrouw van de telefoon. Ze stond achter een metalen hek met spijlen, stak de sleutel in het slot en liet ons binnen. Ik gaf de vrouw een hand en vertelde dat ik nieuw was. Of we zin hadden in een kop koffie? Ik zei meteen ja, maar voegde er snel aan toe dat we natuurlijk eerst ‘ arbeiten” moesten.
“Drink rustig een kop koffie,” zei mijn chauffeur.
Ik keek hem aan. Het was gelukkig niet cynisch bedoeld, want dan was er nu al een slechte sfeer voor de rest van de dag gecreëerd. Ik protesteerde nog lichtjes, want voor mijn gevoel kon ik nu niet aan de bar zitten en koffie drinken, terwijl hij met bierfusten in de weer was. Hij klopte op mijn schouder en zei dat ik gewoon lekker van mijn koffie moest genieten. Nou ja,dacht ik, beter kan deze werkdag niet beginnen.
“Broodje mét erbij?,” vroeg de vriendelijke kantinedame.
Ze was een vrouw die precies paste in deze kantine met voetbalvaantjes, foto’s van klaverjasavonden, nep gouden kroonluchters en tafeltjes met plastic kleedjes in ruitmotief. Ze herinnerde me aan de Zangeres zonder Naam, omdat ze ook zo’n type volksvrouw was. Een Berlijnse volksvrouw die voor mij een “Mettbrötchen” maakte. De chauffeur lachte en zei “geniet ervan”. Ik vroeg voor de zoveelste keer of ik niet moest helpen, want ik had tot nu toe nog geen krat aangeraakt.
“Nee, we hebben alle tijd. Geen probleem, geniet eerst lekker van je ontbijt.”

Ik genoot van de twee halve broodjes met een soort gehakt, uitjes, peper en zout. Het was niet het ontbijt wat ik zelf zou uitzoeken, maar het smaakte opperbest. Of ik nog een cola wilde. Mijn chauffeur liep weer langs met twee fusten in zijn hand en knikte van “ toe dan, neem dan die cola”. Ik liet me een glas cola inschenken en ik voelde me beter dan ooit. Ik kon ook nog naar de wc. Mijn darmen waren namelijk niet voorbereid op zoveel lekkers deze vroege ochtend. Het was wel een geklungel om de overall te openen, dan de spijkerboek en dan nog proberen te zitten. Ik stootte een paar keer tegen de deur, riep “ scheiss blaumann” en hoorde hoe de vrouw en mijn chauffeur in een deuk lagen.

De eerste anderhalf uur werken zaten erop en ik voelde me goed. Buiten was het al wat lichter geworden. Onderweg naar de tweede klant vroeg ik me af wat me nu te wachten stond. Op straat was het duidelijk drukker geworden. Ik genoot van de drukte, van de volle trams met de beslagen ruiten, de geïrriteerde automobilisten en de gehaaste fietsers. Ik zat hier heerlijk droog in de cabine en mijn Blauwmann bewees dat ik ook aan het werk was.
“Hier moeten we dan wachten tot negen uur,” zei de chauffeur. Ik keek op mijn horloge. Het was half acht. Ik vroeg hem of dat inderdaad anderhalf uur wachten betekende. Ja, knikte hij.

« Oudere berichten Recent Entries »