Category Archives: Varia

Op koers

FotoOpKoersMet een enorme herrie vaart de rondvaartboot achteruit. Dertig jaar woon ik in Amsterdam en nu pas zit ik voor het eerst in mijn leven in een rondvaartboot, samen met twee jonge Japanse vrouwen, twee jonge Japanse mannen, drie lesbische Françaises, een Engels echtpaar en twee Argentijnse paren op leeftijd.  Een ingeblikte damesstem vertelt ons dat we het Noordzeekanaal op varen. Ter hoogte van het Oosterdok koersen we richting binnenstad. Onderweg zie ik mijn buurman. Hij wandelt langs de Herengracht en kijkt naar beneden. Ik zwaai maar vol ongeloof kijkt hij weg. “Dat kan ’m toch niet zijn”, moet hij gedacht hebben. Na een uur bereikt de boot het Anne Frank huis. Via de Prinsengracht varen we opnieuw richting het Noordzeekanaal. De rondvaartboot blijft opeens stil liggen. De kapitein draait zich om.
“Wie heeft er zin in een bijzonder tochtje? Twee uurtjes, kost niks extra.” Dat vraagt hij ons in het Engels, Spaans en Nederlands. Iedereen steekt enthousiast zijn hand op. De vreugde neemt toe als de kapitein vertelt dat we richting de Noordzee varen.
“Dit mag normaal gesproken niet, maar ik wil gewoon iets geks doen”, legt hij ons onderweg uit. Van de spanning schiet ik nu opeens ook in de lach. Er ontstaat een onbeschrijfelijk prettig saamhorigheidsgevoel aan boord. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, stiekem op weg naar de zee.  We varen het ene na het andere vrachtschip voorbij. Je ziet de verbaasde blikken. “Hé, waar gaat die rondvaartboot heen? Die is verdwaald.”
“Varen we dan zo linea recta de Noordzee op?”, vraag ik aan de kapitein.
“Bij Velsen IJmuiden zullen ze om een vergunning vragen”, zegt hij. Het is een rustige, oudere kapitein met een typisch kapiteinsbaardje en een Amsterdams accent.
“Velsen IJmuiden?”
“Ja, de sluizen, daar kan je niet zomaar doorheen. Maar dat heb ik allemaal geregeld. Ik ken daar mensen. Komt goed, jongen!”
En hij heeft gelijk. De sluisdeuren openen zich en daar sta ik opeens oog in oog met de wijde Noordzee. De Japanners hebben het reuze naar hun zin. Ze leggen alles, maar dan ook alles op film en foto vast. “And now we sail to England’, roept de kapitein. Er wordt gejuicht en geklapt. De stemming zit er helemaal in. Van pure opwinding slaan de Franse dames elkaar lachend op hun derrière, terwijl de Japanners onder luid gejoel allerlei nieuwe danspasjes uitproberen. De kapitein trekt een verstopte kist met drank tevoorschijn. We mogen onszelf bedienen. De Engelsman schiet een champagnekurk door het open schuifdak, terwijl de Franse dames zich op de flessen wijn storten. De Argentijnen proberen de jenever uit. “I feel good”. Dat is het nummer dat de nu uit de luidsprekerboxen schalt. De volumeknop staat zo wijd open, dat niemand de sirenes van de boten achter ons hoort.
Totdat de twee politieboten ons inhalen. Samen met de Franse dames proost ik vrolijk naar de agenten, die klaar staan om onze rondvaartboot te enteren. Onze kapitein wordt afgevoerd. Een schipper van de waterpolitie neemt het roer over. De rondvaartboot draait 180 graden en koerst terug richting Amsterdam. Onderweg maken we gretig gebruik van de enorme drankvoorraad. Daarna verlaten de Japanners zingend en dansend de boot. De Franse dames slaan elkaar nog steeds op hun billen als ze van boord gaan. De Engelsman en zijn vrouw hebben allebei de hik en maken vreemde vogelgeluiden. Tot slot gaan de Argentijnse mannen er met de verkeerde vrouwen vandoor. Boven Amsterdam lacht de zon ons toe. Ik voel me heerlijk en denk aan het boek van Remco Campert, dat in 2011 centraal stond tijdens Nederland Leest. Het leven is inderdaad verrukkelijk.


opkoers

Deze column verscheen in “Een rits columns” met daarin 100 columns gekozen uit de inzendingen van de aquaZZ columnwedstrijd 2011 met als winnaar Allard van Gent met ‘Op koers,’ en op de tweede plaats is geëindigd, Daniëlle van Schaik met ‘De manager’.

Op Koers:
“
De jury is verrast door de originele en knappe opbouw van de tekst. De smeuïge grappige beeldende details verrijken het verhaal van begin tot eind. Geen zin is overbodig. Het verhaal blijft je nog lange tijd bij. Je vindt het als lezer jammer dat je er niet bij bent geweest.”

De eindjurering van de columnwedstrijd van uitgeverij aquaZZ lag in handen van Jacobina Kunnen. Zij beoordeelt manuscripten van beginnende schrijvers. Ze schrijft teksten voor volwassenen (columns, korte verhalen) en voor jeugd (educatieve uitgeverijen o.a. avi-verhalen). Ze geeft lessen aan de hoge school van Amsterdam voor ScriptPlus. Voor schrijvenonline.org stelde ze een kennismakingscursus Schrijven voor kinderen samen. Bij twee onderwijsinstituten is zij docente creatief schrijven. In 2008 kwam haar eerste kinderboek Stoer hoor! uit. In najaar 2009 verschenen haar tweede, derde en vierde boek en was zij jurylid van Debutant van het jaar. Van origine is Jacobina bibliothecaresse. Bovendien is zij ook jurylid bij Write Now. In het verleden schreef zij columns voor het Brabants dagblad en teksten voor damesbladen.

“Op koers” luidt ook de titel van het boek met mijn korte verhalen en columns dat via deze link nu voor slechts € 7,50 (voorheen € 16,95 ) te koop is bij uitgeverij aquazz.

Low cost vliegen

Vooroordelen, wie kent ze niet. Bijvoorbeeld het vooroordeel dat je maar beter niet met low-cost luchtvaartmaatschappijen kunt vliegen. Ik neem de proef op de som. Voor 39 euro met EasyJet naar Liverpool, dat is de aanbieding. Vertrektijd 10:30 uur vanaf Schiphol. Vooroordeel over belachelijke vertrektijden doorgestreept. Inchecken, in twee rijen opstellen. Eén rij voor de mensen die iets hebben bijbetaald en daarom als eerste het vliegtuig in mogen en de rij met mensen zoals ik, die écht low cost vliegen. Hup, de vliegtuigtrap op, een duik op de stoel naast het raam en we kunnen wat mij betreft de lucht in.  Aan boord echte stewardessen en ik meen ook een echte piloot gezien te hebben. Na ruim een uur vliegen vertelt de echte piloot dat we over 50 minuten landen.

“Vanwege één wolk”, zegt de vrouw naast me in het Engels. We vliegen 20 rondjes boven een windmolenpark in zee. Uit verveling tel ik de molens. Voor de liefhebber, het zijn er 30, opgesteld in vijf rijen van zes. Daar meldt de piloot zich weer. Landen in Liverpool blijkt onmogelijk. Hij zet nu koers richting Manchester, waar we op een afgelegen plek tussen de vuilcontainers tot stilstand komen. De Engelse piloot van Indiase afkomst stapt breed grijnzend uit zijn cockpit. Hij vertelt dat hij op nadere instructies wacht. De luchthaven van Manchester heeft geen capaciteit ons binnen te laten. Wachten, iedereen naar de w.c., iedereen krijgt honger en dorst. De omzet van de boardbistro stijgt naar recordhoogte.

“Raar dat we niets aangeboden krijgen in zo’n situatie”, vertel ik mijn buurvrouw.
Ze knikt en is al op weg naar de hoofdstewardess. Nee, alleen als de vertraging plaatsvindt op de luchthaven van vertrek. Nu dus niet. Na vier uur wachten is het dan eindelijk feest. Helaas ontbreken de toeters, de feesthoedjes en de muziek op het moment dat de stewardessen ons vol trots trakteren op een welverdiend glaasje leidingwater, uitgeschonken in een prachtig plastic bekertje. Juichend en zingend verlaten we het toestel, op weg naar de bussen, die het laatste onderdeel vormen van deze onvergetelijke reis met Eaysjet naar John Lennon Airport in Liverpool. Imagine…

Het kan verkeren

Ze gilde, wierp van schrik haar koffiemok tegen het plafond en keek mij recht in mijn ogen. De bruine koffiedruppels dropen op haar natte haren. Ook ik schrok me rot en liet alles uit m’n handen vallen. Tegenover me stond een vrouw van een jaar of veertig in een witte ochtendjas. Ze schrok volgens mij als eerste. Ik wist even niet wat te doen. Het gegil was niet onopgemerkt gebleven. Ik hoorde deuren open gaan en zag mensen uit hun huizen komen. Vanaf een veilige afstand sloegen ze mij en de dame in de ochtendjas gade. Wat nu? Ineens speelde ik de hoofdrol in een soort straattheater. Ik, die net één week aan het werk was bij het bedrijf dat ooit de Post, Telefoon en Telegrafie in Nederland verzorgde. Vandaag de dag herken je deze firma aan hun slogan  “Sure we can”. Het moge duidelijk zijn dat ik als postbezorger voor een glazen huisdeur stond. Op het moment dat ik de post door de brievenbus wilde duwen trok de bewoonster van dit rijtjeshuis het gordijn open. Wat nu te doen? Ze begon ze een beetje proestend te lachen. Een aanstekelijke lach. Ook ik zag de absurde humor van deze situatie ineens in. De toegestroomde buurtbewoners keken nog tamelijk ernstig. Er werd druk getelefoneerd en gefotografeerd. Ik bukte om de post op te rapen. Op dat moment opende ze de voordeur en rook ik opeens een geur van verse koffie en frisse douchegel. Ik kwam weer overeind. Ze lag in een deuk. “Ik uh, uh…”, stamelde ik en kon niets anders meer dan lachen. De vrouw met de koffiebruine haren leunde nu met haar handen tegen mijn schouders en schaterde het uit. “Sure we can” riep ze en lachte nog harder. Achter mij hoorde ik de eerste mensen lachen en al snel was het publiek ook niet meer te houden. Sommige mensen begonnen te klappen. Bovenramen openden zich, kinderen renden opgewonden door de straat en uiteindelijk gaf ik de dame de post die voor haar bestemd was. Ik maakte een lichte buiging, genoot nog even van het applaus en vervolgde mijn looproute. Het kan verkeren.

(Deze tekst verscheen eerder in dagblad De Pers)

« Oudere berichten Recent Entries »