Tag Archives: Berlijn – muzikale revolutie

Hildegard en David

Vandaag was het wederom tijd voor een korte “recovery wandeling” door de buurt. Vorige week bezocht ik het geboortehuis van Marlene Dietrich in de Leberstraße, vandaag waren de voormalige woningen van David Bowie en Hildegard Knef aan de beurt.

Deze diashow vereist JavaScript.

Hildegard Knef
De voormalige actrice, zangeres en schrijfster Hildegard Knef (28 december 1925 in Ulm; † 1 februari 2002 in Berlijn) werd in 1925 als dochter de tabakhandelaar en procuratiehouder Hans Theodor Knef en zijn vrouw Frieda Auguste geboren. Nadat haar vader in 1926 aan syfilis stierf, trok de moeder met haar dochter naar Berlijn. In het toenmalige stadsdeel Schöneberg bezocht Hildegard de Mittelschule. Die was ondergebracht in het gebouw waar nu het Rückert-Gymnasium is gehuisvest. In 1933 trouwde haar moeder met de meester-schoenmaker en leerfabrikant Wilhelm Wulfestieg. Uit dat huwelijk kwam Hildegards halfbroer en jazzmuzikant Heinz Wulfestieg (1936–1978) voort. Hij stierf op onverklaarbare wijze op 41-jarige leeftijd in Berlijn. Hildgard verwerkte zijn plotselinge dood in 1982 in haar boek So nicht.

Begin 1948 vertrok ze naar de Verenigde Staten en leerde daar o.a. Marlene Dietrich kennen. In 1950 werd ze Amerikaans staatsburger en keerde ze terug naar Duitsland voor de opnames van Willi Forsts film Die Sünderin. Na het succes van die film verscheen in 1951 haar eerste grammofoonplaat (Ein Herz ist zu verschenken). Weer terug in Amerika leerde ze ook Marilyn Monroe kennen. In 1957 verliet ze Amerika en keerde terug naar Duitsland. In 1970 verscheen haar autobiografische boek Der geschenkte Gaul waaraan ze één jaar had gewerkt. Het belandde op de eerste plaats van de Spiegel-Bestsellers en werd in 17 talen vertaald.

Vijf jaar later verscheen haar boek Das Urteil over de ziekte kanker, een ziekte waar ze zelf aan leed (bloedkanker). In 1982 vertrok ze met haar dochter en 15 jaar jongere man Paul von Schell naar Los Angeles. Vijf jaar later volgde haar succesvolle comeback als Fräulein Schneider in de musical Cabaret van John Kanders en Fred Ebbs in het Berlijnse Theater des Westens (met o.a. Helen Schneider, Wolfgang Reichmann en Utz Richter aan haar zijde). In 1989 keerde ze weer terug van Amerika naar Duitsland.

De laatste jaren van haar leven werden overschaduwd door ziektes. Na een klaplong lag ze maandenlang in het ziekenhuis. Op 27 juni 2001 verkreeg ze weer de Duitse nationaliteit. Twee weken na haar laatste optreden in het openbaar in de Duitse talkshow van Johannes B. Kerner stierf ze in de nacht van 31 januari op 1 januari tegen 02:00 uur op 76-jarige leeftijd aan een acute longontsteking. In Nederland verscheen in 2003 bij uitgeverij Aspekt het boek Hildegard Knef een ster – een tijdperk.

David Bowie
Na een excessieve fase in Los Angeles was Bowie lichamelijk kapot en artistiek uitgeput. Zijn verlangen naar rust en zijn fascinatie voor de Weimarer Republik en zijn kunstenaars, vooral Bertolt Brecht en Brücke-schilders, deden hem aan Berlijn denken. In 1976 trok hij in een Altbauwohnung in Schöneberg en was te vinden in de nabijgelegen discotheken, bar en cafés. Hij sloot vriendschappen met Berlijners en bleef tot 1978 in de Duitse metropool. In die tijd ontstonden drie albums: Heroes, Low en Lodger, die samen als Berlin Trilogie de muziekgeschiedenis ingingen.

Bowie woonde aan de Hautstraße 155 in Schöneberg. De grote woning was nauwelijks ingericht, gegeten werd meestal buiten de deur. Hij had een tijdje een beroemde huisgenoot, te weten Iggy Pop. Die mocht echter niet al te lang blijven, omdat hij levensmiddelen uit de koelkast jatte. Echter, de zanger van de Stooges en The Godfather of Punk huurde een kleinere ruimte in het achterhuis.

In de beroemde Hansa Studio’s nam Bowie zijn Berlijn-albums op. Ook U2, Depeche Mode, Nick Cave, Jack White, Nina Hagen en Eartha Kitt bezochten deze studio’s voor hun belangrijke platen. Hoewel Bowie over een internationaal netwerk van kennissen, medewerkers en coöpererende musici beschikte, sloot hij in Berlijn ook nieuwe vriendschappen. Hij bezocht vaak de in de scene beroemde en van Nederlandse afkomst Romy Haag en was een graag geziene gast in Chez Romy. Ook de Berlijnse modeontwerpster Claudia Skoda en haar kennissen behoorden tot Bowies nieuwe vriendenkring.

Bowie bezocht regelmatig het queercafé Anderes Ufer dat vandaag de dag Neues Ufer heet, maar was ook in de Paris Bar aan de Kantstraße in Charlottenburg te gast. Hij danste in Dschungel aan de Nürnberger Straße (minuut 00:50 van zijn “Where Are We Now” videoclip onderaan) en at bij restaurant Exil in Kreuzberg (nu sterrenrestaurant Horváth). Zijn lievelingsplek was echter het Brücke-Museum. Hij was erg onder de indruk van de expressionistische schilderijen van de Brücke-kunstenaars Ernst Ludwig Kirchner en Erich Heckel.

Van de Nederlandse journalist Leo Blokhuis verscheen vorige maand het boek Berlijn – Muzikale revolutie . Hierin grijpt hij terug op de jaren van David Bowie in Berlijn, “een tijd waarin hij zichzelf als artiest hervond, en met ‘Heroes’ een van zijn allergrootste hits schreef”. Leo Blokhuis neemt de lezer mee naar de jaren twintig van de vorige eeuw – de jaren van Marlene Dietrich, Kurt Weill en Bertolt Brecht, maar ook de tijd van de eerste experimenten met elektronische muziek, aldus uitgeverij De Bezige Bij.