Tag Archives: Berlijn

Blumen in Berlin

Berlijn, de metropool van Duitsland, telt ruim 3,2 miljoen inwoners. Opvallend is het aantal tuincentra met een Nederlandse eigenaar, zoals Der Holländer, Pflanzenmarkt Rudow en Gartencenter Holland. Ondernemers met jarenlange ervaring in deze wereldstad.

Theo Roelofs, Gartencenter Holland: Klanten reageren positief op themaweken’

Theo Roelofs, foto ©Allard van Gent

Theo Roelofs, foto ©Allard van Gent

Naam: Gartencenter Holland Locatie (wijk): Berlijn Tegel, Berlijn Märkisches Viertel, Schwanebeck
Opgericht in: 1995
Assortiment: 60% bloemen/planten, 40% hardware
Specialiteit: planten/hardware
Aantal medewerkers: 39
Website: www.gartencenter-holland.de

In Schwanebeck, net buiten de grenzen van Berlijn, bevindt zich één van de drie filialen van Gartencenter Holland. De uit het Gelderse Lint afkomstige Toine Houterman en Theo Roelofs openden deze vestiging vier jaar nadat ze in 1995 het eerste filiaal in de Berlijnse wijk Tegel uit de grond stampten. Vijf jaar geleden opende in de Berlijnse wijk Märkisches Viertel het derde filiaal zijn deuren.

Gartencenter Holland verkoopt naast bloemen en planten veel boetiekspullen en cadeauartikelen. “Wij kiezen misschien meer de Intratuin-achtige methode”, vertelt Theo Roelofs, de man van het eerste uur. De vestiging in Schwanebeck is de grootste en biedt ook alles op het gebied van dieren en vijvers aan. Toch staat het groen centraal. “Op het gebied van planten en bloemen willen we de beste zijn. We hebben een breed en diep assortiment.”

De klanten in Schwanebeck zijn vooral mensen uit de omgeving, uit de zogenaamde spekgordel van Berlijn. Ze leven op stand en dragen fors bij aan de stijgende omzet. In de andere filialen is de koopkracht iets lager. Theo Roelofs: “De omzetontwikkeling is positief. We hebben de afgelopen jaren een stijging gehad. We zijn ook zeer positief over de toekomst.”

Net als bij de andere ‘Nederlandse’ tuincentra is klantvriendelijkheid belangrijk. Alle medewerkers van het bedrijf bezoeken twee tot drie keer per jaar een cursus waar ze leren hoe je met de klanten omgaat. Theo Roelofs, die ook zegt het niet te merken als het minder gaat met de Duitse economie, weet veel over zijn klanten. “Twintig procent weet wat hij wil kopen, de rest kijkt wat er staat en gaat op een bepaald gevoel af. Dat gevoel verkopen wij ook door bijvoorbeeld themaweekenden te organiseren. We hebben ongeveer vijftien keer per jaar een themaweek. We merken dat er heel erg positief op gereageerd wordt. De mensen willen toch elke keer wat nieuws. Bij de kruidenshow hadden we honderd soorten kruiden, normaal hebben we er vijftig in het assortiment.”

Gartencenter Holland is aangesloten bij de grote Duitse inkooporganisatie Sagaflor. De bloemen en planten kopen ze zelf. “We kopen onze boomkwekerijproducten in Nederland bij de firma’s Altena en Den Dekker, dat zijn de belangrijke inkoopkanalen. Daarnaast kopen we nog wat in Italië en Denemarken. Snijbloemen doen we in concessie, omdat het niet rendabel is voor ons. Kamerplanten hebben een aandeel van 70%. De hardware wordt hoofdzakelijk in Duitsland gekocht, waarbij de decoratieve artikelen weer veel bij Nederlandse bedrijven vandaan komen.”

Daarnaast rijden er drie keer per week eigen vrachtwagens naar de veiling in Herongen. Daardoor heeft het bedrijf een tijdsvoordeel. Het bieden op de producten gebeurt op afstand, in Berlijn achter de computer. “Daarbij kopen we puur op kwekersnaam.” Over merken en labels zegt Roelofs: “We hebben een bepaald merk voor de plastic potten. En we werken met een dierenafdeling. Daar merk je wel dat merknamen belangrijk zijn, in het tuincentrum niet.” Roelofs en Houterman zien veel kansen voor de toekomst. Roelofs:”We gaan het accent op het thema Holland leggen. Daarnaast breiden we in de toekomst het assortiment uit en proberen ervoor te zorgen dat de klant nog langer in het tuincentrum vertoeft. Wie nu de verkeerde weg inslaat, heeft over vijf jaar problemen. Wij denken dat we al weten waar de reis naar toe gaat.”

Frits Seelen, Der Holländer: ‘De meeste Duitsers kopen altijd weer hetzelfde’

Frits Seelen, foto ©Allard van Gent

Frits Seelen, foto ©Allard van Gent

Naam: Der Holländer
Locatie (wijk): Berlijn Charlottenburg (13.000m2) en tweede filiaal in Berlijn Treptow (10.000 m2)
Opgericht in: 1985
Assortiment: 70% planten, 10% potgrond, 20% hardware (gieters, potten, klimplantenrekjes, etc.)
Specialiteit: planten
Aantal medewerkers: circa 60
Website: www.der-hollaender.de

‘Der Holländer’ is een begrip in Berlijn. Vijf jaar voordat de Berlijnse muur verdween, zette ondernemer Frits Seelen tegenover het Olympia stadion zijn inmiddels beroemde tuincentrum neer. Alles wat prominent is in de Duitse hoofdstad is hier langs geweest.

Frits Seelen verkocht als 18-jarige al tomaten, komkommers, sla en andere groenten. Tien jaar later hield hij de groenten voor gezien en stapte over naar de plantengroothandel. Hij reed dwars door Europa en zette in 1983 koers richting West-Berlijn met maar één doel: twee vrachtwagens vol planten ophalen van een klant die niet betaalde. Frits Seelen: “Ik kon op de terugweg met die spullen de grens niet over, er ontbraken papieren. Maar eigenlijk had ik allang besloten om die planten gewoon in Berlijn te slijten.” Die dag zocht hij midden in de stad een grasveld op, in Britz, en lost daar al zijn planten. “Op zaterdagochtend was alles in tweeënhalf uur verkocht. Van lieverlee is het eigenlijk zo begonnen”, vertelt hij en geniet nog zichtbaar van de actie die leidde tot zijn huidige miljoenenbedrijf.

De plant staat van begin af aan centraal in het tuincentrum, dat er in 1995 nog een tweede filiaal in stadsdeel Treptow bij kreeg. In een stad als Berlijn heeft de plant het soms hard te verduren. Je hebt er meer ziektes dan op het platteland. Er zijn luizen, meeldauw, noem maar op. Daarom werkt Der Holländer met drie plantendokters. Zij vormen een bedrijf binnen het bedrijf, compleet met een eigen laboratorium, microscopen en allerhande andere noodzakelijke apparatuur.

De klanten van Der Holländer komen vooral uit het midden- en hogere segment. Onder hen bevinden zich hotels, restaurants, de Berlijnse jetset en ambassadeurs uit de hele wereld. De Nederlandse ambassade in Berlijn staat bijvoorbeeld vol met planten uit dit tuincentrum.

Veel planten komen uit Nederland, uit Boskoop. Eén keer per week haalt hij een groot aantal planten van de veiling Rhein-Maas in het Duits-Nederlandse grensgebied. “En Denemarken. In Denemarken ligt net even wat mooier spul dan in Nederland en Duitsland”, aldus Frits Seelen.

Met labels of merken doet Seelen niets. “Ik wil niks opgelegd krijgen van andere bedrijven of iets in hun naam promoten. Soms kun je er niet omheen, omdat het werkelijk nut heeft. Maar we doen er verder niks aan. We proberen het tegenovergestelde. Er zijn in Berlijn zeventig bouwmarkten met een tuincentrum. Die hebben allemaal hetzelfde. Ik heb hier geen bouwmarktproducten. Ik heb planten, potten, aarde, kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Voor de rest niks.”

De meeste Duitsers kopen altijd weer dezelfde producten. Vooral rododendrons, hortensia’s, rozen en thuja’s doen het goed. Op nummer één staan de haagplanten. “Daarvan verkopen we er veel, heel veel”, vertelt Frits Seelen. “In het voorjaar wel eens een vrachtwagen per dag, alleen maar haagplanten. Waar het allemaal blijft, dat weten wij ook niet, de stad is groot. Maar we leveren ook tot honderd kilometer buiten de stad, bijvoorbeeld naar Leipzig en Dresden; dat is geen uitzondering.” De kwaliteit van de boomkwekerijproducten uit Nederland vindt Seelen matig. Die van de kamerplanten, die 15% van het assortiment innemen, redelijk. “Je moet goed zoeken naar de goede planten.”

Wat de kleuren van de planten betreft gedragen de Duitsers zich zeer behoudend. Frits Seelen: “Het gaat gewoon zo verder als 25 jaar geleden. We verkochten vroeger wit, rood, blauw en geel. Wat verkopen we vandaag de dag: wit, rood, blauw en geel. Dat is niet te veranderen.”

Seelen klaagt niet over de economische malaise. “Als het minder gaat met de economie, dan gaan de mensen thuis het nest mooier maken. Dan komen er een paar plantjes en bloemetjes. Dat geeft heel veel mensen een ongelooflijke balans. Mensen komen hiernaartoe om iets te kopen waarmee ze zich thuis lekker voelen. En toevallig is dat een plant. Als de conjunctuur in elkaar klapt, dan zijn wij de laatsten die daardoor betroffen zijn.”

Bert Rutten en Huub Schriever, Pflanzenmarkt Rudow: ‘We zijn begonnen met een kassa op een stapel pallets’

V.l.n.r.: Bert Rutten en Huub Schriever, foto ©PÍlanzenmarkt Rudow

V.l.n.r.: Huub Schriever en Bert Rutten, foto ©PÍlanzenmarkt Rudow

Naam: Pflanzenmarkt Rudow
Locatie (wijk): Berlijn Rudow
Opgericht in: 2009
Assortiment: 40% haagplanten, 20% boomkwekerijplanten, 30% balkonplanten, 10% rest
Specialiteit: planten
Aantal medewerkers: 4
Website: www.pflanzenmarktrudow.de

Twee jaar geleden openden de twee Nederlandse ondernemers Bert Rutten en Huub Schriever Pflanzenmarkt Rudow in de Berlijnse wijk Rudow. Bert Rutten komt uit de kwekerijwereld. Hij werd in Leende geboren en volgde in Boskoop de middelbare tuinbouwschool tot boomkweker.

Bert Rutten (rechts op de foto) woont als vijftien jaar in Berlijn en heeft hier de nodige ervaring opgedaan in de plantenbranche. Daarna werd het tijd voor een eigen bedrijf. “In de winter van 2009 vonden we deze plek. Het is een oud goederenstation op de oude spoorweg van Neukölln naar Mittenwalde. We haalden een vrachtwagen met planten uit Nederland, nog een paar planten van de groothandel in Berlijn, we kochten een kassa die we op een stapel pallets zetten en zo begonnen we. Dan is het klein beginnen en heel hard werken. Dag en nacht werken.”

Inmiddels loopt het bedrijfje goed. Rutten is tevreden. Hij heeft een mooi assortiment boomkwekerijplanten uit Nederland. “Dat krijg je voor een goede prijs. Als je een beetje verstand hebt van de boomkwekerij-artikelen, dan vind je mooie spullen die je hier niet krijgt of waarvoor je t veel betaalt”, legt hij uit. De planten halen ze op diverse locaties. Bijvoorbeeld bij Arie Bouwman in Wijk en Aalburg, ze kopen vaak bij Groen Direkt in Boskoop en voor de bloembollen gaan ze langs bij Baltus Bloembollen in Vaassen. “Voor de coniferen en de haagplanten hebben we verschillende adressen in Brabant, daar moet je dan een beetje de weg kennen.” De potgrond kopt hij gewoon in de buurt, net als de balkonplanten, de petunia’s en de geraniums. Daarnaast koopt hij ook spullen in Denemarken en Italië. Met labels doet hij niets.

In stadsdeel Rudow staan vooral eengezinswoningen en rijtjeshuizen. “Veel klanten zijn tussen de veertig en zestig jaar. Ze kopen vooral balkonplanten. Daarnaast heb je de ‘haagplantenklanten’. Dat zijn vaak jongere mensen uit een nieuwbouwhuis net buiten Berlijn. Vaak hebben ze een dubbel inkomen, iets wat hier in Berlijn niet zo vanzelfsprekend is als in Nederland”, aldus Bert Rutten, die zegt weinig tot niets te merken als het met de Duitse economie minder gaat.

Zijn er in dit tuincentrum trends te bespeuren? Bert Rutten: “Trends zoals je ze in Nederland kent, zie je hier niet zo sterk. Dat komt ook doordat we hier aan de stadsrand zitten. De trends heb je denk ik wel in wijken als Mitte en Friedrichshain, dat zijn de echte trendy wijken van Berlijn.”

Pflanzenmarkt Rudow biedt naast een paar gietertjes en mandjes geen extra accessoires aan. Rutten wil alleen mooie planten verkopen waar hij verstand van heeft en niet te veel dingen eromheen. “De traditionele dingen verkopen we het meest. Geraniums, surfinia’s en coniferen.” Over de kwaliteit van de planten uit de Berlijnse groothandel Landgard is hij tevreden. “Als we daar boomkwekerij-artikelen kopen, dan is de kwaliteit vaak nog beter dan in Nederland. Voor kamerplanten is er geen markt in de buurt. “Er zijn hier veel volkstuintjes. Mensen gaan voor tuinplanten. En van snijbloemen hebben we geen verstand, schoenmaker blijf bij je leest, geldt bij ons.”

Het jaar zit er bijna op. In december verkopen ze nog kerstbomen uit Denemarken en dan gaar vanaf kerst de deur op slot. “Dan gaan we naar Nederland. In februari heb je beurzen bij verschillende boomkwekers.”

Dit artikel verscheen in oktober 2011 in het Vakblad voor de bloemisterij, uitgave 39.

Berlijn: op zoek naar flessenverzamelaars

Het interview met Jonas Kakoschke over pfandgeben.de

Het interview met Jonas Kakoschke over pfandgeben.de

‘U haalde net flessen uit de vuilnisbak. Wilt u hier over praten?’ Nee, verkeerde openingszin, dacht ik afgelopen dinsdag aan het begin van de middag. De studente van de School voor Journalistiek in Utrecht en ik achtervolgden de man die we zojuist van grote afstand hadden betrapt op het in een vuilnisbak zoeken naar flessen met statiegeld. Ik voelde me een soort CIA-agent. We zochten al zeker een half uur naar een flessenophaler, omdat de studente het fenomeen ‘statiegeldflessen verzamelen in Berlijn’ als onderwerp had gekozen voor haar mini-radioreportage van vier minuten. Ik was hierbij betrokken, omdat ik via internet en een email spontaan mijn hulp had aangeboden bij het zoeken naar een flessenophaler én bij het vertalen in het geval ze hem of haar wilde interviewen.

Eerder op de dag waren we op bezoek bij Jonas Kakoschke. Hij is de man die in 2011 de website ‘pfandgeben.de‘ in het leven riep. Dat non-proft project loopt nog steeds goed. Heb je na een feestje je woning vol met lege flessen en je kunt het statiegeld wel missen, dan kijk je gewoon eventjes op die website welke flessenophaler er bij jou in de buurt actief is. Vervolgens bel je hem of haar op en je flessen worden opgehaald. Je hoeft niet naar de winkel en de flessenophaler is blij met de flessen. Bovendien heeft de flessenverstrekker ook nog eens iemand ondersteund die iedere eurocent kan gebruiken. Kortom, een bekende win-win situatie. Over dat project, dat in 2011 een ware mediahype beleefde, spraken de studente en Jonas, terwijl ik zo nu en dan wat woorden van het Duits naar het Nederlands vertaalde en andersom.

‘Het is in Duitsland soms gewoon pure noodzaak om flessen op te halen, want je moet toch ergens van rondkomen.’ Met woorden van gelijke strekking sprak ik de man op Hauptbahnhof aan en klopte hem voorzichtig op zijn schouder. Ik schatte hem midden 60. Hij droeg een verwilderde korte baard, op zijn neus stond een bril met kapotte pootjes en een lichte, penetrante geur van ongewassen lichaamsdelen duidde erop dat hij wellicht de nachten op straat doorbracht. Hij keek mij aan en knikte toen ik snel uitlegde dat een studente uit Nederland hem graag een paar vragen wilde stellen i.v.m. haar studieopdracht. ‘Daarom wordt het ook niet uitgezonden’, voegde ik er nog aan toe.

De man sprak over de bagagekarretjes op vliegveld Tegel. Vroeger waren die karretjes met één of twee euro of Duitse mark een bron van inkomsten voor de mensen die nu naar statiegeldflessen zoeken. ‘Trittin was toen minister. Die karretjes met geld werden afgeschaft en direct daarna werd het statiegeld op blikjes ingevoerd’, vertelde deze man op het Berlijnse Hauptbahhof. Hij vertelde ook dat hij gisteren maar twee euro had verdiend en dat het slechte tijden waren, dat de concurrentie met mensen uit Polen, Roemenië en voormalige Oostblok landen groot was. ‘Die sturen hun kinderen gewoon op pad’, zei hij met een duidelijke verontwaardiging in zijn stem. De man praatte en zowel de studente als ik waren blij dat we eindelijk iemand hadden gevonden die flessen zocht én praatte. Blij maar ook aangedaan. Immers, de man is door wat voor omstandigheden dan ook in een dergelijke situatie beland. Tussen de rollende Samsonites, de geur van koffie en curryworst, tussen de schelle omroepberichten en een Whatsappende menigte schuifelt hij telkens van vuilnisbak naar vuilnisbak en als hij buigend zijn gezicht boven het afval houdt, hoopt hij vurig op een achteloos weggegooid flesje of blikje en de paar eurocent die hij daarmee verdient.

Eerste prijsuitreiking International Light Art Award

Foto's: © Zentrum für Internationale Lichtkunst Unna

Foto’s:
© Zentrum für Internationale Lichtkunst Unna

Feestrede: Prof. Dr. Peter Sloterdijk, presentatie: Katty Salié, ZDF-presentatrice

Prof. Dr. Peter Sloterdijk leidt met zijn feestrede Licht-Beweise – Philosophische Notizen zum Lob der Sichtbarkeit het thema van de avond in. Naast de bekendmaking van de ILAA-prijswinnaars en de voorstelling van de werken, volgt een inleiding in het internationale jaar van het licht door prof. Dr. Edward Georg Krubasik.

Op 22 januari wordt in Berlijn voor het eerst en in het openbaar de International Light Art Award (ILAA) uitgereikt, een lichtkunstprijs die veelbelovende kunstenaars en kunstenaressen, waarvan de werken richtinggevend zijn voor de verdere ontwikkeling van de lichtkunst, eert. Een zevenkoppige vakjury koos de drie finalisten, te weten het Keulse kunstenaarsduo artin Hesselmeier & Andreas Muxel (DE/A), de Chileense kunstenaar hedendaagse kunst Iván Navarro (USA) en de beeldhouwer Dirk Vollenbroich (DE) . Deze winnaars zullen van 25 januari tot 28 juni 2015 in het lichtkunstcentrum Unna hun bekroonde werken tentoonstellen.

JAN VAN MUNSTER: Ich [im Dialog] (2005) Sammlung des Zentrums für Internationale Lichtkunst Unna © www.frankvinken.com

JAN VAN MUNSTER: Ich [im Dialog] (2005)
Sammlung des Zentrums für Internationale Lichtkunst Unna
© http://www.frankvinken.com

De prijsuitreiking van de ILAA 2015 vindt plaats tijdens een feestelijke plechtigheid plaats in het ‘Haus der Berliner Festspiele’ en wordt begeleid door een discussie-evenement in coöperatie met het Monopol-Magazin. In de context van het door De UNESCO riep dit jaar uit tot ‘Internationaal jaar van het licht’ en in die context zal alles op die avond in het teken staan van licht en lichtkunst. Prof. Dr. Peter Sloterdijk houdt de feestrede. Het Centrum voor internationale lichtkunst ‘Unna’ en de RWE – stichting voor energie en maatschappij (bedrijfsstichting van energiebedrijf RWE, die onafhankelijk werkt) willen met de prijs tot een actieve dialoog over de toekomst van lichtkunst aanzetten.

De artistieke vormgeving van het lichtprogramma komt van Tobias Daemgen (RaumZeitPiraten), Jan Ehlen, Moritz Ellerich en wordt door Prof. Mischa Kuball van de Hogeschool voor de Kunst in Keulen ondersteund.

DE ILAA
De winnaar van de ILAA ontvangt een prijzengeld van 10.000 euro. Daarnaast worden de kunstenaars die als eerste, tweede en derde eindigden financieel ondersteund bij het realiseren van hun concepten, om deze in een vijf maanden durende tentoonstelling in het Centrum voor internationale lichtkunst Unna van januari tot en met juni 2015 te kunnen presenteren.

„The Future of Light Art“
25.01. – 28.06.2015
Zentrum für Internationale Lichtkunst Unna

Traffic (Rendering) © Ivan Navarro

Traffic
(Rendering)
© Ivan Navarro

Das Zentrum für Internationale Lichtkunst Unna
Het Centrum voor internationale lichtkunst Unna (Das Zentrum für Internationale Lichtkunst Unna) – het wereldwijd enige museum dat is gespecialiseerd in de presentatie van lichtkunst – werd in 2011 opgericht. Het verenigt in de 10 meter onder de aarde gelegen koel- en opslagruimtes van de voormalige Lindenbrouwerij de belangrijkste internationale werken van de lichtkunst. Alle lichtkunstinstallaties werden speciaal voor de ruimtes ter plekke gemaakt, waaronder werken van James Turrell, Christian Boltanski, Ólafur Elíasson, Rebecca Horn, Li Hui, Joseph Kosuth, Brigitte Kowanz, Mischa Kuball, Christina Kubisch, Mario Merz, François Morellet, Stefan Reusse, Keith Sonnier en de Nederlandse kunstenaar Jan van Munster.

Light Art Award 2015

www.lichtkunst-unna.de

« Oudere berichten Recent Entries »