Filmpremière ‘Ich und Kaminski’

kamOvermorgen, op donderdag 17 september 2015,  gaat in Duitsland de speelfilm Ich und Kaminski in première, gebaseerd op de gelijknamige roman van Daniel Kehlmann. Na Die Vermessung der Welt en Ruhm is het de derde keer dat er een boek van Daniel Kehlmann op het witte doek verschijnt.

Regisseur Wolfgang Becker werpt een komisch-satirische blik op het kunstwereldje. ‘Een roadmovie, die door half Europa trekt, omringd door pijnlijke situaties en vieze trucjes’, staat er in het persbericht. De hoofdrollen worden gespeeld door Daniel Brühl (Good Bye, Lenin!, Rush) en Jesper Christensen (Casino Royale, Melancholia).

Die Vermessung der Welt
Tot nu toe bleven de boeken van Kehlmann succesvoller dan de films. De film Die Vermessung der Welt was goed gelukt, maar kreeg in de media meer slechte dan goede recensies, ondanks dat de eerste reacties na de persvoorstelling buitengewoon positief waren. Volgens Kehlmann heeft dit te maken met het feit dat veel media gewoon de mening van de grote media volgen. Hij zei dit tijdens een lezing in Berlijn, waarbij ik ook aanwezig was. Lees hier de bijdrage, waarin Kehlmann ook ingaat op het gebruik van social media en duidelijk maakt hoe hij over Facebook denkt.

Ruhm
De speelfilm Ruhm, gebaseerd op de gelijknamige roman, heb ik ook gezien. Het was in mijn ogen een leuke film, maar ik had dan ook van tevoren al twee keer het boek gelezen. Dat speelt met name bij die film een belangrijke rol, want het verhaal bestaat uit divers episoden die elkaar snel opvolgen. De kritiek van Der Spiegel en ook andere media was dat ook de prominente acteurs en actrices – Heino Ferch en Senta Berger – de film niet konden redden. Jakob Biazza van Focus was een van de weinige critici die de film prees.

Het boek Ich und Kaminski (2003) is de vierde roman van Daniel Kehlmann. Hiermee vestigde hij zowel nationaal als internationaal de aandacht op zich. Drie jaar later kwam zijn grote doorbraak met de bestseller Die Vermessung der Welt. Ich und Kaminki is een vlot geschreven roman waarin een betweterige, arrogante journalist furore wil maken door een biografie over de kunstschilder Kaminski te schrijven. Het verhaal is een schitterende parodie op ‘het kunstwereldje en de media’.

Wie meer wil weten over Daniel Kehlmann en zijn werk verwijs ik graag naar mijn artikel ‘De werkelijkheid volgens Daniel Kehlmann‘.

Reacties op de film in de Duitse media

Suddeutsche Zeitung
Een melancholisch en grappig schelmstuk over kunst, liefde en de verwisseling met zelfverliefdheid dat net zo goed werkt als de geschreven roman.

Frankfurter Allgemeine Zeitung
Er gebeurt niets. Te diepzinnig, te veel kunst.

NDR
Sterke romanverfilimg.
Een potsierlijke satire over ijdele carrièremakers en de kunst van het bedrog.

De speelfilm Ich und Kaminski is vanaf 17 september in de Duitse bioscopen te zien.
Website bij de film

Voor de inwoners/bezoekers van Berlijn: de film gaat donderdag in de volgende bioscopen van start: Zoo Palast Kino, Kino in der Kulturbrauerei, Delphi Filmpalast am Zoo, Filmtheater am Friedrichshain, Cinemaxx Kino Potsdamer Platz, Yorck und New Yorck Kino, Cineplex Titanio Kino en Blauer Stern Kino.

Advertenties

De werkelijkheid volgens Daniel Kehlmann

© Heji Shin

© Heji Shin

De schrijver Daniel Kehlmann vestigde met zijn vierde roman Ich und Kaminski zowel nationaal als internationaal de aandacht op zich. Drie jaar later kwam de grote doorbraak er met zijn bestseller Die Vermessung der Welt, waarvan meer dan twee miljoen exemplaren over de toonbank gingen. Het boek werd liefst in 50 talen vertaald. Wie is deze auteur, wat schrijft hij, hoe schrijft hij en waar haalt hij zijn materiaal vandaan?

Daniel Kehlmann werd in 1975 in München geboren als zoon van de Oostenrijkse regisseur Michael Kehlmann en de Duitse actrice Dagmar Mettler. Het gezin verhuisde in 1981 naar Wenen.  Daniel Kehlmann studeerde er filosofie en literatuurwetenschappen. In 1997 verscheen zijn debuutroman Beerholms Vorstellung. De uitgever raakte het boek destijds aan de straatstenen niet kwijt. Ook na het grote succes van Die Vermessung der Welt (2005) bleef het boek slecht verkopen.  Pas nadat Kehlmanns nieuwe uitgeverij Rowohlt het boek als nieuwe editie op de markt bracht, kwamen er tienduizenden bestellingen voor zijn debuutroman binnen.

Op zoek
Sommige mensen vinden Beerholms Vorstellung het beste werk van Kehlmann. De schrijver zelf distantieert zich van deze mening, maar niet van zijn boek. Het verhaal gaat over een jongen die goochelaar wil worden. Niet zomaar een goochelaar, maar één die écht kan goochelen en geen trucjes uithaalt. Het verhaal begint en eindigt op het terras van een televisietoren. Arthur Beerholm, de ik-persoon, vertelt hoe hij daar is terechtgekomen.

De Duitse literatuurwetenschapper Joachim Rickes, die in zijn boek Daniel Kehlmann und die lateinamerikanische Literatur onder meer ingaat op de invloeden van de Zuid-Amerikaanse literatuur op het werk van Kehlmann, ziet in het hoofdpersonage de schrijver Daniel Kehlmann zelf. De goocheltrucs symboliseren volgens hem de romans. Op het einde van het verhaal staat het hoofdpersonage voor een tweesprong: wanneer hij over de balustrade springt, zal de wind hem dan opvangen of zal hij toch naar beneden vallen? Rickes ziet hierin de auteur zelf, die het risico neemt om zich volledig met het schrijven bezig te houden. Springt hij in de wereld van de kunst en wordt hij schrijver?

bv1Het verhaal speelt met realiteit en fantasie, met werkelijkheid en droom. De lezer weet niet meer wat echt is, maar ook de schrijver zelf weet het niet langer. Beerholms Vorstellung is net als alle werken van Kehlmann voorzien van vele kleine, onopvallende details en laagjes. Neem bijvoorbeeld het leerboek van de jonge goochelaar. Dat is geschreven door ene Adam von Librikov. Het is duidelijk dat achter dit anagram de naam Vladimir Nabokov schuilgaat, die naast Thomas Mann de belangrijkste ‘huisschrijver’ van Daniel Kehlmann is. Op de weblog van de Nederlandse journalist Wim Noordhoek, die zich sinds jaar en dag bij de Nederlandse omroep VPRO met literatuur bezighoudt, las ik dat hij na het lezen van Het meten van de wereld meteen alle andere boeken van Kehlmann wou lezen. “Eén van zijn kenmerken is het iets niet weten. Je kunt wel denken, dit is een grote schrijver die alles overziet. Maar nee, hij weet het dan zelf ook vaak niet. Zeker bij zijn debuut Beerholms Vorstellung. Ik denk, dat is een boek waar hij aan begonnen is en hij het zelf ook niet wist. Hij zoekt zichzelf. Ik vind het meesterlijk”, aldus Wim Noordhoek.

Een dialoog tussen de goochelaar Arthur Beerholm en zijn goochelmeester Jan van Rode maakt duidelijk hoe Kehlmann in zijn verhaal met de werkelijkheid speelt. De goochelmeester is aan het woord: “Arthur, u trekt de grens veel te nauw. Ik verraad u een geheim, een zeer groot geheim, waar iedereen vanaf weet, behalve u. Dit hier is een droom. Ik bedoel dat niet filosofisch, God bewaar me! Het is daadwerkelijk een droom. En wel uw droom. Wij horen er allemaal bij, een ieder van ons is uw verzinsel. Als u ontwaakt, dan zijn wij weg, niet meer, verwijderd, wij zijn er nooit geweest.”

Dit soort onzekerheid komt vaak op een humoristische manier aan bod in het verhaal, bijvoorbeeld als Van Rode eraan toevoegt: “Bent u niet lekker? Niet ontwaken, alstublieft niet! Ter wille van mij. Ik wil nog blijven.”

Na de roman over de goochelaar verscheen in 1998 de bundel met korte verhalen Unter der Sonne. Volgens literatuurwetenschapper Markus Gasser, die in zijn boek Das Königreich im Meer – Daniel Kehlmanns Geheimnis als eerste wetenschapper een uitgebreid boek over het werk van Daniel Kehlmann schreef, is het titelverhaal de eerste poëtische tekst die Daniel Kehlmann überhaupt geschreven heeft. Zelf vind ik het titelverhaal het beste, omdat het prachtig beschrijft hoe de ambitieuze literatuurwetenschapper Kramer alles in het werk stelt om iets over ‘die andere wereld’ te ervaren, waarin zijn lievelingsdichter Bonvard leeft. Die andere wereld is in de ogen van Kramer een wereld met villa’s waarin mensen leven die meesterwerken scheppen.

Mahlers Zeit (1999) is de roman die na de verhalenbundel verschijnt. In dit boek beschrijft Kehlmann hoe de jonge David Mahler in een droom de formule ontdekt om de tijd te keren. Een typisch kenmerk van Kehlmann is de dubbele leesbaarheid van het verhaal. De eerder genoemde literatuurwetenschapper Gasser is van mening dat David Mahler het bij het juiste eind heeft. Andere lezers vragen zich af hoe geloofwaardig het verhaal is. Zelf realiseerde ik me na het lezen van Mahlers Zeit dat ik het niet wist. Het verhaal gonsde hoe dan ook nog lang na in mijn hoofd. Een ander typisch Kehlmann-kenmerk is het gebruik van spiegels en spiegelingen. In Mahlers Zeit wordt in een plas regenwater het spiegelbeeld van een vliegtuig gereflecteerd. Als David met zijn voet het water beweegt, vervaagt het beeld. Als hij naar boven kijkt, is er geen vliegtuig te zien.

Gebroken realisme
In Kehlmanns derde roman Der fernste Ort (2001) is er opnieuw sprake van een groot spanningsveld tussen werkelijkheid en onwerkelijkheid. De verwachtingen van de lezer worden doelbewust in de verkeerde richting gestuurd. Als je de roman goed analyseert, dan bestaat er geen twijfel over dat dit verhaal de laatste stukjes bewustzijn van een stervende man weergeeft. Kehlmann geeft bijna onmerkbaar aan dat de hoofdpersoon aan het verdrinken is, en dit een verhaal lang. In 2003 verschijnt de roman Ich und Kaminski. Veel literatuurcritici zijn het erover eens dat dit boek een nieuwe fase in het werk van Kehlmann inluidde. Het verhaal is lichter en luchtiger, met nog meer humor doorspekt en er gebeurt meer in. Hoewel net als in Kehlmanns vorige boeken de geheimzinnigheid blijft, heb je als lezer in Ich und Kaminski minder het gevoel op het verkeerde been te worden gezet. Dat is in dit verhaal ook minder de bedoeling. In de vlot geschreven roman wil een betweterige, arrogante journalist furore maken door een biografie over de kunstschilder Kaminski te schrijven. Het verhaal is een schitterende parodie op ‘het kunstwereldje en de media’.

vdwEen typisch Kehlmann-kenmerk in Ich und Kaminski is dat de lezer niet honderd procent zeker weet of de blinde Kaminski wel echt blind is. Uit het verhaal komen verschillende antwoorden op die vraag bovendrijven. Deze vorm van onzekerheid kenmerkt het ‘gebroken realisme’, zoals Kehlmann het basisprincipe van zijn manier van schrijven zelf noemt in zijn boek Diese sehr ernsten Scherze (2007), met daarin zijn lezingen over poëzie aan de universiteit van Göttingen.
Na het succes van Ich und Kaminski volgt Kehlmanns vijfde roman, zijn internationale bestseller Die Vermessung der Welt. Het verhaal over de Duitse wetenschappers Humboldt en Gauß kun je op meerdere manieren lezen. Het boek biedt wetenschappers een scala aan mogelijkheden om in te gaan op de symboliek en de verschillende lagen van het verhaal. Maar ook de minder geoefende lezer beleeft veel plezier aan dit boek. Het verhaal zit vol met absurde scenes à la Monthy Python waardoor het echt lachen geblazen is. Dat vond ook Wim Noordhoek: “Het meten van de wereld is gewoon ontzettend geestig. En waarom? De zelfspot. Dat is in Duitsland wel heel uitzonderlijk. En Duitser dan Gauß en Humboldt kun je niet zijn”.

ruRoem
Na de bestseller, die in 2012 als speelfilm in de Duitse bioscopen te zien was, duurt het vier jaar vooraleer Kehlmanns zesde roman Ruhm (2009) onder grote mediabelangstelling op de markt komt. Dit boek wordt voorafgegaan door het boekje Leo Richters Porträt, een grappig kortverhaal over de schrijver Leo Richter die voor een journalist vlucht die een portret over hem wil schrijven. De schrijver Leo Richter zien we als een alter  ego van Kehlmann terug in Ruhm. In deze roman schreef Kehlmann niet over de geschiedenis maar over de huidige tijd, over mensen die gevangen zitten in de hedendaagse techniek. Het boek gaat over mobiele telefoons en internet en natuurlijk ook over roem. De titel is een kleine knipoog naar het succes van Kehlmanns vorige boek. De literatuurcritici in de Duitse kranten reageerden verschillend. De schrijver is ongrijpbaar en het lijkt erop dat sommige critici en journalisten daar moeilijk mee overweg kunnen.

De Süddeutsche Zeitung, die volgens literatuurwetenschapper Rickes ‘een belangrijke stem in de anti-Kehlmann-concerten” is, verscheen in januari 2009 met de kop ‘Een sodoku is geen roman’. De recensent schrijft dat het boek op een belangrijke manier is mislukt. ‘Het boek openbaart een zwakte van de schrijver, zijn grens. Hij kan geen personages verzinnen die voor de auteur serieuze weerstand opwerpen, die tegenover hem geheimen bewaren, die hij niet zou kunnen oplossen.’ De Frankfurter Allgemeine Zeitung prees het boek echter aan, net als de Neue Zürcher Zeitung, getuige de volgende literaire kritiek:’“Ruhm stroomt over van het raffinement. Daniel Kehlmann schijnt alles te kunnen: van de messcherpe pointe tot de running gag, van de nonchalante dialoog tot elegant proza, van hoge stijl tot gehakkel over de werkelijkheid, van symboliek tot drama, van suspense tot zelfkritiek, van de causerie tot de substantiële gedachte, daarbij ironie, parodie, satire, groteske. Ruhm toont hem als virtuoos van thematische verbindingen en multi-perspectieven, van complex motiefgebruik en paradoxale kruising van fictionele lagen.’ Ook dit boek werd in 2012 verfilmd.

lobInvloeden
Tot slot is het interessant om te weten dat Kehlmann zeer belezen is. In zijn laatste boek Lob: Über Literatur (2010) schrijft hij over het werk van onder andere Thomas Bernhard, Truman Capote, J. M. Coetzee, Stephen King, Max Goldt, Heinrich von Kleist, Thomas Mann, Samuel Beckett en Shakespeare. Eerder, in 2005, schreef hij in het boek Wo ist Carlos Montúfar? essays en recensies over onder meer Voltaire, Tolkien en John Updike, om er slechts enkele te noemen. De titel verwijst naar de man die Humboldt van 1802 tot 1804 begeleidde bij de beklimming van de Chimborazo. Kehlmann legt in zijn boek uit waarom voor deze persoon geen plaats was in zijn roman Die Vermessung der Welt.

Kehlmann heeft ook een fascinatie voor enkele grote Zuid-Amerikaanse schrijvers. Zowel tijdens lezingen als in interviews vertelt hij hier graag over. Om dit zo goed mogelijk te illustreren, kan ik niet anders dan de schrijver zelf citeren en daarmee ook dit artikel af te ronden: “De grootste literaire revolutie van de tweede helft van de twintigste eeuw, dat waren de vertellers uit Zuid-Amerika, die bij Kafka inhaakten en de grenzen tussen dag- en nachtwerkelijkheid, tussen wakker zijn en dromen vertroebelden. Romans als grote dromen, waarin alles mogelijk is. Zo ontstonden de fonkelende meesterwerken van dit continent: Honderd jaar eenzaamheid, Ficties, Het koninkrijk van deze wereld en Pedro Paramo. Ook Bolano’s De woeste zoekers hoort erbij. Hier (in Duitsland) wilde men er niet veel van weten, haakte in op het dadaïsme van de naoorlogse periode, haalde men de humor eruit en noemt men het een experiment. Klankpoëzie en sociaal engagement – de beide beklemmende hoekpilaren van het radicale realisme.”

Vertaalde werken van Daniel Kehlmann:
Ik en Kaminski (Ich und Kaminski)
Het meten van de wereld (Die Vermessung der Welt)
Roem (Ruhm)

N.B. Bovenstaand artikel schreef ik voor Kunsttijdschrift Vlaanderen en verscheen in uitgave 345, juni 2013. F, de laatste roman van Daniel Kehlmann, verscheen eind augustus 2013 bij uitgeverij Rowolt.  De vertaling naar het Nederlands door Gerda Meijerink is sinds oktober 2013 verkrijgbaar.