Salon van de angst, de voorbereiding

Agnès Geoffray, Night 3, 2005 (Fotografie aus der Serie: Nights, 2005-2007), © Agnès Geoffray, Courtesy Agnès Geoffray

Agnès Geoffray, Night 3, 2005 (Fotografie aus der Serie: Nights, 2005-2007), © Agnès Geoffray, Courtesy Agnès Geoffray

Afgelopen donderdag opende in de Kunsthalle Wien de expositie Salon der Angst. Deze titel behoeft geen vertaling. Het thema is duidelijk. Eind september ben ik toevallig een paar dagen in Wenen. Een bezoekje aan de expositie staat al in mijn agenda. Onbevangen wil ik mij dan langs de kunstwerken bewegen om vervolgens in een echt Weens koffiehuis mijn eerste indrukken op papier te zetten. De Kunsthalle Wien is fris gerenoveerd. Salon der Angst is de eerste expositie na de renovatie. Bovendien is het de eerste tentoonstelling van museumdirecteur Nicolaus Schafhausen, die hier sinds oktober 2012 de scepter zwaait. Voorheen was hij directeur van kunstcentrum Witte de With. Allemaal leuk en aardig maar het zegt natuurlijk nog niets over de expositie.

In mijn beoogde artikel wil ik dat het eerste woord mijn eerste stap in het museum beschrijft en het laatste woord mijn stap richting de garderobe. Ik bied de lezer mijn schoenen aan, die ik op de dag van mijn bezoek zal dragen. Wat dit oplevert, daar kan nog niets zinnigs over zeggen. Wel kan ik alvast voorbeschouwen door te lezen wat enkele Weense dagbladen na de officiële opening van de expositie schreven. Dagblad Der Standard gaat eerst in op de titel, die volgens de redacteur geassocieerd kan worden met Kirche der Angst van de in 2010 gestorven kunstenaar Christoph Schlingensief. Hij schrijft dat Kirche der Angst, dat in 2008 in Duisburg als stuk werd opgevoerd en in 2011 in Venetië als installatie, precies het tegenovergestelde beoogde als Salon der Angs”. Bij Schlingensief ging het vooral om subjectivisme, in Wenen vooral om objectivering. Na de inleiding betreedt de redacteur de expositieruimte. In zijn ogen is het een magische belevenis. ‘Maar wie hier met hetzelfde angstgevoel als bij een spookhuis binnenloopt, komt vooralsnog bedrogen uit,’ schrijft hij. Vooralsnog, want bij de kunstenaar Thomas Hirschhorn sta je volgens hem opeens oog in oog met zijn serie “Collage-Truth”, waarin wulpse poses van mooie reclamemensen met door oorlogen vervormende lijken worden versmolten. Of met de video “Pellojo” (huid) van het kunstenaarscollectief Los Carpinteros, waarin een paar bij het geslachtsverkeer te zien is en waarbij een rap verouderingsproces in beeld wordt gebracht. Angst provoceert ook ironie, lees ik vervolgens.

Volgens Der Standard levert de kunstenaar Cameron Jamie hierbij het voorbeeld met zijn fotowolk waarin ‘voor Halloween geschikte’ Amerikaanse voortuinen zijn te zien en waarop een grafsteen ‘R.I.P. Disco, the dance that never had a chance‘ staat geschreven. Als tweede voorbeeld voert hij één van de twee Nederlandse deelnemers op. “’f in de op De Stijl gestylde kartonnen doos van Erik van Lieshout met video’s, die het geklaag en gejammer van een door een acteur gespeelde kunstenaar in zijn midlife-crisis ‘documenteren’. De werken van de Belgische kunstschilder James Ensor (1860 – 1949) worden genoemd om aan te geven dat de expositie modern en ouder werk in huis heeft om zo de verschillen van angstbeleving vanuit een tijdhistorisch en cultureel perspectief te laten zien. Der Standard sluit af met de mededeling dat de expositie niet didactisch is opgezet maar uitnodigt tot zelfstandige creativiteit bij het kijken.

Ter vergelijking lees ik ook het bericht in de Wiener Zeitung. Ook hier eerst wat feitjes, bijvoorbeeld dat de renovatie drie maanden duurde en het museum nu via het voormalige winkelgedeelte toegankelijk is. De redactrice sluit haar inleidende woorden af met haar verwondering over het gerucht dat enkele belangrijke kunstwerken in bruikleen vanwege de hoge kosten niet in de Salon der Angst geëxposeerd konden worden. Tussen de regels door lees ik dat de renovatiekosten hoger en belangrijker zijn dan de kosten voor een belangrijk kunstwerk. Dan gaat ook zij op weg naar de expositie. ‘Minimalistische informatie over het thema angst’ luidt het eerste tussenkopje. ‘Eigenlijk is de angst al het thema van de 20e eeuw, van Edvard Munch’s schilderij De schreeuw tot Sigmund Freud, Søren Kierkegaard en de Weense School van de klinische psychologie tot Hubert Rohracher.’

De schrijfster van het artikel is duidelijk ontevreden als ze schrijft dat ook de informatie over de expositie minimalistisch is. Ze ergert zich er bovendien aan dat het informatieboekje over de 44 werken van 30 mannelijke en 14 vrouwelijke kunstenaars uit 15 landen pas na afloop van een symposium van Julia Kristeva verkrijgbaar is. Waarom ze de lezer met dit ‘probleem’ opzadelt is mij een raadsel. Vervolgens schrijft ze over de adelaar, het symbool van de nieuwe kunsthal, die in haar ogen geen persoonlijke gevoelens wil prijsgeven. Bij mij ontstaat meer en meer een beeld van een teleurgestelde redactrice in plaats van een beeld van de expositie. Maar ik lees verder. In de laatste alinea komen een Vlaamse en een Nederlandse kunstenaar aan bod, echter alleen om de bedenkingen van de recensente te illustreren. De aanwezigheid van de werken van de in Antwerpen geboren barokschilder Ferdinand van Kessel (1648 – 1696) toont volgens haar aan hoe hulpeloos en ongegrond de brug naar de nieuwe tijd tot aan het kunsthistorische museum (museum in Wenen) wordt geslagen. Ze vraagt zich af waarom de westerse superioriteitshouding angst zou moeten inboezemen. De gecomprimeerde weergave van de werelddelen was volgens haar vooral als exotische attractie bedoeld, waar niemand bang voor was maar waar iedereen juist reikhalzend naar uitkeek. Tot slot, in de allerlaatste zin, komt de geluidsinstallatie met wilde dieren van Willem de Rooij aan de orde, die door de Wiener Zeitung als een zeer willekeurige rand op het gebied van kinderangsten wordt bestempeld.

Niet genoemd in de Weense dagbladen zijn de namen van de Belgische deelnemende kunstenaars Nel Aerts, Nicolas Kozakis en Raoul Vaneigem. Daarmee heb ik in dit stuk in ieder geval alle Belgische en Nederlandse deelnemers weergegeven. De bijdrage in de Wiener Zeitung was in mijn ogen niet voor een breed publiek geschreven. Dat is natuurlijk een keuze van de krant of van de redactrice. Zelf probeer ik wel altijd voor een breed publiek te schrijven. Ik heb het voordeel dat ik niet hoef te bewijzen dat ik een wetenschappelijke achtergrond heb, omdat mijn wortels buiten de wetenschappelijke wereld liggen. Dat betekent niet dat ik geen teksten van wetenschappers lees. Sterker nog, ik lees graag de visie van wetenschappers op vraagstukken die mij interesseren. Een blad dat op hoog niveau voor een breed publiek over bijvoorbeeld hedendaagse Duitstalige literatuur schrijft is VOLLTEXT. Ik vind dat een nobel streven. Als abonnee op deze literaire krant kan ik zeggen dat het de redactie tot nu toe altijd is gelukt om in iedere uitgave dat doel te bereiken. In Wenen zal ik daarom niet alleen de ‘Salon van de angst’ bezoeken, ik zal ook de uitgever van VOLLTEXT interviewen. Een verslag daarvan volgt later, in druk, in België. Bekijk hier 71 foto’s van de opening van de expositie “Salon der Angst”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s